← Nederland

ECLI:NL:GHARL:2019:10489

WAHV 200.232.000 6 december 2019 CJIB 204129229 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden zittingsplaats Leeuwarden Arrest op het hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam van 24 november 2017 betreffende [betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene), wonende te [A] . De beslissing van de kantonrechter De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het procesverloop De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt. Beoordeling

  1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 140,- opgelegd ter zake van “voertuig zodanig op de weg laten staan dat gevaar wordt/kan worden veroorzaakt of verkeer wordt/kan worden gehinderd”, welke gedraging zou zijn verricht op 29 december 2016 om 11.28 uur op de Roozenoord, ter hoogte van huisnr. 82, te Berkel en Rodenrijs met het voertuig met het kenteken [Y-000-YY] .
  2. De betrokkene vindt dat er te makkelijk een bekeuring is gegeven voor overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW). Hij herkent zich niet in het proces-verbaal en hij wordt hierin gesterkt doordat het niet is ondertekend. Hij blijft volhouden dat er geen andere parkeerplekken beschikbaar waren. Doordat het proces-verbaal niet is ondertekend moet de zaak geseponeerd worden omdat verbalisanten hun verklaring niet hebben bevestigd. De betrokkene was niet aan het parkeren maar stond stil in een straat die geen doorgaande weg is. Hij was al die tijd maximaal zeven meter van zijn bus verwijderd. Er was geen verkeer en hij heeft dus ook niemand gehinderd, laat staan dat er sprake was van gevaarzetting. Op het moment van aanrijden van de politiebus heeft hij zijn auto direct verwijderd.
  3. De gedraging betreft een overtreding van artikel 5 van de WVW, dat luidt: "Het is een ieder verboden zich zodanig te gedragen dat gevaar op de weg wordt veroorzaakt of kan worden veroorzaakt of dat het verkeer op de weg wordt gehinderd of kan worden gehinderd."
  4. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Niet is vereist dat daar een door de ambtenaar ondertekend proces-verbaal aan ten grondslag ligt. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
  5. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens: "Bestelbus stond stil midden in de straat om te laden en lossen echter betrof het hier geen zogeheten laad- en loszone.Verbalisanten zagen dat bestelbus naast een vrij en leeg parkeervak stil stond. Tevens waren er in de gehele straat diverse vrije parkeervakken aanwezig. (…)Wij verbalisanten zagen dat door de wijze waarop de bestuurder/betrokkene zijn bestelbus op de weg had stil staan/geparkeerd had, het voor het overige verkeer, met name de hulpdiensten, geheel onmogelijk om op enige wijze doorgang te vinden. Tijdens het laden en lossen, en de gehele tijd dat betrokkene/bestuurder zijn bestelbus op de weg had stilstaan, weigerde betrokkene/bestuurder alle medewerking en begrip om zijn bestelbus te verzetten dan wel in een daarvoor bestemde naast gelegen parkeervak in te parkeren om het overige verkeer doorgang te laten vinden."
  6. Wat de betrokkene aanvoert geeft geen aanleiding om te twijfelen aan de gegevens in het zaakoverzicht. Daar blijkt uit dat het voertuig van de betrokkene hinderlijk op de weg stond en het overige verkeer er niet langs kon. Dat er op dat moment geen ander verkeer was, doet hier niet aan af. Niet vereist is dat daadwerkelijk hinder of gevaar is ontstaan, ook het creëren van een situatie waarbij dit mogelijk kan ontstaan is verboden. Het hof stelt dan ook vast dat de gedraging is verricht.
  7. Vervolgens zal het hof, gelet op het gevoerde verweer, beoordelen of er omstandigheden zijn die maken dat de sanctie moet worden gematigd of achterwege moet blijven.
  8. Naar oordeel van het hof is de omstandigheid dat er geen parkeerplaatsen beschikbaar waren niet een zodanige omstandigheid. Nog los van het feit dat de betrokkene dit niet aannemelijk heeft gemaakt en uit de verklaring van de ambtenaar blijkt dat er parkeerplaatsen vrij waren, maakt dit niet dat de betrokkene zijn voertuig zodanig op de weg kon laten staan dat hinder en/of gevaar kan worden veroorzaakt.
  9. Gelet op het voorgaande zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen. Beslissing Het gerechtshof: bevestigt de beslissing van de kantonrechter. Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Wijmenga als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.