Afdeling strafrecht Parketnummer: 21-002208-19 Uitspraak d.d.: 30 oktober 2019 TEGENSPRAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland van 23 april 2019 met parketnummer 18-041983-19 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2000, ingeschreven te [adres] . Het hoger beroep De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 16 oktober 2019 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van verdachte ter zake het ten laste gelegde tot een taakstraf voor de duur van 20 uren, subsidiair 10 dagen jeugddetentie voorwaardelijk, met een proeftijd voor de duur van twee jaren. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr. K.E. Wielenga, naar voren is gebracht. Het vonnis waarvan beroep De politierechter heeft verdachte veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 20 uren, subsidiair 10 dagen jeugddetentie. Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing komt en daarom opnieuw rechtdoen. De tenlastelegging Aan verdachte is tenlastegelegd dat: hij op of omstreeks 14 november 2018 te [plaats] (meermalen) een wapen van categorie I, onder 7° van de Wet wapens en munitie, te weten een door de Minister van Justitie en Veiligheid aangewezen voorwerp dat een ernstige bedreiging van personen kon vormen en/of dat zodanig op een wapen geleek dat deze voor bedreiging of afdreiging geschikt was, namelijk (telkens) (een (drietal)) balletjespisto(o)l(en) (Black Series) voorhanden heeft gehad. Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Vrijspraak De raadsman heeft - kort gezegd - betoogd dat niet bewezen kan worden dat de balletjespistolen die op 14 november 2018 onder verdachte zijn aangetroffen vallen onder voorwerpen als bedoeld in artikel 2, lid 1, aanhef en onder categorie I, onder 7°, van de Wet Wapens en munitie. De raadsman stelt dat er geen sprake is van een deugdelijk onderzoek naar deze balletjespistolen nu uit de stukken niet blijkt of ze zijn onderzocht door een wapendeskundige. Het hof overweegt als volgt. Om tot een bewezenverklaring van het tenlastegelegde te komen dient bewezen te worden dat de betreffende balletjespistolen zodanig op een wapen lijken dat deze voor bedreiging of afdreiging geschikt zijn. Er moet sprake zijn van een ‘sprekende gelijkenis’. De toelichting bij de wijziging van de Regeling wapens en munitie (Stcrt 2001, 230) vermeldt dat de voorwaarden die gelden om te voldoen aan het criterium ‘sprekende gelijkenis’ primair de vorm van het voorwerp is en in mindere mate ‘de afmetingen’. De vorm moet voldoen aan die van vuurwapens of voor ontploffing bestemde voorwerpen in het algemeen. De afmetingen moeten in het algemeen overeenkomen met de afmetingen van bestaande vuurwapens of voor ontploffing bestemde voorwerpen van dit soort. Dat wil zeggen dat een verschil van enkele centimeters vaak niet van belang is. Het criterium ‘afmetingen’ is ondergeschikt aan het criterium ‘vorm’. Bij de boordeling van een ‘sprekende gelijkenis’ wordt uitgegaan van het toetsingskader dat de werkgroep Advies Wet wapens en munitie heeft opgesteld in een advies aan de Dienst Justis van het ministerie van Justitie. De beschreven wijze van toetsen heeft het gerechtshof Amsterdam in een arrest van 8 mei 2013, ECLI:NL:GHAMS:2013:BZ9977, overgenomen. Dit toetsingskader houdt in dat bij de beoordeling van de vraag of sprake is van een sprekende gelijkenis de volgende stappen moeten worden doorlopen:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.