GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Arnhem afdeling civiel recht zaaknummer gerechtshof 200.246.136 (zaaknummer rechtbank Overijssel 211221) beschikking van 9 april 2019 inzake [verzoekster] en [verzoekster], wonende te [woonplaats] ,verzoekers in hoger beroep, verder te noemen: de grootouders, advocaat: mr. I. Mercanoğlu te Almelo, en de gecertificeerde instelling Stichting Jeugdbescherming Overijssel, gevestigd te Enschede, verweerster in hoger beroep, verder te noemen: de GI. Als overige belanghebbenden zijn aangemerkt: [belanghebbende] , wonende te [woonplaats] , verder te noemen: de moeder, advocaat: mr. I. Mercanoğlu te Almelo, de pleegouders van de na te noemen kinderen [kind 1] en [kind 2] , wonende op een geheim adres, verder te noemen: de pleegouders. 1Het geding in eerste aanleg Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikkingen van de rechtbank van Overijssel, zittingsplaats Almelo, van 8 juni 2018 uitgesproken onder voormelde zaaknummer. 2Het geding in hoger beroep 2.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: - het beroepschrift met producties, ingekomen op 10 september 2018 ; - het verweerschrift met producties; - een brief van de GI van 20 december 2018 met producties. 2.2 De mondelinge behandeling heeft op 6 november 2018 plaatsgevonden. De grootouders zijn in persoon verschenen, bijgestaan door hun advocaat. Namens de raad voor de kinderbescherming (verder: de raad) is [vertegenwoordiger Raad voor de Kinderbescherming] verschenen. Namens de GI is [vertegenwoordiger GI] verschenen. 2.3 Bij beslissing van de wrakingskamer van dit hof van 12 december 2018 heeft het hof het verzoek tot wraking van raadsheer mr. H. Phaff toegewezen en het verzoek tot wraking van de raadsheren mrs. J.H. Lieber en I.G.M.T. Weijers-van der Marck afgewezen. 2.4 De ten gevolge van deze wraking opnieuw bepaalde mondelinge behandeling heeft vervolgens op 20 maart 2019 plaatsgevonden. De grootouders zijn in persoon verschenen, bijgestaan door hun advocaat. Tevens is de moeder verschenen. Namens de raad voor de kinderbescherming (verder: de raad) is [vertegenwoordiger Raad voor de Kinderbescherming] verschenen. Namens de GI is [vertegenwoordiger GI] verschenen. 3De feiten 3.1 De moeder en [naam vader] , de vader, zijn de ouders van: - [kind 1] (hierna: [kind 1] ), geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ); - [kind 2] (hierna: [kind 2] ), geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] , hierna ook gezamenlijk te noemen “de kinderen”. De moeder en de vader oefenden tot in 2017 gezamenlijk het gezag over [kind 1] en [kind 2] uit. De moeder heeft nu alleen het gezag. Uit de moeder is voorts op [geboortedatum] [kind 3] geboren. [kind 3] heeft zijn hoofdverblijfplaats bij de moeder. 3.2 [kind 1] en [kind 2] zijn op 15 december 2015 onder toezicht gesteld van de GI en op 23 februari 2016 uit huis geplaatst bij de pleegouders (machtiging uithuisplaatsing beschikking kinderrechter in de rechtbank Overijssel van 22 februari 2016). De ondertoezichtstelling en de machtiging uithuisplaatsing zijn telkens verlengd, voor het laatst tot 15 december
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.