GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN zittingsplaats Leeuwarden Zaaknummer : Wahv 200.260.476/01 CJIB-nummer : 215393226 Uitspraak d.d. : 24 december 2019 Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag van 29 maart 2019, betreffende [betrokkene] (hierna: de betrokkene), wonende te [A] . De beslissing van de kantonrechter De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verloop van de procedure De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is daarnaast gevraagd om de zaak op een zitting van het hof te behandelen. De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend. De betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt. Op 20 november 2019 is nog een brief van de betrokkene ontvangen met het verzoek om de ambtenaar ter zitting op te roepen. De zaak is behandeld op de zitting van 10 december
- De betrokkene is niet verschenen.De advocaat-generaal is vertegenwoordigd door mr. [B] . Beoordeling
- Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 90,- voor: “met een stilstaand voertuig niet de rijbaan gebruiken”. Deze gedraging zou zijn verricht op 5 december 2017 om uur op de Laan van Poort in Den Haag met het voertuig met het kenteken [00-YYY-0] .
- De betrokkene voert aan dat de verweten gedraging niet is verricht. Hij klaagt dat er in het zaakoverzicht een verkeerde pleeglocatie wordt genoemd. Wat de ambtenaar verder verklaart is niet juist. Zo was de feitcode eerst fout en werd hij gewijzigd. Bovendien kon in tegenstelling tot wat de ambtenaar verklaart een kleine vrachtauto nog wel zijn voertuig passeren. De betrokkene vindt het onbegrijpelijk dat de kantonrechter de sanctie desondanks in stand laat.
- De onderhavige gedraging betreft overtreding van artikel 10, eerste lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990). Hierin is bepaald, voor zover hier van belang, dat bestuurders van motorvoertuigen de rijbaan gebruiken en dat zij voor het parkeren van hun voertuig tevens andere weggedeelten mogen gebruiken, behalve het trottoir, het voetpad, het fietspad, het fiets/bromfietspad of het ruiterpad.
- Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
- De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens: “Pleeglocatie: Laan van Poot (…)Voertuig stond geparkeerd deels op de stoep, in de bocht en hinderlijk voor het rijdende verkeer.”
- In het proces-verbaal van bevindingen van 1 juni 2018 verklaart de ambtenaar – voor zover hier relevant – het volgende:“(…) Verder lees ik dat betrokkene vond dat zijn auto netjes geparkeerd stond en een voor mij onduidelijk verhaal omtrent een geldkwestie. Het voertuig stond hinderlijk en asociaal geparkeerd. Een draai van een kleinere vrachtwagen was reeds onmogelijk gemaakt door het betrokken voertuig. (…) De personenauto stond met 2 wielen op de stoep geparkeerd en minder dan 5 meter van een kruising. Er is toen gekozen voor feitcode R397e. Echter dient deze R315b te zijn omdat het betreft: het met een stilstaand voertuig niet de rijbaan gebruiken. Tot slot kan ik u vertellen dat het betrokken voertuig hinderlijk geparkeerd stond, terwijl er binnen een straal van 20 meter meer dan voldoende parkeergelegenheid is en was op dat moment. (…)”
- De ambtenaar heeft ook een foto van de gedraging bijgevoegd. Op deze foto is het voertuig met het kenteken [00-YYY-0] te zien. Een voor en een achterwiel van het voertuig staan op het trottoir.
- De betrokkene ontkent de gedraging, maar geeft hiervoor onvoldoende argumenten. Het dossier bevat evenmin aanwijzingen dat de gegevens niet juist zijn. Het hof ziet daarom geen reden om aan de juistheid van de gegevens te twijfelen. Gelet hierop kan worden vastgesteld dat de gedraging is verricht. Vervolgens dient het hof te beoordelen of er andere redenen zijn een sanctie achterwege te laten of het bedrag van de sanctie te matigen.
- Met betrekking tot het verweer van de betrokkene dat de pleeglocatie in het zaakoverzicht onjuist is overweegt het hof als volgt. Gelet op de gegevens in het dossier – waaronder de foto van de gedraging – moet het de betrokkene duidelijk zijn waar de gedraging heeft plaatsgevonden en waartegen hij zich moet verdedigen.
- Daarnaast klaagt de betrokkene dat de feitcode blijkbaar eerst niet juist was en daarna is gewijzigd. Bij de beantwoording van de vraag of wijziging van de inleidende beschikking op het punt van de omschrijving van de gedraging met bijbehorende feitcode als zodanig toelaatbaar is, dient te worden nagegaan of de betrokkene door zodanige wijziging niet in zijn verdedigingsbelangen is geschaad. Het hof stelt vast dat daarvan hier geen sprake is. Voor de betrokkene was duidelijk waartegen hij zich -na de wijziging- diende te verweren en hij heeft dat ook gedaan. Het sanctiebedrag behorende bij de oude en de nieuwe feitcode is hetzelfde. In zoverre bestaat daarom geen bezwaar tegen de wijziging van de gedraging en de feitcode.
- Tot slot merkt het hof op dat het er in de onderhavige zaak niet toe doet of een kleine vrachtwagen het voertuig van de betrokkene nog kan passeren of niet. De overtreding betreft het parkeren op het trottoir. Of er sprake is van hinder is daarbij niet bepalend. Deze gedraging kan op zich al leiden tot het opleggen van een sanctie. De beweringen van de ambtenaar omtrent de hinder die al dan niet kon ontstaan vormden de reden om het verzoek te doen hem als getuige te horen. Dat verschil van inzicht is voor de beoordeling van de gedraging niet relevant. Het verzoek wordt om die reden afgewezen.
- De sanctie is terecht aan de betrokkene opgelegd. Gelet op het voorgaande zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen. Beslissing Het gerechtshof: bevestigt de beslissing van de kantonrechter. Dit arrest is gewezen door mr. Beswerda, in tegenwoordigheid van mr. Veenstra als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.