← Nederland

ECLI:NL:GHARL:2019:11194

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Arnhem afdeling civiel recht, handel zaaknummer gerechtshof 200.259.877 (zaaknummer rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht: 7193758) arrest van 24 december 2019 in het incident in de zaak van [appellant] , wonende te [A] , appellant, verweerder in het incident,in eerste aanleg: eiser, hierna: [appellant] , advocaat: mr. C.I. Zaad, tegen: [geïntimeerde] , wonende te [B] , geïntimeerde, eiser in het incident, in eerste aanleg: gedaagde, hierna: [geïntimeerde] , advocaat: mr. M.J. Drost. 1De procedure bij de rechtbank Voor de procedure bij de rechtbank verwijst het hof naar de inhoud van de vonnissen van 14 november 2018 en 20 februari 2019, die de kantonrechter van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, heeft gewezen. 2De procedure in hoger beroep 2.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding in hoger beroep d.d. 15 mei 2019, - de memorie van grieven, met producties, - de memorie van antwoord tevens incidentele conclusie houdende exceptie van niet-ontvankelijkheid, met producties,- de incidentele conclusie van antwoord. 2.2 Vervolgens heeft het hof arrest bepaald. 3De motivering van de beslissing in het incident 3.1 Partijen hebben een geschil over het optreden van [geïntimeerde] in de nalatenschap van hun vader [de vader] . Naast [appellant] en [geïntimeerde] waren ook [de zus] en [de broer] tot de nalatenschap gerechtigd. Samengevat vordert [appellant] primair betaling van schadevergoeding aan hem vanwege benadeling en subsidiair betaling van de schadevergoeding aan de nalatenschap en de verdeling van de nalatenschap. 3.2 Volgens vaste jurisprudentie is onder meer een vordering tot verdeling van de nalatenschap een vordering die voortvloeit uit een processueel ondeelbare rechtsverhouding, waarbij allen die bij die rechtsverhouding zijn betrokken, partij zijn. Het hof zal [appellant] op grond van artikel 118 Rv in de gelegenheid stellen om [de zus] en [de broer] als partij in het geding te betrekken, zodat zij hun standpunt met betrekking tot de vorderingen van [appellant] kenbaar kunnen maken. 3.3 Het hof houdt de beslissing over de kosten van het incident aan tot het eindarrest in de hoofdzaak. Het hof zal in de hoofdzaak verder iedere beslissing aanhouden. 4De beslissing Het hof, recht doende: in het incident: stelt [appellant] in de gelegenheid om [de zus] en [de broer] als deelgenoten in de nalatenschap van [de vader] in het geding te betrekken door oproeping op grond van artikel 118 Rv – met inachtneming van de voor dagvaarding geldende termijnen – tegen de roldatum van 21 januari 2020; bepaalt dat bij deze oproeping de afschriften van alle processtukken met producties van zowel de procedure bij de kantonrechter als de procedure bij dit gerechtshof, waaronder een afschrift van dit arrest, aan [de zus] en [de broer] dienen te worden meebetekend; houdt de beslissing omtrent de proceskosten aan tot hierover bij eindarrest zal worden beslist; wijst het meer of anders in het incident gevorderde af; in de hoofdzaak: verwijst de zaak naar de roldatum van 21 januari 2020 voor het overleggen door [appellant] van de originele exemplaren van de oproepingen; houdt verder iedere beslissing aan. Dit arrest is gewezen door mrs. R.A. Dozy, L.J. de Kerpel-van de Poel en S.C.P. Giesen en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 24 december 2019.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.