← Nederland

ECLI:NL:GHARL:2018:4032

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Leeuwarden afdeling civiel recht zaaknummer gerechtshof 200.227.904/01 (zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 6215298 TB VERZ 17-10191 BM 12913) beschikking van 26 april 2018 inzake [verzoekster] , wonende te [A] ,verzoekster in hoger beroep, verder te noemen: de bewindvoerder, advocaat: mr. S.P. Bolweg te Haarlem. Als overige belanghebbende is aangemerkt: [de rechthebbende] , wonende te [B] , verder te noemen: de rechthebbende. 1Het geding in eerste aanleg Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen, van 17 augustus 2017 (hierna: de bestreden beschikking), uitgesproken onder voormeld zaaknummer. 2Het geding in hoger beroep 2.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: - het beroepschrift met productie(s), ingekomen op 15 november

  1. 2.2 De mondelinge behandeling heeft op 29 maart 2018 plaatsgevonden. De bewindvoerder is in persoon verschenen, bijgestaan door haar advocaat. 3De feiten 3.1 De rechthebbende is geboren te [C] [in]
  2. Verzoekster is de zus van de rechthebbende. 3.2 Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie van de rechtbank op 3 augustus 2017, heeft de bewindvoerder verzocht om een schenking te mogen doen van € 50.000,- per persoon, derhalve in totaal € 100.000,-, aan haar twee kinderen [D] en [E] , zijnde nicht respectievelijk neef van de rechthebbende (hierna: de kinderen). 3.3 Bij de bestreden beschikking heeft de kantonrechter dit verzoek van de bewindvoerder afgewezen. 4De omvang van het geschil De bewindvoerder is in hoger beroep gekomen van de bestreden beschikking. Zij verzoekt het hof om de beslissing van de kantonrechter te vernietigen en het verzoek van de bewindvoerder tot het afgeven van een machtiging tot het doen van voormelde schenkingen toe te wijzen. 5De motivering van de beslissing 5.1 Op grond van artikel 1:441 lid 2 onder a van het Burgerlijk Wetboek behoeft de bewindvoerder toestemming van de rechthebbende of, indien deze daartoe niet in staat of weigerachtig is, machtiging van de kantonrechter voor het beschikken over een onder het bewind staand goed, tenzij de handeling als gewone beheersdaad kan worden beschouwd of krachtens rechterlijk bevel geschiedt. 5.2 In deze zaak staat vast dat de rechthebbende zelf niet in staat is tot het geven van toestemming voor de beoogde schenkingen, zodat daarvoor machtiging van de kantonrechter is vereist. Een dergelijk machtigingsverzoek wordt in een dergelijk geval getoetst aan de Aanbevelingen meerderjarigenbewind van het Landelijk Overleg Vakinhoud Civiel en Kanton & Toezicht (LOVCK&T), hierna te noemen: de Aanbevelingen. 5.3 Het hof is van oordeel dat de kantonrechter het verzoek van de bewindvoerder tot afgifte van een machtiging tot schenking op goede gronden heeft afgewezen. Het hof verwijst daartoe naar de motivering van de rechtbank in de bestreden beschikking, neemt deze na eigen onderzoek over, maakt deze tot de zijne en voegt daaraan nog het volgende toe. 5.4 Uit de stukken in hoger beroep en hetgeen ter mondelinge behandeling naar voren is gekomen blijkt niet van andere feiten en omstandigheden ten opzichte van de procedure in eerste aanleg die een ander oordeel rechtvaardigen. Uit het door de bewindvoerder overgelegde testament van de rechthebbende uit 2009 blijkt dat de nicht van de rechthebbende tot enig erfgenaam is benoemd en niet de neef. Dat, zoals door de bewindvoerder ter zitting is aangegeven, de neef destijds volgens de desbetreffende notaris niet tot erfgenaam kon worden benoemd, heeft de bewindvoerder, desgevraagd, niet nader kunnen toelichten en lijkt niet zondermeer aannemelijk. In ieder geval blijkt uit dit testament (ook) niet van een schenkingstraditie van de rechthebbende aan de nicht en de neef. Dit geldt eveneens voor de (geoormerkte) schenking van de rechthebbende in 2014 aan de nicht van € 50.000,- in verband met de aanschaf van een eigen woning. Ook daaruit is geen schenkingstraditie af te leiden. Het hof is derhalve van oordeel dat de bewindvoerder ook in hoger beroep onvoldoende heeft aangetoond dan wel onderbouwd waarom van de hoofdregel uit de Aanbevelingen, te weten afwijzen van een verzoek tot schenking namens een rechthebbende die zijn wil niet kan bepalen, dient te worden afgeweken. Dat volgens de bewindvoerder door de beoogde schenkingen de verzorging van de rechthebbende niet in gevaar komt en haar vermogenspositie niet onder druk komt, maakt, wat daarvan ook zij, dit oordeel niet anders. 6De slotsom Op grond van het vorenstaande zal het hof beslissen als na te melden. 7De beslissing Het hof, beschikkende in hoger beroep: bekrachtigt de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen, van 17 augustus
  3. Deze beschikking is gegeven door mrs. G.M van der Meer, J.G. Idsardi en A.W. Beversluis, bijgestaan door mr. E. Klijn als griffier, en is op 26 april 2018 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.