GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Arnhem afdeling civiel recht zaaknummer gerechtshof 200.251.885/02 (zaaknummers rechtbank Gelderland 327139 en 333445) beschikking van 19 februari 2019 op het verzoek tot schorsing en tot het treffen van een provisionele voorziening inzake [verzoekster] , wonende te [woonplaats] , verzoekster, verder te noemen: de vrouw, advocaat: mr. S.M. Diepeveen-Goldhoorn te Arnhem, en [verweerder] , wonende te [woonplaats] , verweerder, verder te noemen: de man, advocaat: mr. W. van de Velde te Lent, gemeente Nijmegen. 1Het geding in eerste aanleg in de hoofdzaak Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg in de hoofdzaak naar de beschikking van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, van 2 november 2018, uitgesproken onder voormelde zaaknummers (verder: de bestreden beschikking). 2. Het geding in hoger beroep in de hoofdzaak en met betrekking tot het verzoek tot schorsing en tot het treffen van een provisionele voorziening 2.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: het beroepschrift tevens houdende verzoek tot schorsing en tot het treffen van een provisionele voorziening voortgezet verblijf in de woning met producties 1 tot en met 12, ingekomen op 21 december 2018; het verweerschrift tegen het verzoek tot schorsing van de uitvoerbaarverklaring bij voorraad en tegen de provisionele voorziening voortgezet verblijf in de woning met producties 1 en 2; een journaalbericht van mr. Diepeveen-Goldhoorn van 24 januari 2019 met productie 13; een journaalbericht van mr. Diepeveen-Goldhoorn van 31 januari 2019 met de ontbrekende producties 5, 6 en 11, en een journaalbericht van mr. Diepeveen-Goldhoorn van 1 februari 2019 met als bijlage het aanvullend hoger beroepschrift. 2.2 De mondelinge behandeling heeft op 4 februari 2019 plaatsgevonden. De vrouw is in persoon verschenen, bijgestaan door mr. A. Oosterhuis-Boeve, als waarneemster van mr. Diepeveen-Goldhoorn. De man is in persoon verschenen, bijgestaan door zijn advocaat. 3De feiten 3.1 Partijen zijn op [huwelijksdatum] 1998 met elkaar gehuwd. Bij verzoekschrift van 28 september 2017 heeft de vrouw aan de rechtbank Gelderland, locatie Arnhem - onder andere - verzocht de echtscheiding uit te spreken. Beide partijen hebben in die procedure aan de rechtbank verzocht om het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning gelegen te [adres] (verder: de echtelijke woning). 3.2 Bij beschikking voorlopige voorzieningen van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, van 23 november 2017 is, voor zover thans van belang, aan de vrouw het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning toegekend, met bevel dat de man die woning dient te verlaten en deze verder niet mag betreden. 3.3 De rechtbank heeft in de bestreden beschikking - onder andere - de echtscheiding uitgesproken. De echtscheidingsbeschikking was ten tijde van de mondelinge behandeling nog niet ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand. In de bestreden beschikking heeft de rechtbank ook bepaald dat de man tegenover de vrouw gedurende zes maanden na de inschrijving van de beschikking het recht heeft in de echtelijke woning te verblijven en de zaken die bij die woning en tot de inboedel daarvan behoren te blijven gebruiken, op voorwaarde dat de man op het ogenblik van de inschrijving in de echtelijke woning woont. De rechtbank heeft dit onderdeel van haar beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaard. 4De motivering van de beslissing 4.1 Aan de orde is het verzoek van de vrouw schorsing te bevelen van de werking van de bestreden beschikking, voor zover het de onder 1 genoemde beslissingen betreft. Verder verzoekt de vrouw te bepalen dat zij tot aan de beslissing in hoger beroep bij wijze van provisionele voorziening het recht heeft in de echtelijke woning te blijven wonen en de inboedelgoederen te gebruiken bij uitsluiting van de man. De man voert gemotiveerd verweer tegen beide verzoeken. Rechtsmacht 4.2 Partijen noch de rechtbank hebben zich uitgelaten over de internationale bevoegdheid van de Nederlandse rechter in de onderhavige zaak. Het hof begrijpt dat zij ervan zijn uitgegaan dat met betrekking tot het verzoek tot voortgezet gebruik van de echtelijke woning de Nederlandse rechter rechtsmacht toekomt, hetgeen het hof onderschrijft nu de echtelijke woning is gelegen in Nederland. Schorsing 4.3 Hoger beroep schorst de werking van een rechterlijke beslissing, tenzij de beschikking uitvoerbaar bij voorraad is verklaard. Op grond van artikel 360 lid 2, tweede volzin, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) kan de hogere rechter, indien hoger beroep is ingesteld tegen een beschikking die uitvoerbaar bij voorraad is verklaard, alsnog de werking daarvan schorsen. 4.4 Het hof stelt het volgende voorop onder verwijzing naar HR 20 maart 2015, ECLI:NL:HR:2015:688 en HR 30 mei 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC5012.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.