ISD P18/0331 Beslissing d.d. 31 januari 2019 De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van [veroordeelde] , geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [1962] , verblijvende in de Penitentiaire Inrichting (P.I.) Nieuwegein . Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Amsterdam van 31 augustus 2018, inhoudende dat de tenuitvoerlegging van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (hierna: ISD-maatregel) wordt voortgezet en dat over drie maanden wederom de noodzaak tot voortzetting van de tenuitvoerlegging van de maatregel wordt getoetst. Het hof heeft gelet op de stukken, waaronder: - het proces-verbaal van het onderzoek in eerste aanleg; - de beslissing waarvan beroep; - de akte van beroep van de veroordeelde van 12 september 2018; - de appelschriftuur van de raadsman van veroordeelde van 26 september 2018; - het Uittreksel Justitiële Documentatie van veroordeelde, gedateerd 29 oktober 2018; - het voortgangsverslag tenuitvoerlegging ISD-maatregel van de P.I. Nieuwegein van 10 januari 2019; - het schrijven van de raadsman van 14 januari 2019, inhoudende het voorwaardelijk verzoek tot het horen van [getuige 1] als getuige-deskundige; - het e-mailbericht van 16 januari 2019 van [getuige 2] , senior casemanager ISD binnen de P.I. Nieuwegein, betreffende de stand van zaken van een jegens veroordeelde gerezen verdenking van diefstal. Het hof heeft ter zitting van 17 januari 2019 gehoord de veroordeelde, bijgestaan door zijn raadsman mr. C.T. van Weerd, advocaat te Amsterdam, en de advocaat-generaal mr. D.J. de Jong. Daarnaast is als getuige-deskundige gehoord [getuige 2] , senior casemanager ISD binnen de P.I. Nieuwegein. Overwegingen: Het voortgangsverslag van de P.I. Nieuwegein en de ter terechtzitting in hoger beroep gegeven toelichting van de senior casemanager In het behandeltraject van veroordeelde is – zowel in de huidige P.I. als in de P.I. Almere – nog maar weinig van de grond gekomen, omdat veroordeelde in de eerste maanden van zijn verblijf in P.I. Almere (vóór de sluiting van deze inrichting) niet wilde meewerken aan begeleiding en/of behandeling. Veroordeelde stond op de wachtlijst voor begeleid wonen bij woonvoorziening [naam woonvoorziening] , maar doordat veroordeelde zich niet aan gemaakte afspraken kon houden is dit plaatsingstraject stopgezet. Momenteel is veroordeelde aangemeld bij de tijdelijke noodopvang van [naam] te [plaats] . Het is nog onduidelijk wanneer veroordeelde daar geplaatst kan worden. Op 29 maart 2018 is veroordeelde aangehouden door de politie. Veroordeelde was onder invloed van alcohol en heeft zich tegen zijn aanhouding verzet en de verbalisanten bespuugd en bedreigd. In augustus van hetzelfde jaar heeft hij zich voor de rechter moeten verantwoorden voor deze feiten. Daarnaast zijn de verloven van veroordeelde op 11 november 2018 ingetrokken na een verdenking van diefstal. P.I. Nieuwegein heeft geadviseerd de tenuitvoerlegging van de maatregel voort te zetten, aangezien de alcoholverslaving van veroordeelde nog onbehandeld is, er nog geen diagnostiek heeft kunnen plaatsvinden en het recidiverisico hoog is. Het standpunt van de veroordeelde en zijn raadsman De ISD-maatregel is onder meer aan veroordeelde opgelegd zodat hij behandeld kon worden voor zijn verslavings- en recidiveproblematiek. Hierbij werd het van belang geacht dat zo snel mogelijk diagnostiek tot stand zou komen. Tot op heden is dit niet gerealiseerd, waardoor ook de behandeling van veroordeelde is uitgebleven. Dit terwijl veroordeelde hier wel degelijk aan heeft willen meewerken. Gelet op de nog beperkte duur van de maatregel valt niet te verwachten dat nog enige vorm van behandeling zal plaatsvinden. Verdere voortzetting van de maatregel is dan ook niet zinvol meer. De raadsman heeft primair verzocht de ISD-maatregel met onmiddellijke ingang te beëindigen. Subsidiair heeft de raadsman verzocht de ISD-maatregel per 28 februari 2019 te beëindigen, zodat in de tussentijd geschikte woonruimte voor veroordeelde kan worden gevonden. Het standpunt van het openbaar ministerie Het traject van veroordeelde is niet goed verlopen en daarin valt zowel de veroordeelde als de P.I. een verwijt te maken. Veroordeelde valt te verwijten dat hij tot op heden niet mee heeft willen werken aan zijn behandeling en de P.I. valt te verwijten dat er tijdens de overplaatsing van veroordeelde van P.I. Almere naar P.I. Nieuwegein maar zeer beperkte informatieoverdracht heeft plaatsgevonden. Ondanks deze vertragingen in het traject is voortzetting van de maatregel – ook ter beveiliging van de maatschappij – aangewezen. De komende maanden kunnen benut worden om veroordeelde nog enige vorm van behandeling aan te bieden. De advocaat-generaal heeft geconcludeerd de beslissing waarvan beroep te bevestigen. Het oordeel van het hof Het hof merkt vooraf op dat P.I. Nieuwegein nauwelijks in staat is gebleken duidelijke informatie te verstrekken over het behandel- en resocialisatietraject van veroordeelde. Vanuit P.I. Almere blijken geen of nauwelijks gegevens overgedragen te zijn aan P.I. Nieuwegein. Van de voormalige casemanagers van veroordeelde kon slechts zeer beperkte informatie worden verkregen. Slechts toevallig kent de deskundige van P.I. Nieuwegein veroordeelde uit de tijd dat hij zelf bij P.I. Almere werkte. De mededeling van deze deskundige dat veroordeelde in P.I. Almere diagnostiek heeft geweigerd en geen behandeling heeft ondergaan, wordt echter weersproken door respectievelijk het verslag tussentijdse toetsing van 31 augustus 2018 en een mededeling vanuit P.I. Almere op een eerdere toetsingszitting op 9 november
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.