Afdeling strafrecht Parketnummer: 21-001724-17 Uitspraak d.d.: 31 januari 2019 TEGENSPRAAK Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, van 23 maart 2017 met parketnummer 05-264881-16 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1996, wonende te [woonplaats] . Het hoger beroep De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 29 maart 2018 en 17 januari 2019 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsvrouw, mr. H.M.S. Cremers, naar voren is gebracht. Het vonnis waarvan beroep Het hof zal het vonnis waarvan beroep om proceseconomische redenen vernietigen en daarom opnieuw rechtdoen. De tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 3 maart 2016 tot en met 2 september 2016 te Waardenburg, gemeente Neerijnen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen meerdere kabels, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte; subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 3 maart 2016 tot en met 2 september 2016 te Waardenburg, gemeente Neerijnen opzettelijk meerdere kabels, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehoorde aan [benadeelde] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en welk goed verdachte uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking, te weten als werknemer van [benadeelde] , elk geval anders dan door misdrijf onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend; Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Overweging met betrekking tot het bewijs Het hof is van oordeel dat het door verdachte gevoerde verweer wordt weerlegd door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen. In het bijzonder overweegt het hof als volgt. Standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft betoogd dat alle verklaringen die verdachte bij de politie en de politierechter heeft afgelegd uitgesloten dienen te worden van het bewijs, nu verdachte ten onrechte is gehoord zonder de voor jeugdigen verplichte consultatiebijstand. Verdachte heeft al tijdens zijn eerste verhoor meegedeeld dat hij ADHD heeft en diabetes, wat aanleiding had moeten zijn om te onderzoeken of het jeugdstrafrecht diende te worden toegepast. De raadsvrouw heeft verwezen naar de in de jurisprudentie ontwikkelde criteria voor toepassing van het jeugdstrafrecht en naar de door haar overgelegde rapporten waaruit zou blijken dat verdachtes ontwikkelingsleeftijd die toepassing rechtvaardigt. Volgens de raadsvrouw heeft verdachte -mede doordat hij pas drie maanden na de laatste pleegdatum is gehoord- de impact van zijn verklaringen niet kunnen overzien. Oordeel van het hof Voorafgaand aan zijn verhoor is verdachte de brochure “Mededeling van rechten verdachte voor volwassenen” overhandigd. Bij aanvang van het verhoor is verdachte uitgelegd dat hij recht had op consultatiebijstand. Verdachte heeft verklaard dat hij de hiervoor genoemde brochure had gelezen en dat hij de inhoud begreep. Hij heeft afstand gedaan van zijn recht op bijstand. Het hebben van ADHD en het lijden aan diabetes zijn naar het oordeel van het hof geen feiten of omstandigheden die per definitie leiden tot de vaststelling dat een verdachte zodanig kwetsbaar is dat de politie extra voorzorgsmaatregelen met betrekking tot de consultatiebijstand moet treffen. Waarom dat in het geval van verdachte wel zo zou zijn is niet onderbouwd en ook overigens niet gebleken. Het verweer wordt dan ook verworpen. De verdediging heeft ook nog aangevoerd dat er niet elke keer dat verdachte ’s avonds of ’s nachts op het terrein van zijn werkgever kwam sprake was van diefstal. Volgens verdachte kwam het ook voor dat hij zwart kabels kocht van zijn werkgever, die hij dan ophaalde. Het hof is van oordeel dat deze stelling op geen enkele wijze aannemelijk is geworden. De gehoorde getuigen betwisten deze stelling en verdachte heeft het ook niet anderszins aannemelijk kunnen maken. Dit verweer wordt eveneens verworpen. Bewezenverklaring Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: Hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 3 maart 2016 tot en met 2 september 2016 te Waardenburg, gemeente Neerijnen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen meerdere kabels, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde] . in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte; Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het bewezen verklaarde levert op: Diefstal, meermalen gepleegd. Strafbaarheid van de verdachte Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn. Oplegging van straf en/of maatregel De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. Standpunt van de advocaat-generaal De advocaat-generaal heeft gevorderd dat aan verdachte een taakstraf zal worden opgelegd van 140 uur (subsidiair 70 dagen hechtenis), waarvan 70 uur (subsidiair 35 dagen hechtenis) voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar en onder de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden. Standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft bepleit dat verdachte een geheel voorwaardelijke werkstraf zal worden opgelegd. Volgens haar dient het jeugdstrafrecht te worden toegepast. Volgens de richtlijnen zou dan maximaal 32 uur taakstraf kunnen worden geëist. Oordeel van het hof Het hof is -met de advocaat-generaal- van oordeel dat verdachte volgens het volwassenstrafrecht moet worden berecht. De reclassering, bij uitstek de deskundige om dit te beoordelen, heeft in haar rapportage van 8 juni 2018 zonder enig voorbehoud geadviseerd het volwassenenstrafrecht toe te passen. Dat advies is zwaarwegend en het hof ziet in wat de raadsvrouw heeft aangevoerd of overigens is gebleken geen reden daarvan af te wijken. Verdachte heeft het vertrouwen van zijn werkgever ernstig beschaamd door gedurende een aantal maanden grote hoeveelheden kabels te stelen om zo zijn schulden te kunnen af betalen. De door de politierechter opgelegde straf acht het hof daarmee een passend uitgangspunt. Uit het reclasseringsadvies van 12 december 2018 blijkt dat verdachte inmiddels een intensieve klinische behandeling heeft afgerond in een verslavingskliniek en abstinent is van middelen. Hij woont zelfstandig (met begeleiding) en hij is onder bewind gesteld in verband met zijn schuldenproblematiek. Gelet hierop en ook op het tijdsverloop, is het hof van oordeel dat de door de advocaat-generaal gevorderde straf passend is. Het hof zal verdachte dan ook een taakstraf van 140 uur opleggen, waarvan de helft voorwaardelijk. Aan het voorwaardelijke deel zal het hof bijzondere voorwaarden verbinden. Vordering van de benadeelde partij [benadeelde] De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 35.758,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.