← Nederland

ECLI:NL:GHARL:2019:8658

WAHV 200.229.696 18 oktober 2019 CJIB 201488043 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden zittingsplaats Leeuwarden Arrest op het hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Midden-Nederland van 30 oktober 2017 betreffende [betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene), wonende te [A] , voor wie als gemachtigde optreedt [B] , kantoorhoudende te [C] . De beslissing van de kantonrechter De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen door de kantonrechter. Het procesverloop De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding. De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt. Beoordeling

  1. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat het recht om te worden gehoord is geschonden. De kantonrechter heeft dat miskend. De officier van justitie heeft de gemachtigde wel uitgenodigd voor een hoorzitting, maar deze had voorafgaande aan de zitting niet in alle dossiers die staan genoemd op de uitnodiging de stukken verstrekt. Een betrokkene dan wel zijn gemachtigde heeft recht op het procesdossier om zich te kunnen verweren.
  2. Het hof stelt vast dat de gemachtigde in het op nader aan te voeren gronden administratief beroepschrift van 29 september 2016 heeft verzocht om te worden gehoord. In het dossier bevindt zich een (aangetekend verzonden) uitnodiging van 27 februari 2017 van de CVOM voor een telefonische hoorzitting op 27 of 28 maart 2017 of een fysieke hoorzitting op 29 maart
  3. De uitnodiging had betrekking op meerdere zaken, waarvan de CJIB-nummers in een bijlage zijn genoemd. Bij brief van 9 maart 2017 heeft de gemachtigde aangegeven verhinderd te zijn op de voorgestelde data. Op 13 maart 2017 heeft de CVOM een brief (aangetekend) verstuurd waarin de gemachtigde nog éénmaal wordt uitgenodigd voor een hoorzitting. De datum voor die hoorzitting is 5 april
  4. In de brief wordt vermeld dat wanneer binnen de gegeven termijn geen reactie op het schrijven wordt ontvangen of als de gemachtigde na het maken van een afspraak zonder tegenbericht niet bereikbaar is of verschijnt, dit wordt gezien als een mededeling conform artikel 7:17, aanhef en onder d, van de Algemene wet bestuursrecht. In een brief met datum 23 maart 2017 merkt de gemachtigde op dat nog steeds niet in elke zaak het procesdossier is verstrekt en wordt verzocht om dat gebrek te herstellen om daarna een nieuwe datum te plannen. De gemachtigde schrijft ook dat hij niet afziet van het recht om te worden gehoord.
  5. Naar het oordeel van het hof is de gemachtigde voldoende in de gelegenheid gesteld om te worden gehoord. De officier van justitie heeft, nadat de gemachtigde had aangegeven verhinderd te zijn op het moment in de eerste uitnodiging, de zitting verplaatst en een nieuwe uitnodiging verstuurd. Van de gemachtigde mag, als professioneel rechtsbijstandsverlener, worden verwacht dat hij met voldoende redenen onderbouwt waarom een hoorzitting opnieuw niet door kan gaan op een voorgestelde datum. Hoewel in beginsel de op een zaak betrekking hebbende stukken moeten zijn verstrekt voorafgaand aan de hoorzitting, heeft de gemachtigde in reactie op het tweede voorstel enkel niet nader gespecificeerd aangevoerd dat niet in alle zaken de stukken zijn verstrekt. De gemachtigde had dit in reactie op de eerste uitnodiging ook al slechts in algemene bewoordingen aangegeven. De gemachtigde heeft niet ontkend in deze zaak de stukken te hebben ontvangen. Zonder verdere onderbouwing van de verhindering van de gemachtigde op het moment van de tweede datum voor een hoorzitting, kan dan ook niet gezegd worden dat de officier van justitie nogmaals een voorstel voor een hoorzitting had moeten doen. Dat de gemachtigde heeft aangevoerd geen afstand te doen van het recht te worden gehoord, doet daar niet aan af.
  6. Verder richten de bezwaren van de gemachtigde zich tegen de beslissing van de kantonrechter om de inleidende beschikking in stand te laten. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 140,- opgelegd ter zake van “niet zoveel mogelijk rechts houden op een autoweg of autosnelweg”, welke gedraging zou zijn verricht op 8 september 2016 om 00:11 uur op de Rijksweg te Nieuwer Ter Aa met het voertuig met het kenteken [0-YYY-00] .
  7. Ten aanzien van de gedraging voert de gemachtigde aan dat de betrokkene deze niet heeft begaan. In tegenstelling tot hetgeen de ambtenaar heeft genoteerd was er wel degelijk verkeer op de rechter rijstrook aanwezig. Doordat er op deze rijstrook met name veel vrachtwagens reden en de betrokkene niet telkens van rechts naar links wilde zigzaggen, is de betrokkene op de andere rijstrook gaan rijden. Het komt de verkeersveiligheid niet ten goede indien telkens zigzaggend wordt gereden. Hierdoor bestaat de kans dat vrachtwagens moeten afremmen doordat een auto plots moet invoegen in een korte tussenruimte tussen de verschillende vrachtwagens. Waar het mogelijk was, is betrokkene keurig naar de meest rechtse strook gegaan.
  8. Artikel 3, eerste lid, van het Reglement verkeersregels en verkeertekens 1990 (hierna: RVV 1990) luidt: “Bestuurders zijn verplicht zoveel mogelijk rechts te houden".
  9. De Nota van toelichting op artikel 3 van het RVV 1990 houdt voor zover hier van belang in: “Artikel 3 bevat de basisregel ten aanzien van de plaats op de weg voor bestuurders. Zij houden op het voor hen bestemde weggedeelte zoveel mogelijk rechts. Wat onder "zoveel mogelijk" dient te worden verstaan, wordt bepaald door de concrete situatie. Ingeval een rijbaan is verdeeld in rijstroken zal ingevolge artikel 3 in beginsel de meest rechts gelegen rijstrook moeten worden gevolgd.”
  10. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
  11. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens: "Ik zag dat de bestuurder de derde rijstrook volgde over een afstand van tenminste 2.000 m. De rijstrook, welke rechts naast de gevolgde rijstrook was gelegen, was over die afstand geheel vrij van verkeer. Er waren geen omstandigheden die het niet zoveel mogelijk rechts houden noodzaakten."
  12. Zowel de ambtenaar als de gemachtigde hebben verklaard dat de betrokkene een tijd niet op de meest rechts gelegen rijstrook heeft gereden. Het verweer van de gemachtigde komt in principe neer op de enkele ontkenning dat de rijstrook rechts vrij was van verkeer. Dit is onvoldoende om aan de verklaring van de ambtenaar te twijfelen. Naar de overtuiging van het hof staat vast dat de gedraging is verricht.
  13. Het hof zal gelet op het voorgaande de beslissing van de kantonrechter bevestigen.
  14. Omdat de inleidende beschikking niet wordt vernietigd, is er geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding (vgl. het arrest van het hof van 1 mei 2019, gepubliceerd op rechtspraak.nl met vindplaats ECLI:NL:GHARL:2019:3197). Beslissing Het gerechtshof: bevestigt de beslissing van de kantonrechter; wijst het verzoek om vergoeding van kosten af. Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Veenstra als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.