← Nederland

ECLI:NL:GHARL:2018:4546

WAHV 200.205.447 17 mei 2018 CJIB 190436881 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden zittingsplaats Leeuwarden Arrest op het hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag van 3 november 2016 betreffende [betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene), wonende te [A] , voor wie als gemachtigde optreedt mr. [B] , kantoorhoudende te [C] . De beslissing van de kantonrechter De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie genomen beslissing gegrond verklaard, die beslissing vernietigd en het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond verklaard. Voorts heeft de kantonrechter de officier van justitie veroordeeld in de proceskosten, tot een bedrag van € 186,-. Het procesverloop De gemachtigde van de betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld. Tevens is verzocht om vergoeding van kosten. De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen. Hiervan is geen gebruik gemaakt. Op 16 september 2017 is nog een brief van de gemachtigde van de betrokkene ontvangen. Beoordeling

  1. Ingevolge het bepaalde in artikel 14, eerste lid, van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) kan tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden worden ingesteld, indien de opgelegde administratieve sanctie bij die beslissing meer bedraagt dan € 70,-. De aan de betrokkene opgelegde sanctie bedraagt € 33,-. Tegen de beslissing van de kantonrechter staat daarom in beginsel geen hoger beroep open.
  2. De gemachtigde van de betrokkene bepleit in hoger beroep dat het appelverbod moet worden doorbroken. Hij voert daartoe - kort samengevat - aan dat de beslissing van de kantonrechter slechts is ondertekend met een stempel en dat niet is gebleken dat van het verhandelde ter zitting een proces-verbaal is opgemaakt.
  3. Het hof is van oordeel dat wanneer een beroep wordt gedaan op schending van zo fundamentele beginselen van behoorlijke rechtspleging dat geen sprake is van een eerlijke en onpartijdige behandeling en dit beroep gegrond moet worden geacht, doorbreking van het appelverbod van artikel 14, eerste lid, Wahv is gerechtvaardigd.
  4. Van het voornoemde is geen sprake. Hetgeen is aangevoerd kan niet leiden tot doorbreking van het appelverbod, nu, ook al zou de beslissing van de kantonrechter zijn ondertekend met een stempel en een proces-verbaal van de zitting niet zijn opgemaakt, dit niet meebrengt dat sprake is van schending van zo fundamentele beginselen van behoorlijke rechtspleging dat geen sprake is geweest van een eerlijke en onpartijdige behandeling.
  5. Gelet op het voorgaande zal het hoger beroep niet-ontvankelijk worden verklaard.
  6. Nu de betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld, zal het hof het verzoek tot vergoeding van kosten afwijzen. Beslissing Het gerechtshof: verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk; wijst het verzoek tot vergoeding van kosten af. Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Wijmenga als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.