GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Leeuwarden afdeling civiel recht, handel zaaknummer gerechtshof 200.242.930/01 (zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 6393776) arrest van 26 november 2019 in de zaak van [appellant] h.o.d.n. De Gouden Hand, wonende te [A] , appellant, in eerste aanleg: eiser, hierna: [appellant], advocaat: mr. J. Doornbos, kantoorhoudend te Groningen, tegen [geïntimeerde] h.o.d.n. Derrik, wonende te [B] , geïntimeerde, in eerste aanleg: gedaagde, hierna: [geïntimeerde], advocaat: mr. J.D. Nijenhuis, kantoorhoudend te Leeuwarden. 1Het geding in eerste aanleg Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar de inhoud van de vonnissen van 12 december 2017 en 27 maart 2018 die de kantonrechter van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, heeft gewezen. 2Het verdere verloop van het geding in hoger beroep 2.1 Het hof neemt de inhoud van het tussenarrest van 25 september 2018 hier over. 2.2 Het verdere verloop blijkt uit: - het proces-verbaal van de comparitie van partijen van 21 januari 2019, - de memorie van grieven met productie, - de memorie van antwoord. 2.3 Vervolgens hebben partijen de stukken voor het wijzen van arrest aan het hof overgelegd en heeft het hof arrest bepaald. 3De vaststaande feiten 3.1 Het hof gaat in hoger beroep uit van de feiten zoals beschreven in de rechtsoverwegingen 2.1 tot en met 2.11 van het bestreden vonnis van 27 maart 2018, nu daartegen geen grieven zijn gericht en ook anderszins niet is gebleken van bezwaren tegen de feitenvaststelling. 3.2 [appellant] heeft in opdracht van [geïntimeerde] op 10 oktober 2016 in onderaanneming een betonvloer gestort bij en ten behoeve van autowascentrum De Wasbeer B.V. te Kollum (hierna: De Wasbeer). Voorafgaand aan de opdracht heeft [appellant] per e-mail een akkoord gekregen van [geïntimeerde] op de door hem gedane prijsopgave. De betonvloer is op een bestaande vloer gestort. 3.3 [appellant] heeft [geïntimeerde] op 15 oktober 2016 een factuur gestuurd voor de door hem verrichte werkzaamheden van in totaal € 10.350,34 inclusief btw. Op de factuur staat onder meer het volgende: "(…) 8 Certificaat vloeistofdichtheid € 125,00 (…)" 3.4 [geïntimeerde] heeft op 22 november 2016 € 4.000,- aan [appellant] betaald. 3.5 Op 12 december 2016 heeft [appellant] [geïntimeerde] gemaild met de vraag of het klopte dat de factuur nog niet volledig was betaald. In antwoord daarop heeft [geïntimeerde] op 23 december 2016 het volgende aan [appellant] geschreven: "(…) Ben vandaag bij de heer [C] geweest, (de WASBEER Kollum) met hem gesproken over beton vloer, er komt een bouw kundig inspecteur die de vloer gaat keuren hij gaat de vloer ook optisch bekijken deze uitslag is door slag gevend (…)" 3.6 [appellant] heeft op 27 december 2016 het volgende aan [geïntimeerde] gemaild: "(…) De betonvloer is op 10 oktober door ons gestort en op 14 oktober is er contact geweest met de heer [C] (…). In dit contact (per app) geeft hij aan erg tevreden te zijn over het eindresultaat van de door ons gestorte betonvloer in Kollum. Op 15 oktober is de factuur van de door ons gestorte betonvloer in Kollum naar u gestuurd, met een betalingstermijn van 8 dagen (zoals vastgelegd in onze voorwaarden). Na diverse pogingen om met u in contact te komen omdat er nog niet betaald is, meldt u dat u niet tevreden bent over de betonvloer. U gaf echter in dit gesprek pas aan dat er scheuren in de betonvloer zouden zitten. Na dit contact heb ik direct actie ondernomen door zelf de vloer te beoordelen en vervolgens hebben op mijn verzoek twee externe mensen (Directeur v.d. Betoncentrale en een betontechnoloog) de vloer beoordeeld. Beide gaven aan dat, ondanks dat er wat scheurvorming was opgetreden, de vloer voldoet aan de gesteld vereisten. Tevens heb ik u voorgesteld, om waar nodig de vloer te repareren. Op dit verzoek is niet gereageerd. Vervolgens stuurt u mij een mail, waarin u aangeeft dat er een externe betontechnoloog de vloer gaat beoordelen en dat zijn conclusie bindend is. Graag zou ik van u willen weten welke externe betontechnoloog er komt en wanneer hij de vloer gaat beoordelen, zodat ik ook hierbij aanwezig kan zijn. (…) Vanuit het oogpunt van de Gouden Hand vind ik dat wij er alles aan hebben gedaan om dit "probleem" op te lossen. Daarom verzoek ik u nogmaals om aan uw betalingsverplichting te voldoen en het nog openstaande bedrag binnen 8 dagen te betalen. (…)" 3.7 [geïntimeerde] heeft op 27 december 2016 als volgt geantwoord: "(…) Zeg ook namens de heer [C] , dat de vloer mooi is maar (…) dat deze scheuren in de loop van de tijd toch problemen gaan geven zeker met milieu. Heb jou gevraagd dat je deze vloer kon bekijken en kon maken waarop jij dit geen probleem vond om op een bestaande vloer te storten Heb je gevraagd hoe dik en hoeveel ijzer er in moest Je hebt op een gegeven moment aangegeven dat beton niet hoefde want je had iets nieuws KUNSTSTOF VEZEL, dit zou het helemaal wezen, wij zijn hier mee akkoord gegaan , het zou wat meer kosten prima en de kleur zou ook duurder wezen ook prima, is zeker heel mooi bij dit geheel, (…) heb zeker gereageerd op je voorstel qua reparatie (…)" 3.8 Op 17 januari 2017 heeft [geïntimeerde] het volgende aan [appellant] gemaild: "(…) aandacht punt scheuren in beton vloer 17-1-2017 heb ik contact gehad met dhr. [C] Waaruit hij mij melde dat er meer scheur vorming in de vloer zit Jij melde mij dat er 2 mensen hebben gekeken naar deze vloer Wou gaarne hun bevindingen op papier zien Dat er wat loos is, is nu wel duidelijk (…)" 3.9 [appellant] heeft bij e-mailbericht van 19 januari 2017 het volgende aan [geïntimeerde] geschreven: "(…) Voor mijn vakantie op 29 december heb ik telefonisch contact met jou gehad, hierin heb ik jou uitdrukkelijk verzocht om voor 4 januari met een reactie naar mij te komen, zodat we deze zaak kunnen gaan oplossen. Ik heb helaas niets meer gehoord. Vervolgens bel ik jou afgelopen 17 januari, je neemt niet op en nu krijg ik onderstaand mailtje.. Dit was niet afgesproken, we zouden het gaan oplossen. Er is inmiddels meer dan genoeg gezegd en geschreven over deze vloer. Jij zou een onafhankelijk persoon hier naar laten kijken. Is dat inmiddels gebeurd en wat zijn zijn bevindingen? Zelf ben ik gisteren nog even wezen kijken bij de vloer, ik zie absoluut niet dat het erger is geworden. Ook staat er in de voorwaarden op de offerte dat scheurvorming altijd een risico is.. Tevens heb ik meerdere keren aangegeven dat ik het waar nodig wel bereid ben om wat te repareren. (…) Ik zie dan ook geen enkele reden meer waarom de factuur niet betaald kan worden. Overigens hebben jullie de vloer al geruime tijd in gebruik. (…)" 3.10 Na een rappel van [appellant] op 6 februari 2017 heeft [geïntimeerde] op 7 februari 2017 het volgende aan [appellant] gemaild: "(…) Tijd gaat snel, als je dit verhaal uitbesteed, moet je die gene even een goedje meegeven waarmee hij de vloer weer vast plakt aan de bestaande vloer , - vloer laat los op bestaande vloer - vloer laat ik keuren op vloeistof dichtheid door de firma MOCO BOUW te Heereveen, dit kan niet met vries weer zodra datum bekend is, laat ik het U weten - en er is meer scheur vorming bij gekomen (…)." 3.11 Op 18 mei 2017 heeft E.C.O. Inspections namens Mokobouw Service B.V. (hierna: Mokobouw) een inspectie uitgevoerd om vast te stellen of de betonvloer vloeistofdicht is. In haar rapporten van 24 mei 2017 heeft E.C.O. Inspections - zowel ten aanzien van Wasboxen 1 en 2 als ten aanzien van Wasboxen 3, 4 en 5 - het volgende geschreven: "(…) Op 18 mei 2017 heeft E.C.O. Inspections B.V. een meting volgens protocol 6704 van de AS SIKB 6700 uitgevoerd bij Carwash de Wasbeer (…) te Kollum. Hierbij is niet afgeweken van het protocol. (…) Tijdens de inspectie zijn geen tekortkomingen geconstateerd waarbij een nader onderzoek noodzakelijk is. (…) De voorziening is vloeistofdicht bevonden. Er is een Verklaring Vloeistofdichte Voorziening toegevoegd aan de Rapportage. (…)" 3.12 Mokobouw heeft voor de inspectie van de vloeren een bedrag van € 4.374,80 inclusief btw in rekening gebracht. 4Het geschil en de beslissing in eerste aanleg 4.1 [appellant] heeft in eerste aanleg gevorderd [geïntimeerde] te veroordelen tot betaling van € 6.350,34 inclusief btw, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 24 oktober 2016, de buitengerechtelijke kosten van € 692,52 incl. btw en de proceskosten, waaronder de nakosten. In het petitum van de dagvaarding staat dat het bedrag van € 6.350,34 exclusief btw is, maar dit is een kennelijke verschrijving, gelet op de inhoud van de dagvaarding. 4.2 Ter zitting in eerste aanleg heeft [appellant] bij monde van zijn gemachtigde aangevoerd dat een betalingstermijn van 30 dagen gold, zodat de wettelijke rente vanaf 16 november 2016 verschuldigd is en dat de eis in die zin moet worden gewijzigd. Verder heeft de gemachtigde ter zitting aangegeven dat een veroordeling in de buitengerechtelijke kosten niet aan de orde is, zodat dit eveneens gecorrigeerd dient te worden. De kantonrechter is bij de beoordeling uitgegaan van de verminderde eis. 4.3 De kantonrechter heeft op 27 maart 2018 geoordeeld dat [geïntimeerde] op grond van artikel 6:262 BW gerechtigd was de betaling van de factuur aan [appellant] op te schorten in afwachting van de afgifte door [appellant] van het vloeistofdichtheidscertificaat. De door [geïntimeerde] gemaakte kosten van € 4.374,80 inclusief btw voor het alsnog verkrijgen van het certificaat van vloeistofdichtheid komen voor verrekening in aanmerking. In het verlengde hiervan heeft de kantonrechter een bedrag van € 1.975,54 toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 16 november
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.