GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Leeuwarden afdeling civiel recht, handel zaaknummer gerechtshof 200.242.198/01 (zaaknummer rechtbank Overijssel C/08/207216 / HA ZA 17-399) arrest van 27 augustus 2019 in de zaak van De vennootschap naar Belgisch recht Moore Stephens Belgium CVBA, gevestigd te Brussel, België appellante, in eerste aanleg: eiseres, hierna: Moore Stephens, advocaat: mr. I.A. van Rooij, kantoorhoudend te Tilburg, tegen Ausnutria Nutrition B.V. voorheen genaamd Hyproca Nutrition, gevestigd te Zwolle, geïntimeerde, in eerste aanleg: gedaagde, hierna: Hyproca, advocaat: mr. J.J. Veldhuis, kantoorhoudend te Leeuwarden. 1Het procesverloop 1.1 De rechtbank Overijssel in Zwolle (kanton) heeft op 15 november 2017 en 30 mei 2018 vonnis gewezen. Het verloop van de daarop volgende procedure in het hoger beroep blijkt uit de dagvaarding, het herstelexploot en de memories van grieven en antwoord. Nadat beide partijen de stukken aan het hof hebben gestuurd, is beslist dat vandaag arrest wordt gewezen. 2De vaststaande feiten 2.1 Het volgende staat in dit hoger beroep vast. 2.2 Hyproca en de onderneming Centra Voor Zwangerschap en Geboorte BV (CVZG) hebben op 11 november 2015 een overeenkomst gesloten waarbij CVZG de verplichting op zich heeft genomen Hyproca exclusiviteit te verlenen voor het domein "Baby- en kindervoeding", met uitzondering van het domein 'Borstvoeding" tot en met 2019, tegen een vergoeding van € 100.000,- excl. btw per jaar. Voor 2016 heeft Hyproca die vergoeding voldaan. Over de factuur voor 2017 is discussie ontstaan. Die factuur wordt hieronder weergegeven. . 2.3 CVZG heeft deze factuur te koop aangeboden op het marktplatform van de Belgische onderneming Ebedex. Dat is een bedrijf dat zich bezighoudt met het online bemiddelen in de koop en verkoop van openstaande facturen. Als onderdeel van de door haar uitgevoerde externe audit heeft Ebedex hiervan op 2 november 2016 aan Hyproca melding gedaan in een mail aan financieel administratief medewerker [A] . Ebedex schrijft aan [A] : "Wij nemen (…) steeds contact op met de debiteur vooraleer wij groen licht geven om een factuur te koop aan te bieden op de marktplaats. Graag kregen wij van u een antwoord op onderstaande vragen: Erkent HYPROCA NUTRITION B.V. deze factuur als echt? Is het vermelde bedrag (121.000,00€) en de vervaldag (01/01/2017) juist? Zijn de goederen/diensten besteld EN geleverd'? Aanvaardt HYPROCA NUTRITION B.V. formeel en onherroepelijk deze factuur? 2.4 Nog dezelfde dag heeft [A] in een e-mail geantwoord dat de factuur zal worden voldaan. De gestelde vragen zijn daarbij alle vier bevestigend beantwoord. [A] voegde een e-mail bij die de manager finance van Hyproca (Westhoff) al op 31 oktober 2016 aan een werknemer van CVZG had gestuurd ( [B] ). Daarin wordt ook meegedeeld dat Hyproca per 1 januari 2017 € 100.000,- conform afspraak zal overmaken. 2.5 Nadat Ebedex de factuur vervolgens op haar marktplatform had aangeboden, heeft Moore Stephens de vordering op 3 november 2016 voor € 118.924,- gekocht. Ebedex heeft Hyproca Nutrition diezelfde dag bericht over de overdracht van de betreffende vordering. Ruim anderhalve maand later, op 23 december 2016, is CVZG op eigen aangifte failliet verklaard. Hyproca heeft daarna het standpunt ingenomen dat zij de factuur niet zou betalen, omdat CVGZ niet meer kon voldoen aan de prestatie die verbonden was aan de exclusiviteit over 2017. Ook na aanmaning door Moore Stephens is Hyproca niet overgegaan tot betaling aan die partij. 2.6 Op 16 januari 2018 heeft de curator schriftelijk meegedeeld dat hij geen nakoming van de overeenkomst zou vorderen. 3Het geschil en de beslissing in eerste aanleg 3.1 Moore Stephens heeft in eerste aanleg gevorderd Hyproca te veroordelen tot betaling van € 131.174,85, vermeerderd met (handels)rente, proceskosten en nakosten. Ook is een verklaring voor recht gevraagd, kort gezegd, dat de uiterste termijn van betaling van de factuur 24 oktober 2016 is. Die vorderingen zijn afgewezen. De grieven in dit hoger beroep hebben de strekking dat deze alsnog worden toegewezen. 4Thematische beoordeling van de grieven en de vordering De bevoegdheid van de Nederlandse rechter en het toepasselijke recht 4.1 De zaak heeft internationaalrechtelijke aspecten nu Moore Stephens ten tijde van de dagvaarding in eerste aanleg in België gevestigd was (en dat nog steeds is). Zowel Hyproca als CVZG zijn in Nederland gevestigde rechtspersonen. Op grond van artikel 4 lid 1 respectievelijk artikel 26 lid 1 van Brussel I-bis heeft de Nederlandse rechter rechtsmacht.In eerste aanleg heeft de rechter het geschil beoordeeld naar Nederlands recht. Partijen hebben daartegen in hoger beroep geen bezwaren geuit, zodat het geschil in hoger beroep alleen al daarom ook naar Nederlands recht zal worden beoordeeld. Hyproca komt in beginsel een beroep toe op artikel 37 Faillissementswet (Fw) 4.2 Hyproca heeft zich tegen de vordering verweerd met een beroep op artikel 37 Fw. Hyproca kan als wederpartij van de failliet op grond van die bepaling aan de curator vragen binnen een redelijke termijn te laten weten of hij een eerder door de failliet gesloten wederkerige overeenkomst gestand zal doen. Als de curator dat nalaat, dan verliest hij het recht nakoming van die overeenkomst te vorderen van prestaties waarvoor de tegenprestatie door de gefailleerde nog verricht moet worden. Dat is hier aan de orde, omdat de onbetaalde factuur betrekking heeft op nog te verlenen exclusiviteit, en de curator niet binnen de door Hyproca gestelde termijn heeft gereageerd. Op grond van artikel 6:145 BW kon Hyproca dit verweer tegen Moore Stephens inroepen, nu dat na de mededeling van de cessie is opgekomen en zijn grondslag vindt in een ten tijde van de mededeling al bestaande rechtsverhouding. 4.3 Moore Stephens heeft uitgebreid betoogd dat de oorspronkelijke betalingstermijn (die lag na het faillissement van CVZG) op grond van het bepaalde in artikel 6:119a BW is geconverteerd in een kortere termijn (24 oktober 2016, dus nog voor het faillissement). Hyproca was volgens haar dus al voorafgaand aan het faillissement in verzuim. Dat is onjuist, omdat een door de contractspartijen voor akkoord getekend betaalschema van de overeenkomst deel uitmaakte. Daarin is uitdrukkelijk overeengekomen dat de onderhavige vergoeding (bij vooruitbetaling) op 1 januari 2017 verschuldigd zou zijn (productie 4 bij inleidende dagvaarding). 4.4 Als al juist zou zijn dat Hyproca ten tijde van het faillissement in verzuim was, dan nog zou het beroep op artikel 37 Fw slagen. Bepalend is namelijk dat beide prestaties waarop de factuur betrekking heeft ten tijde van het faillissement nog niet waren verricht. Eventueel verzuim van Hyproca staat daar niet aan in de weg, nu de curator zich niet op de gevolgen van het verzuim of enige tekortkoming heeft beroepen. Moore Stephens mocht niet aannemen dat de gefactureerde prestatie al wel was geleverd (artikel 3:36 Burgerlijk Wetboek). Hyproca komt daarom ook tegenover die partij een beroep toe op artikel 37 Fw 4.5 Moore Stephens heeft aangevoerd dat zij er ten tijde van de koop door de uitlatingen van Hyproca op mocht vertrouwen (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.