GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN zittingsplaats Leeuwarden Zaaknummer : Wahv 200.244.947/01 CJIB-nummer : 209952803 Uitspraak d.d. : 4 december 2020 Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam van 5 juli 2018, betreffende [betrokkene] (hierna: de betrokkene), wonende te [A] . De gemachtigde van de betrokkene is mr. J. van Gemert, kantoorhoudende te Nijmegen. De beslissing van de kantonrechter De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen door de kantonrechter. Het verloop van de procedure De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding. De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt. De beoordeling
- De gemachtigde van de betrokkene heeft bij faxbericht van 24 augustus 2018 op nader aan te voeren gronden hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Hij verzoekt hem daarvoor een termijn te geven. Dit beroepschrift bevat geen beroepsgronden. Dat is wel verplicht (artikel 6:5 van de Algemene wet bestuursrecht). De griffier van het hof heeft de betrokkene hier in een brief van 4 oktober 2018 op gewezen en de gelegenheid gegeven om binnen een termijn van vier weken gronden in te dienen. Daarbij is gemeld dat het hoger beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard, als geen gronden worden ingediend.
- De termijn voor herstel van het verzuim eindigde op 1 november
- Op die datum is een faxbericht van de gemachtigde ontvangen waarin hij verzoekt om een nader uitstel van vier weken. Ook verzoekt hij daarin voor het eerst om een afschrift van het procesdossier. Bij brief van 2 november 2018 heeft de griffier van het hof de gemachtigde meegedeeld dat geen nadere termijn voor het indienen van gronden wordt gegeven. Als bijlage is een kopie van het dossier meegezonden. De gemachtigde van de betrokkene heeft bij faxbericht van 7 november 2018 de gronden van het hoger beroep ingediend.
- De gemachtigde van de betrokkene heeft niet binnen de gestelde termijn alsnog gronden ingediend. In het hoger beroepschrift is bij het vragen van een termijn voor het indienen van de gronden van het beroep niet verzocht om toezending van het dossier. Er mocht daarom ervan worden uitgegaan dat dat voor de gemachtigde niet nodig was om de gronden van het hoger beroep te kunnen formuleren. Gelet daarop is er geen reden om het te laat indienen van de gronden van het beroep verschoonbaar te achten. Het hof zal het hoger beroep daarom niet-ontvankelijk verklaren en het verzoek om een proceskostenvergoeding afwijzen. De beslissing Het gerechtshof: verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk; wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af. Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Smeitink als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.