Afdeling strafrecht Parketnummer: 21-003065-16 Uitspraak d.d.: 6 juni 2018 TEGENSPRAAK ONTNEMINGSZAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Midden-Nederland van 20 mei 2016 met parketnummer 16-994023-13 op de vordering ingevolge artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht, in de zaak tegen [veroordeelde] , gevestigd te [vestigingsplaats] . Het hoger beroep De veroordeelde en de officier van justitie hebben tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 22 november 2017 (regiezitting), 11 april 2018 (inhoudelijke behandeling, requisitoir en deel pleidooi), 18 april 2018 overig deel pleidooi, repliek, dupliek, en laatste woord veroordeelde), 23 mei 2018 (sluiting van het onderzoek) en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal strekkende tot bevestiging van het vonnis van de rechtbank. De vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door de bestuurder van veroordeelde en haar raadsvrouw, mr. A.E. van der Wal, naar voren is gebracht. Het vonnis waarvan beroep Het hof verenigt zich niet met het vonnis waarvan beroep, zodat dit behoort te worden vernietigd. Het hof doet daarom opnieuw recht. Vordering De inleidende vordering van de officier van justitie strekt tot het aan [bedrijf] BV (hierna: [bedrijf] ) opleggen van de verplichting tot betaling aan de Staat van het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel van € 1.069.
- De rechtbank heeft het wederrechtelijk verkregen voordeel geschat op € 210.304 en aan de veroordeelde de verplichting opgelegd dit bedrag aan de Staat te betalen. De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep gevorderd dat het vonnis van de rechtbank wordt bevestigd. De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat veroordeelde geen wederrechtelijk verkregen voordeel heeft genoten. Oordeel hof Bij arresten van dit hof van 6 juni 2018 zijn [betrokkene 1] en zijn vennootschappen [bedrijf] BV en [veroordeelde] (hierna: [veroordeelde] ) veroordeeld ter zake van onder meer valsheid in geschrift en deelnemen aan een criminele organisatie. Uit het strafdossier en bij de behandeling van de vordering ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken dat [betrokkene 1] en/of zijn vennootschappen door middel van en/of uit de baten van deze feiten wederrechtelijk voordeel hebben verkregen. De berekening van de hoogte hiervan en de gebezigde bewijsmiddelen worden hieronder nader uitgewerkt. Wederrechtelijk verkregen voordeel Het hof gebruikt als grondslag voor de schatting van de hoogte van het wederrechtelijk voordeel het rapport wederrechtelijk verkregen voordeel. [betrokkene 1] heeft de door hem te ontvangen kick-back betalingen, gefactureerd vanuit [bedrijf] en met ingang van 1 januari 2012 vanuit [veroordeelde] . Op de bankrekeningen van [bedrijf] en [veroordeelde] is -afgerond- een totaalbedrag van € 785.849,- (exclusief btw) ontvangen. Dit totaalbedrag betreft de door [betrokkene 1] gefactureerde ontvangsten met aftrek van de geldbedragen die door [betrokkene 1] zijn doorbetaald., te weten Ontvangen door [betrokkene 1]: excl. BTW incl. BTW A [betrokkene 2] 184.940,- 220.316,- B [betrokkene 3] 289.909,- 345.980,- C [betrokkene 4] 228.450,- 272.389,- D [betrokkene 5] 276.787,- 330.325,- E [betrokkene 6] 255.255,· 303.989,- F [betrokkene 7] 282.862.- 337.553,- G [betrokkene 8] 175.988.- 209.970,- Totaal 1.694.191,- 2.020.521,- Betaald door [betrokkene 1] : Saldo kick-backs [betrokkene 1] heeft in totaal € 785.849 aan kick-back overgehouden, dit bedrag is als volgt door vennootschappen ontvangen: [bedrijf] € 316.272,- excl. BTW [veroordeelde] € 469.577,- excl. BTW Conclusie Het hof stelt vast dat door middel van en/of uit de baten van de bewezenverklaarde feiten wederrechtelijk voordeel is verkregen van in totaal € 785.849,- (exclusief btw). Dit voordeel wordt uitgesplitst naar de daadwerkelijke ontvanger en wordt ook daar ontnomen, namelijk: - [betrokkene 1] : €
- - [bedrijf] : € 316.272 - [veroordeelde] : € 469.577 Vasstelling wederrechtelijk verkregen voordeel en verplichting tot betaling Gelet op al het voorgaande stelt het hof vast dat [veroordeelde] in totaal € 469.577 wederrechtelijk voordeel heeft verkregen en legt voor dit bedrag de betalingsverplichting op. De vordering wordt voor het overige afgewezen. Toepasselijke wettelijke voorschriften Het hof heeft gelet op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht. Dit voorschrift is toegepast, zoals het gold ten tijde van de procedure. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: Stelt het bedrag waarop het door de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op een bedrag van € 469.577,-- (vierhonderdnegenenzestigduizend vijfhonderdzevenenzeventig euro). Legt de veroordeelde de verplichting op tot betaling aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel van een bedrag van € 469.577,-- (vierhonderdnegenenzestigduizend vijfhonderdzevenenzeventig euro). Wijst de vordering voor het overige af. Aldus gewezen door mr. G. Dam, voorzitter, mr. R. de Groot en mr. P.L.M van Gorkom, raadsheren, in tegenwoordigheid van B.J. Berendsen en mr. G.W. Jansink, griffier, en op 6 juni 2018 ter openbare terechtzitting uitgesproken. Dossierpagina 12 tot en met 22, te weten de overzichten van door elk van de genoemde personen overgemaakt betalingen aan [betrokkene 1] , waarin in dit overzicht het totaal aan ontvangen gelden is opgenomen zoals berekend op de hierna in de voetnoten genoemde pagina's. Dossierspagina's 13 en
- Dossierspagina's 14 en
- Dossierspagina's 15 tot en met
- Dossierspagina's 17 en
- Dossierspagina's 18 tot en met
- Dossierspagina's 20 en
- Dossierspagina's 21 en 22.