Afdeling strafrecht Parketnummer: 21-000444-19 Uitspraak d.d.: 31 december 2019 TEGENSPRAAK Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Overijssel van 28 januari 2019 met parketnummer 08-770121-18 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1964, wonende te [woonplaats] . Het hoger beroep De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 17 december 2019 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. De advocaat-generaal heeft gevorderd het vonnis van de eerste rechter te vernietigen en de verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 200 dagen waarvan 100 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren, onder de bijzondere voorwaarde dat de verdachte zich zal melden bij de reclassering. Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door de verdachte en zijn raadsman, mr. W.G. ten Have, naar voren is gebracht. Het vonnis waarvan beroep De verdachte is in eerste aanleg ter zake het ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 120 dagen waarvan 119 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren, onder de bijzondere voorwaarden dat de verdachte zich zal melden bij de reclassering en zich ambulant zal laten behandelen, alsmede tot een taakstraf voor de duur van 240 uren subsidiair 120 dagen hechtenis. Voorts is een beslissing genomen omtrent de vordering van de benadeelde partij. Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een iets andere bewezenverklaring en een andere strafoplegging komt. Het hof zal daarom opnieuw rechtdoen. De tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd dat: hij in of omstreeks de periode van 01 april 2013 tot en met 30 augustus 2013 te Nijverdal, gemeente Hellendoorn, door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht, een persoon, [slachtoffer] , geboren op [geboortedag] 1997 waarvan verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, opzettelijk heeft bewogen ontuchtige handelingen te plegen of zodanige handelingen van verdachte te dulden, bestaande die handelingen onder meer uit: het vastpakken en/of betasten en/of aanraken van en/of likken aan het blote geslachtsdeel van die [slachtoffer] en/of het pijpen en/of aftrekken van het geslachtsdeel van die [slachtoffer] en/of het zoenen op/tegen de mond van die [slachtoffer] bestaande dat uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht uit: - het (grote) leeftijdsverschil tussen hem, verdachte, en die [slachtoffer] en/of het (daarbij) aanwezige sociaal/emotionele verschil in ontwikkeling tussen beiden. Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Overweging met betrekking tot het bewijs Standpunt van de verdediging De raadsman heeft zich overeenkomstig zijn pleitnota op het standpunt gesteld dat de verdachte het slachtoffer niet heeft bewogen om seksuele handelingen te dulden. Een en ander is op initiatief van het slachtoffer geweest en de verdachte ging ervanuit dat hij wilde experimenteren. Voorts biedt de geestelijke ontwikkeling van de verdachte, bij wie (eveneens) sprake lijkt te zijn van een licht verstandelijke beperking, aanleiding om aan te nemen dat er slechts een klein verschil is geweest in de sociaal/emotionele ontwikkeling tussen de verdachte en het slachtoffer, waardoor van overwicht welke uit feitelijke verhoudingen voortvloeit geen sprake is. De raadsman heeft derhalve verzocht de verdachte vrij te spreken. Oordeel van het hof Het hof is van oordeel dat het namens de verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het ten laste gelegde wordt weersproken door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen. Het hof overweegt daarbij in het bijzonder het volgende. Uit de gebezigde bewijsmiddelen volgt dat de verdachte, een homoseksuele man van destijds bijna vijftig jaren oud, het slachtoffer, een minderjarige autistische jongen met een verstandelijke beperking van destijds zestien jaren oud, heeft meegenomen naar zijn slaapkamer nadat zij samen alcoholhoudende drank hadden genuttigd. De verdachte heeft toen aan hem gevraagd of hij van mannen hield, waarop het slachtoffer ‘nee’ heeft gezegd. Vervolgens heeft de verdachte tegen het slachtoffer gezegd dat hij zich uit moest kleden. Hoewel het slachtoffer dat liever niet wilde, verklaart hij dat de verdachte hem toch zover heeft gekregen dat hij dit heeft gedaan. De verdachte heeft vervolgens aan het geslachtsdeel van het slachtoffer gezeten. Toen hij aan het slachtoffer vroeg of hij dat fijn vond, antwoordde het slachtoffer ‘eigenlijk niet’. Vervolgens is de verdachte doorgegaan met het verrichten van de aan hem ten laste gelegde handelingen. Het hof stelt voorop dat van het in het bestanddeel ‘beweegt’ tot uitdrukking gebrachte causale verband, zoals bedoeld in artikel 248a van het Wetboek van Strafrecht, sprake is als voldoende aannemelijk is dat een persoon mede onder invloed van – voor zover hier van belang – misbruik uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht is overgegaan tot het plegen van ontuchtige handelingen of het dulden van zodanige handelingen van de verdachte. Voor de strafbaarheid is vereist dat het opzet van de verdachte is gericht op het bewegen ontuchtige handelingen te plegen of dulden. Indien de tenlastelegging is toegesneden op het door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht bewegen tot het plegen van ontuchtige handelingen of het dulden van zodanige handelingen van de verdachte, zoals hier het geval is, kan het opzettelijk bewegen niet worden bewezen verklaard indien aannemelijk wordt dat – ook al had de verdachte feitelijk zodanig overwicht – hij zich niet ervan bewust was dat dit overwicht (mede) van invloed was op het door de betreffende persoon plegen of dulden van ontuchtige handelingen (HR 3 december 2019, ECLI:NL:HR:2019:1881). Het hof wil aannemen dat de verdachte, evenals het slachtoffer, een sociale beperking heeft, maar is van oordeel dat, wat er ook zij van een vermeende oogopslag van het slachtoffer naar de verdachte nog vóórdat zij naar de slaapkamer gingen, de verdachte zich ervan bewust moet zijn geweest dat het overwicht dat hij op het slachtoffer had (mede) van invloed is geweest op het dulden van de door de verdachte bij het slachtoffer gepleegde ontuchtige handelingen. Het hof leidt dat niet alleen af uit het grote leeftijdsverschil tussen beiden, maar ook uit de omstandigheid dat de verdachte moet hebben geweten dat de alcoholhoudende drank die hij aan het slachtoffer had gegeven een ontremmende werking op hem moet hebben gehad; de omstandigheid dat de verdachte een homoseksuele man van bijna vijftig jaren oud is die op dat moment al vele jaren seksueel actief was en die, nadat het 16-jarige slachtoffer had aangegeven niet van mannen te houden, het slachtoffer toch zo ver heeft gekregen zijn kleding uit te trekken; en het feit dat de verdachte niettemin is doorgegaan met het plegen van ontuchtige handelingen nadat het slachtoffer had aangegeven dat niet fijn te vinden. Het hof acht het ten laste gelegde op grond van het vorenstaande dan ook wettig en overtuigend bewezen. Bewezenverklaring Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat: hij in of omstreeks de periode van 01 april 2013 tot en met 30 augustus 2013 te Nijverdal, gemeente Hellendoorn, door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht, een persoon, [slachtoffer] , geboren op [geboortedag] 1997, waarvan verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, opzettelijk heeft bewogen ontuchtige handelingen te plegen of zodanige handelingen van verdachte te dulden, bestaande die handelingen onder meer uit: het vastpakken en/of betasten en/of aanraken van en/of likken aan het blote geslachtsdeel van die [slachtoffer] en/of het pijpen en/of aftrekken van het geslachtsdeel van die [slachtoffer] en/of het zoenen op/tegen de mond van die [slachtoffer] bestaande dat uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht uit: - het (grote) leeftijdsverschil tussen hem, verdachte, en die [slachtoffer] en/of het (daarbij) aanwezige sociaal/emotionele verschil in ontwikkeling tussen beiden. Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken. Strafbaarheid van het bewezen verklaarde Het bewezen verklaarde levert op: door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht een persoon waarvan hij weet dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, opzettelijk bewegen ontuchtige handelingen van hem te dulden. Strafbaarheid van de verdachte De verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de verdachte niet strafbaar zou doen zijn. Oplegging van straf en/of maatregel De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van de verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. Het hof heeft bij de straftoemeting in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het bewegen van een minderjarige tot het dulden van ontuchtige handelingen. Het slachtoffer was destijds zestien jaren oud. Het hof neemt het de verdachte kwalijk dat hij zich enkel heeft laten leiden door zijn eigen seksuele verlangens en daarbij misbruik heeft gemaakt van zijn overwicht en de kwetsbare positie van het slachtoffer. De verdachte heeft hierdoor een grove inbreuk gemaakt op de lichamelijke en geestelijke integriteit van het slachtoffer en een ongestoorde seksuele ontwikkeling van deze – vanwege zijn beperking – nog zeer jonge puber, doorkruist. Het hof rekent het de verdachte aan dat hij ook in hoger beroep – na al die jaren – geen blijk heeft gegeven van enig inzicht in eigen gedrag, terwijl zijn gedrag sterk afkeuringswaardig is. Noch heeft hij er blijk van gegeven te willen aanvaarden dat en welke impact het gebeurde heeft gehad op het slachtoffer. Blijkens de in hoger beroep door de moeder van het slachtoffer voorgedragen slachtofferverklaring ondervindt het slachtoffer tot op de dag van vandaag nog de gevolgen van het bewezen verklaarde en krijgt hij hulpverlening om zijn leven enigszins op de rit te krijgen. In verband met zijn autisme kan hij hetgeen is gebeurd niet loslaten, waardoor hij veel last heeft van paniekaanvallen. Hieruit volgt dat, hoewel een en ander slechts eenmalig heeft plaatsgehad, het handelen van de verdachte een grote impact op het slachtoffer en zijn familie heeft. Dat de verdachte de gevolgen van zijn handelen niet heeft overzien, neemt niet weg dat het hof hem hiervoor ten volle verantwoordelijk houdt. Alles afwegend acht het hof een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf van hierna aan te geven duur, passend en geboden. Het hof ziet in de omstandigheid dat, zoals blijkt uit het dossier, de verdachte nadien opnieuw contact heeft gezocht met het slachtoffer, aanleiding om als bijzondere voorwaarde aan hem een contactverbod op te leggen. Voorts zal het hof aan hem de verplichting opleggen zich te laten behandelen voor seksueel grensoverschrijdend gedrag. Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] De benadeelde partij, vertegenwoordigd door zijn wettelijk vertegenwoordiger, heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 2.786,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.