Afdeling strafrecht Parketnummer: 21-001675-17 Uitspraak d.d.: 1 mei 2018 TEGENSPRAAK Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland van 27 maart 2017 met parketnummer 18-210568-16 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990, wonende te [woonplaats] . Het hoger beroep De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 17 april 2018 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot vernietiging van het vonnis van de politierechter, bewezenverklaring van het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde en veroordeling van verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van twee maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren alsmede tot een taakstraf van 240 uren, subsidiair 120 dagen vervangende hechtenis. De advocaat-generaal heeft voorts gevorderd dat het hof de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1] zal toewijzen tot een bedrag van € 1.940,73 en de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2] tot een bedrag van € 126,-, beide met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel en niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partijen in het overige deel van hun vordering. De vordering van de advocaat-generaal is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr. S.S.H. Orsel, naar voren is gebracht. Het vonnis waarvan beroep De politierechter heeft verdachte voor de onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde vermogensdelicten veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van acht maanden, met aftrek van de tijd die door verdachte in verzekering is doorgebracht. De vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1] werd in eerste aanleg toegewezen tot een bedrag van € 827,88 en voor het overige afgewezen. De vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2] werd toegewezen tot het gevorderde bedrag van € 426,-. Ten aanzien van beide toegewezen bedragen werd de schadevergoedingsmaatregel opgelegd. Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen en opnieuw rechtdoen. De tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: 1.hij op of omstreeks 14 oktober 2016 te [plaats] , gemeente [gemeente] , met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een personenauto (Volkswagen Passat, kenteken [kenteken 1] ), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte; 2.hij op of omstreeks 14 oktober 2016 te [plaats] , gemeente [gemeente] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning gelegen aan [adres 1] heeft weggenomen een aantal goederen (waaronder smartphones (Iphone en/of Samsung), paspoort, portemonnee met pasjes en cash geld) en/of twee tassen, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen goederen onder zijn/hun bereik hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking; 3.hij op of omstreeks 14 oktober 2016 te [plaats] , gemeente [gemeente] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning gelegen aan [adres 2] heeft weggenomen een autosleutel (Volkswagen Golf, kenteken [kenteken 2] ), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen goed onder zijn/hun bereik hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking. Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Overwegingen omtrent het bewijs voor het ten laste gelegde In de vroege ochtenduren van 14 oktober 2016 wordt in een tweetal naast elkaar gelegen woningen aan [straat] te [plaats] ingebroken, waarbij onder meer een Volkswagen Passat wordt weggenomen. [benadeelde 1] , aangever van de woninginbraak aan [adres 1] , wordt om ongeveer 06.00 uur wakker, gaat naar beneden en hoort de voordeur 'kletteren'. Voorts ziet hij de lichten branden van zijn op de oprit geparkeerde auto, een grijze Volkswagen Passat met kenteken [kenteken 1] . Aangever begeeft zich naar buiten en ziet dat er iemand in zijn auto zit. Hij opent het bestuurdersportier en zegt de man om 'met zijn poten van zijn auto af te blijven'. De man geeft gas en rijdt met geopend portier weg. Aangever weet een tamelijk gedetailleerde beschrijving van de man te geven. Hij stelt kort nadien vast dat de dader(s) het voordeurslot heeft/hebben uitgeboord en dat diverse goederen en waardepapieren zijn gestolen. Hij belt de politie om 06.02 uur. Aangever [benadeelde 2] , bewoner van [adres 2] , constateert bij het aanbreken van de dag, om ongeveer 06.30, eveneens dat er in zijn woning is ingebroken. In het kozijn van het raam in de bijkeuken waren gaten geboord. Politieambtenaren die naar aanleiding van de melding post hebben gevat bij een rotonde, even buiten [plaats] , zien die ochtend omstreeks 06.15 een grijze Volkswagen Passat in de richting van Joure en de A7 rijden. Zij geven de bestuurder een stopteken door middel van optische signalen. Deze verhoogt zijn snelheid tot 185 km/u, waardoor de politieambtenaren het zicht op de auto kwijtraken. Het kenteken is onbekend gebleven. Later die dag, omstreeks 14.33 uur, wordt de grijze Volkswagen Passat, met het door aangever opgegeven kenteken, gezien bij het begin van de Afsluitdijk te Den Oever, komend uit de richting van Friesland. Als de auto meermalen rechts inhaalt over de vluchtstrook worden de optische en geluidssignalen van het dienstvoertuig geactiveerd en de achtervolging ingezet. De bestuurder tracht daaraan met een snelheid van 160 km/u te ontkomen. Nadat de Volkswagen rook ontwikkelt en een wiel verliest kan de bestuurder worden aangehouden. Het blijkt te gaan om de verdachte in de onderhavige strafzaak, [verdachte] . Verdachte heeft in alle stadia van het strafproces zijn betrokkenheid bij de diefstal van de auto en de woninginbraken ontkend. Hij verklaart die dag, omstreeks 12.00 uur/12.30 telefonisch te zijn benaderd door ene [naam 1] , die hij kende van het Rembrandtplein in Amsterdam. Deze [naam 1] zou hem tegen betaling van € 500,- dan wel € 1.000,- hebben verzocht een auto van plaats A (in Friesland) naar plaats B (Amsterdam) te rijden. Omdat verdachte financiële problemen had, zou hij daarop ingegaan zijn. Hij zou door [naam 1] en een derde persoon in een zwarte Peugeot naar de in plaats A geparkeerde Passat zijn gebracht en daarna, op de terugweg naar plaats B, in die auto achter [naam 1] hebben aangereden. Verdachte heeft verklaard in de veronderstelling te hebben verkeerd dat zich in de Passat wellicht iets ongeoorloofds bevond, maar niet dat de auto gestolen zou zijn. Hij kreeg immers door [naam 1] de autosleutels overhandigd. Verdachte zou daarbij zijn persoonlijke bezittingen, waaronder zijn telefoon waarin het nummer van [naam 1] zou staan, hebben moeten afstaan. Wegens het ontbreken van wettig en in elk geval overtuigend bewijs is door en namens verdachte verzocht hem vrij te spreken van de gehele tenlastelegging. Over de geloofwaardigheid van de door verdachte afgelegde verklaringen overweegt het hof het navolgende. Voor wat betreft het telefoonnummer waarop hij gebeld zou zijn door de hiervoor genoemde [naam 1] heeft verdachte verbalisanten verwezen naar zijn vriendin [naam 2] . Van het van haar verkregen nummer zijn de historische gegevens opgevraagd. Geconstateerd is dat in het onderzochte tijdvak - van 10 tot en met 19 oktober 2016 - geen in- of uitgaande telefoongesprekken met dat nummer zijn gevoerd. [naam 2] heeft in een later stadium schriftelijk verklaard dat verdachte in die periode gebruik maakte van meerdere simkaarten. Het hof constateert dat verdachte vervolgens heeft nagelaten om het contact met en zelfs het bestaan van [naam 1] op die wijze handen en voeten te geven en daarmee zijn niet-verifieerbare verklaring met concrete gegevens te onderbouwen. Verdachte heeft verklaard nadien nimmer meer iets van [naam 1] te hebben vernomen, noch hem te hebben gezien. Voorts blijkt uit het dossier dat aangever [benadeelde 1] een gedetailleerd signalement van de bestuurder van zijn (gestolen) auto heeft gegeven. Verdachte voldoet in grote lijnen aan dat signalement. Dat [benadeelde 1] de bestuurder inschatte als een Oost-Europeaan en verdachte uit Iran afkomstig is doet daaraan niet wezenlijk af. Door de raadsman is daarnaast aangevoerd dat verdachte, zoals ook ter terechtzitting van het hof het geval was, een baard en een snor draagt, terwijl [benadeelde 1] heeft verklaard dat de bestuurder geen gezichtsbeharing had. Dat dat op 14 oktober 2016 wél het geval geweest was, zou volgens de raadsman moeten blijken uit de op die datum opgemaakte ID-staat, waarop een foto van verdachte, met baard en snor, is afgebeeld. Het hof stelt echter vast dat die foto identiek is aan een op 7 april 2016 gedateerde foto van verdachte, zoals die is ingescand op een hem betreffende 'Informatiestaat SKDB-persoon'. Nu niet wordt beschikt over een foto van verdachte, genomen op 14 oktober 2016, is niet duidelijk of verdachte op 14 oktober 2016 baard- en/of snordragend was, waarmee de waarneming van [benadeelde 1] niet als betrekking hebbend op een andere persoon dan verdachte kan worden aangemerkt. Hoewel de bewijswaarde daarvan zwak is, kan niet onvermeld blijven dat [benadeelde 1] verdachte met een stellige 100% bij een enkelvoudige foto- en spiegelconfrontatie heeft herkend als de bestuurder van zijn auto. Het hof heeft daarbij tevens gelet op het feit dat [benadeelde 1] ook de door verdachte gedragen jas herkende als de jas die de bestuurder droeg toen hij, [benadeelde 1] , hem bij dat kledingstuk vastgreep bij zijn poging de bestuurder uit de auto te trekken. Het hof heeft voorts gelet op het schoenspoor dat op het perceel [adres 2] werd aangetroffen. Het spoor is vergeleken met de onder verdachte in beslag genomen schoenen. Het profiel en de lengte kwamen overeen. Het profiel kan als tamelijk algemeen voorkomend worden aangemerkt, nu het schoenen van het veel verkochte merk Nike betrof. Dat geldt echter niet voor de maat. Zowel bij het schoenspoor als bij de schoenen van verdachte betrof het maat 47,5, hetgeen als tamelijk uitzonderlijk moet worden beschouwd. Vaststaat dat verdachte enkele uren na de woninginbraken en de autodiefstal in de daarbij gestolen auto werd aangetroffen. De wijze waarop hij aan de achtervolging van de politie trachtte te ontkomen kan - daargelaten de daarmee gepaard gaande gevaarzetting - aangemerkt worden als vluchtgedrag. De daarvoor door verdachte gegeven verklaring acht het hof niet toereikend, temeer nu door verbalisanten niets is gerelateerd over een zwarte Peugeot waar verdachte achteraan zou hebben gereden. Alles afwegende en, met name, in onderling verband en samenhang bezien, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1, 2 en 3 ten laste heeft begaan. Het hof is van oordeel dat het namens en door verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het tenlastegelegde wordt weerlegd door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen. Bewezenverklaring Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel - ook in onderdelen - slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat: 1.hij op 14 oktober 2016 te [plaats] , gemeente [gemeente] , met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een personenauto (Volkswagen Passat, kenteken [kenteken 1] ), toebehorende aan [benadeelde 1] ; 2:hij op 14 oktober 2016 te [plaats] , gemeente [gemeente] , met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning gelegen aan [adres 1] heeft weggenomen een aantal goederen, waaronder smartphones (Iphone en Samsung), paspoort, portemonnee met pasjes en cash geld en twee tassen, toebehorende aan [benadeelde 1] , waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak; 3:hij op 14 oktober 2016 te [plaats] , gemeente [gemeente] , met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning gelegen aan [adres 2] heeft weggenomen een autosleutel (Volkswagen Golf, kenteken [kenteken 2] ), toebehorende aan R. [benadeelde 2] , waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak. Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het onder 1 bewezen verklaarde levert op: diefstal. Het onder 2 en 3 bewezen verklaarde levert telkens op: diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak. Strafbaarheid van de verdachte Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn. Oplegging van straf en/of maatregel De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. Verdachte heeft zich - zoals hiervoor reeds uiteen is gezet - schuldig gemaakt aan een tweetal woninginbraken. Met de uit één van die woningen gestolen autosleutels heeft hij zich tevens de aan de betreffende aangever toebehorende auto toegeëigend. Het gaat om ernstige misdrijven die niet alleen materiële schade veroorzaken, maar ook angst en een forse privacy-schending meebrengen. De gevoelens van onveiligheid kunnen zich - zo blijkt ook hier het geval - nog geruime tijd indringend doen gevoelen. In beide woningen lag een gezin met (jonge) kinderen te slapen. Het hof heeft tevens gelet op de uiterst gevaarzettende wijze waarop verdachte heeft getracht - eerst aan aangever en nadien aan de politie - te ontkomen. Terwijl hij werd vastgegrepen door aangever is verdachte met geopend portier de oprit van de woning afgereden. Hij werd aangehouden na een achtervolging door de politie, waarbij hij - rechts inhalend - zijn snelheid tot 160 km/u had verhoogd. Het spreekt voor zich dat verdachte daarmee de verkeersveiligheid van zijn medeweggebruikers in gevaar heeft gebracht. Het hof heeft voorts gelet op het de verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie van 20 maart
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.