← Nederland

ECLI:NL:GHARL:2020:10356

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN zittingsplaats Leeuwarden Zaaknummer : Wahv 200.279.678/01 CJIB-nummer : 223265271 Uitspraak d.d. : 11 december 2020 Tussenarrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Gelderland van 20 februari 2020, betreffende mr. C.M.J.E.P. Meerts (hierna: mr. Meerts), kantoorhoudende te Beegden. beweerdelijk optredend voor [betrokkene] (hierna: de betrokkene), wonende te [A] . De beslissing van de kantonrechter De kantonrechter heeft het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie - voor zover ingesteld door mr. Meerts - niet-ontvankelijk verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen door de kantonrechter. Het verloop van de procedure Mr. Meerts heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding. De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend. Mr. Meerts heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt. De beoordeling

  1. Mr. Meerts voert in hoger beroep onder meer aan dat hij niet is opgeroepen voor de zitting van de kantonrechter.
  2. Artikel 12, eerste lid, van de Wahv luidt - voor zover hier van belang - als volgt: "De kantonrechter stelt, alvorens te beslissen, partijen in de gelegenheid om (...) op een openbare zitting hun zienswijze nader toe te lichten. Zij worden daartoe door de griffier opgeroepen."
  3. Het hof stelt vast dat in de zaak met onderhavige CJIB-nummer wordt geprocedeerd door zowel mr. Meerts als mr. Voorbach. De kantonrechter heeft het beroep voor zover ingesteld door mr. Meerts niet-ontvankelijk verklaard omdat de betrokkene expliciet heeft aangegeven dat mr. Voorbach zijn gemachtigde is en dat hij alle overige volmachten intrekt.
  4. De kantonrechter heeft de zaken van de betrokkene behandeld op de zitting van 20 februari
  5. De kantonrechter heeft voor deze zitting als gemachtigde mr. Voorbach opgeroepen. Mr. Meerts is voor deze zitting niet opgeroepen, naar het hof begrijpt omdat mr. Meerts niet is aangemerkt als gemachtigde van de betrokkene. Nu mr. Meerts (ook) beroep heeft ingesteld tegen de beslissing van de officier van justitie, had de kantonrechter mr. Meerts echter ook voor de zitting moeten oproepen. Door mr. Meerts niet op te roepen voor de zitting, is gehandeld in strijd met artikel 12, eerste lid, van de Wahv.
  6. Het hof zal doen wat de kantonrechter had behoren te doen en mr. Meerts in de gelegenheid stellen te worden gehoord op een nader te bepalen zitting van het hof. Wanneer mr. Meerts geen gebruik wenst te maken van die gelegenheid, verzoekt het hof hem dit binnen vier weken na de dagtekening van dit tussenarrest aan de griffier van het hof door te geven. In dat geval zal het hof het hoger beroep afdoen op basis van de op de zaak betrekking hebbende stukken.
  7. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden. De beslissing Het gerechtshof: bepaalt dat de zaak ter zitting van het hof wordt behandeld tenzij mr. Meerts binnen vier weken na dagtekening van dit arrest aangeeft van die gelegenheid geen gebruik te willen maken; houdt iedere verdere beslissing aan. Dit tussenarrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Landstra als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.