GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Leeuwarden afdeling civiel recht zaaknummer gerechtshof 200.227.725/01 (zaaknummer rechtbank Noord-Nederland C/17/157128 / KG ZA 17-237) arrest in kort geding van 26 juni 2018 in de zaak van [appellant] , wonende te [A] ,appellant in hoger beroep, in eerste aanleg: gedaagde, hierna: [appellant], advocaat: mr. H.L. Thiescheffer te Leeuwarden, en [geïntimeerde] , wonende te [B] , geïntimeerde in hoger beroep, in eerste aanleg: eiseres, hierna: [geïntimeerde], advocaat: mr. J. Kuipers-Mellema te Leeuwarden. Als overige belanghebbende is aangemerkt: de gecertificeerde instelling Regiecentrum Bescherming en Veiligheid, gevestigd te Leeuwarden, hierna: de GI. Het hof heeft op 1 mei 2018 een tussenarrest gewezen en verwijst daarnaar. 1Het verdere geding in hoger beroep 1.1 Na het tussenarrest van het hof van 1 mei 2018 is bij het hof binnengekomen: - het H12 formulier van mr. Kuipers-Mellema van 8 mei 2018 met bijlagen; - een akte ter comparitie van mr. Thiescheffer van 9 mei 2018 met bijlagen; - het H12 formulier van mr. Thiescheffer van 14 mei 2018 met bijlagen; - een brief van de GI van 18 mei 2018 met bijlagen. 1.2 Op 24 mei 2018 heeft een meervoudige comparitie van partijen plaatsgevonden. Verschenen zijn [appellant] , bijgestaan door mr. Thiescheffer, en [geïntimeerde] , bijgestaan door mr. Kuipers-Mellema. Namens de raad voor de kinderbescherming (hierna: de raad) was mevrouw [C] aanwezig. 2Het geschil en de beslissing in eerste aanleg; de vordering in hoger beroep 2.1 [geïntimeerde] heeft [appellant] gedagvaard voor de voorzieningenrechter in de rechtbank Noord-Nederland, locatie [A] , en verzocht bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, I. haar vervangende toestemming te verlenen om samen met [de minderjarige] in [B] te gaan wonen; II. haar vervangende toestemming te verlenen tot het plaatsen van [de minderjarige] met onmiddellijke ingang op de openbare school [D] te [B] ; III. haar vervangende toestemming te verlenen tot het onmiddellijk inschrijven van [de minderjarige] bij voetbalclub [E] te [B] ; IV. haar vervangende toestemming te verlenen tot het inschrijven van [de minderjarige] in de huisartsenpraktijk en apotheek [F] te [B] en tandarts [G] te [A] ; V. haar vervangende toestemming te verlenen tot het inschrijven van [de minderjarige] op haar ziektekostenpolis bij [H] met het nummer [00000] ; VI. [appellant] te veroordelen tot het terugbrengen van [de minderjarige] na afloop van iedere zorgregeling onder verbeurte van een dwangsom van € 500,- per keer dat hij weigert daaraan te voldoen met een maximum van € 50.000,-; VII. te bepalen dat [de minderjarige] het weekend van vrijdag 27 oktober 2017 tot en met maandag 30 oktober 2017 bij [geïntimeerde] zal verblijven. 2.2 [appellant] heeft verweer gevoerd. 2.3 Na een mondelinge behandeling van de zaak op 3 oktober 2017 heeft de voorzieningenrechter in de rechtbank bij vonnis van 18 oktober 2017, waarvan beroep, I. [geïntimeerde] vervangende toestemming verleend om samen met [de minderjarige] in [B] te gaan wonen; II. [geïntimeerde] vervangende toestemming verleend tot het plaatsen van [de minderjarige] met ingang van 30 oktober 2017 op de openbare school [D] te [B] ; III. [geïntimeerde] vervangende toestemming verleend tot het onmiddellijk inschrijven van [de minderjarige] bij voetbalclub [E] te [B] ; IV. [geïntimeerde] toestemming verleend tot het inschrijven van [de minderjarige] in de huisartsenpraktijk en apotheek [F] te [B] en tandarts [G] te [A] ; V. [geïntimeerde] toestemming verleend tot het inschrijven van [de minderjarige] op haar ziektekostenpolis bij [H] met het nummer [00000] ; VI. bepaald dat [de minderjarige] het weekend van vrijdag 27 oktober 2017 tot en met maandag 30 oktober 2017 bij [geïntimeerde] zal verblijven. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders verzochte is afgewezen. 2.4 In hoger beroep heeft [appellant] bij memorie van grieven gevorderd dat het hof het vonnis waarvan appel vernietigt en opnieuw rechtdoende [geïntimeerde] alsnog in haar vorderingen niet-ontvankelijk verklaart, althans haar deze ontzegt, met veroordeling van [geïntimeerde] in de proceskosten van beide instanties. 2.5 [geïntimeerde] heeft bij memorie van antwoord geconcludeerd tot afwijzing van de vorderingen van [appellant] en tot bekrachtiging van het beroepen vonnis met veroordeling van [appellant] in de kosten van beide instanties. 3De beoordeling door het hof De feiten 3.1 Partijen zijn met elkaar gehuwd geweest. Uit dit huwelijk is [in] 2006 geboren [de minderjarige] (hierna: [de minderjarige] ). Partijen oefenen gezamenlijk het gezag over [de minderjarige] uit. 3.2 Bij beschikking van de rechtbank van 12 april 2017 zijn voorlopige voorzieningen getroffen. De rechtbank heeft - voor zover hier van belang - bepaald dat [de minderjarige] voorlopig aan [geïntimeerde] wordt toevertrouwd, dat [de minderjarige] eens in de veertien dagen in de oneven weekenden van vrijdag 17.00 uur tot maandag naar school en iedere woensdagmiddag uit school tot 19.45 uur omgang heeft met [appellant] in de woning van grootouders (vz), en dat [geïntimeerde] [de minderjarige] naar [appellant] brengt en dat [appellant] [de minderjarige] terug naar [geïntimeerde] /naar school brengt. 3.3 In het voorjaar van 2017 is de voormalige echtelijke woning van partijen in [A] verkocht. [geïntimeerde] is toen met [de minderjarige] tijdelijk bij de vader van [geïntimeerde] in [B] gaan wonen. Vanaf februari 2018 wonen [geïntimeerde] en [de minderjarige] in een huurwoning in [B] . [de minderjarige] ging tot aan het vonnis waarvan beroep in [A] naar school. Inmiddels gaat hij naar basisschool [D] in [B] . Ook zit hij nu in [B] op voetbal. 3.4 Bij beschikking van de rechtbank van 4 oktober 2017 is de echtscheiding tussen partijen uitgesproken. Tevens is bij die beschikking bepaald dat [de minderjarige] zijn hoofdverblijfplaats bij [geïntimeerde] heeft. Verder is de raad verzocht onderzoek te doen en advies uit te brengen met betrekking tot de zorgregeling. 3.5 Bij beschikking wijziging voorlopige voorzieningen van de rechtbank van 25 oktober 2017 is de beschikking van de rechtbank van 12 april 2017 ten aanzien van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken gewijzigd in die zin dat [appellant] en [de minderjarige] minimaal een uur per week onder begeleiding van [I] omgang met elkaar hebben. 3.6 Bij - uitvoerbaar bij voorraad verklaarde - beschikking van 24 januari 2018 is [de minderjarige] onder toezicht gesteld van de GI, met ingang van diezelfde datum tot 24 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.