Afdeling strafrecht Parketnummer: 21-006062-18 Uitspraak d.d.: 8 mei 2019 TEGENSPRAAK Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland van 24 oktober 2018 met parketnummer 16-659710-17 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981, verblijvende te [verblijfplaats] . Het hoger beroep De officier van justitie heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 24 april 2019 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van verdachte voor het subsidiair tenlastegelegde tot een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Voorts vordert de advocaat-generaal dat aan verdachte de maatregel van terbeschikkingstelling met dwangverpleging wordt opgelegd. Ook dient het inbeslaggenomen mes verbeurd te worden verklaard. Ten slotte heeft de advocaat-generaal de gevangenneming van verdachte gevorderd, te bevelen bij uitspraak van het hof. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr. O.R.R. Hetterscheidt, naar voren is gebracht. Het vonnis waarvan beroep De meervoudige kamer van de rechtbank Midden-Nederland heeft verdachte ten aanzien van de meer subsidiair tenlastegelegde poging tot zware mishandeling veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. De rechtbank heeft aan verdachte voorts de maatregel van terbeschikkingstelling met voorwaarden opgelegd en daarvan de dadelijke uitvoerbaarheid bevolen. Het inbeslaggenomen mes heeft de rechtbank verbeurd verklaard. Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen. Het hof zal opnieuw rechtdoen. De tenlastelegging Aan verdachte is -na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in hoger beroep- tenlastegelegd dat: primair:hij op of omstreeks 20 juni 2017 te [plaats 1] , althans in het arrondissement Midden-Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk en met voorbedachten rade [slachtoffer] van het leven te beroven, met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, - de kamer waarin die [slachtoffer] zich bevond is binnengegaan en direct de deur op slot heeft gedaan en/of - die [slachtoffer] de volgende woorden heeft toegevoegd: "Ik heb hier een drankje voor je, die kan je nu opdrinken anders vermoord ik je ter plekke" en/of "Je drinkt dit op of ik vermoord je" en/of "Als je niet drinkt dan snijd ik je strot door", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of - meerdere malen met een mes in het hoofd van die [slachtoffer] heeft gestoken en/of - met zijn handen de keel van die [slachtoffer] heeft dichtgeknepen en aldus de ademhaling van die [slachtoffer] heeft belet en/of belemmerd, terwijl hij, verdachte, die [slachtoffer] tegen een muur aandrukte en/of (vervolgens) een mes tegen de keel van die [slachtoffer] heeft gehouden, en/of - ( vervolgens) het slachtoffer door middel van een zogenaamde nekklem de keel heeft dicht geknepen en/of (vervolgens) de ademhaling van die [slachtoffer] heeft belet en/of belemmerd zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid. subsidiair:hij op of omstreeks 20 juni 2017 te [plaats 1] , althans in het arrondissement Midden-Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer] van het leven te beroven, met dat opzet, - de kamer waarin die [slachtoffer] zich bevond is binnengegaan en direct de deur op slot heeft gedaan en/of - die [slachtoffer] de volgende woorden heeft toegevoegd: "Ik heb hier een drankje voor je, die kan je nu opdrinken anders vermoord ik je ter plekke" en/of "Je drinkt dit op of ik vermoord je" en/of "Als je niet drinkt dan snijd ik je strot door", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of - meerdere malen met een mes in het hoofd van die [slachtoffer] heeft gestoken en/of - met zijn handen de keel van die [slachtoffer] heeft dichtgeknepen waardoor die [slachtoffer] geen lucht meer kreeg, terwijl hij, verdachte, die [slachtoffer] tegen een muur aandrukte en/of een mes tegen de keel van die [slachtoffer] heeft gehouden, en/of - ( vervolgens) het slachtoffer door middel van een zogenaamde nekklem de keel heeft dicht geknepen en/of (vervolgens) de ademhaling van die [slachtoffer] heeft belet en/of belemmerd zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid. meer subsidiair:hij op of omstreeks 20 juni 2017 te [plaats 1] , althans in het arrondissement Midden-Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon, te weten [slachtoffer] , opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade, zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet al dan niet na kalm beraad en rustig overleg, - de kamer waarin die [slachtoffer] zich bevond is binnengegaan en direct de deur op slot heeft gedaan en/of - meerdere malen met een mes in de richting van het hoofd, althans het lichaam van die [slachtoffer] heeft gestoken en/of - met zijn handen de keel van die [slachtoffer] heeft dichtgeknepen en aldus de ademhaling van die [slachtoffer] heeft belet en/of belemmert, terwijl hij, verdachte, die [slachtoffer] tegen een muur aandrukte en/of (vervolgens) een mes tegen de keel van die [slachtoffer] heeft gehouden, en/of - ( vervolgens) het slachtoffer door middel van een zogenaamde nekklem de keel heeft dicht geknepen en/of (vervolgens) de ademhaling van die [slachtoffer] heeft belet en/of belemmerd zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid. Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Vrijspraak ten aanzien van het primair tenlastegelegde Het hof is van oordeel, in overeenstemming met het standpunt van de advocaat-generaal en het standpunt van de verdediging, dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte met voorbedachten rade heeft gehandeld. Het hof heeft aldus uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken. Overwegingen met betrekking tot het bewijs ten aanzien van het subsidiair tenlastegelegde Standpunt van de verdediging De raadsman heeft aangevoerd dat sprake is van een unus testis, nullus testis situatie. De tenlastegelegde feiten kunnen niet bewezen worden, omdat er sprake is van één enkele verklaring, te weten die van aangever [slachtoffer] . Hij is de enige bron die kan verklaren over het vermeende gebruik van een mes. De verklaringen van getuige [getuige 1] ondersteunen de aangifte van aangever niet. Ook de verklaringen van de overige getuigen ondersteunen de aangifte niet. De raadsman heeft voorts aangevoerd dat een poging doodslag niet bewezen kan worden. Er was geen sprake van opzet dan wel van voorwaardelijk opzet bij verdachte op de dood van aangever. Tevens had naar algemene ervaringsregels de dood van aangever niet kunnen intreden. Verdachte heeft niet met kracht een knietje gegeven. Er zijn geen aanwijzingen dat verdachte met kracht met zijn handen de keel van aangever heeft dichtgeknepen. Van verwurging is zodoende geen sprake. Een nekklem is totaal iets anders dan iemand met kracht proberen te verwurgen. Indien verdachte inderdaad met kracht met zijn handen de keel van aangever zou hebben dichtgeknepen, dan had dit zichtbaar moeten zijn in de hals van aangever. Standpunt van de advocaat-generaal De advocaat-generaal heeft aangegeven dat zij de subsidiair tenlastegelegde poging doodslag wettig en overtuigend te bewijzen acht. Oordeel van het hof Feiten en omstandigheden Uit het dossier en hetgeen ter zitting in hoger beroep naar voren is gekomen, leidt het hof de volgende feiten en omstandigheden af. Verdachte en aangever [slachtoffer] verbleven ten tijde van het tenlastegelegde beiden op de open afdeling van psychiatrisch centrum [instelling] in [plaats 1] . Verdachte verklaarde ter zitting in hoger beroep dat hij op de datum van het tenlastegelegde, zijnde 20 juni 2017, sterk het gevoel kreeg dat aangever "niet goed voor hem was" dan wel "een gevaar voor hem was". Vervolgens is verdachte met een aardappelschilmesje en een Spa fles met vloeistof, waarin verdachte zelf lavendel en bessen had gestopt, naar de kamer van aangever gegaan. Aangever heeft bij de politie - onder meer - het volgende verklaard:"Toen hij (het hof begrijpt: verdachte) binnenkwam, draaide hij meteen het slot van mijn deur achter zich dicht. Ik zag dat hij in zijn rechterhand een mes vast had, dit leek op een aardappelschilmesje. Hij had in zijn linkerhand een fles frisdrank vast, de fles was gevuld met roze vloeistof. Hij zei vervolgens tegen mij: "Ik heb hier een drankje voor je die kan je nu opdrinken anders vermoord ik je ter plekke". Mijn vriendin [getuige 1] had ik op dat moment nog op Skype op mijn telefoon. In de hoek voelde ik meteen dat ik twee handen om mijn nek had zitten, hij drukte mij tegen de muur aan en kneep mijn luchtpijp dicht. Ik zag dat hij zijn armen helemaal gestrekt had en met zijn volle gewicht mij tegen de muur drukte en wurgde. Ik kreeg bijna geen lucht meer binnen en ik vreesde voor mijn leven. Ik kon net mijn rechterduim onder zijn linkerduim krijgen, waardoor ik net het kleine beetje lucht nog binnen kreeg om te schreeuwen voor mijn leven. Ik krijste uit alle macht. Terwijl hij mij probeerde te wurgen riep hij nog een paar keer: "je drinkt dit op of ik vermoord je". Ik voelde dat hij één hand losliet en met zijn rechterhand zette hij het mes op mijn keelen zei hij: "als je niet drinkt dan snijd ik je strot door"." Getuige [getuige 1] was ten tijde van het tenlastegelegde aan het Skypen met aangever. Zij heeft bij de politie verklaard dat zij hoorde dat aangever zei: "Nee ik hoef niet" en dat zij aangever om hulp hoorde vragen en hoorde schreeuwen. Getuige [getuige 1] is bij de rechter-commissaris nogmaals gehoord en heeft daar verder nog verklaard dat aangever schreeuwde dat hij werd gewurgd, en riep "laat mij los". Getuigen [getuige 2] , begeleidster bij [instelling] , en [getuige 3] , verpleegkundige bij [instelling] , verklaarden dat zij gegil hoorden en uitkwamen bij de kamer van aangever. [getuige 2] heeft bij de politie verklaard dat haar collega [getuige 3] en zij geschreeuw hoorden. Toen zij de deur open deed, zag zij dat verdachte zijn rechterarm om de nek van aangever heen had, met zijn linkerhand zijn rechterarm aantrok, en zo aangever in een verwurging had. Ze zag dat aangever naar adem aan het happen was en dat hij een rood gezicht had. Ze riep met luide stem "wat ben je aan het doen" en ze zag dat verdachte ineens los liet. [getuige 3] heeft bij de politie verklaard dat ze, toen [getuige 2] en zij binnenkwamen, zag dat verdachte achter aangever stond en zijn arm om zijn nek had. Ze zag dat het gezicht van aangever onder het bloed zat en dat hij kermde en gilde. Nadat [getuige 2] iets riep, liet verdachte aangever los, aldus [getuige 3] . Ter zitting in hoger beroep heeft verdachte aangegeven dat het klopt wat aangever heeft verklaard, met uitzondering van het steken van aangever met het mes. Verdachte verklaarde aangever wel te hebben bedreigd met het mes. Het hof gaat uit van de verklaring van aangever. Uit die verklaring is op te maken dat verdachte aangever tegen het hoofd heeft geslagen terwijl hij het mes in zijn hand had. Naar het oordeel van het hof is dit slaan met een mes in de hand niet gelijk te stellen met het (opzettelijk) steken met een mes in het hoofd van aangever. In dit verband is ook van belang dat het bij aangever geconstateerde letsel wordt beschreven als een snijwond, niet als een steekwond. Van dit deel van de tenlastelegging - het steken met een mes in de richting van het hoofd, althans het lichaam - spreekt het hof verdachte dan ook vrij.Unus testis, nullus testis Volgens het tweede lid van artikel 342 van het Wetboek van Strafvordering - dat de tenlastelegging in haar geheel betreft en niet een onderdeel daarvan - kan het bewijs dat de verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan, door de rechter niet uitsluitend worden aangenomen op de verklaring van één getuige. Uit de hiervoor weergegeven feiten en omstandigheden volgt dat de verklaring van aangever in voldoende mate wordt ondersteund door andere bewijsmiddelen, waaronder door de verklaring van verdachte, zodat er geen sprake is van een unus testis-situatie. Het hof heeft geen redenen om te twijfelen aan de juistheid en betrouwbaarheid van de verklaring van aangever, zodat het hof van deze verklaring zal uitgaan. Op grond van de hiervoor genoemde bewijsmiddelen, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte geweld heeft toegepast. Het hof ziet zich vervolgens voor de vraag gesteld hoe dit door verdachte toegepaste geweld gekwalificeerd dient te worden. (Voorwaardelijk) opzet op de dood Voor een veroordeling ter zake van een poging doodslag is onder meer vereist dat ten minste het voorwaardelijk opzet van verdachte gericht was op de dood van aangever. Voorwaardelijk opzet op een bepaald gevolg – in dit geval de dood – is aanwezig indien verdachte zich willens en wetens heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat dit gevolg zal intreden. Voor de vaststelling dat de verdachte zich willens en wetens heeft blootgesteld aan zulk een kans is niet alleen vereist dat de verdachte wetenschap heeft van de aanmerkelijke kans dat het gevolg zal intreden, maar ook dat hij die kans ten tijde van de gedraging bewust heeft aanvaard (op de koop toe heeft genomen). De beantwoording van de vraag of de gedraging de aanmerkelijke kans op een bepaald gevolg in het leven roept, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval, waarbij betekenis toekomt aan de aard van de gedraging en de omstandigheden waaronder deze is verricht. Bepaalde gedragingen kunnen naar hun uiterlijke verschijningsvorm worden aangemerkt als zo zeer gericht op een bepaald gevolg dat het – behoudens contra-indicaties – niet anders kan zijn dan dat de verdachte de aanmerkelijke kans op het desbetreffende gevolg heeft aanvaard.Verdachte heeft aangever bedreigd met de dood, waarna en terwijl hij de keel van aangever heeft dichtgeknepen en met kracht een nekklem heeft aangelegd bij aangever. Verdachte is niet uit eigen beweging met het dichtknijpen van de keel gestopt maar pas op het moment dat personeel van de instelling de kamer binnenkwam en hem aanriep. Naar algemene ervaringsregels brengen deze geweldshandelingen een aanmerkelijke kans met zich mee dat het slachtoffer ten gevolge daarvan komt te overlijden. De luchtpijp is een kwetsbaar en vitaal onderdeel van het lichaam. Het dichthouden van de luchtpijp - door middel van het dichtknijpen van de keel en het met kracht aanleggen van een nekklem - kan snel tot de dood leiden. Nu het algemene ervaringsregels betreft heeft een ieder – en dus ook verdachte – wetenschap van het bestaan van vorenbedoelde aanmerkelijke kans. De door verdachte verrichte geweldshandelingen, namelijk het met twee handen dichtknijpen van de keel en het met kracht aanleggen van een nekklem zijn naar de uiterlijke verschijningsvorm zozeer gericht op de dood, dat het niet anders kan zijn dan dat verdachte de aanmerkelijke kans op dat gevolg heeft aanvaard. Van contra-indicaties waaruit zou blijken dat verdachte die aanmerkelijke kans niet heeft aanvaard, is niet gebleken. Op grond van bovenstaande acht het hof de subsidiair tenlastegelegde poging tot doodslag wettig en overtuigend bewezen. Bewezenverklaring Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: hij op 20 juni 2017 te [plaats 1] , ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer] van het leven te beroven, met dat opzet, - de kamer waarin die [slachtoffer] zich bevond is binnengegaan en direct de deur op slot heeft gedaan en - die [slachtoffer] de volgende woorden heeft toegevoegd: "Ik heb hier een drankje voor je, die kan je nu opdrinken anders vermoord ik je ter plekke" en "Je drinkt dit op of ik vermoord je" en "Als je niet drinkt dan snijd ik je strot door", en - met zijn handen de keel van die [slachtoffer] heeft dichtgeknepen waardoor die [slachtoffer] geen lucht meer kreeg, terwijl hij, verdachte, die [slachtoffer] tegen een muur aandrukte en een mes tegen de keel van die [slachtoffer] heeft gehouden, en - ( vervolgens) het slachtoffer door middel van een zogenaamde nekklem de keel heeft dicht geknepen en de ademhaling van die [slachtoffer] heeft belet en/of belemmerd, zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid. Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het subsidiair bewezen verklaarde levert op: poging tot doodslag. Strafbaarheid van de verdachte Verdachte heeft geweigerd mee te werken aan het op grond van onderhavige zaak opgestarte psychologisch en psychiatrisch onderzoek, naar aanleiding waarvan de Pro Justitia rapportages van 1 augustus 2017 (psychologisch onderzoek) en 21 augustus 2017 (psychiatrisch onderzoek) zijn opgesteld. Vervolgens is verdachte van 31 januari 2018 tot 14 maart 2018 geobserveerd in het Pieter Baan Centrum (PBC). Ook daar heeft verdachte geweigerd mee te werken aan de onderzoeken. Ten aanzien van het verblijf van verdachte in het PBC is de Pro Justitia-rapportage van 24 april 2018 opgemaakt. Psycholoog P.E. Geurtink heeft daarin gerapporteerd dat verdachte door zijn weigering geen inzicht in zijn belevingswereld en wijzen van psychisch functioneren heeft gegeven. Vanuit de beschikbare informatie zijn er duidelijk aanwijzingen dat er sprake is van chronisch psychotische pathologie, met als kern wanen met grootheid, maar ook verwardheid en agressie. Deze psychotische pathologie speelt al lang en afgaande op de beschikbare informatie mogelijk al vanaf
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.