← Nederland

ECLI:NL:GHARL:2018:327

WAHV 200.212.518 11 januari 2018 CJIB 194794072 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden zittingsplaats Leeuwarden Arrest op het hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag van 10 februari 2017 betreffende [betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene), wonende te [A] . De beslissing van de kantonrechter De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie genomen beslissing niet-ontvankelijk verklaard. Het procesverloop De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld. Tevens is verzocht om vergoeding van kosten. De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend. De betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep. De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere toelichting op het beroep. Hiervan is geen gebruik gemaakt. Beoordeling

  1. De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene niet-ontvankelijk verklaard, op grond van de overweging dat de betrokkene geen dan wel niet tijdig zekerheid heeft gesteld voor de betaling van de opgelegde sanctie en de administratiekosten.
  2. De betrokkene voert aan dat hij feitelijk zekerheid heeft gesteld door op alle correspondentie zijn geboortedatum - te weten 14 november 1945 - te vermelden. Het OM had daarom kunnen weten dat de betrokkene een uitkeringsgerechtigde was in het kader van Algemene Ouderdomswet. De betrokkene meent daarmee voldoende financiële zekerheid te hebben gesteld.
  3. Voor zover hier van belang luidt artikel 11, lid 3, van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) als volgt: ''De zekerheid wordt door de indiener bij het Centraal Justitieel Incassobureau te Leeuwarden, bedoeld in artikel 1 van het Besluit Instelling Centraal Justitieel Incassobureau, gesteld, hetzij door middel van de aan betrokkene toegezonden accept-giro, hetzij anderszins door storting op de rekening van het Centraal Justitieel Incassobureau''.
  4. Niet in geding is dat de betrokkene niet op voormelde, wettelijk voorgeschreven wijze zekerheid heeft gesteld. De wet biedt niet de mogelijkheid om op een andere wijze zekerheid te stellen. Nu evenmin een draagkrachtverweer is gevoerd of anderszins gebleken is dat het uitblijven van de zekerheidstelling verschoonbaar is, heeft de kantonrechter terecht het beroep van de betrokkene niet-ontvankelijk verklaard. Het hof zal de bestreden beslissing daarom bevestigen. Dit brengt mee dat het hof niet kan toekomen aan de bezwaren van de betrokkene tegen de opgelegde sanctie. De sanctie is met deze uitspraak onherroepelijk geworden. Het CJIB kan de inning ervan hervatten.
  5. De betrokkene wordt niet in het gelijk gesteld. Reeds daarom zal het hof het verzoek tot vergoeding van kosten afwijzen. Beslissing Het gerechtshof: bevestigt de beslissing van de kantonrechter; wijst het verzoek tot vergoeding van kosten af. Dit arrest is gewezen door mr. Sekeris, in tegenwoordigheid van mr. Eskandari als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.