Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Belastingkamer Locatie Arnhem nummers 18/00965 tot en met 18/00971 uitspraakdatum: 11 april 2019 nummer 05/003680 Proces-verbaal mondelinge uitspraak appellant : de inspecteur van de Belastingdienst (hierna: de Inspecteur) verweerder : de fiscale eenheid [X] B.V. c.s te [Z] (hierna: belanghebbende) aangevallen beslissing : uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant (hierna: de Rechtbank) van 25 september 2015, nummers AWB 14/5436 tot en met 14/5443, na verwijzing door de Hoge Raad bij arrest van 12 oktober 2018, nr. 17/05547, ECLI:NL:HR:2018:1895 betreft : boetebeschikkingen in de omzetbelasting opgelegd over de tijdvakken april 2011, mei 2011, juli 2011 tot en met oktober 2011 en januari 2012 onderzoek ter zitting : op 11 april 2019 te Arnhem waarbij verschenen : namens belanghebbende haar directeur drs. [A] alsmede mw. mr. [B] , mr. [C] en mw. mr. [D] namens de Inspecteur gronden:
- Gelet op het debat ter zitting in deze procedure na verwijzing zijn partijen bij wijze van compromis overeengekomen dat de onderhavige boetebeschikkingen dienen te worden verminderd tot een totaalbedrag van € 5.
- Het Hof heeft dienovereenkomstig beslist. Het hoger beroep van de Inspecteur is gegrond. proceskosten: Het Hof acht geen termen aanwezig voor een veroordeling van de Inspecteur in de proceskosten van belanghebbende. beslissing: Het Hof: vernietigt de uitspraak van de Rechtbank, verklaart het beroep gegrond, vernietigt de uitspraken op bezwaar, en vermindert de boetebeschikkingen tot een totaalbedrag van € 5.
- Aldus gedaan door mr. R. den Ouden, voorzitter, mr. M.G.J.M. van Kempen en mr. A.J. Kromhout, in tegenwoordigheid van mr. A. Vellema als griffier. De beslissing is op 11 april 2019 in het openbaar uitgesproken. Waarvan opgemaakt dit proces-verbaal. De griffier, De voorzitter, (A.Vellema) (R. den Ouden) Afschriften zijn aangetekend per post verzonden op 16 april
- Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), Postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Daarbij moet het volgende in acht worden genomen:
- bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd. 2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden: a. de naam en het adres van de indiener; b de dagtekening; c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht; d. de gronden van het beroep in cassatie. Tenzij de Hoge Raad anders bepaalt, zal het gerechtshof deze mondelinge uitspraak vervangen door een schriftelijke. In dat geval krijgt u de gelegenheid de gronden van het beroep in cassatie alsnog aan te voeren of aan te vullen. Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad. In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.