← Nederland

ECLI:NL:GHARL:2019:10399

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN zittingsplaats Leeuwarden Zaaknummer : Wahv 200.262.177/01 CJIB-nummer : 223011904 Uitspraak d.d. : 4 december 2019 Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Noord-Holland van 17 juni 2019, betreffende [betrokkene] (hierna: de betrokkene), wonende te [A] . De beslissing van de kantonrechter De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard. Het verloop van de procedure De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend. De betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt. Beoordeling

  1. Artikel 11 van de Wahv verplicht de betrokkene om in de procedure bij de kantonrechter bij sancties van € 225,- of meer zekerheid te stellen voor de betaling van € 225,- en de administratiekosten. De officier van justitie heeft de betrokkene geïnformeerd over deze verplichting. Er is niet (tijdig) zekerheid gesteld.
  2. De betrokkene stelt dat hij de brieven van 26 maart en 13 april nooit heeft ontvangen. Hij is dus niet in de gelegenheid gesteld zekerheid te stellen. Hij zou dit anders zeer zeker gedaan hebben.
  3. Het is vaste rechtspraak dat het bestuursorgaan (in dit geval de officier van justitie) aannemelijk moet maken dat een beslissing of ander relevant document is verstuurd. Als dat aannemelijk is gemaakt, is het aan de geadresseerde om op een niet ongeloofwaardige manier te betwisten dat het document is ontvangen. Slaagt dat, dan is het aan de officier van justitie om aannemelijk te maken dat het document wel is ontvangen.
  4. Uit het dossier blijkt dat de betrokkene in het beroepschrift aan de kantonrechter als adres heeft opgegeven: [a-straat 1] , [A] en dat de brief van de officier van justitie betreffende de zekerheidstelling van 26 maart 2019 is verzonden aan het adres: [a-straat 1R] , [A] . Deze brief is dus niet aan het opgegeven adres van de betrokkene verzonden. Het is het hof voorts ambtshalve bekend dat in de in deze zaak relevante periode de tweede zekerheidsbrief niet is verzonden. Gelet hierop kan de betrokkene niet worden toegerekend dat hij niet tijdig zekerheid heeft gesteld. Daarom kan de beslissing van de kantonrechter niet in stand blijven. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter vernietigen en de zaak terugwijzen naar de rechtbank. 5.Na terugwijzing van de zaak moet de kantonrechter een nieuwe termijn bepalen waarbinnen de betrokkene alsnog zekerheid als bedoeld in artikel 11 van de Wahv kan stellen. Dit moet de griffier van de rechtbank vervolgens aan de betrokkene mededelen. Beslissing Het gerechtshof: vernietigt de bestreden beslissing en wijst de zaak terug naar de rechtbank ter behandeling en beslissing met inachtneming van dit arrest. Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Hiemstra als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.