GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN zittingsplaats Leeuwarden Zaaknummer : Wahv 200.194.899/01 CJIB-nummer : 187695694 Uitspraak d.d. : 8 november 2019 Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Noord-Holland van 7 juni 2016, betreffende [betrokkene] (hierna: de betrokkene), wonende te [A] . De gemachtigde van de betrokkene is mr. [B] , kantoorhoudende te [C] . De beslissing van de kantonrechter De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verloop van de procedure De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding. De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend. De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht. De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt. Op 5 oktober 2017 is nog een brief van de gemachtigde van de betrokkene ontvangen. Een kopie daarvan is toegestuurd aan de advocaat-generaal. Op 16 juli 2018 is nog een brief van de gemachtigde van de betrokkene ontvangen. Beoordeling
- De gemachtigde voert aan dat de officier van justitie de hoorplicht heeft geschonden en dat de kantonrechter dit niet heeft onderkend. Het hof stelt vast dat het verzoek daartoe in administratief beroep op juiste wijze is gedaan en dat zich geen uitzonderingsgevallen voordoen. Het hof zal op basis van deze grond - in het licht van bestendige, bekende en daarom niet nader te bespreken vaste rechtspraak van het hof op dit punt – de beslissing van de kantonrechter vernietigen en, doende hetgeen de kantonrechter had behoren te doen, het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond verklaren en het beroep tegen de inleidende beschikking beoordelen. De overige tegen deze beslissingen aangevoerde bezwaren behoeven daarmee geen bespreking meer.
- Ter beoordeling staat nu het beroep tegen de inleidende beschikking. Hierbij is aan de betrokkene als kentekenhouder een sanctie opgelegd van € 90,- voor: “als bestuurder van een motorvoertuig niet de rijbaan gebruiken”. Deze gedraging zou zijn verricht op 11 januari 2015 om 15:19 uur op de Cor Bruijnweg in Wormerveer met het voertuig met het kenteken [00-YY-YY] .
- De gemachtigde voert in hoger beroep (samengevat) onder meer aan dat de buitengewoon opsporingsambtenaar die de onderhavige sanctie heeft opgelegd, niet bevoegd was.
- Blijkens het zaakoverzicht is de onderhavige sanctie opgelegd door [D] , die is beëdigd als APV-controleur. De onderhavige gedraging betreft echter een overtreding van artikel 10, eerste lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens
- Gelet hierop bestaat bij het hof gerede twijfel of [D] bevoegd was om de sanctie op te leggen. Het hof ziet, in aanmerking genomen het tijdsverloop sinds de pleegdatum, ervan af om thans nog de advocaat-generaal te verzoeken om aanvullende informatie in het geding te brengen. Het voortgaande brengt mee dat de inleidende beschikking niet in stand kan blijven.
- De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van het administratief beroepschrift, het indienen van het beroepschrift bij de kantonrechter, het indienen van het hoger beroepschrift en de nadere toelichting dienen in totaal drieënhalve procespunten te worden toegekend. De waarde per punt bedraagt € 512,- en gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 896,-.
- Een en ander leidt tot de volgende beslissing. Beslissing Het gerechtshof: vernietigt de beslissing van de kantonrechter; verklaart het beroep gegrond; vernietigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd; bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd; veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene, ter hoogte van € 896,-. Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Pranger als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.