← Nederland

ECLI:NL:GHARL:2019:10642

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN zittingsplaats Leeuwarden Zaaknummer : Wahv 200.258.626/01 CJIB-nummer : 220109119 Uitspraak d.d. : 11 december 2019 Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam van 10 april 2019, betreffende [betrokkene] (hierna: de betrokkene), wonende te [A] . De beslissing van de kantonrechter De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verloop van de procedure De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om de zaak op een zitting van het hof te behandelen. De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend. De betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt. De zaak is behandeld op de zitting van 27 november

  1. De betrokkene en diens gemachtigde zijn verschenen. De advocaat-generaal is vertegenwoordigd door mr. [B] . Beoordeling
  2. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 95,- voor: “parkeren op een gelegenheid voor onmiddellijk laden en lossen van goederen”. Deze gedraging zou zijn verricht op 17 september 2018 om 15:25 uur op de [a-straat] in Rotterdam met het voertuig met het kenteken [00-YY-YY] .
  3. De betrokkene runt een slagerij aan de [b-straat]
  4. Achter zijn slagerij is een doodlopende steeg. De betrokkene heeft van deze steeg van de gemeente altijd gebruik mogen maken in het kader van zijn bedrijf. Ook zijn in het verleden door de gemeente paaltjes geplaatst die later weer weg zijn gehaald. In 2014 ontving de betrokkene ineens meerdere boetes. Toen is het bestemmingsplan in samenspraak met de gemachtigde van de betrokkene gewijzigd in die zin dat in de steeg een laad- en losplek is ingericht met de beperking dat laden en lossen is toegestaan tussen 09:00 en 18:00 uur. De betrokkene is ontevreden over het feit dat toen is afgesproken dat het laden en lossen onmiddellijk dient plaats te vinden en dat dit slechts mag geschieden tot 18:00 uur. Zijn slagerij is tot 21:00 uur open en zijn positie (bestuurder, laden, losser, verkoper en slager tegelijkertijd) laat het niet altijd toe dat onmiddellijk en bij voortduring wordt geladen en gelost. Het overleg over deze punten is uitgesteld omdat de betrokkene voornemens is de steeg aan te kopen. Het overleg over de aankoop van de steeg is nog in gang. Een e-mail van de gebiedscoördinator zou bevestigen dat de onderhavige sanctie is opgelegd in strijd met eerder gemaakte afspraken. De rechter van de rechtbank Rotterdam heeft de sanctiebedragen van meerdere boetes uit 2014 om deze reden op nihil gesteld. De gemachtigde stelt zich ter zitting voorts nog op het standpunt dat de betrokkene al jarenlang feitelijk gebruik maakt van de parkeerplaats in de steeg. Het hof begrijpt dit verweer zo dat de gemachtigde meent dat de betrokkene hiermee het recht heeft om daar te parkeren met uitsluiting van andere weggebruikers.
  5. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende verklaring: “Bord E
  6. Ik zag dat het voornoemde voertuig op een gelegenheid bestemd voor onmiddellijk laden en lossen van goederen stond. Gedurende 10 minuten geen laad- en losactiviteiten waargenomen.”
  7. Dat het voertuig van de betrokkene in strijd heeft gehandeld met een verbod om te parkeren op een gelegenheid voor het laden- en lossen is niet in het geding. Gelet op hetgeen door de betrokkene hieromtrent is aangevoerd, staat het hof voor de vraag of de betrokkene van dit verbod is ontheven.
  8. De betrokkene heeft eerder in de procedure een e-mailbericht overgelegd van de gebiedscoördinator. Deze e-mail dateert van 18 maart 2014 en hieruit volgt dat tot nader orde geen boetes meer worden uitgeschreven. Vermeld is dat de gemeente in overleg met de betrokkene op zoek is naar een structureel passende oplossing.
  9. Het dossier bevat verder het verkeersbesluit inzake het plaatsen van een bord E7 in de [a-straat] achter het pand aan de [b-straat] 101a van 27 juli
  10. Uit dit besluit volgt dat hiermee een laad- en losplaats is aangelegd, aangeduid middels bord E7 zoals bedoeld in bijlage I van het Reglement verkeersregels en verkeertekens 1990 (RVV 1990) met onderbord ‘09:00 t/m 18:00 uur’ en het aanbrengen van markering op de weg. Uit het besluit volgt tevens dat de [a-straat] onder beheer is van de gemeente Rotterdam.
  11. Naast de hierboven genoemde e-mail heeft de betrokkene een e-mailwisseling uit 2016 overgelegd tussen hem, een handhaver van de gemeente Rotterdam en de gebiedsmanager. Uit de e-mail van de gebiedsmanager volgt dat de gemeente de grond niet zal verkopen aan de betrokkene. Daarnaast valt in deze e-mail te lezen dat in samenspraak met de betrokkene gezocht is naar de in die situatie meest treffende oplossing. Deze oplossing is gevonden in het instellen van een laad- en loszone. De betrokkene kan deze zone gebruiken om te laden en lossen. De gebiedsmanager merkt daarbij op dat als de betrokkene zijn voertuig langere tijd wil parkeren, hij gebruik kan maken van één van de twee parkeervergunningen die hij heeft. Laden en lossen kan direct achter het pand.
  12. Uit vorenomschreven informatie volgt genoegzaam dat op de bewuste locatie sprake is van een (reguliere) gelegenheid voor laden- en lossen, aangeduid middels een bord E7 volgens bijlage I van het RVV
  13. Parkeren op een gelegenheid voor laden- en lossen is niet toegestaan. Van een ontheffing voor de betrokkene om op deze gelegenheid te mogen parkeren, blijkt niets. Uit de e-mail van de gebiedscoördinator volgt weliswaar dat er op dat moment niet gehandhaafd werd, maar deze e-mail dateert van voor het verkeersbesluit. De gebiedsmanager vermeldt in zijn e-mail uit 2016 hieromtrent nadrukkelijk dat de betrokkene voor het parkeren van zijn voertuig gebruik moet maken van nabij gelegen parkeerplekken waarvoor hij vergunningen bezit.
  14. Dat de betrokkene naar eigen zeggen verwikkeld is in een procedure om het desbetreffende gedeelte van de [a-straat] op te kopen van de gemeente (waarmee de gemachtigde er kennelijk op doelt dat een civielrechtelijke eigendomssituatie de zaak anders maakt) doet hieraan niet af. Nog los van het feit dat deze verkoop (nog) geen doorgang heeft gevonden, behoort de steeg zoals die thans is ingericht tot de openbare weg, zodat de bij en krachtens de Wegenverkeerswet 1994 geldende geboden en verboden onverkort gelden en gehandhaafd kunnen worden. Uit de foto’s die zich in het dossier bevinden en het verweer van de gemachtigde volgt dat de steeg feitelijk toegankelijk is voor andere weggebruikers. De paaltjes die er in het verleden hebben gestaan, zijn immers weggehaald. Uit de e-mail van de gebiedsmanager uit 2016 volgt overigens dat de gemeente tot verkoop niet over zal gaan.
  15. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de onderhavige gedraging is verricht en dat daarvoor terecht aan de betrokkene een sanctie is opgelegd. Dat de kantonrechter in Rotterdam eerder aanleiding heeft gezien om in zaken van de betrokkene sancties te vernietigen, brengt hierin geen verandering. Het hof is niet gebonden aan een dergelijke uitspraak. Daarnaast ging het in die zaken om (soortgelijke) gedragingen verricht voordat voornoemd verkeersbesluit in werking was getreden.
  16. De kantonrechter heeft gelet op het voorgaande een juiste beslissing genomen door het beroep ongegrond te verklaren. Deze beslissing wordt dan ook bevestigd. Beslissing Het gerechtshof: bevestigt de beslissing van de kantonrechter. Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Arends als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.