WAHV 200.219.130 26 augustus 2019 CJIB 194910502 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden zittingsplaats Leeuwarden Arrest op het hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam van 24 mei 2017 betreffende [betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene), wonende te [A] . De beslissing van de kantonrechter De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond verklaard, de beslissing van de officier van justitie vernietigd en het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond verklaard. Het procesverloop De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend. De betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht. De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt. Beoordeling Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 178,- opgelegd ter zake van “overschrijding maximum snelheid op (auto)wegen met 20 km/u (verkeersbord A1)”, welke gedraging zou zijn verricht op 9 januari 2016 om 21.38 uur op de N209, Hoefweg, t.h.v. OV-mast 413/Heulslootweg-Groendalseweg te Bleiswijk met het voertuig met het kenteken [00-YY-YY] . De betrokkene voert in hoger beroep aan dat de kantonrechter voorbij is gegaan aan haar verweer, dat door de verkeerssituatie ter plaatse de snelheid niet tijdig verminderd kan worden, en aan het daartoe strekkende bewijs. Het verkeersbord, waarop de maximumsnelheid van 50 km/h staat vermeld, is veel te dicht bij het kruispunt en bij de meetapparatuur geplaatst. Volgens de betrokkene kan de snelheid binnen die afstand niet tijdig en op veilige wijze van de daarvoor geldende maximumsnelheid van 80 km/h worden teruggebracht naar 50 km/h, zodat de gedraging haar niet kan worden verweten. Daarnaast is het verkeersbord zodanig geplaatst dat het niet eerder kan worden opgemerkt dan bij het passeren daarvan. Het hof stelt vast dat de kantonrechter in zijn beslissing in het geheel niet is ingegaan op voornoemde grond en de daarbij behorende onderbouwing van de betrokkene. Hoewel de kantonrechter niet gehouden is om op ieder argument expliciet in te gaan, mag wel worden verwacht dat uit de beslissing blijkt dat de aangevoerde gronden in de afweging zijn betrokken. Daarvan is hier niet gebleken, nu de kantonrechter ten aanzien van de vaststelling van de gedraging enkel heeft overwogen dat hetgeen de betrokkene heeft aangevoerd geen aanleiding geeft tot twijfel aan de verklaring van de verbalisant. De betrouwbaarheid van de verklaring van de verbalisant en dat er te hard is gereden wordt echter niet betwist door de betrokkene. Naar het oordeel van het hof lijdt de beslissing van de kantonrechter aan een motiveringsgebrek. Het hof zal dit verweer alsnog behandelen. De advocaat-generaal verwijst in reactie op het verweer van de betrokkene naar de Aanwijzing snelheidsoverschrijdingen en snelheidsbegrenzers van het college van procureurs-generaal. Deze is echter per 1 april 2015 vervallen. Op gedragingen van na die datum, zoals de onderhavige gedraging, is de Aanwijzing meting snelheidsoverschrijdingen van toepassing (verder: de Aanwijzing). Het hof stelt voorop dat de essentie van het verweer van de betrokkene is dat het verkeersbord van 50 km/h zodanig laat zichtbaar is dat de afstand tot de meting te gering is om de snelheid van 80 naar 50 km/h terug te brengen. Ten behoeve van de betrokkene overweegt het hof met betrekking tot het standpunt van de advocaat-generaal als volgt. De ten tijde van de gedraging geldende Aanwijzing houdt - voor zover hier van belang - in: "De snelheid van voertuigen moet zijn aangepast direct op de plaats waar een lagere maximumsnelheid gaat gelden. Desalniettemin is staand beleid dat een minimumafstand in acht genomen wordt tussen de plaats van inwerkingtreding van de lagere maximumsnelheid tot de meetplaats. Voor het bepalen van deze minimumafstand wordt geen rekening gehouden met de voor het gebod geldende maximumsnelheid. Het uitgangspunt is immers dat de snelheid bij het passeren van het gebod moet zijn aangepast en derhalve wordt bij het bepalen van de afstand tussen gebod en meetplaats uitgegaan van de uit het gebod volgende maximumsnelheid."
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.