GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Leeuwarden afdeling civiel recht, handel zaaknummer gerechtshof 200.236.310/01 (zaaknummer rechtbank Midden-Nederland 5742521) arrest van 30 oktober 2018 in het incident in de zaak van: Sunclubcard Nederland B.V., gevestigd te Lelystad, appellante, tevens eiseres in het incident, in eerste aanleg: gedaagde in conventie, eiseres in reconventie, hierna: Sunclubcard, advocaat: mr. D. Talsma, kantoorhoudend te Dronten, tegen Levago Holding B.V., gevestigd te Lelystad, geïntimeerde, tevens verweerster in het incident, in eerste aanleg: eiseres in conventie, verweerster in reconventie, hierna: Levago, advocaat: mr. Ch. Y.M. Moons, kantoorhoudend te Amsterdam. 1Het geding in eerste instantie 1.1 In eerste aanleg is geprocedeerd en beslist zoals weergegeven in de vonnissen van 3 mei 2017 en 15 november 2017 van de kantonrechter in de rechtbank Midden-Nederland, locatie Lelystad (hierna: de kantonrechter). 2Het geding in hoger beroep 2.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: - de appeldagvaarding van 13 februari 2018; - de memorie van grieven tevens wijziging van eis (met producties) van 12 juni 2018; - de memorie van antwoord van (met één productie) 21 augustus 2018; - het verzoek tot schorsing tenuitvoerlegging ex artikel 351 Rv (met producties) van 21 augustus 2018; - de memorie van antwoord in het schorsingsincident ex artikel 351 Rv van 4 september 2018. 2.2 Sunclubcard vordert in het incident "voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad dat de uitvoerbaarheid bij voorraad, uitgesproken bij het bestreden vonnis, hangende de onderhavige procedure wordt geschorst althans subsidiair wordt beperkt in die zin dat Levago zich zal onthouden van het aanvragen van het faillissement van Sunclubcard." 2.3 Levago heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring, dan wel tot afwijzing van de incidentele vordering, met veroordeling van Sunclubcard in de kosten van het incident, uitvoerbaar bij voorraad. 2.4 De zaak stond op de rol van 18 september 2018 voor fourneren in het incident. De ingediende procesdossiers waren niet compleet en zijn om die reden teruggestuurd. Op de rol van 2 oktober 2018 hebben partijen de (aanvullende) stukken overgelegd voor het wijzen van arrest in het incident. Arrest is bepaald op heden. 3De feiten, het geschil en de beslissing in eerste aanleg 3.1 Het gaat in deze zaak - uitgaande van de weergave van de feiten in het vonnis van de kantonrechter van 15 november 2017 - over het volgende. 3.2 Sunclubcard huurt bedrijfsruimte van Levago. Het betreft hier kantoorruimte aan de Ketelmeerstraat 150 te Lelystad. De huur bedraagt € 6.238,58 inclusief btw per maand, bij vooruitbetaling te voldoen. De huurovereenkomst loopt tot 1 september 2019 en is per die datum opgezegd door Sunclubcard. 3.3 Op enig moment is een achterstand in de betaling van de huur ontstaan. Partijen hebben in november 2016 een afbetalingsregeling getroffen waarbij tevens is afgesproken dat een schadeclaim van Sunclubcard daarmee is afgedaan. 3.4 In eerste aanleg heeft Levago in conventie gevorderd dat Sunclubcard wordt veroordeeld tot betaling van verschillende bedragen vanwege huurachterstand, achterstallige bedragen op grond van de afbetalingsregeling, contractuele boetes, buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke handelsrente. Ook heeft Levago ontbinding van de huurovereenkomst en een veroordeling van Sunclubcard tot ontruiming van de bedrijfsruimte gevorderd. In reconventie heeft Sunclubcard gevorderd dat Levago wordt veroordeeld tot betaling van schadevergoeding, kwijtschelding van het restant van de waarborgsom en ontbinding van de huurovereenkomst indien Levago niet in gesprek wil met een door Sunclubcard voorgestelde onderhuurder. 3.5 In het eindvonnis van 15 november 2017 heeft de kantonrechter in conventie de ontbinding van de huurovereenkomst uitgesproken en Sunclubcard veroordeeld tot ontruiming over te gaan. Verder is Sunclubcard veroordeeld tot betaling van: - € 6.226,18 plus een bedrag van € 3.113,08 per elke eerste vrijdag van de maand met ingang van 3 maart 2017 tot en met 2 juni 2017 op grond van de afbetalingsregeling; - € 8.977,16 aan huur over de maanden januari en februari 2017; - € 6.238,58 per maand vanaf 15 maart 2017 tot 15 november 2017; - € 1.815,- aan buitengerechtelijke incassokosten; - een bedrag overeenkomend met zes maanden huur (€ 37.431,48) te verminderen met huurinkomsten die Levago van een derde ontvangt in de periode van zes maanden na de ontbinding van de huurovereenkomst. Eén en ander met nevenveroordelingen (rente) en met veroordeling van Sunclubcard tot betaling van de proceskosten, alles uitvoerbaar bij voorraad. 3.6 De vorderingen van Sunclubcard in reconventie zijn door de kantonrechter afgewezen en Sunclubcard is verwezen in de kosten, uitvoerbaar bij voorraad. 4De beoordeling in het incident 4.1 Sunclubcard heeft in het incident subsidiair gevorderd dat de uitvoerbaarheid bij voorraad van het beroepen vonnis wordt beperkt in die zin dat Levago zich zal onthouden van het aanvragen van het faillissement van Sunclubcard. Levago heeft dit onderdeel van de vordering zo begrepen, dat Sunclubcard het hof vraagt om Levago te verbieden het faillissement van Sunclubcard aan te vragen. Het hof sluit zich aan bij deze uitleg van de vordering. 4.2 Met Levago is het hof van oordeel dat deze vordering niet kan worden gegrond op art. 351 Rv. Dat neemt echter niet weg dat Sunclubcard hangende het hoger beroep een voorlopige voorziening kan vragen (art. 223 Rv) of een andere, niet in de wet geregelde incidentele vordering kan instellen. De subsidiaire vordering van Sunclubcard is echter geen provisionele vordering, omdat het gevraagde verbod voor Levago het faillissement van Sunclubcard aan te vragen, niet samenhangt met de hoofdvordering (art. 223 lid 2 Rv). 4.3 De subsidiaire vordering van Sunclubcard kan evenmin als een niet in de wet geregeld incident worden aangemerkt. Een incident is een (processuele) vordering die hangende het geding en naar aanleiding daarvan wordt ingesteld. De subsidiaire vordering van Sunclubcard is echter een zelfstandige vordering tot het opleggen van een rechterlijk verbod aan Levago. Desgewenst kan Sunclubcard deze vordering in kort geding aanhangig maken. In dit incident stuit haar subsidiaire vordering echter af op hetgeen hiervoor is overwogen. 4.4 Resteert de vraag of er voldoende grond bestaat voor schorsing van de executie van het vonnis waarvan beroep op de voet van art. 351 Rv. Het hof stelt bij deze beoordeling de volgende maatstaven voorop, onder verwijzing naar het arrest van de Hoge Raad van 20 maart 2015 (ECLI:NL:HR:2015:688): (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.