GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Arnhem afdeling civiel recht, handel zaaknummer gerechtshof 200.235.312 (zaaknummer rechtbank Overijssel, zittingsplaats Almelo, 6027713) arrest van 11 juni 2019 in de zaak van [appellant] , wonende te [woonplaats] , appellant, in eerste aanleg: opposant in conventie, eiser in reconventie, hierna: [appellant] , advocaat: mr. P.P.J.T.M. Seelen, tegen: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Enexis Netbeheer B.V., voorheen Enexis B.V., gevestigd te ’s-Hertogenbosch, geïntimeerde, in eerste aanleg: geopposeerde in conventie, gedaagde in reconventie, hierna: Enexis, advocaat: mr. A.J. van der Kolk. 1Het verdere verloop van het geding in hoger beroep Het hof neemt de inhoud van het tussenarrest van 24 april 2018 hier over. 1.1. Het verdere verloop blijkt uit: - het proces-verbaal van de comparitie van partijen van 6 juli 2018; - de memorie van grieven met productie; - de memorie van antwoord. 1.2. Vervolgens hebben partijen de stukken voor het wijzen van arrest aan het hof overgelegd en heeft het hof arrest bepaald. 2De vaststaande feiten 2.1. Enexis verzorgt als netbeheerder en eigenaar, onder andere, het beheer van het transport- en distributienet voor elektriciteit in – onder meer – [woonplaats] . 2.2. Op 1 juni 2011 is een monteur/fraude-inspecteur van Enexis op verzoek van en samen met de politie gegaan naar het perceel [adres] te [woonplaats] (verder: 'verbruiksadres') om ter plaatse de elektriciteitsinstallatie te onderzoeken op mogelijke onregelmatigheden. Het pand was in gebruik bij [appellant] . De afname van energie werd bijgehouden door een tussen het netwerk en het perceel aangebrachte meetinrichting, de kWh-meter. 2.3. Bij voornoemde controle is geconstateerd dat op het verbruiksadres een hennepkwekerij was ingericht, dat de aan [appellant] ter beschikking gestelde meetinrichtingen van Enexis waren gemanipuleerd en beschadigd en dat de elektriciteit ten behoeve van de hennepkwekerij vóór de meter werd afgenomen en op deze wijze niet via het telwerk van de kWh-meter werd geregistreerd. 2.4. Door de manipulatie en beschadiging van de meetinrichting en de illegale, frauduleuze elektriciteitsafname heeft Enexis schade geleden. Deze schade bedraagt volgens de door Enexis aan [appellant] toegezonden factuur van 17 juni 2011 € 6.337,14. Enexis heeft [appellant] bij brief van 17 juni 2011 aansprakelijk gesteld en tot betaling van dit bedrag van € 6.337,14 aangesproken. In die brief is – onder meer – vermeld dat is uitgegaan van afsluitkosten, netwerkkosten elektriciteit en onderzoekkosten (ad totaal € 1.087,40) en een elektriciteitsverbruik van 70.656 kWh (ad totaal € 5.249,74). Naar aanleiding hiervan is Enexis met [appellant] op 20 juli 2011 telefonisch tot een betalingsregeling gekomen. Deze betalingsregeling is dezelfde dag schriftelijk aan [appellant] bevestigd en [appellant] heeft deze voor akkoord ondertekend en retour gezonden. Door [appellant] is het eerste termijnbedrag ad € 3.337,14 voldaan aan Enexis. De hierna overeengekomen termijnbedragen ad € 300,00 per maand zijn niet voldaan. 2.5. [appellant] is bij arrest van dit hof van 11 november 2014 strafrechtelijk veroordeeld voor (onder meer) diefstal van elektriciteit van Enexis. 2.6. Bij e-mail van 13 mei 2015 heeft de advocaat van [appellant] aangevoerd dat hij niets meer aan Enexis is verschuldigd en te veel heeft betaald. Volgens [appellant] gaat de schadevergoedingsvordering van Enexis ten onrechte uit van de aanwezigheid van meerdere oogsten van hennep. In het kader van een minnelijke regeling is hij genegen uit te gaan van een totaal verbruik van 13.357 kWh voor de aangetroffen teelt (van 1.077 planten) en van een voorgaande teelt van 200 planten plus een herberekend huishoudelijk verbruik van 3.000 kWh zijnde in totaal 16.357 kWh. De te betalen schadevergoeding is dan € 2.015,33 zodat hij aanspraak maakt op terugbetaling van € 1.321,81 (zijnde € 3.337,14 minus € 2.105,33). 3Het geschil en de beslissing in eerste aanleg 3.1. Enexis heeft in eerste aanleg (in conventie) kort samengevat gevorderd betaling van het restant van haar schade ad € 3.000 vermeerderd met rente, buitengerechtelijke kosten ad € 450 en proceskosten. Bij verstekvonnis van 14 februari 2017 zijn deze vorderingen toegewezen. 3.2. [appellant] is hiertegen in verzet gekomen en heeft in reconventie (terug)betaling van € 1.321,18 gevorderd zijnde het te veel betaalde bedrag (rov. 2.3). 3.3. De kantonrechter heeft, bij vonnis van 12 december 2017, het verzet van [appellant] afgewezen, de vorderingen in reconventie afgewezen en het verstekvonnis bekrachtigd met veroordeling van [appellant] in de proceskosten. 4De motivering van de beslissing in hoger beroep 4.1. [appellant] komt met vijf grieven op tegen het vonnis van de kantonrechter. De grieven I en II hebben betrekking op de vordering van Enexis. Deze vordering is gebaseerd op de met [appellant] op 20 juli 2011 overeengekomen betalingsregeling. [appellant] voert aan dat hij niet gebonden is aan die regeling omdat deze onder invloed van dwaling c.q. misbruik van omstandigheden tot stand is gekomen. 4.2. Volgens [appellant] is sprake van dwaling omdat hij ten tijde van het sluiten van de afbetalingsregeling niet wist dat de werkelijke schade veel lager was. Pas in het strafproces, in februari 2012, is het gevorderde van een (volgens [appellant] onjuiste) onderbouwing voorzien. Het hof begrijpt dat de gestelde dwaling volgens [appellant] is te wijten aan het niet-geven (door Enexis) van de(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.