GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Arnhem afdeling civiel recht, handel zaaknummer gerechtshof 200.196.776 (zaaknummer rechtbank Gelderland, team kanton en handelsrecht, zittingsplaats Arnhem, 286957) arrest van 14 augustus 2018 in de zaak van [appellant] , wonende te [woonplaats] , appellant, in eerste aanleg: eiser, hierna: [appellant] , advocaat: mr. J.D. Nijenhuis, tegen: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Gezondheidscentrum voor Asielzoekers B.V., gevestigd te [kantoorplaats] , geïntimeerde, in eerste aanleg: gedaagde, hierna: GCA, advocaat: mr. B.T.J.A. van Aalst. 1Het verdere verloop van het geding in hoger beroep 1.1 Het hof neemt de inhoud van het tussenarrest van 26 september 2017 hier over. 1.2 Op 11 juli 2018 heeft een comparitie van partijen plaatsgevonden, die niet tot een schikking heeft geleid. 2.2 Vervolgens heeft het hof arrest bepaald op het partijdossier van [appellant] . 2.3 [appellant] vordert in hoger beroep - samengevat - dat het hof het vonnis van de rechtbank Gelderland van 16 maart 2016 zal vernietigen en, opnieuw recht doende, bij arrest, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, voor recht zal verklaren dat GCA jegens [appellant] aansprakelijk is voor alle schade die [appellant] heeft geleden als gevolg van het niet verlengen van de samenwerkingsovereenkomst tussen GCA en [appellant] , met veroordeling van GCA tot betaling van deze schade aan [appellant] , nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet en te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van de dagvaarding in eerste aanleg tot aan de dag van algehele betaling en met veroordeling van GCA in de kosten van beide instanties. 3. De vaststaande feiten 3.1 [appellant] heeft vanaf [jaar] een huisartsenpraktijk gevoerd en sindsdien ook zorg in asielzoekerscentra verleend. 3.2 Tot [jaar] verleende [appellant] die zorg in opdracht van het Centraal Orgaan Asielzoeker (COA) via het Medisch Orgaan Asielzoekers (MOA), een entiteit van Zilveren Kruis. Sinds 1 januari 2009 wordt de zorg na aanbesteding uitgevoerd door Menzis, die daartoe GCA heeft opgericht. 3.3 In de overeenkomsten die [appellant] met GCA met betrekking tot de jaren [jaar] (ondertekend op 30 december 2008) en 2010 (ondertekend op 18 januari 2010) heeft gesloten, is onder meer het volgende vastgelegd: “(…) in aanmerking nemende: a. dat een nieuwe organisatie en bekostiging van zorg voor asielzoekers, afspraken nodig maakt over de contractering van huisartsen die zorg leveren aan asielzoekers. b. onder huisartsenzorg voor asielzoekers wordt verstaan de bindende afspraken tussen beroepsbeoefenaren en GC A over de inhoud en omvang van de zorg (…). Voor de inhoud van de huisartsenzorg wordt uitgegaan van: “Het aanbod Huisartsgeneeskundige Zorg. LHV juli 2004” (…) Artikel 2 Structureel samenwerkingsverband 1. Tussen het GC A en de beroepsbeoefenaar bestaat een structureel samenwerkingsverband. 2. Op basis van deze samenwerkingsovereenkomst: a. houdt de beroepsbeoefenaar praktijk op het gebied van huisartsenzorg voor asielzoekers ingeschreven in GC A en stelt het GC A faciliteiten ten behoeve van de praktijkvoering ter beschikking. (…) b. de beroepsbeoefenaar verbindt zich om de volgende vorm van zorg te leveren (…): - 7 x 24 uurszorg (…) Artikel 3 Zelfstandige praktijkvoering door beroepsbeoefenaar (…) 5. Het GC A en de beroepsbeoefenaar maken ten behoeve van de beroepsbeoefenaren werkafspraken of protocollen. Deze werkafspraken, evenals landelijke standaarden en richtlijnen maken onderdeel uit van deze samenwerkingsovereenkomst, (…) Artikel 6 Kwaliteit en samenwerking 1. De beroepsbeoefenaar verleent persoonlijk, overeenkomstig de inzichten van de beroepsgroep zorg aan patiënten die aan haar/zijn zorg zijn toevertrouwd, daarbij rekening houdend met de kwetsbaarheid van deze doelgroep. 2. De beroepsbeoefenaar neemt bij de praktijkvoering de zorg van een goed hulpverlener in acht en handelt daarbij in overeenstemming met de op haar/hem rustende verantwoordelijkheid, voortvloeiende uit de voor zorgaanbieders van haar/zijn discipline geldende professionele standaard. (…) 5. De beroepsbeoefenaar draagt bij aan het optimaal realiseren van huisartsenzorg voor asielzoekers in het GC A. Partijen nemen daarbij als richtlijn dat gemiddeld 4 uren per week per 100 bewoners wordt besteed aan huisartsgeneeskundige activiteiten. De beroepsbeoefenaar neemt deel aan overlegsituaties, waarvan door partijen is vastgesteld dat deelname noodzakelijk is. Artikel 8 Duur en opzegging Deze samenwerkingsovereenkomst wordt aangegaan per 1 januari 2009 (respectievelijk 1 januari 2010, hof) voor een periode van minimaal 1 jaar, die stilzwijgend wordt verlengd voor telkens 1 jaar, behoudens onmiddellijke opzegging, zoals geregeld in lid 3 van dit artikel. 2. Ondergetekenden zullen tenminste 3 maanden voor het einde van de looptijd van de samenwerkingsovereenkomst met elkaar de werkzaamheden evalueren en treden met elkaar in overleg over eventuele wijzigingen/aanvullingen in de voorwaarden van een deze overeenkomst. 3. Deze samenwerkingsovereenkomst is onmiddellijk opzegbaar: (…)” 3.4 De samenwerkingsovereenkomst met betrekking tot 2010 is met zes maanden verlengd. De voorwaarde, waaronder dit is gebeurd, is vastgelegd in een brief van GCA aan [appellant] van 30 december 2010: “(…) De samenwerkingsovereenkomst 2010 wordt door middel van deze brief (conform artikel 8 ad.1) verlengd. (…) Zoals met u overlegd in aanwezigheid van (…) is gesproken over het verbeteren van de samenwerking met de Praktijkverpleegkundige en doktersassistenten. U zou daarvoor een plan maken met de huidige regiomanager (…). Wanneer deze samenwerking naar tevredenheid verloopt heeft de heer (…) het voornemen om te evalueren vòòr 1 april 2011 om dan te bepalen de samenwerkingsovereenkomst te verlengen voor 2011. (…)” 3.5 In een brief van de Inspectie voor de Gezondheidszorg (verder ook: IGZ) aan mevrouw [naam medewerker] (verder: [naam medewerker] ), manager bij GCA, van 24 januari 2011 staat onder meer het volgende: “(…) Zoals u bekend is, voert de Inspectie (…) momenteel een thematisch onderzoek uit naar de kwaliteit van de gezondheidszorg voor asielzoekers. (…) Vooruitlopend op deze geaggregeerde rapportage meld ik u hierbij een bevinding uit het thematisch onderzoek, die naar het oordeel van de inspectie leidt tot dermate grote risico’s in de zorgverlening aan asielzoekers dat de inspectie van mening is dat met het nemen van maatregelen niet gewacht mag worden tot de geaggregeerde rapportage beschikbaar is. In deze brief ga ik nader in op deze bevinding, de conclusie en het oordeel van de inspectie hierover en wat de IGZ in dit kader van het GCA verwacht. Bevinding van de inspectie Op 4 oktober jl. heeft de IGZ de opvanglocatie [plaats] bezocht en daar gesproken met de heer [appellant] (huisarts). De IGZ heeft in dit gesprek getoetst in hoeverre op de locatie [plaats] wordt voldaan aan de norm voor de beschikbare capaciteit voor huisartsgeneeskundige activiteiten (incl. overlegsituaties). In de conceptrapportage die de IGZ n.a.v. dit bezoek heeft opgesteld, heeft de IGZ hierover de volgende opmerking opgenomen: ‘De capaciteit van [plaats] is 450 bewoners. Volgens de norm dient er voor huisartsgeneeskundige activiteiten (incl. overlegsituaties) 18 uur beschikbaar te zijn. De gecontracteerde huisarts houdt 1x per week een spreekuur op het centrum. Daarnaast houdt een collega-arts 2x per week spreekuur, onder supervisie van de gecontracteerde huisarts. De collega-arts is geen geregistreerd huisarts, maar in Nederland als basisarts ingeschreven. (…) De gecontracteerde huisarts is eindverantwoordelijk voor de huisartsenzorg in [plaats] . Hij heeft ongeveer maandelijks overleg met de basisarts om zaken door te nemen. (…)’ Conclusie van de inspectie De inspectie concludeert hieruit dat het GCA op de locatie [plaats] niet voldoet aan de norm dat ‘gemiddeld 4 uur per week per 100 bewoners beschikbaar is voor huisartsgeneeskundige activiteiten (incl. overlegsituaties)’. De arts die 2x per week de spreekuren uitvoert is namelijk geen geregistreerde huisarts. Deze basisarts zou werkzaam zijn onder supervisie van de heer [appellant] , maar de heer [appellant] voldoet niet aan de voorwaarden die de IGZ stelt aan het verantwoord werken onder supervisie. Deze voorwaarden zijn: . De supervisor moet zich er van overtuigd hebben dat de gesuperviseerde bekwaam is in de handelingen die hem worden opgedragen. . De supervisor moet bekwaam zijn om de gesuperviseerde te beoordelen en bij te staan. . De supervisor is mede verantwoordelijk voor het handelen van de gesuperviseerde en als zodanig ook tuchtrechtelijk aanspreekbaar. . De supervisor geeft de gesuperviseerde per patiënt opdracht over de uit te voeren handelingen en controleert nadien het handelen. . De supervisor moet direct beschikbaar zijn voor overleg en toezicht en moet aldus de mogelijkheid voor tussenkomst gegarandeerd hebben. . Er moeten goede, eenduidige afspraken over de supervisie en de daarmee gepaard gaande taakdelegatie op schrift staan. Oordeel van de inspectie De inspectie is van oordeel dat het feit dat het GCA op de locatie [plaats] niet voldoet aan de capaciteitsnorm voor huisartsgeneeskundige activiteiten een hoog risico oplevert voor de kwaliteit van de huisartsenzorg voor asielzoekers. Handhavingsmaatregel Ik verzoek u om er zorg voor te dragen dat de capaciteit en daarmee de kwaliteit voor huisartsgeneeskundige activiteiten op de locatie [plaats] binnen 4 weken voldoet aan de gestelde norm en mij vóór 1 maart a.s. schriftelijk te rapporteren over de door u genomen maatregelen en het resultaat hiervan. (…)” 3.6 Bij e-mailbericht van 2 februari 2011 heeft GCA het volgende aan [appellant] bericht: “(…) Alvast ter voorbereiding op spoedig overleg het volgende: (…) Daarnaast heeft de Inspectie aangegeven dat de wijze waarop nu op sommige locaties basisartsen worden ingezet niet conform richtlijnen zijn LHV (basisartsen die als huisarts werken). Zowel MCA als Menzis hebben GCA laten weten dat deze situatie onacceptabel is en dient te veranderen, juist vanwege de civielrechtelijke aansprakelijkheid. (…) Deze week zal ik een advies schrijven aan [naam medewerker] waarin ik aangeef dat we uiteraard alleen met geregistreerde huisartsen werken en dat we tevens richtlijnen hebben hoe de supervisie geregeld wordt, indien op tijdelijke basis gebruik gemaakt wordt van basisartsen (…). In ieder geval betekent het voor jou dat we snel afspraken moeten maken over de supervisie van [naam] op de locatie [plaats] (…) en dat het transparant moet zijn hoe en wanneer die feitelijk onwenselijke situatie eindigt. We volgen daarmee de richtlijnen van de LHV, maar zullen dat nog vanuit GCA perspectief toelichten. (…)” 3.7 In een e-mailbericht van [appellant] aan GCA van 20 februari 2011 is het volgende vermeld: “(…) Sinds mei 2009, is [naam basisarts] bij mij werkzaam als basisarts voor het verrichten van een deel van de huisartsgeneeskundige spreekuren in het AZC te [plaats] . (…) Er wordt hier mi ruimschoots voldaan aan de norm van 18 uur beschikbaarheid. (…) Voor wat betreft de voorwaarden zoals die door IGZ zijn gesteld in hun brief van 24 januari 2011 zijn bespreekbaar en voor zover mogelijk realiseerbaar en daar waar mogelijk te verbeteren. Voor wat betreft het werken met een bekwaam basisarts is bespreekbaar en moet worden herzien mbt het verbeteren van de supervisie. (…) Indien het niet anders kan, moet voor [naam basisarts] een vervanger huisarts gezocht worden, daar is veel tijd voor nodig wegens geringe interesse van “beschikbare huisartsen”. (…) Tenslotte ben ik opzoek naar een HIDHA die bij mij in de praktijk 2 dagen en 2 dagdelen een dienstverband wil aangaan, met een voorwaarde minimaal twee dagdelen te besteden aan het huisartsenspreekuur voor het AZC [plaats] . (…)” 3.8 In een brief van GCA aan IGZ van 28 februari 2011, met cc aan [appellant] , staat: “(…) informeren wij u via deze brief over de genomen maatregelen inzake de capaciteit en kwaliteit van de huisartsgeneeskundige zorg activiteiten op de locaties [plaats] (…) Voor de verbetering van de situatie volgen wij een tweesporenbeleid. Voor de korte termijn is geregeld dat de superviserende huisartsen en de basisarts de supervisie invullen conform de voorwaarden die de IGZ daaraan stelt, en die aansluiten bij de code van de Landelijke Huisartsenvereniging (LHV) en de Koninklijke Nederlandse Maatschappij tot bevordering van de Geneeskunde (KNMG). Gezondheidscentrum Asielzoekers (GC A) ontvangt een schriftelijke kopie van de samenwerkingsovereenkomst tussen de superviserende huisartsen en gesuperviseerde arts waarin de voorwaarden zijn omschreven en ondertekend. Betreffende overeenkomst is geldig tot uiterlijk 31 december 2011. GC A zal zich tot het uiterste inspannen om ervoor zorg te dragen, dat op uiterlijk 1 januari 2012 er op de centra gewerkt wordt met geregistreerde huisartsen. Op maandag 21 februari jl. heeft mevrouw [naam] , hoofd zorguitvoering bij GC A, de heer [naam] , inspecteur, over deze aanpak geraadpleegd, gegeven de onmogelijkheid om voor 1 maart over een andere geregistreerde huisarts te kunnen beschikken. De heer [naam] heeft aangegeven zich in de aanpak te kunnen vinden, en daarbij expliciet aangegeven dat de situatie een tijdelijk karakter mag hebben. (…)” 3.9 In een brief van IGZ aan GCA van 17 maart 2011 staat: “(…) Uw brief van 28 februari jl. heb ik in goede orde ontvangen. U reageert hiermee op de brief van IGZ van 24 januari jl. en het daaropvolgend gesprek van 3 februari jl. waarin wij het LHV-standpunt m.b.t. ‘supervisie’ hebben gegeven. U geeft in uw brief aan welke verbetermaatregelen u treft om voor de korte termijn de capaciteit en kwaliteit van de huisartsgeneeskundige activiteiten op de locaties [plaats] (…) conform de normen te waarborgen. Voor de wat langere termijn geeft u aan zich tot het uiterste te zullen inspannen om ervoor zorg te dragen dat op uiterlijk 1 januari 2012 er op de centra gewerkt wordt met geregistreerde huisartsen. U geeft hiermee op dit onderdeel invulling aan de voorwaarden voor verantwoorde zorg. Ik vertrouw erop dat u de beschreven maatregelen uitvoert en sluit hiermee deze casus af. (…)” 3.10 In april 2011 is tussen [appellant] en [naam basisarts] een supervisie overeenkomst gesloten, die zij beiden op 27 april 2011 hebben ondertekend. 3.11 In een brief van 13 juli 2011 van GCA aan [appellant] staat: “(…) Tijdens ons overleg op 27 april 2011 (…) is afgesproken dat de samenwerkingsovereenkomst voor het AZC [plaats] geldig is tot 1 januari 2012. In september 2011 zal een evaluatie plaatsvinden. Deze evaluatie heeft als doel om te bezien hoe de zorg tot dan is ingevuld en of beide partijen tevreden zijn over de samenwerking. Er wordt dan ook uitdrukkelijk gesproken over een eventuele verlenging van de samenwerkingsovereenkomst voor 2012. (…)” 3.12 In een e-mailbericht van GCA aan [appellant] van 5 augustus 2011 staat: “(…) Afgelopen dinsdag hebben we de situatie rondom de inzet van [naam basisarts] gesproken. Wij zijn van mening dat de inzet van [naam basisarts] onder supervisie is toegestaan tot einde 2011. Dus vandaar dat ik jou vroeg of je al nagedacht hebt over een vervolgoplossing. Jij gaf aan dat jij meent van inspectie begrepen te hebben dat voortgang met [naam basisarts] ook in 2012 kan. Indien jij dit schriftelijk kunt aantonen, ben ik graag bereid dit intern in overweging te nemen. We verzoeken jou wel dit voor ons gesprek in september zwart op wit te hebben. Zolang dat er niet is, gaan wij er vanuit dat er vanaf 2012 een andere oplossing moet komen. We zullen jou dan ook vragen wat jij daaraan reeds hebt gedaan en hoe je de HA uren in [plaats] op denkt te vangen met ingang van 2012. (…)” 3.13 In een brief van GCA aan [appellant] van 14 september 2011 staat: “(…) In aanvulling op de brief (…) geef ik hierbij aan dat de huidige geldende overeenkomst van rechtswege eindigt op 1-1-2012, conform artikel 8.1. Op 21 september 2011 evalueren we, in aanwezigheid van (…) de samenwerking conform het gestelde in artikel 8.2 van bedoelde samenwerkingsovereenkomst. Deze evaluatie heeft als doel om te bezien hoe de zorg tot dan is ingevuld en of beide partijen tevreden zijn over de samenwerking. (…) Tevens verzoeken we u om de overzichten van de dagelijkse supervisie van de heer [naam basisarts] aan ons ter inzage te geven. (…) Een nieuw contract tussen beide partijen is alleen mogelijk indien voor oktober 2011 overeenstemming wordt bereikt omtrent de in te zetten HVRC geregistreerde huisarts ter vervanging van de heer [naam basisarts] (…).” 3.14 Bij e-mailbericht van 30 september 2011 heeft GCA het volgende aan [appellant] bericht: “(…) Ik had nog een verduidelijkende e-mail beloofd. Bij deze: Het contract met GC A eindigt eind 2011 van rechtswege. De enige mogelijkheid, die wij zien om het contract met jou als contractant voort te zetten, is als jij een geregistreerde Huisarts hebt gevonden, die (net als [naam basisarts]
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.