WAHV 200.204.402 14 januari 2019 CJIB 190443753 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden zittingsplaats Leeuwarden Arrest op het hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Midden-Nederland van 28 september 2016 betreffende [betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene), wonende te [A] , voor wie als gemachtigde optreedt mr. [B] , kantoorhoudende te [C] . De beslissing van de kantonrechter De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het procesverloop De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding. De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt. Beoordeling
- Voor zover hier van belang kan ingevolge het bepaalde in artikel 14, eerste lid, van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden worden ingesteld, indien de opgelegde administratieve sanctie bij die beslissing meer bedraagt dan € 70,-. De aan de betrokkene opgelegde sanctie bedraagt € 61,-. Tegen de beslissing van de kantonrechter staat daarom in beginsel geen hoger beroep open.
- De gemachtigde van de betrokkene stelt zich op het standpunt dat er sprake is van een situatie die doorbreking van het appelverbod rechtvaardigt. Hij voert daartoe aan dat hij niet tijdig een oproeping heeft ontvangen voor de vervolgzitting van de kantonrechter van 28 september
- De oproeping voor die zitting is kennelijk abusievelijk aan een andere rechtsbijstandverlener gezonden, die die oproeping vervolgens onverplicht aan hem heeft doorgezonden, maar toen was het te laat was om daarvan kennis te nemen. De gemachtigde heeft hierbij een emailbericht van [D] d.d. 30 september 2016 overgelegd.
- Uit de stukken blijkt dat de kantonrechter de zaak van de betrokkene heeft behandeld op de zitting van 27 juni
- De gemachtigde en de betrokkene zijn niet op die zitting verschenen. Vervolgens is de zaak aangehouden en heeft de gemachtigde bij fax van 9 augustus 2016 gronden ingediend. De zaak is op de zitting van 28 september 2016 opnieuw behandeld, waarna de kantonrechter bij de bestreden beslissing op het beroep heeft beslist.
- Voorts bevindt zich bij de stukken een brief van de griffier van de kantonrechter d.d. 22 augustus 2016, waarbij de gemachtigde is opgeroepen voor de vervolgzitting van 28 september
- Bij gebreke van verzendadministratie kan echter niet worden vastgesteld dat deze brief daadwerkelijk naar de gemachtigde is verzonden. Derhalve kan - mede gelet op hetgeen de gemachtigde daaromtrent heeft aangevoerd - niet worden vastgesteld dat de gemachtigde behoorlijk is opgeroepen voor de vervolgzitting van 28 september
- Het hof ziet zich derhalve gesteld voor de vraag of die omstandigheid er toe dient te leiden dat het appelverbod buiten toepassing dient te blijven.
- In artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) ligt het recht op toegang tot de rechter besloten. Wanneer blijkt dat dit recht is geschonden - en de betrokkene daar een beroep op doet -, kan voormeld appelverbod buiten toepassing worden gelaten (vgl. het arrest van het hof van 12 juli 2018, gepubliceerd op rechtspraak.nl onder ECLI:NL:GHARL:2018:6402).
- Zoals het hof heeft overwogen in (rechtsoverweging 12 van) dat arrest van 12 juli 2018 kan het aldus geduide recht op toegang tot de rechter meebrengen dat voormeld appelverbod buiten toepassing moet worden gelaten, indien de kantonrechter - in strijd met artikel 12, eerste lid, van de Wahv - degene aan wie de sanctie is opgelegd niet in de gelegenheid heeft gesteld om zijn standpunt op de openbare zitting toe te lichten.
- Het hof is van oordeel dat in deze zaak geen sprake is geweest van schending van het recht op toegang tot de rechter. De gemachtigde heeft niet betwist dat hij is uitgenodigd voor de openbare zitting van 27 juni
- Aldus heeft hij de mogelijkheid gehad om daarbij aanwezig te zijn en daar het standpunt van de betrokkene nader toe te lichten. Het recht op toegang tot de rechter impliceert niet dat de kantonrechter gehouden is een tweede zitting te houden. Voor zover de gemachtigde - net als de officier van justitie - vanwege het beginsel van hoor en wederhoor wel (tijdig) voor de tweede zitting had moeten worden uitgenodigd, doet dat hieraan niet af.
- Het hoger beroep moet niet-ontvankelijk worden verklaard.
- Nu de betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld, zal het hof het verzoek tot vergoeding van kosten afwijzen. Beslissing Het gerechtshof: verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk; wijst het verzoek tot vergoeding van kosten af. Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Arntz als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.