GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Leeuwarden afdeling civiel recht, handel zaaknummer gerechtshof 200.213.057/01 (zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 5014732/ CV EXPL 16-4624) arrest van 2 april 2019 in de zaak van [appellant] , wonende te [A] appellant, in eerste aanleg: eiser in conventie en verweerder in reconventie, hierna: [appellant], advocaat: mr. J.B. Maliepaard, kantoorhoudend te Bleiswijk, tegen Dexia Nederland B.V., gevestigd te Amsterdam, geïntimeerde, in eerste aanleg: gedaagde in conventie en eiseres in reconventie, hierna: Dexia, advocaat: mr. I.M.C.A. Reinders Folmer, kantoorhoudend te Amsterdam. 1Het geding in eerste aanleg Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar de inhoud van het vonnis van 21 februari 2017 dat de kantonrechter van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, heeft gewezen. 2Het geding in hoger beroep 2.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding in hoger beroep d.d. 21 maart 2017, - de memorie van grieven, - de memorie van antwoord, - een akte van [appellant] met producties. 2.2 Vervolgens hebben partijen de stukken voor het wijzen van arrest overgelegd en heeft het hof arrest bepaald. 2.3 [appellant] vordert in het hoger beroep om het vonnis van de kantonrechter van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, van 21 februari 2017 te vernietigen, behoudens het geoordeelde in reconventie, en opnieuw rechtdoende: ter zake de onderhavige overeenkomst te verklaren voor recht dat deze rechtsgeldig is vernietigd ex artikel 1:88 en 1:89 BW; Dexia te veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [appellant] te voldoen al hetgeen aan Dexia is betaald onder deze overeenkomst, vermeerderd met de wettelijke rente daarover telkens vanaf de dag van elk van de betalingen van [appellant] aan Dexia tot aan die der uiteindelijke algehele voldoening, althans een door het hof in goede justitie te bepalen datum; Dexia te veroordelen tot betaling van de volledige buitengerechtelijke kosten van [appellant] , althans een bedrag conform rapport Voorwerk II, althans een door het hof in goede justitie te bepalen bedrag; Dexia te veroordelen in de kosten van beide instanties alsmede in de nakosten; Dexia te veroordelen tot terugbetaling van de door [appellant] betaalde proceskosten op grond van het vonnis van de kantonrechter. 3De vaststaande feiten 3.1 Het hof gaat uit van de volgende feiten. 3.2 Tussen (de rechtsvoorganger van) Dexia en [appellant] is de volgende effectenleaseovereenkomst (hierna: de overeenkomst) gesloten: - AEX Plus Effect Maandbetaling d.d. 14 november 2000 met contractnummer [00000] . De overeenkomst is aangegaan voor de duur van 240 maanden (20 jaar). De totaal overeengekomen leasesom bedroeg fl. 60.002,62 (€ 27.288,00). 3.3 Dexia heeft de overeenkomst met [appellant] per 4 juli 2006 beëindigd vanwege ontstane betalingsachterstanden. Dexia heeft een eindafrekening opgesteld, waaruit blijkt dat de overeenkomst met een restschuld is geëindigd. Contractnr. Datum eindafrekening Resultaat [00000] 04-07-2006 € 1.928,31 (negatief) 3.4 [appellant] heeft op grond van de overeenkomst in totaal een bedrag van € 6.920,45 aan maandtermijnen aan Dexia betaald. [appellant] heeft geen dividenden ontvangen. 3.5 De zogenoemde "Duisenberg-regeling" voor deze effectenleaseproducten is door het Gerechtshof Amsterdam op 25 januari 2007 op grond van de Wet op de Collectieve Afwikkeling Massaschade (WCAM) algemeen verbindend verklaard. [appellant] heeft door middel van een "opt-out"-verklaring aangegeven niet aan deze regeling gebonden te willen zijn. 3.6 [appellant] heeft op 8 maart 2007 een overeenkomst gesloten met Leaseproces voor het voeren van een procedure tegen Dexia. Bij brief van diezelfde datum heeft Leaseproces Dexia laten weten dat zij de belangen van [appellant] behartigde. 3.7 Bij brief van 14 maart 2007 heeft de echtgenote van [appellant] , met wie [appellant] sinds 23 maart 1973 gehuwd is, de vernietiging van de overeenkomst ingeroepen. Deze brief is op 22 maart 2007 door Dexia ontvangen. 3.8 In de rechtspraak, uiteindelijk leidend tot HR 29 april 2011 (ECLI:NL:HR:2011:BP4003), is het zogenoemde "hofmodel" ontwikkeld voor de beoordeling van effectenleasezaken. 3.9 Dexia heeft bij brief van 11 januari 2016 aan [appellant] , onder meer, meegedeeld: "Op de volgende overeenkomst(en) staat nog een schuld aan Dexia open: Effectenlease-overeenkomst Openstaand bedrag in € [00000] 1.928,31 Naar de stand van de huidige (hogere) rechtspraak (het zogeheten "Hofmodel") is Dexia, afhankelijk van uw omstandigheden, verplicht om een deel van het verlies te vergoeden dat u op uw effectenlease-overeenkomsten heeft geleden. (…) Onder het hofmodel heeft u na verrekening van behaald voordeel recht op een gedeeltelijke vergoeding. Deze strekt in mindering op en/of wordt verrekend met uw betalingsverplichting. Wilt u weten was uw resterende betalingsverplichting precies is, dan kunt u contact opnemen met Dexia. (…)" 3.10 Een medewerkster van de gemachtigde van Dexia heeft vervolgens een aantal keer telefonisch contact met [appellant] gehad met betrekking tot een schikking. 3.11 Bij brief van 17 februari 2016 heeft Dexia een vaststellingsovereenkomst aan [appellant] doen toekomen, waarin onder meer staat: "Op 11 januari 2016 heeft Dexia u een brief gestuurd omtrent de afwikkeling van uw geschil met Dexia. Op 16 februari 2016 heeft u telefonisch contact gehad met USG Legal Professionals om uw situatie met u door te spreken. U heeft in dit gesprek aangegeven het geschil met Dexia te willen beëindigen. Indien u bijgaande overeenkomst retour stuurt, wordt daarmee het bedrag dat u aan Dexia verschuldigd bent ad EUR 1.928,31 volledig kwijtgescholden (met gesloten beurzen beëindigd). Tevens wordt uw negatieve registratie bij Bureau Krediet Registratie (BKR) verwijderd met betrekking tot uw effectenlease-overeenkomst. (…) Ook wordt uw vrouw verzocht de overeenkomst te tekenen (…)." 3.12 [appellant] en zijn echtgenote hebben deze vaststellingsovereenkomst op 22 februari 2016 ondertekend en aan Dexia geretourneerd. 4Het geschil en de beslissing in eerste aanleg 4.1 [appellant] heeft in eerste aanleg, na vermeerdering van eis, in conventie - samengevat - gevorderd om voor recht te verklaren dat de vaststellingsovereenkomst tussen Dexia en [appellant] is vernietigd op grond van bedrog, misbruik van omstandigheden en/of dwaling, althans deze te vernietigen, voor recht te verklaren dat de (effectenlease)overeenkomst rechtsgeldig (buitengerechtelijk) is vernietigd (op grond van de artikelen 1:88 e.v. BW) en Dexia te veroordelen om al hetgeen [appellant] ter zake die overeenkomst heeft voldaan terug te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente. [appellant] heeft daarnaast verzocht om Dexia op straffe van verbeurte van een dwangsom te veroordelen de registratie van [appellant] bij het Bureau Kredietregistratie door te halen en Dexia in de buitengerechtelijke incassokosten en de proceskosten te veroordelen. 4.2 Dexia heeft in eerste aanleg in reconventie gevorderd om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad voor wat betreft de proceskosten, te verklaren voor recht dat de overeenkomst met nummer [00000] rechtsgeldig tot stand is gekomen, niet is vernietigd en niet bloot staat aan vernietiging op enige grond waarop van de zijde van [appellant] een beroep kan worden gedaan, met veroordeling van [appellant] in de kosten van het geding in reconventie. 4.3 De kantonrechter heeft bij vonnis van 21 februari 2017 geoordeeld dat [appellant] en zijn echtgenote een vaststellingsovereenkomst hebben gesloten met Dexia, die niet voor vernietiging in aanmerking komt, en de vorderingen van [appellant] in conventie afgewezen, met veroordeling van [appellant] in de proceskosten in conventie. Dexia heeft, zo oordeelt de kantonrechter, gelet op de tussen partijen gesloten vaststellingsovereenkomst, geen belang bij de door haar in gevorderde verklaring voor recht en de vordering van Dexia in reconventie afgewezen, met veroordeling van Dexia in de proceskosten in reconventie. 5De beoordeling van de grieven en de vordering 5.1 [appellant] heeft een akte genomen en daarbij producties overgelegd. Op deze producties heeft Dexia nog niet kunnen reageren. Het hof zal daarom niet in het nadeel van Dexia met deze producties rekening houden. Voor zover zulks voor de beslissing relevant is, zal het hof Dexia nog in de gelegenheid stellen daarop te reageren. 5.2 [appellant] heeft in hoger beroep drie grieven opgeworpen. De grieven leggen het geschil in conventie in volle omvang ter beoordeling aan het hof voor. Vaststellingsovereenkomst 5.3 Niet in geschil is dat partijen een vaststellingsovereenkomst hebben gesloten, waarin Dexia - kort gezegd - afstand heeft gedaan van de opeisbaarheid van de restschuld en [appellant] van zijn gepretendeerde rechten (met inbegrip van enig recht tot vernietiging). 5.4 [appellant] stelt zich op het standpunt dat de vaststellingsovereenkomst vernietigbaar is, omdat deze tot stand is gekomen door middel van een wilsgebrek (te weten: bedrog, misbruik van omstandigheden en/of dwaling). Het hof zal eerst het beroep op dwaling bespreken en vervolgens ingaan op het beroep op bedrog en/of misbruik van omstandigheden. Dwaling 5.5 [appellant] voert ten aanzien van beroep op dwaling het volgende aan. Dexia heeft, terwijl op haar een bijzondere zorgplicht rustte, [appellant] onjuist en/of onvolledig ingelicht door hem niet te wijzen op de uitspraak van de Hoge Raad van 9 oktober
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.