GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Leeuwarden afdeling civiel recht zaaknummer gerechtshof 200.265.565/01 (zaaknummer rechtbank Noord-Nederland C/19/124145) beschikking van 15 december 2020 in de zaak van de informele vereniging No Surrender (Motorcycle Club), zonder bekende vestigingsplaats in Nederland, appellante in het principaal appel, geïntimeerde in het incidenteel appel, in eerste aanleg: verweerster, hierna: No Surrender, procesadvocaat: mr. G.C.L. van de Corput, kantoorhoudend te Breda, tegen het OPENBAAR MINISTERIE, domicilie kiezende te [E] , geïntimeerde in het principaal appel, appellant in het incidenteel appel in eerste aanleg: verzoeker, hierna: het OM, voor wie optreden mrs. R.J.P. Lambrichts en T.A.M. van de Ven, beiden officier van justitie bij het Landelijk Parket en plaatsvervangend advocaat-generaal bij het Ressortsparket. Als belanghebbenden in hoger beroep zijn aangemerkt: 1de vereniging NS MC, gevestigd te Roermond, hierna te noemen: NS MC, niet verschenen, 2. de chapters van No Surrender, alle zonder bekende vestigingsplaats, hierna te noemen: de chapters, waarvan is verschenen: chapter Los Hermanos de Noord, advocaten mrs. K. Meijer en A.M. Thomas, kantoorhoudend te Alkmaar, 3. de brotherhoods van No Surrender, alle zonder bekende vestigingsplaats, hierna te noemen: de brotherhoods, niet verschenen. 1Het verloop van de procedure bij het hof 1.1. Het verloop van de procedure bij het hof tot aan deze uitspraak blijkt allereerst uit het beroepschrift van No Surrender tegen de beschikking van de rechtbank Noord-Nederland in Assen van 7 juni 2019, het verweerschrift van het OM en het verslag (proces-verbaal) van de mondelinge behandeling op 11 september 2020. Op die dag heeft het hof beslist dat NS MC, de chapters en de brotherhoods als belanghebbenden moeten worden opgeroepen voor de zitting van 24 november 2020. Ter uitvoering van die beslissing is NS MC per (aangetekende) brief aan de bij het hof bekende adressen van NS MC opgeroepen. De chapters en brotherhoods zijn opgeroepen via een oproep in de Staatscourant en aan het algemene e-mailadres van No Surrender. 2Waar gaat deze zaak over? 2.1. Het OM vraagt om een verbod van No Surrender en de daaraan verbonden chapters en brotherhoods, alsmede van NS MC. Kort gezegd is de reden daarvoor dat zij de samenleving ontwrichten of kunnen ontwrichten. Dit verzoek heeft de volgende achtergrond. 2.2. No Surrender is een internationale motorclub die in 2013 is opgericht door [A] . In de eerste jaren na de oprichting bekleedde hij de functie van 'Generaal'. Medio februari 2016 heeft hij die functie definitief neergelegd. Een half jaar later maakte een van de mede-oprichters ( [B] ) bekend dat hijzelf en drie anderen als Captains World de koers zouden gaan bepalen. In die fase is de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid NS MC opgericht. In juli 2018 heeft ook [B] No Surrender verlaten, nadat hij in voorlopige hechtenis was genomen. 2.3. No Surrender telt op dit moment meer dan 900 leden en heeft in Nederland ongeveer 30 chapters. Een chapter bestaat uit kaderleden (het chapterbestuur) en 'full-members'. Daarnaast zijn er 'prospects' en 'hangarounds'. Aan No Surrender zijn ook de zogenoemde brotherhoods verbonden (support clubs). Boven de chapters staat een centraal bestuur (bestaande uit de World Board en de National Board) dat wordt gevormd door ’de Generaal’, Captains en Nomads. 2.4. Het OM heeft de rechtbank verzocht No Surrender, NS MC en de brotherhoods te verbieden en te ontbinden, met benoeming van een vereffenaar. Daarbij is het OM ervan uitgegaan dat de chapters en de brotherhoods van No Surrender deel uitmaken en door dat verbod zouden worden getroffen. Ook is verzocht te bepalen dat een eventueel batig saldo na vereffening zal worden uitgekeerd aan de Staat. 2.5. De rechtbank heeft beslist dat zowel de chapters en de brotherhoods als NS MC deel uitmaken van No Surrender, en heeft No Surrender verboden en ontbonden. Het OM is gevraagd een vereffenaar voor te stellen. De door het OM gevraagde uitkering van een batig saldo aan de Staat is echter op voorhand geweigerd. De beslissing is ook niet 'uitvoerbaar bij voorraad' verklaard. Het gevolg daarvan is dat de werking ervan door dit hoger beroep is geschorst. 2.6. De brotherhoods en NS MC zijn door het hof opgeroepen, maar zijn niet 'verschenen'. Met uitzondering van Los Hermanos (waarover hierna meer) geldt dat ook voor de chapters. Zij hebben zich in dit hoger beroep dus niet tegen het uitgesproken verbod en de ontbinding verzet. Maar volgens No Surrender zelf gaat de rechtbank er ten onrechte vanuit dat de brotherhoods van deze informele vereniging deel uitmaken. Ook verzet No Surrender zich tegen de veronderstelling van de rechtbank dat de chapters door het verbod worden geraakt. 2.7. Het OM heeft zijn verzoek ten aanzien van NS MC verminderd: hij gaat er niet langer vanuit dat een verbod van No Surrender ook die formele vereniging treft, en vraagt daarom een afzonderlijk verbod van NS MC. 2.8. In een zogenoemd 'incidenteel' hoger beroep komt het OM ertegen op dat de beslissing van de rechtbank pas effect heeft als deze definitief is. Anders gezegd: het OM verwijt de rechtbank dat zijn beslissing niet uitvoerbaar bij voorraad is verklaard. Het hof vat dat op als een verzoek om deze beschikking wel uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 3De opbouw van deze beschikking en de conclusies 3.1. Het hof zal hierna gebruikmaken van tussenkopjes die bij elkaar een samenvatting vormen van deze uitspraak. De conclusie zal zijn dat No Surrender terecht is verboden en ontbonden, en dat de chapters en brotherhoods dat lot delen, omdat zij niet als informele verenigingen kunnen worden beschouwd. Het verbod treft echter niet NS MC, omdat dat een formele vereniging is. Daarnaast heeft het OM geen argumenten aangedragen die tot een (zelfstandig) verbod en ontbinding van die vereniging kunnen leiden. Het uitgangspunt is de vrijheid van vereniging. Alleen in zeer bijzondere gevallen kan een vereniging worden verboden 3.2. Vrijheid van vereniging is in ons land een grondbeginsel van de democratische rechtsstaat en een pijler van de democratie. Daarom zijn mensen hier vrij om zich te verenigen en samen activiteiten te ontplooien. Dit recht is verankerd in de Grondwet en het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) en mag alleen worden onderworpen aan wettelijke beperkingen die in een democratische samenleving noodzakelijk zijn in het belang van de nationale veiligheid, de openbare orde, het voorkomen van wanordelijkheden en strafbare feiten, voor de bescherming van de gezondheid of de goede zeden of de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen. Dat betekent dat een vereniging alleen kan worden verboden als de werkzaamheid daarvan in strijd is met de openbare orde (artikel 2:20 lid 1 BW). Daarna is het strafbaar om er lid van te zijn of om aan de verenigingsactiviteiten deel te nemen. 3.3. Een verbod is dus een uiterste en noodzakelijke maatregel om gedragingen te voorkomen die een aantasting vormen van als wezenlijk ervaren beginselen van ons rechtsstelsel en die onze samenleving ontwrichten of kunnen ontwrichten. Daarmee ligt de lat voor de rechter zeer hoog: hij moet tot de conclusie komen dat sprake is van activiteiten waarvan de ongestoorde voortzetting en navolging in een democratische rechtsstaat niet kunnen worden geduld, op straffe van ontwrichting. Om die reden moet de wet strikt worden uitgelegd. No Surrender is een vereniging 3.4. Verenigingen zijn rechtspersonen met leden die zijn gericht op een bepaald doel (art. 2:26 lid 1 BW). Er bestaat een juridisch onderscheid tussen de formele en informele variant, maar beide kunnen worden verboden en ontbonden. Als een vereniging niet beschikt over statuten die in een notariële akte zijn opgenomen, dan is sprake van zo'n informele vereniging (een vereniging met beperkte rechtsbevoegdheid). NS MC is een formele vereniging, maar No Surrender is dat niet. De vraag is daarom of dat wel een informele vereniging is. Op de vraag aan welke voorwaarden dan moet zijn voldaan, zal het hof bij de behandeling van de chapters en brotherhoods nog ingaan. Op deze plaats is dat niet nodig. De rechtbank is er namelijk vanuit gegaan dat No Surrender een informele vereniging is (rechtsoverweging 3.29), en daar is geen bezwaar tegen gemaakt. Voor het hof staat dit daarom vast. De rechtbank heeft de vereniging No Surrender terecht verboden en ontbonden (grief 6 van No Surrender) De vereniging No Surrender kan alleen worden verboden als haar werkzaamheid in strijd is met de openbare orde. Voor deze beoordeling zijn van belang de aard van die werkzaamheid en ook de kennelijke bedoeling bij en de gevolgen van de desbetreffende uitingen en gedragingen 3.5. Zoals gezegd, kan No Surrender alleen worden verboden als sprake is van een 'werkzaamheid' in strijd met de openbare orde. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat dit begrip de daden omvat die de rechtspersoon stelt en de woorden die hij spreekt en schrijft, ongeacht op welke wijze blijkt dat die zijn gesteld, gesproken of geschreven in het kader van de organisatie met rechtspersoonlijkheid. Alleen gedragingen van de rechtspersoon zelf kunnen gelden als diens werkzaamheid. Het gaat dan om uitingen en gedragingen (ook nalaten) door het bestuur of waaraan het bestuur leiding heeft gegeven of waartoe het bestuur doelbewust gelegenheid heeft gegeven. Die gedragingen worden aan de rechtspersoon toegerekend. 3.6. Voor toerekening van gedragingen van individuen aan een rechtspersoon als eigen werkzaamheid van de rechtspersoon is niet voldoende dat de rechtspersoon van die gedragingen of van de cultuur waarin die gedragingen plaatsvinden, geen of onvoldoende afstand neemt. Wanneer de rechtspersoon aan gedragingen van derden, zoals leden of zusterorganisaties, niet zelf leiding heeft gegeven of daartoe niet zelf doelbewust gelegenheid heeft gegeven, kunnen die gedragingen aan de rechtspersoon alleen als eigen werkzaamheid worden toegerekend wanneer bijzondere feiten en omstandigheden daartoe aanleiding geven. Bij de beoordeling of sprake is van een werkzaamheid in strijd met de openbare orde, is de aard van de werkzaamheid van de rechtspersoon van belang en ook de kennelijke bedoeling bij en de gevolgen van de desbetreffende uitingen en gedragingen. 3.7. Om een goed inzicht te kunnen krijgen in de werkzaamheid van No Surrender, is het van belang haar ontstaansgeschiedenis te schetsen en de achtergrond daarvan. Dat zal het hof hierna doen. Bij haar oprichting heeft No Surrender zich geplaatst binnen de gewelddadige cultuur van zogenoemde 1%-MC's 3.8. Het OM heeft een historische schets gegeven van zogenaamde 1%-MC's die door No Surrender niet is bestreden: dergelijke motorclubs worden ook wel Outlaw Motor Gangs genoemd (OMG's). Deze typering wijst er al op dat het om groeperingen gaat die zich buiten de maatschappelijke orde plaatsen en deze ook trotseren; zij eisen een eigen geweldmonopolie voor zich op en ontlenen hun bestaansrecht aan deze zelfgekozen positie van wetteloze outlaws. Het zijn zeer gesloten organisaties met een militair karakter: sterke hiërarchische verhoudingen tussen de 'broeders' die zich conformeren aan regels die zijn geworteld in begrippen als loyaliteit, broederschap, respect en eer. Bovendien heerst er een traditie van intimidatie en geweld die intern is ingemetseld in een strikte zwijgplicht (omerta). Door het gewelddadige karakter en een gecultiveerd gevoel van onaantastbaarheid wordt maatschappelijke angst aangewakkerd. Dat geweld keert zich ook naar binnen, waardoor het moeilijk is om uit de groep te treden. 3.9. Het OM heeft uitvoerig uiteengezet dat No Surrender zichzelf vanaf haar oprichting binnen deze subcultuur heeft geplaatst: zij heeft zich op diverse manieren als 1%-MC gemanifesteerd, ook op haar eigen website: "Wij zijn een 1% motorclub, ondersteund door meerdere brotherhoods". Leden van No Surrender dragen in sommige gevallen ook een patch met de tekst '1%' als ereteken op hun 'colors'. Daarmee draagt deze vereniging uit dat zij moet worden geplaatst binnen de traditie van de OMG's. Dat beeld wordt versterkt door de interne structuur (chapters, brotherhoods, de functie consigliere, de vrije rol van 'Nomads'), het logo (een doodshoofd met revolvers) en de namen van de chapters en brotherhoods (bijvoorbeeld Mercenaries, Sempre Omerta, Silent Death, Los Soldados en Guerreros). Bij de oprichting zijn bewust criminelen aangetrokken, en bij de werving van nieuwe leden is gezocht naar vechtsporters. Leden die onvoldoende bereidheid toonden om in het belang van No Surrender geweld te gebruiken, werden bij wijze van straf voor hun lafheid zelf met geweld geconfronteerd. Zo zijn leden van een brotherhood van No Surrender in april 2015 bedreigd met geweld door twee captains, omdat ze niet hardhandig genoeg hebben opgetreden toen één van hun leden werd mishandeld. Tegenspraak van hoger geplaatsten leidde tot vergelijkbare represailles. 3.10. Dit alles is niet (afdoende) door No Surrender bestreden. Het hof zal in het vervolg dan ook van deze geschiedenis uitgaan. In aanvulling daarop zal het hof hierna enkele specifieke kenmerken van No Surrender bespreken die het beeld van deze vereniging als 1%-MC versterken. Afbeelding: op 3 augustus 2017 is deze afbeelding op de Facebookpagina van No Surrender geplaatst. Daarop zijn het clublogo en de clubnaam in de clubkleuren zwart, wit en lichtgrijs te zien. Daarnaast zijn het 1%-teken, de afkorting 'MC', de afkorting 'NSFFNS' (No Surrender Forever, Forever No Surrender) en drie binnen de club geldende kernwaarden: 'loyalty', 'brotherhood' en 'respect' afgebeeld. De hiërarchische structuur en de gewelddadige cultuur van No Surrender worden bepaald door een knellende combinatie van repressie en afgedwongen solidariteit (gehoorzaamheid). Essentieel daarbij zijn de regels en praktijken omtrent zwijgplicht (omerta) en bad standing, en de zogenoemde jailhouseprocedure. - De omerta 3.11. Het OM heeft onbestreden aangevoerd dat de gesloten clubcultuur van No Surrender wordt afgeschermd door een strikte zwijgplicht: het is de leden verboden zich tegenover buitenstaanders - in het bijzonder de overheid - uit te laten over wat zich binnen de club heeft afgespeeld. Samenwerking met de politie wordt bestraft. Daardoor wordt die cultuur beschermd en wordt ook de onderlinge verbondenheid vergroot. Bovendien wordt het justitie (politie en OM) moeilijk gemaakt bewijs te verzamelen van strafbare feiten die door leden van No Surrender zijn gepleegd. De omerta wordt door het bestuur van No Surrender met (dreiging met) geweld gehandhaafd. Het OM heeft daarvan meerdere concrete voorbeelden gegeven. - Bad standing: het is bijna niet mogelijk No Surrender probleemloos te verlaten 3.12. Als een lid van No Surrender de club 'in bad standing' verlaat (hij gaat dan 'out in bad standing'), gebeurt dat onder dwang. Dat lid moet clubeigendommen inleveren en mag geen contact meer onderhouden met leden van de club. Ook wordt hem een boete opgelegd die kan oplopen tot duizenden euro's. Een bad standing gaat vaak gepaard met dreigementen tegen het lid en zijn naasten en fysiek geweld tegen hem. Dergelijke excommunicatie kan bijvoorbeeld aan de orde zijn wanneer een lid niet (zonder tegenspraak) bereid is geweest de clubbelangen, het territorium of medeleden met geweld te beschermen. Het geweld dat met bad standing gepaard gaat, kan grof zijn. Zo werd een ex-lid van chapter Assen in juni 2015 zo zwaar mishandeld dat hij er gekneusde nieren, lever en hartspier aan overhield. Een ander ex-lid liep een gebroken kuitbeen, gebroken ribben en een verbrijzeld jukbeen op. Het beeld dat het OM heeft opgeroepen, en dat onvoldoende is weersproken, is dat het weinig voorkomt dat een lid de club in 'good standing' kan verlaten of onbedreigd 'met pensioen' kan gaan. - De jailhouseprocedure (het jailfund): financiële en juridische ondersteuning voor hen die van strafbare feiten worden verdacht en zijn opgepakt 3.13. De 'jailhouseprocedure' van No Surrender is eveneens komen vast te staan. Die procedure houdt in dat leden in detentie en voorarrest vanuit de club financieel en juridisch worden ondersteund. Daarvoor wordt een deel van de centrale clubkas gereserveerd. Om in aanmerking te komen voor deze ondersteuning, moeten de strafbare gedragingen zijn begaan in het belang van de club en/of de medeleden. Ze moeten in ieder geval binnen de clubcontext zijn gepleegd. Zo geeft een captain in een gesprek met andere leden in een memberroom van No Surrender aan dat een speciale commissie beoordeelt of mag worden uitgekeerd en of de strafbare gedragingen voldoende 'clubgerelateerd' zijn. Hieruit blijkt dat het plegen van strafbare feiten in het belang van de club een normaal onderdeel is van de werkzaamheid van No Surrender. Een voorbeeld van dit soort gedragingen zijn de cocaïnetransporten naar Frankrijk. Om die mogelijk te maken, zijn bij de Belgische grens chapters van No Surrender opgericht. 3.14. Het OM heeft deugdelijk onderbouwd - en van de zijde van No Surrender ontbreekt opnieuw een afdoende verweer tegen de stelling - dat de 'grijze' clubkas van No Surrender wordt gespekt door afdracht van een deel van de winst van dergelijke illegale praktijken door haar leden (en overigens ook door de betalingen in geval van bad standing). Een captain van No Surrender daarover: "Ik zal je sterker vertellen, ik verwacht van al mijn leden, geldt voor mij ook he, alle leden: elke handel die je doet, buiten de club, 10% gaat naar ons. (...) Voorbeeldje: met een weedhok, pakt 10.000 euro, gaat 1000 euro in de clubkas." Deze werkzaamheid, die in de structuur en cultuur van NS zit ingebakken, faciliteert het plegen van geweldsmisdrijven en andere ernstige strafbare feiten, ook in de publieke ruimte 3.15. De rechtbank heeft een omvangrijke en door het OM goed gedocumenteerde opsomming gegeven van ernstige strafbare feiten die door leden van No Surrender gedurende de afgelopen jaren zijn begaan: handel in verdovende middelen, afpersing binnen en buiten de eigen kring, geweld en dreiging met geweld tegen andere motorclubs, verboden wapenbezit, en intimidatie en bedreiging van politieambtenaren, getuigen, horecapersoneel en journalisten - inclusief bedreiging met moord. Kenmerkend voor dergelijke praktijken was het moment dat een journalist van het weekblad [C] met een onaangekondigd bezoek van enkele leden van No Surrender werd geconfronteerd. Hem werd ter ondertekening een vooraf opgestelde tekst voorgehouden waarin hij moest verklaren dat hij bepaalde informatie over No Surrender niet zou publiceren. 3.16. Geregeld worden aangiftes ingetrokken of wordt medewerking aan strafrechtelijk onderzoek geweigerd. Dat alles duidt op angst voor represailles van de betrokkenen. Een voorbeeld van geweld dat zich naar binnen keert, is de in opdracht van president [D] van het chapter [E] uitgevoerde afpersing van een supportlid. 3.17. Het beeld dat hiermee wordt opgeroepen, en waartegen in hoger beroep geen steekhoudend verweer is gevoerd, sluit naadloos aan bij wat hiervoor is gezegd over de werkelijke bestaansreden van No Surrender. Dergelijke feiten spelen zich niet alleen maar af in de verborgen wereld van deze en andere motorclubs, maar treffen de maatschappij recht in het gezicht. Zo zijn beelden overgelegd van een beveiligingscamera bij [F] waarop een mishandeling is te zien en waarbij voorbijgangers dreigend wordt meegedeeld dat zij zich afzijdig moeten houden en geen politie moeten bellen. De afgelopen jaren hebben in de openbare ruimte zelfs meerdere grootschalige vechtpartijen en schietpartijen plaatsgehad tussen 1%-MC's, waaronder No Surrender. Zo vond op 4 oktober 2014 een shoot out plaats in een woonwijk in [G] tussen (bestuurs)leden van No Surrender en Satudarah MC. Naast een kogelvrij vest droegen de leden van No Surrender toen de colors van hun club. Er is die dag negen keer geschoten. Bestuursleden van No Surrender hebben zich veelvuldig aan ernstige strafbare feiten schuldig gemaakt. Ook dat is een werkzaamheid van deze vereniging 3.18. De rechtbank heeft een uitgebreide opsomming gegeven van veelal ernstige strafbare feiten die door bestuursleden van No Surrender zijn gepleegd. Ook daar is geen gemotiveerd verweer tegen gevoerd. De rechtbank heeft terecht overwogen dat deze misdragingen eveneens als werkzaamheid van No Surrender kunnen worden aangemerkt. De hiervoor beschreven werkzaamheid van No Surrender is nog steeds actueel. Het vertrek van [A] en [B] heeft daar geen verandering in gebracht 3.19. Op 29 augustus 2017 verscheen op diverse Facebookaccounts van No Surrender het volgende bericht: "Wij nemen als No Surrender MC, op elke mogelijke wijze, afstand van onze oprichter [A] en distantiëren ons derhalve ook van alle berichtgeving omtrent zijn persoon, waarbij onze clubnaam herhaaldelijk blijft worden genoemd. Wij wensen op geen enkele wijze meer gelieerd te worden aan hem als persoon dan wel aan de berichtgevingen over zijn persoon." Nadat in 2018 ook [B] was vertrokken (hij was gedetineerd), heeft No Surrender zich eveneens van hem en van zijn beleid gedistantieerd. Volgens No Surrender behoren de excessen die onder deze leiders plaatsvonden daarmee tot het verleden. No Surrender profileert zich sindsdien niet meer als 1%-MC. Intern zouden fysieke straffen zijn vervangen door 'strafcorvee', en ook van de bad standing zouden de scherpe randjes af zijn. Dat gebruik zou zelfs zijn afgeschaft. 3.20. Deze uitlating van No Surrender bevestigt de centrale rol van het bestuur van No Surrender binnen de organisatie. Die uitlating is bovendien ongeloofwaardig: het OM heeft een veelheid van incidenten en gesprekken opgesomd die hebben plaatsgehad na het vertrek van [B] , en die slechts tot de conclusie kunnen leiden dat aan de werkzaamheid van No Surrender in essentie niets is veranderd. Op 9 juni 2019 deed bijvoorbeeld een lid van de vereniging, [H] , aangifte van poging tot moord door andere leden. De achtergrond daarvan was dat hij de prijs niet kon betalen die hij verschuldigd was als hij uit de club zou stappen. Hij is door vier man met een mes gesneden, hij is geslagen en getrapt, en heeft slechts met moeite kunnen voorkomen dat hij in de achterbak van een auto belandde. [H] liep ook nog vier schotwonden in zijn benen op. Het dossier bevat meerdere voorbeelden van bad standing en de vrees voor de gevolgen van uittreding in deze periode door gewelddadig gedrag van medeleden, welk gedrag aan No Surrender is toe te rekenen (zie hierna). De gedragingen van de leden kunnen aan No Surrender worden toegerekend en zijn daardoor een werkzaamheid van No Surrender. Die werkzaamheid wakkert in de maatschappij angst aan voor degenen die zich als lid van No Surrender presenteren, is in strijd met de openbare orde en rechtvaardigt een verbod van No Surrender 3.21. Met al het voorgaande staat vast dat het bestuur van No Surrender doelbewust gelegenheid heeft gegeven tot het begaan van maatschappelijk ontwrichtende activiteiten, veelal onder de vlag van de vereniging. No Surrender beperkt zich er niet toe geen afstand te nemen van de gedragingen van haar (bestuurs)leden of van de cultuur waarin die gedragingen plaatsvinden; zij bepaalt juist die cultuur en vormt voor deze gedragingen bewust een voedingsbodem. Het was en is de kennelijke bedoeling van No Surrender om zichzelf en haar leden hiermee als wetteloze bandieten buiten de maatschappelijke orde te plaatsen en maatschappelijke angst te kweken. De instrumenten die daarvoor worden gehanteerd, bestaan intern uit repressie en afgedwongen solidariteit. Deze cultuur, waarin het plegen van geweld wordt verheerlijkt en waaraan leden zich niet zomaar kunnen onttrekken, vormen de bijzondere omstandigheden op grond waarvan de strafbare gedragingen van leden aan No Surrender kunnen worden toegerekend - ook al heeft het bestuur van No Surrender daaraan geen directe leiding gegeven of er gelegenheid voor gegeven. Extern gaat het vooral om vaak ernstige criminele gedragingen door individuen of groepen personen die met hun herkenningstekens en andere verschijningsvormen refereren aan de verheerlijking van geweld. Deze werkzaamheid, die zich ook in de openbare ruimte manifesteert (en het criminele gedrag van bestuursleden van No Surrender) is maatschappelijk zodanig beschadigend en ontwrichtend, dat daardoor een verbod van No Surrender wordt gerechtvaardigd. Een verbod van No Surrender treft niet de chapters of brotherhoods als die zelf ook verenigingen zijn. 3.22. Zowel een formele als een informele vereniging kan afdelingen hebben waarbinnen leden van de vereniging bijvoorbeeld geografisch of functioneel zijn ingedeeld. Het is mogelijk dat een afdeling van een vereniging ook zelf rechtspersoonlijkheid heeft. Zo kan een afdeling op haar beurt een formele of informele vereniging zijn. De vraag of dat aan de orde is, doet zich voor ten aanzien van de chapters en brotherhoods van No Surrender. Het antwoord op die vraag is van belang, omdat een verbod ten aanzien van No Surrender zich niet uitstrekt tot haar chapters en (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.