GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Arnhem afdeling civiel recht, handel zaaknummer gerechtshof 200.253.579 (zaaknummer rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, C/05/345864) arrest in kort geding van 19 november 2019 in de zaak van 1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [appellant 1] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] , 2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Becedo Vastgoed IV B.V., gevestigd te Didam, 3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Becedo Vastgoed Ontwikkeling B.V., gevestigd te Didam, appellanten, in eerste aanleg: eiseressen, advocaat: mr. J.C. van Oosten, tegen 1. de publiekrechtelijke rechtspersoon Gemeente Montferland, zetelend te Didam, advocaat: mr. B.J.M van Meer, 2. de vennootschap onder firma [geïntimeerde 2] , gevestigd te [vestigingsplaats] , geïntimeerden, in eerste aanleg: gedaagden, advocaat: mr. T.E.P.A. Lam. Partijen worden hierna [appellant 1] , de Gemeente en [geïntimeerde 2] genoemd. Appellanten sub 1, 2, en 3 worden tezamen (in enkelvoud) aangeduid als [appellanten] 1Het geding in eerste aanleg Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar de inhoud van het vonnis van 8 januari 2019 (hersteld bij vonnis van 7 maart 2019) dat de voorzieningenrechter in de rechtbank Gelderland (team kanton en handelsrecht, locatie Zutphen) heeft gewezen. 2Het geding in hoger beroep 2.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding in hoger beroep van 18 januari 2019 met grieven en producties, - de memorie van antwoord van de zijde van de Gemeente met producties, - de memorie van antwoord van de zijde van [geïntimeerde 2] , - de pleidooien overeenkomstig de pleitnotities. Hierbij is akte verleend van de stukken die bij bericht van 19 september 2019, houdende akte overlegging producties 28 tot en met 36, door mr. Van Oosten namens [appellanten] zijn ingebracht. Tevens is akte verleend van de ter zitting door mr. Van Meer namens de Gemeente overgelegde ‘Koopovereenkomst voormalige gemeentehuislocatie Didam e.o.’ en de ‘Samenwerkingsovereenkomst Locatie voormalig gemeentehuis Didam e.o.’ (met bijlagen), die beide op 3 oktober 2019 (één dag vóór de pleitzitting) zijn gesloten. 2.2 Na afloop van de pleidooien heeft het hof arrest bepaald. 3De vaststaande feiten 3.1 Het hof gaat in hoger beroep uit van de volgende feiten. 3.2 [appellant 1] is een onderneming die als franchisenemer Albert Heijn-supermarkten exploiteert. Becedo Vastgoed Ontwikkeling B.V. legt zich toe op vastgoedontwikkeling. Becedo Vastgoed IV B.V. houdt zich bezig met verhuur van onroerend goed, handel in eigen onroerend goed en aan- en verkoop en verhuur van registergoederen. Zij maken alle deel uit van hetzelfde concern, [appellant 1] . Directeur van dit concern is [de directeur] (hierna: “ [de directeur] ”). 3.3 De Gemeente is eigenaar van een perceel in het dorpscentrum van Didam, kadastraal bekend Didam K 5046, aan de Raadhuisstraat 14 te 6942 BE Didam (hierna: “de gemeentehuislocatie”). Op dit perceel staat het oude gemeentehuis van Didam. 3.4 [geïntimeerde 2] is een onderneming gericht op vastgoedontwikkeling. 3.5 Eén van de Albert Heijn-supermarkten van [appellant 1] is gevestigd op het adres Leliestraat 45/47 te Didam . Dit is een locatie buiten het dorpscentrum van Didam. 3.6 Ook is een Aldi-supermarkt gevestigd buiten het dorpscentrum van Didam. 3.7 Binnen het dorpscentrum van Didam zijn nog twee supermarkten: een Coöp-supermarkt, op het adres Hoofdstraat 13 ; een Nettorama-supermarkt, op het adres Spoorstraat 15 . 3.8 De Gemeente is voornemens om het dorpscentrum van Didam ingrijpend te wijzigen. De gemeenteraad heeft daartoe op 26 mei 2016 het Masterplan Didam “De samenleving verandert” vastgesteld (hierna: “het Masterplan”, productie 3 bij inleidende dagvaarding ). Het Masterplan luidt, voor zover relevant: “(…) 2.2 DOEL MASTERPLAN Het Masterplan dient de visie weer te geven hoe we in Didam in de toekomst aantrekkelijk houden als vestigingsplaats voor bewoners, ondernemers en recreanten. Daarbij zijn door de gemeente de volgende uitgangspunten meegegeven bij het opstellen van het masterplan. - Aantrekkelijk en verkeersluw centrum. - Ondersteunend aan commerciële activiteiten ondernemers. - Aantrekkelijk voor winkelend en uitgaand publiek. (…) 4.2.4 WINKELS/SUPERMARKTEN De huidige situaties Momenteel liggen de supermarkten nog verspreid over Didam . (…) Bewoners en ondernemers geven aan juist meerwaarde te zien in de concentratie van supermarkten in het centrum. Dat biedt de mogelijkheid dat winkels in het centrum elkaar versterken. (…) De voorgestelde situaties Supermarkten en winkels concentreren we zoveel mogelijk in het centrum. (…) Voor de supermarkten zijn zelfs potentiële locaties genoemd (…). Het oude gemeentehuis is ook als potentiele locatie opgemerkt. Twee supermarkten hebben daadwerkelijk ook plannen. (…) 6.2 RAADHUISPLEIN (…) De dynamiek nodigt supermarkten uit De klankbordgroep benoemde het voormalig gemeentehuis al als potentiele supermarktlocatie. Dit sluit namelijk aan bij hun wens om de supermarkten geconcentreerd in het centrum te vestigen. Dit sluit ook aan bij de visie van de supermarkten. Een tweetal supermarkten is samen aan het bekijken hoe ze elkaar kunnen versterken. De supermarkten hebben goede ervaring met concentratievoordeel van een budgetsupermarkt met een supermarkt uit het hogere segment. Het idee is dat op de locatie van het oude gemeentehuis met aansluitend een supermarkt op de locatie nabij de kruising van de Hoofdstraat en Schoolstraat. De bebouwing van de bibliotheek en het voormalige postkantoor worden gesloopt ten behoeve van een voor beide supermarkten gecombineerd parkeerterrein. Bij de ontwikkeling van de Coöpsupermarkt dient aandacht te zijn voor de aanhaking met het monumentale deel van het oude gemeentehuis. (…)” 3.9 Over het voorgenomen Masterplan is herhaaldelijk gepubliceerd in lokale media (productie 7 bij conclusie van antwoord). Zo heeft Montferland Nieuws op 22 april 2016 op haar website een artikel geplaatst, dat voor zover relevant luidt: “(…) Raadhuisplein (…) Rond het oude gedeelte van het oude gemeentehuis komt een parkachtige setting met ruimte voor een terras (…). Het nieuwe gedeelte gaat plat en wordt de vestigingsplek van de nieuwe Supercoöp. De Aldi betrekt het pand van de huidige Coöp. (…)” Ook heeft Montferland Nieuws op 11 juli 2016 een artikel op haar website gepubliceerd met de kop “ [geïntimeerde 2] trapt af in Masterplan”. Dit artikel luidt, voor zover relevant: “(…) [geïntimeerde 2] gaat het eerste deel van het Masterplan Didam herontwikkelen. Het gaat om het gebied rondom het voormalige gemeentehuis en de bibliotheek. (….) [geïntimeerde 2] gaat de gronden verwerven van de gemeente, woningcorporatie Plavei en de bibliotheek. En zorgt vervolgens voor de bouw en de aanleg van de openbare ruimte. Stap 1 is de bouw van een nieuwe Coop-supermarkt op de locatie van het niet monumentale gedeelte van het oude gemeentehuis. Het monumentale gedeelte blijft wél bestaan. Dat pand krijgt een horecabestemming. Na verhuizing van de oude Coop naar deze nieuwe winkel, komt er een Aldi-vestiging op de oude Coop-locatie. Beide supermarkten kunnen hun exploitatie dus gewoon voortzetten tot de verhuizing. De Coop en de Aldi gaan de nieuwe panden huren van [geïntimeerde 2] . (…)” Op 17 oktober 2016 heeft Montferland Nieuws een artikel op haar website gepubliceerd met de kop “Ondernemers omarmen Masterplan Didam ”. Dit artikel luidt, voor zover relevant: “(…) Ook het Raadhuisplein ondergaat een metamorfose. Het nieuwe gedeelte van het gemeentehuis gaat plat en wordt de vestigingsplek van de nieuwe Supercoöp. De Aldi betrekt het pand van de huidige Coöp. Op de plek van de bibliotheek en het voormalig postkantoor komt een parkeerplaats (…)” 3.10 Medio 2016 heeft [appellanten] mondeling aan de Gemeente laten weten dat zij geïnteresseerd is in de gemeentehuislocatie. [de directeur] heeft daarover gesproken met de Gemeente en onder meer met een wethouder tijdens de Provada (een vastgoedbeurs). Ook heeft er een gesprek plaatsgehad tussen [de directeur] en een wethouder van de Gemeente op 7 juli 2016. De Gemeente heeft [de directeur] toen doorverwezen naar [geïntimeerde 2] met de mededeling dat de gemeentehuislocatie niet solitair te koop is, maar onderdeel uitmaakt van de totale ontwikkeling van het Raadhuisplein. 3.11 Op 18 juli 2018 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen [de directeur] en de wethouder grondzaken van de gemeente, [de wethouder] . Onderwerp van dit gesprek was de herontwikkeling van de gemeentehuislocatie en de door [appellanten] gewenste verplaatsing van haar Albert Heijn-supermarkt naar het dorpscentrum van Didam . De Gemeente heeft [de directeur] toen weer doorverwezen naar [geïntimeerde 2] . 3.12 [appellanten] heeft de Gemeente bij brief van 7 augustus 2018 (productie 4 bij inleidende dagvaarding), voor zover relevant, bericht: “(…) [appellant 1] heeft kennis genomen van het Masterplan Didam “De samenleving verandert” (…). Het Masterplan is buiten medeweten van [appellant 1] tot stand gekomen: [appellant 1] is daar generlei wijze bij betrokken. Dit terwijl het Masterplan onder meer beoogt dat supermarkten die buiten het centrum zijn gelegen – zoals de Albert Heijn-supermarkt van [appellant 1] – verhuizen naar het centrum. (…) Als een van de potentiële locaties voor verplaatsers wordt het oude gemeentehuis genoemd, een locatie die in eigendom is van de gemeente (…). In lijn met het Masterplan wil [appellant 1] zich graag vestigen in het centrum van Didam en wel op de locatie van het oude gemeentehuis (…). [appellant 1] heeft evenwel vernomen dat de Gemeente met [geïntimeerde 2] (…) onderhands in overleg is over de herontwikkeling van Gemeentehuislocatie. Daarbij is het streven, zo begrijpt [appellant 1] , dat de COOP-supermarkt wordt verplaatst naar de Gemeentehuislocatie; een supermarkt die reeds in het centrum gevestigd is. Net als het geval was bij de totstandkoming van het Masterplan is [appellant 1] op generlei wijze in kennis gesteld over het voornemen tot en invulling van deze herontwikkeling. Deze procedure, die onder meer voorziet in de mogelijkheid een supermarkt te realiseren, verloopt daarmee volstrekt intransparant (…), terwijl bovendien onduidelijk is in hoeverre de prijs die [geïntimeerde 2] voor de grond betaalt, marktconform is en dus niet in strijd is met staatssteunregels. Bovendien is deze onderhandse toekenning van het recht om deze gemeentelijke gronden te gebruiken in strijd met het gelijkheids- en transparantiebeginsel. (…) Gemeenten zijn ook bij privaatrechtelijk handelen, zoals het verkopen of in gebruik geven van grond, onderworpen aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuurlijk handelen, waaronder het gelijkheidsbeginsel (…). Gelet op het voorgaande verzoek ik u en zo nodig sommeer ik u binnen veertien dagen na verzending van deze brief mij te bevestigen dat ieder overleg tussen (medewerkers van) de Gemeente met [geïntimeerde 2] of aan haar gelieerde (rechts)personen over de herontwikkeling van de Gemeentehuislocatie wordt gestaakt en dat een openbare biedprocedure wordt gestart met betrekking tot de herontwikkeling van in ieder geval de Gemeentehuislocatie. Bij het uitblijven van de bevestiging acht [appellant 1] zich vrij om zonder voorafgaande aankondiging rechtsmaatregelen te treffen. (…)” 3.13 Bij brief van 4 oktober 2018 (productie 5 bij inleidende dagvaarding) heeft de Gemeente laten weten dat zij geen gevolg zal geven aan de sommatie van [appellanten] 3.14 Bij brieven van 26 oktober 2018 (productie 6 bij inleidende dagvaarding) en 9 november 2018 (productie 7 bij inleidende dagvaarding) hebben partijen hun standpunten nader aan elkaar uiteengezet. 3.15 [geïntimeerde 2] heeft een koopovereenkomst gesloten met Stichting Plavei ter verkrijging van de locatie ‘Oude Postkantoor’ en met de Stichting Bibliotheek ter verwerving van de ‘Bibliotheeklocatie’. 3.16 Op 3 oktober 2019 zijn zowel de ‘Koopovereenkomst voormalige gemeentehuislocatie Didam e.o.’ als de ‘Samenwerkingsovereenkomst Locatie voormalig gemeentehuis Didam e.o.’ tussen de Gemeente en [geïntimeerde 2] tot stand gekomen. 4Het geschil en de beslissing in eerste aanleg 4.1 [appellanten] heeft in eerste aanleg, in de kern genomen, gevorderd dat de voorzieningenrechter primair de Gemeente zal verbieden de gemeentehuislocatie te verkopen en te leveren anders dan na het doorlopen van een voorafgaande openbare en non-discriminatoire biedingsprocedure, subsidiair de Gemeente zal bevelen aan haar een schriftelijke uitnodiging te sturen om een bod te doen op de gemeentehuislocatie en uiterst subsidiair voorzieningen beveelt en/of verbiedt die hem juist voorkomen. 4.2 De voorzieningenrechter heeft bij vonnis van 8 januari 2019 (hersteld bij vonnis van 7 maart 2019) het verzoek van [geïntimeerde 2] om tussen te komen toegestaan, [appellanten] niet-ontvankelijk verklaard in haar vorderingen vanwege het ontbreken van spoedeisend belang en haar veroordeeld in de proceskosten en de wettelijke rente ten aanzien van de Gemeente en in de proceskosten, de wettelijke rente en in de nakosten ten aanzien van [geïntimeerde 2] . 5De motivering van de beslissing in hoger beroep 5.1 Onder aanvoering van vijf grieven, die zich voor gezamenlijke behandeling lenen, is [appellanten] tegen het oordeel van de voorzieningenrechter in hoger beroep gekomen. 5.2 Anders dan de Gemeente betoogt, heeft [appellanten] ook in hoger beroep een spoedeisend belang bij haar vorderingen. [appellanten] wil daarmee bereiken dat het de Gemeente wordt verboden om de gemeentehuislocatie zonder nadere procedures of besprekingen met onder meer [appellanten] te verkopen en te leveren. Hoewel de koopovereenkomst en de samenwerkingsovereenkomst (zie rov. 3.16) inmiddels tot stand zijn gekomen, heeft levering van de gemeentehuislocatie nog niet plaatsgevonden, waarmee het spoedeisend belang voor [appellanten] is gegeven. Dat [appellant 1] enige tijd heeft gewacht met het aanspannen van een kort geding doet in de ogen van het hof niet af aan de spoedeisendheid van haar belang daarbij. In zoverre wijkt de visie van het hof af van die van de voorzieningenrechter en zijn de grieven gegrond. Het hof vindt echter niet dat de vorderingen van [appellant 1] hadden moeten worden toegewezen en legt hieronder uit waarom het tot dat oordeel komt. Daarbij speelt de late reactie van [appellanten] , die de voorzieningenrechter redengevend vond om haar niet-ontvankelijk te verklaren, nog wel een rol van betekenis doordat de gevolgen daarvan worden betrokken bij de afweging van de belangen die partijen over en weer hebben bij de toe- dan wel afwijzing van de vorderingen van [appellanten] 5.3 Verder heeft de Gemeente eveneens ten onrechte aangevoerd dat (ook) Becedo Vastgoed IV niet-ontvankelijk moet worden verklaard omdat zij geen projectontwikkelaar of supermarktexploitant is. Dit laatste maakt nog niet dat zij geen belang bij deze zaak zou hebben. [appellanten] hoeft niet, zoals de Gemeente voorstaat, aan te tonen waarom Becedo Vastgoed IV naast [appellant 1] en Becedo Ontwikkeling B.V. belang heeft bij deze procedure, om als procespartij op te kunnen treden. 5.4 Gelet op de huidige stand van zaken waarin de gemeentehuislocatie aan [geïntimeerde 2] is verkocht, maar nog niet geleverd, zal het hof eerst de vordering van [appellanten] behandelen om de Gemeente te verbieden om de eigendom van de gemeentehuislocatie, anders dan na het doorlopen van een procedure waarin ook andere geïnteresseerde partijen dan [geïntimeerde 2] een kans krijgen deze locatie te verwerven, over te dragen. Voor zover de vordering van [appellanten] ziet op het verbod van verkoop, is deze vordering door de feiten achterhaald en zal deze bij gebrek aan belang worden afgewezen. 5.5 Aan de vordering tot het verbod tot levering legt [appellanten] een verscheidenheid aan argumenten ten grondslag, die het hof hierna zal bespreken. aanbestedingsplichtige opdracht 5.6 Naar het oordeel van het hof heeft [appellanten] , in het licht van het gemotiveerde verweer van de Gemeente en [geïntimeerde 2] , onvoldoende concreet gesteld dat de opdracht die de Gemeente aan [geïntimeerde 2] heeft gegeven om het centrum van Didam te herontwikkelen aanbestedingsplichtig is. Het aanbestedingsrechtelijke régime is (pas) aan de orde bij een overheidsopdracht (of bij een concessieopdracht, waarvan hier ook geen sprake is). Een verplicht element voor het bestaan van een overheidsopdracht is dat de desbetreffende overeenkomst onder bezwarende titel is aangegaan. Uit het arrest Helmut Müller van het Europese hof van Justitie (HvJEU 24 maart 2010, ECLI:EU:2010:168, C-451/08) blijkt dat aan het vereiste van een ‘bezwarende titel’ is voldaan als er sprake is van ten minste drie cumulatieve vereisten: (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.