← Nederland

ECLI:NL:GHARL:2019:3848

WAHV 200.222.143 2 mei 2019 CJIB 195491975 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden zittingsplaats Leeuwarden Arrest op het hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam van 13 juli 2017 betreffende [betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene), wonende te [A] . De beslissing van de kantonrechter De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard. Het procesverloop De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend. De betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht. De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt. Beoordeling

  1. Artikel 11 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (hierna: Wahv) verplicht de betrokkene om in de procedure bij de kantonrechter zekerheid te stellen voor de betaling van de sanctie en de administratiekosten. De officier van justitie heeft de betrokkene op juiste wijze geïnformeerd over deze verplichting. Er is geen zekerheid gesteld.
  2. De betrokkene voert aan het oneens te zijn met de hem opgelegde sanctie. Daarnaast heeft hij niet fatsoenlijk beroep in kunnen stellen, omdat de CVOM tot op heden niet voldaan heeft aan zijn verzoek op grond van de Wet openbaarheid van bestuur. Daarom heeft hij recht op een dwangsom, zodat - zo begrijpt het hof - de zekerheidstelling met die dwangsom is verrekend en hij dus wel degelijk tijdig zekerheid heeft gesteld.
  3. Zekerheidstelling is een voorwaarde voor de ontvankelijkheid van het beroep bij de kantonrechter. Dit betekent dat de kantonrechter de bezwaren van de betrokkene pas kan behandelen, wanneer een betrokkene zekerheid heeft gesteld. Als het beroep gegrond wordt verklaard, wordt het bedrag van de zekerheidstelling aan de betrokkene terugbetaald. Bij ongegrondverklaring van het beroep wordt het bedrag van de opgelegde sanctie met het bedrag van de zekerheid verrekend. Het hof – en eerder ook de Hoge Raad – heeft reeds geoordeeld dat het door de betrokkene te betalen bedrag van de zekerheidstelling niet kan worden verrekend met bedragen die (mogelijk) aan een betrokkene verschuldigd zijn (zie onder meer het arrest van het hof van 8 januari 2004, gepubliceerd op rechtspraak.nl met vindplaats ECLI:NL:GHLEE:2004:AO8648).
  4. Nu de mogelijkheid tot verrekening van de zekerheidstelling in bestendige, gepubliceerde rechtspraak is uitgesloten, heeft de betrokkene daarover redelijkerwijs niet in dwaling kunnen verkeren en is het niet stellen van zekerheid dus niet verschoonbaar.
  5. De kantonrechter heeft het beroep terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter bevestigen en kan daarom, net als de kantonrechter, de inhoudelijke bezwaren van de betrokkene tegen de opgelegde administratieve sanctie en de bezwaren tegen de handelwijze van de officier van justitie niet beoordelen. Beslissing Het gerechtshof: bevestigt de beslissing van de kantonrechter. Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. De Jong als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.