GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Arnhem afdeling civiel recht zaaknummer gerechtshof 200.258.344/02 (zaaknummers rechtbank Midden-Nederland 425788 (omgang) en 470642 (informatieplicht)) beschikking van 13 juni 2019 op het verzoek tot benoeming van een bijzondere curator inzake [verzoeker] , wonende te [A] ,verzoeker in hoger beroep, verder te noemen: de vader, advocaat: mr. M.M. Strengers te Soest, en [belanghebbende] , wonende te [A] , belanghebbende in hoger beroep, verder te noemen: de moeder, advocaat: mr. G.R. Dorhout-Tielken te Soest, en de gecertificeerde instelling, Stichting Samen Veilig Midden-Nederland, belanghebbende in hoger beroep, gevestigd te Utrecht, verder te noemen: de GI. 1Het geding in eerste aanleg Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikkingen van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, verder: de rechtbank, van 17 februari 2017 onder zaaknummers 425788 (omgang) 425791 (bijzondere curator) en 431843 (hoofdverblijfplaats), van 6 november 2017 onder zaaknummers 425788 en 431843, en van 18 januari 2019, uitgesproken onder voormelde zaaknummers, hierna verder te noemen: de bestreden beschikking. 2Het geding in hoger beroep 2.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: - het beroepschrift met producties, ingekomen op 16 april 2019; - een brief van de GI van 9 mei 2019; - een journaalbericht van mr. Strengers van 17 mei 2019 met producties. 2.2 De hierna te noemen minderjarige [de minderjarige1] is op 20 mei 2019 verschenen. Hij is buiten aanwezigheid van de vader en de moeder, hun advocaten en de GI door de voorzitter en de jongste raadsheer gehoord. 2.3 De mondelinge behandeling heeft op 21 mei 2019 plaatsgevonden. De vader en de moeder zijn in persoon verschenen, bijgestaan door hun advocaten. Namens de GI is [B] , jeugdbeschermer, verschenen. 3De feiten 3.1 De ouders hebben een affectieve relatie met elkaar gehad. De samenleving van de ouders is in 2013 beëindigd. 3.2 Partijen zijn de ouders van: - [de minderjarige1] , verder: [de minderjarige1] , geboren [in] 2005 te [A] , - [de minderjarige2] , verder: [de minderjarige2] , geboren [in] 2007 te [C] , en - [de minderjarige3] , verder: [de minderjarige3] , geboren [in] 2009 te [C] , over wie zij gezamenlijk het gezag uitoefenen. 3.3 De ouders zijn een ouderschapsplan overeengekomen, ondertekend op 6 december 2013 respectievelijk 13 december 2013. Het ouderschapsplan omvat - onder andere - een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken inhoudende dat de kinderen de ene week bij de moeder verblijven en de andere week bij de vader. Tevens hebben de ouders in het ouderschapsplan vastgesteld dat [de minderjarige1] staat ingeschreven op het adres van de vader en dat [de minderjarige2] en [de minderjarige3] staan ingeschreven op het adres van de moeder. 3.4 Bij beschikking van 17 februari 2017 heeft de rechtbank, voor zover van belang, het verzoek van de vader tot benoeming van een bijzondere curator afgewezen. 3.5 Bij beschikking van 9 oktober 2017 heeft de kinderrechter in de rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Utrecht, de kinderen onder toezicht gesteld. Bij beschikking van 25 september 2018 heeft de kinderrechter de ondertoezichtstelling van de kinderen verlengd tot 9 oktober 2019. 3.6 In de beschikking van 6 november 2017 heeft de rechtbank onder meer bepaald dat [de minderjarige1] zijn hoofdverblijfplaats heeft bij de moeder. 4Het verzoek van de vader De vader verzoekt het hof over te gaan tot benoeming van een bijzondere curator. 5De motivering van de beslissing 5.1 Volgens artikel 1:250 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechter overgaan tot benoeming van een bijzondere curator indien hij dit in het belang van de minderjarige noodzakelijk acht vanwege strijdigheid tussen de belangen van de minderjarige en die van de met het gezag belaste ouder(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.