← Nederland

ECLI:NL:GHARL:2018:4481

GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN locatie Arnhem nummers: 16/01471 tot en met 16/01476 uitspraakdatum: 23 mei 2018 Uitspraak van de tweede meervoudige belastingkamer op het hoger beroep van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 1 november 2016, nummers AWB 16/1996 tot en met AWB 16/2001, in het geding tussen belanghebbende en de inspecteur van de Belastingdienst/Kantoor Doetinchem (hierna: de Inspecteur) 1Ontstaan en loop van het geding 1.

  1. Aan belanghebbende is over het jaar 2011 een navorderingsaanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (hierna: IB/PVV) opgelegd naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 59.849, een boetebeschikking van € 10.059, alsmede een beschikking heffingsrente tot een bedrag van € 2.
  2. Aan belanghebbende is over het jaar 2011 eveneens een navorderingsaanslag inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (hierna: Zvw) opgelegd, berekend naar een bijdrage-inkomen van € 33.
  3. In verband met de navorderingsaanslag Zvw is bij beschikking € 225 aan heffingsrente in rekening gebracht. 1.
  4. Aan belanghebbende is over het jaar 2012 een navorderingsaanslag in de IB/PVV opgelegd naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 38.961, een boetebeschikking van € 5.551, alsmede een beschikking belastingrente tot een bedrag van € 1.
  5. Aan belanghebbende is over het jaar 2012 eveneens een navorderingsaanslag Zvw opgelegd, berekend naar een bijdrage-inkomen van € 38.
  6. In verband met de navorderingsaanslag Zvw is bij beschikking € 135 aan belastingrente in rekening gebracht. 1.
  7. Aan belanghebbende is over het jaar 2013 een navorderingsaanslag in de IB/PVV opgelegd naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 33.184, een boetebeschikking van € 4.713, alsmede een beschikking belastingrente tot een bedrag van €
  8. Aan belanghebbende is over het jaar 2013 eveneens een navorderingsaanslag Zvw opgelegd, berekend naar een bijdrage-inkomen van € 33.
  9. In verband met de navorderingsaanslag Zvw is bij beschikking € 84 aan belastingrente in rekening gebracht. 1.
  10. De Inspecteur heeft bij uitspraken op bezwaar de bezwaren inzake de navorderingsaanslagen en de beschikkingen heffings- en belastingrente ongegrond verklaard en de boetebeschikkingen vernietigd. 1.
  11. Belanghebbende is tegen die uitspraken in beroep gekomen bij de rechtbank Gelderland (hierna: de Rechtbank). De Rechtbank heeft de beroepen ongegrond verklaard. 1.
  12. Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld. 1.
  13. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 6 maart
  14. Van de zitting is een proces-verbaal opgemaakt, dat aan deze uitspraak is gehecht. 2Vaststaande feiten 2.
  15. Belanghebbende handelt in ijzer- en staalschroot. Hij drijft zijn onderneming in de vorm van een eenmanszaak. De handelsactiviteiten van belanghebbende worden aangeduid met de term ‘stadshandelaar’. Hij is gehuwd met [A] . 2.
  16. De Inspecteur is een onderzoek gestart vanwege ongebruikelijk bezit, gelet op het bij hem bekend zijnde inkomen en vermogen. Bij dat onderzoek is naar voren gekomen dat belanghebbende en zijn echtgenote onder meer de volgende voertuigen op naam hebben (gehad): Kenteken Merk/type Datum aanvang Datum einde Contant bijbetaald (€) Belanghebbende [00-YY-YY] Audi A6 08-09-2004 24-08-2007 [01-YY-YY] Audi A5 07-12-2007 26-10-2010 [02-YY-YY] VW Fox 30-11-2007 10-09-2008 [03-YY-YY] Audi A7 04-01-2011 16-05-2013 51.000 [04-YY-YY] Audi Q5 17-05-2013 17.500 [05-YY-YY] Harley Davidson V-Rod 26-05-2015 Echtgenote [06-YY-YY] VW Jetta 01-11-2007 07-12-2007 [07-YY-YY] VW Polo 10-09-2008 15-10-2009 [08-YY-YY] VW Polo 15-10-2009 19-03-2012 [09-YY-YY] Audi Al 19-03-2012 17-05-2013 21.000 2.
  17. Verder is bij dat onderzoek geconstateerd dat in de jaren 2011 tot en met 2013 de volgende bedragen, opgebouwd uit telkens stortingen van enkele honderden euro's, contant op de bankrekening zijn gestort (in €): Jaar Bedrag 2011 18.120 2012 23.700 2013 22.800 2.
  18. Naar aanleiding van het onderzoek heeft de Inspecteur de inkomens in de navorderingsaanslagen als volgt berekend (in €): 2011 2012 2013 Eerder vastgesteld inkomen 1.924 8.966 7.527 Contante stortingen bank 18.120 23.700 22.800 Contante opnamen -1.520 -1.500 -500 Contante betalingen auto's 51.000 21.000 17.500 Huishoudelijke uitgaven 6.000 6.000 6.000 Bekende privé-opnamen -12.524 -15.115 -16.644 Minder zelfstandigenaftrek 4.882 Meer MKB-winstvrijstelling -8.033 -4.090 -3.499 Nader vastgesteld inkomen 59.849 38.961 33.184 2.
  19. De Inspecteur heeft de bijdrage-inkomens voor de ZVW voor de jaren 2011, 2012 en 2013 overeenkomstig de hiervoor genoemde correcties, vastgesteld op respectievelijk € 59.849 (gemaximeerd tot € 33.427), € 38.961 en € 33.
  20. 3Geschil In geschil is of de navorderingsaanslagen en beschikkingen heffings- en belastingrente tot een juist bedrag zijn opgelegd. Belanghebbende heeft daarbij betwist dat de schatting op basis waarvan de navorderingsaanslagen zijn opgelegd, redelijk is. 4Beoordeling van het geschil 4.
  21. De Inspecteur heeft zich op het standpunt gesteld dat onregelmatigheden in het kasboek, bezien in samenhang met de contante geldstortingen en betalingen, het bewijsvermoeden opleveren dat belanghebbende in de onderhavige jaren aanzienlijke bedragen aan omzet heeft verzwegen. Belanghebbende heeft, aldus de Inspecteur dit bewijsvermoeden niet ontzenuwd, zodat aannemelijk is dat belanghebbende in de onderhavige jaren de vereiste aangifte niet heeft gedaan en de bewijslast dient te worden omgekeerd en verzwaard. 4.
  22. Belanghebbende heeft ontkend dat het kasboek onregelmatigheden bevat en heeft gesteld dat de contante stortingen op de bankrekening en de contante betalingen verklaard worden door een aanzienlijke som contant geld die reeds vanaf de jaren ’90 van de vorige eeuw in zijn bezit is en ook in de onderhavige jaren nog immer aanzienlijk was. Belanghebbende heeft deze aanzienlijke som geld nimmer in enige aangifte opgenomen, ook niet in de aangiften voor de onderhavige jaren. Tussen partijen is niet in geschil dat, indien hetgeen belanghebbende heeft gesteld waar is, de contante betalingen en stortingen hierdoor verklaard kunnen worden. Met betrekking tot de vraag of de bewijslast dient te worden omgekeerd en verzwaard omdat de vereiste aangiften niet zijn gedaan, heeft belanghebbende zich gerefereerd aan het oordeel van het Hof. 4.
  23. Naar ’s Hofs oordeel is, mede gelet op de ter zitting door de gemachtigde gegeven toelichting, aannemelijk dat het kasboek achteraf is opgesteld. Verder is tussen partijen niet in geschil dat het kasboek alleen kan kloppen indien belanghebbende over niet-opgegeven inkomsten of vermogen heeft kunnen beschikken. Belanghebbende heeft zich op het standpunt gesteld dat hij over aanzienlijk niet in de aangiften verantwoord vermogen heeft beschikt. Omtrent de omvang van dit vermogen in de onderhavige jaren heeft belanghebbende geen enkel inzicht verschaft en ook niet willen verschaffen, niet aan zijn gemachtigde of boekhouder, niet in aangiften over latere jaren en ook niet ter zitting aan het Hof. Ter zitting is slechts gezegd dat dit vermogen in de jaren ’90 ‘aanzienlijk hoger’ was dan f 200.000 en dat de gemachtigde bekend is met een stadshandelaar met een contant vermogen van € 1 miljoen. 4.
  24. Belanghebbende heeft derhalve ofwel omzet verzwegen, zoals de Inspecteur stelt, ofwel een aanzienlijk vermogen, zoals belanghebbende stelt. Daarmee staat vast – en tussen partijen is dit niet in geschil – dat belanghebbende in de onderhavige jaren de aangiften inkomstenbelasting niet juist heeft gedaan. 4.
  25. Voor de inkomstenbelasting geldt dat bij inhoudelijke gebreken in een aangifte slechts dan kan worden aangenomen dat de vereiste aangifte niet is gedaan, indien aan de hand van de normale regels van stelplicht en bewijslast is vastgesteld dat sprake is van één of meer gebreken die ertoe leiden dat de volgens de aangifte verschuldigde belasting verhoudingsgewijs aanzienlijk lager is dan de werkelijk verschuldigde belasting. Tevens is vereist dat het bedrag van de belasting dat als gevolg van de hiervoor bedoelde gebreken in de aangifte niet zou zijn geheven, op zichzelf beschouwd aanzienlijk is (Hoge Raad 30 oktober 2009, nr. 07/10513, ECLI:NL:HR:2009:BH1083). 4.
  26. Als de contante stortingen en betalingen moeten worden verklaard uit verzwegen omzet, is het bedrag daarvan als winst uit onderneming belastbaar naar het tarief behorend bij het belastbare inkomen uit werk en woning; als ze moeten worden verklaard uit verzwegen vermogen, dient het rendement op dat vermogen belast te worden als belastbaar inkomen uit sparen en beleggen. Als gevolg van de door de houding van belanghebbende ontstane grote onduidelijkheid acht het Hof een puur rekenkundige benadering in dit geval niet geschikt om te bepalen wat de exacte betekenis is van het niet aangegeven inkomen. Gelet op de hoogte van de contante stortingen en betalingen en de door belanghebbende wel genoemde bedragen aan verzwegen vermogen (van ‘aanzienlijk meer dan f 200.000’ tot € 1 miljoen) acht het Hof aannemelijk dat de belasting en premie over het niet aangegeven inkomen, zowel in relatieve als in absolute zin, aanzienlijk is. Dit brengt mee dat de bewijslast moet worden omgekeerd en verzwaard, zodat het hoger beroep alleen dan gegrond is, indien is gebleken dat en in hoeverre de uitspraken op bezwaar onjuist zijn. De omkering en verzwaring van de bewijslast laat evenwel onverlet dat de Inspecteur gehouden is bij het vaststellen van de belastingaanslagen uit te gaan van een redelijke schatting van het inkomen van belanghebbende. 4.
  27. De Inspecteur heeft de navorderingsaanslagen gebaseerd op een schatting van verzwegen omzet. Belanghebbende heeft bestreden dat de schatting van de Inspecteur redelijk is. Gelet op de door de belanghebbende gecreëerde onduidelijkheid – waarvan de gevolgen naar ’s Hofs oordeel voor rekening en risico van belanghebbende dienen te blijven – kon de Inspecteur in redelijkheid ervan uitgaan dat sprake is geweest van verzwegen omzet en wel in de mate zoals weergegeven in de door hem aan de navorderingsaanslagen ten grondslag liggende berekeningen. Hetgeen belanghebbende hiertegen heeft ingebracht is onvoldoende om tot een ander oordeel te komen. Belanghebbende heeft hiermee ook niet doen blijken dat de uitspraken op bezwaar onjuist zijn. 4.
  28. Het hoger beroep wordt geacht mede betrekking te hebben op de beschikkingen heffings- en belastingrente. Belanghebbende heeft hiertegen geen zelfstandige grieven aangevoerd. Het hoger beroep is in zoverre ongegrond. Slotsom Op grond van het vorenstaande is het hoger beroep ongegrond. 5Griffierecht en proceskosten Het Hof ziet geen aanleiding voor vergoeding van het griffierecht of een veroordeling in de proceskosten. 6Beslissing Het Hof bevestigt de uitspraak van de Rechtbank. Deze uitspraak is gedaan door mr. R.A.V. Boxem, voorzitter, mr. J.P.M. Kooijmans en mr. J. van de Merwe, in tegenwoordigheid van mr. J.H. Riethorst als griffier. De beslissing is op 23 mei 2018 in het openbaar uitgesproken. De griffier, De voorzitter, (J.H. Riethorst) (R.A.V. Boxem) Afschriften zijn aangetekend per post verzonden op: 23 mei 2018 Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), Postbus 20303, 2500 EH DEN HAAG. Daarbij moet het volgende in acht worden genomen:
  29. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd; 2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden: a. de naam en het adres van de indiener; b. de dagtekening; c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht; d. de gronden van het beroep in cassatie. Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad. In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.