Afdeling strafrecht Parketnummer: 21-004934-17 Uitspraak d.d.: 6 augustus 2018 TEGENSPRAAK Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Midden-Nederland van 12 september 2017 met parketnummer 16-243695-16 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1993, wonende te [woonplaats]. Het hoger beroep De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 23 juli 2018 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van verdachte ter zake van het primair ten laste gelegde tot een taakstraf van 100 uren, subsidiair 50 dagen vervangende hechtenis. De vordering van de benadeelde partij dient te worden toegewezen tot een bedrag van € 1.385,-, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr. W.R. Jonk, naar voren is gebracht. Het vonnis waarvan beroep Verdachte is bij bovengenoemd vonnis ter zake van het openlijk in vereniging plegen van geweld jegens [slachtoffer] veroordeeld tot een taakstraf van 100 uren, subsidiair 50 dagen vervangende hechtenis. De vordering van de benadeelde partij is toegewezen tot een bedrag van € 1.385,-, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Het hof zal het vonnis waarvan beroep om proceseconomische redenen vernietigen en daarom opnieuw rechtdoen. De tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: primair:hij op of omstreeks 26 november 2016 in de gemeente [plaats] openlijk, te weten op of aan de openbare weg, [straat 1], in elk geval op of aan een openbare weg, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer], welk geweld bestond uit het - meermalen met kracht op/tegen het lichaam stompen/slaan en/of - meermalen met kracht op/tegen het lichaam schoppen/trappen en/of - meermalen met kracht met een honkbalknuppel en/of een fietszadel, in ieder geval een dergelijk hard/scherp voorwerp, op/tegen het lichaam slaan. subsidiair:hij op of omstreeks 26 november 2016 in de gemeente [plaats] tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen [slachtoffer] heeft mishandeld door hem - meermalen met kracht op/tegen het lichaam te stompen/slaan en/of - meermalen met kracht op/tegen het lichaam te schoppen/trappen en/of meermalen met kracht met een honkbalknuppel en/of een fietszadel, in ieder geval een dergelijk hard/scherp voorwerp, op/tegen het lichaam te slaan. Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Overwegingen met betrekking tot het bewijs Het ten laste gelegde ziet op een incident dat heeft plaatsgevonden op 26 november 2016 in [plaats] en waarbij aangever [slachtoffer] divers lichamelijk letsel heeft opgelopen. Over de toedracht daarvan wordt door de betrokkenen - aangever en zijn vriendin [getuige] enerzijds en verdachte en zijn twee medeverdachten anderzijds - verschillend verklaard. Aangever en [getuige] hebben kort gezegd verklaard dat verdachte en zijn twee medeverdachten zich provocerend en agressief jegens hen gedroegen, dat aangever zich heeft willen verdedigen met een zadel(pen), maar dat hij niet heeft kunnen voorkomen dat hij door de verdachten is geschopt en geslagen. Daarbij zou een honkbalknuppel zijn gebruikt. Volgens verdachte en de medeverdachten ging de agressie juist van verdachte uit. Zij hebben verklaard dat aangever op hun auto sloeg, dat hij met een fietszadel met zadelpen achter (één van) hen aanzat dat hij hen met het zadel heeft geslagen. Daartegen hebben zij zichzelf verdedigd door aangever te schoppen en te slaan. Verdachte en zijn medeverdachten ontkennen dat er met een honkbalknuppel is geslagen. Door de raadsman is ter terechtzitting van het hof bepleit dat de politierechter bij de beoordeling van het ten laste gelegde en het beroep op noodweer van onjuiste feiten en omstandigheden is uitgegaan. De politierechter heeft ten onrechte meer waarde gehecht aan de verklaringen van aangever en getuige [getuige] dan aan de verklaringen van verdachte en zijn medeverdachten. Volgens de raadsman heeft aangever feiten verdraaid en hebben hij en [getuige] belangrijke elementen in hun verklaring bij de politie weggelaten. Betrouwbaarheid In hoger beroep staat de vraag centraal of de verklaring van aangever - en in het verlengde daarvan, die van [getuige] - geloofwaardig en betrouwbaar is en of het hof al dan niet van de door hem geschetste gang van zaken kan uitgaan. Het hof beantwoordt deze vraag bevestigend en overweegt daartoe als volgt. Hoewel de raadsman terecht heeft gesteld dat aangever in zijn verklaring bij de politie niet over bepaalde handelingen van zichzelf heeft verklaard, is het hof ervan overtuigd dat hij in zijn getuigenverhoor in eerste aanleg (wel) volledige openheid van zaken heeft gegeven. In die verklaring belast hij immers niet alleen de verdachten maar ook zichzelf door te erkennen dat hij achter iemand heeft aangerend met het zadel en dat hij ook daadwerkelijk iemand heeft geraakt met (de pen van) het zadel. Voor het overige zijn er geen opvallende verschillen met zijn verklaring bij de politie en strookt zijn verklaring met het bij hem geconstateerde letsel, met de verklaring van getuige [getuige] en de camerabeelden in het dossier. Bovendien vindt zijn verklaring op een essentieel onderdeel steun in de verklaring van medeverdachte [medeverdachte 1], zoals hierna zal worden uiteen gezet. Het gaat dan om het moment waarop aangever zijn zadel pakte. Tegenover de verklaring van aangever staan de verklaringen van verdachte en zijn medeverdachten. Het hof constateert dat zij wisselend hebben verklaard en dat hun verklaringen ook onderling niet (geheel) overeenstemmen. Het gaat daarbij om belangrijke punten zoals de aanwezigheid van de honkbalknuppel, het duwen dan wel slaan van aangever door medeverdachte [medeverdachte 2] en de reden waarom ze, na een eerste confrontatie, een tweede keer met de auto bij aangever zijn gestopt. Volgens [medeverdachte 2] en verdachte was dit omdat aangever met het zadel op/tegen de auto sloeg, maar volgens medeverdachte [medeverdachte 1] (en aangever en [getuige]) werd het zadel pas door aangever gepakt toen alle drie verdachten uit de reeds gestopte auto waren gestapt. Gezien het verloop van de verklaringen van verdachte en zijn medeverdachten heeft het hof de indruk gekregen dat zij steeds pas zijn gaan verklaren, nadat zij met belastende zaken werden geconfronteerd en daar simpelweg ‘niet meer onderuit’ konden. Gezien het hiervoor overwogene ziet het hof geen reden om aan de inhoud van de verklaring van aangever te twijfelen en acht het hof die voldoende geloofwaardig en betrouwbaar. Het hof gaat dan ook van de door hem geschetste gang van zaken uit. Feiten en omstandigheden In de vroege ochtend van 26 november 2017 bevond aangever zich samen met een vriendin, [getuige], in het centrum van [plaats]. Zij waren uit geweest en stonden op straat te praten. Op een gegeven moment kwam er een witte Mercedes naast hen stil staan. In die auto zaten verdachte, zijn broertje [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1]. [medeverdachte 2] zat achter het stuur. Verdachte zat op de passagiersstoel en [medeverdachte 1] achterin. Het hof leidt uit de verklaringen af dat er vervolgens tussen aangever en de verdachten over en weer onvriendelijkheden zijn uitgewisseld. De verdachten zijn uit de auto gestapt en tussen één van hen - medeverdachte [medeverdachte 2] - en aangever heeft een lichamelijke confrontatie plaatsgevonden. Hierbij heeft [medeverdachte 2] aangever in ieder geval geduwd, zo blijkt uit de verklaring van aangever in eerste aanleg en uit de verklaring van verdachte. Daarna eindigde deze eerste situatie vrij abrupt. Een verbalisant die ter plaatse kwam omdat hij de indruk had dat er een conflict was tussen de 5 personen, hoefde niet in te grijpen. Toen hij bij de groep mensen stopte, vervolgden aangever en [getuige] vrijwel direct hun weg en de overige drie mannen - de latere verdachten - achtten het niet nodig dat de verbalisant nog zou proberen hen staande te houden. Vastgesteld kan worden dat aangever en [getuige] ongeveer tien minuten later verderop in het centrum voor de nachtwinkel stonden, toen aangever de witte Mercedes opnieuw zag rijden. De auto passeerde hen, sloeg vervolgens linksaf en nog een keer linksaf zodat hij opnieuw in [straat 2] terecht kwam, waar aangever en [getuige] zich bevonden. Aangever zag dat de auto hun richting opreed en vlak naast hen stopte op het fietspad. Vanuit de auto werd er naar aangever geroepen en vervolgens stapten alle drie verdachten uit. Pas toen ze alle drie zijn richting op kwamen, heeft aangever zijn zadel (inclusief zadelpen) uit zijn fiets gehaald. Dit blijkt niet alleen uit de verklaring van aangever en [getuige], maar óók uit die van medeverdachte [medeverdachte 1]. Aangever heeft verklaard dat hij werd ingeklemd en dat hij geprobeerd heeft de verdachten op afstand te houden. Uit het dossier blijkt dat hij ook achter één van hen - medeverdachte [medeverdachte 1] - is aangerend. Aangever heeft aangegeven dat hij heeft geprobeerd die jongen tegen te houden, dat hij wilde voorkomen dat die jongen bij de auto zou komen, omdat aangever de politie wilde laten komen. [medeverdachte 1] en aangever zijn richting de kerk gerend en werden daarbij uiteindelijk gevolgd door de overige twee verdachten. Aangever heeft verklaard dat er toen ineens een knuppel was, dat hij aan alle kanten werd geraakt en op de grond terecht kwam. Aangever is vervolgens geschopt en geslagen, ook met de knuppel. Hij heeft erkend dat hij zelf ook één van de jongens heeft geraakt met het zadel. Dit was toen hij al op de grond lag. Getuigen hebben gezien dat [medeverdachte 2] ‘flink heeft geworsteld’ met het slachtoffer en dat [medeverdachte 1] het slachtoffer meermalen met de vuist heeft geslagen. [medeverdachte 2] heeft zelf verklaard dat hij aangever heeft geslagen. Verdachte heeft verklaard dat hij aangever heeft geschopt zodat hij op de grond zou blijven. Aangever is uiteindelijk bewusteloos op straat aangetroffen. Hij bleek divers letsel te hebben en een tand uit zijn onderkaak te missen. Oordeel hof Op grond van het voorgaande kan het primair ten laste gelegde wettig en overtuigend worden bewezen. Anders dan de raadsman heeft bepleit kan op grond van de verklaring van aangever ook worden bewezen dat er geslagen is met een knuppel. Op de camerabeelden is te zien dat [medeverdachte 2] inderdaad met een knuppel in zijn handen loopt, waarbij hij met de knuppel wijst in de richting waarin [medeverdachte 1] en aangever zijn gelopen. Dat medeverdachte [medeverdachte 2] de knuppel uit de kofferbak heeft gehaald en vlak daarna heeft teruggelegd is niet op de beelden te zien en acht het hof niet aannemelijk. De knuppel is door de politie ook niet in de kofferbak maar in de auto, tussen de achterbank en de passagiersstoel aangetroffen. Ook kan worden bewezen dat aangever is geschopt. Niet alleen aangever dit heeft verklaard, verdachte heeft dit ook zelf erkend. Uit het voorgaande leidt het hof af dat verdachte opzet heeft gehad op de verschillende binnen een kort tijdsbestek op het slachtoffer uitgeoefende geweldshandelingen, daaraan een voldoende significante bijdrage heeft geleverd, en dat ook overigens aan de vereisten voor bewezenverklaring van openlijke geweldpleging is voldaan. Bewezenverklaring Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: primair:hij op november 2016 in de gemeente [plaats] openlijk, te weten op of aan de openbare weg, [straat 1], in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer], welk geweld bestond uit het - meermalen op/tegen het lichaam stompen/slaan en - meermalen op/tegen het lichaam schoppen/trappen en - meermalen met een honkbalknuppel op/tegen het lichaam slaan. Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken. Strafbaarheid van het feit Het primair bewezen verklaarde levert op: openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen. Strafbaarheid van de verdachte Beroep op noodweer(-exces) Door de verdediging is ter terechtzitting van het hof een beroep gedaan op noodweer, dan wel noodweerexces. Het slaan op de auto, het achterna rennen en dreigen met een zadel(pen) als wapen, het daadwerkelijke slaan daarmee en het achter een tweede medeverdachte aanrennen, levert/leveren één of meer ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.