GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Arnhem afdeling civiel recht zaaknummers gerechtshof 200.265.259 en 200.265.210 (zaaknummers rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht 461530 en 461539) beschikking van 15 december 2020 in zaak 200.265.259 van: 1de stichtingStichting IEHA,gevestigd te Gouda,
(2)op grond van artikel 2:20 BW HAMC Holland verboden te verklaren en te ontbinden, onder benoeming van een vereffenaar, met bepaling dat een eventueel batig saldo na vereffening wordt uitgekeerd aan de Staat. Het OM heeft daarbij verzocht de beschikking hierover uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 3.5. HAM Corporation is in de procedure bij de rechtbank verschenen en heeft verweer gevoerd. HAMC en HAMC Holland zijn niet verschenen. Wel hebben zich als belanghebbenden gemeld de Stichting c.s. Zij hebben ook verweer gevoerd tegen de verzoeken. 3.6. De rechtbank heeft in de beschikking van 29 mei 2019 geoordeeld dat HAMC en HAMC Holland inderdaad bestaan en dat HAM Corporation een onderdeel is van HAMC. De rechtbank heeft verder geoordeeld dat de werkzaamheid van deze organisaties in strijd is met de openbare orde. De rechtbank heeft daarom de verzoeken van het OM toegewezen. In de zaak tegen HAMC heeft de rechtbank voor recht verklaard dat de werkzaamheid van HAMC, waarvan HAM Corporation onderdeel uitmaakt, in strijd is met de openbare orde als bedoeld in artikel 2:20 BW. In de zaak tegen HAMC Holland heeft de rechtbank HAMC Holland verboden verklaard en ontbonden. De rechtbank heeft de beschikking wat deze onderdelen betreft uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Verder heeft de rechtbank de zaken aangehouden in afwachting van de benoeming van een vereffenaar (die moet zorgen voor de vereffening van de in Nederland gelegen goederen van HAMC en het vermogen van HAMC Holland). Bij beschikking van 12 juli 2019 heeft de rechtbank een vereffenaar benoemd. 4Omvang van het hoger beroep 4.1. HAM Corporation en de Stichting c.s. hebben ieder afzonderlijk hoger beroep ingesteld tegen de beschikking van de rechtbank van 29 mei 2019. Beide verzoeken zij het hof de beschikking te vernietigen en het verzoek van het OM alsnog af te wijzen. Zij hebben een groot aantal, deels elkaar overlappende, bezwaren (grieven) tegen de beschikking van de rechtbank aangevoerd. Daarmee leggen zij de zaak in volle omvang voor aan het hof. 4.2. Alleen het verzoek van het OM te bepalen dat een eventueel batig saldo na vereffening toevalt aan de Staat is in deze zaak niet meer aan de orde (de rechtbank heeft dit verzoek niet toegewezen en het OM is daartegen niet opgekomen in hoger beroep). 5De beoordeling in hoger beroep Internationale rechtsmacht van de Nederlandse rechter 5.1. De zaak van het OM tegen HAMC en HAM Corporation heeft een internationaal karakter. Het hof moet daarom in hoger beroep opnieuw beoordelen of de Nederlandse rechter bevoegd is deze zaak te behandelen. Dat is inderdaad het geval, omdat het een zaak betreft die bij verzoekschrift moet worden ingeleid en het OM als verzoeker woonplaats heeft in Nederland. Uit artikel 3 aanhef en onder a Rv volgt dat de Nederlandse rechter in dat geval rechtsmacht heeft. Daar komt bij dat artikel 10:122 BW bepaalt dat het OM de rechtbank in Utrecht kan verzoeken voor recht te verklaren dat het doel of de werkzaamheid van een corporatie die niet is een Nederlandse rechtspersoon in strijd is met de openbare orde als bedoeld in artikel 2:20 BW. De rechtbank in Utrecht is bevoegd om over een dergelijk verzoek te beslissen, ongeacht de vestigingsplaats van de corporatie of andere relevante aanknopingspunten voor het bepalen van de internationale bevoegdheid van de rechter. De rechtsmacht van de Nederlandse rechter is ook daarmee gegeven in deze zaak. Het hof merkt daarbij nog op dat de bevoegdheidsregels uit de (Herschikte) EEX-Verordening en het EVEX (II)-Verdrag niet van toepassing zijn, omdat de zaak niet valt onder het materiële toepassingsgebied van deze verordening en dit verdrag. Plan van behandeling 5.2. Het hof zal hierna eerst ingaan op de vraag of HAMC en HAMC Holland bestaan en zijn aan te merken als een buitenlandse corporatie respectievelijk een informele vereniging in de zin van de wet. Daarna zal het hof beoordelen of de werkzaamheid van deze organisaties in strijd is met de openbare orde en of een verbod van deze clubs noodzakelijk is. Vervolgens zal het hof ingaan op de positie van HAM Corporation. Daarna komt de reikwijdte van de verklaring voor recht ten aanzien van HAMC en verbodenverklaring en ontbinding van HAMC Holland aan de orde. Daarbij gaat het er met name om wat dit betekent voor de charters en hun leden in Nederland. Ten slotte zal het hof beslissen over het verzoek van het OM de beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Bestaat HAMC en is HAMC een corporatie in de zin van artikel 10:117 BW? 5.3. Volgens het OM is HAMC een wereldwijde organisatie van de Hells Angels, die voldoet aan de definitie van een corporatie in artikel 10:117 BW. De Stichting c.s. en HAM Corporation betwisten dat: zij betogen dat de Hells Angels charters onafhankelijk van elkaar bestaan en dat geen sprake is van een wereldwijde, als zelfstandige eenheid of organisatie naar buiten tredende club. De rechtbank heeft geoordeeld dat HAMC wel als een zelfstandige organisatie naar buiten treedt en dus een corporatie is in de zin van artikel 10:122 BW. De Stichting c.s. en HAM Corporation keren zich tegen dat oordeel en de overwegingen waarop dat oordeel berust. Het hof overweegt daarover het volgende. 5.4. Zoals hiervoor al is vermeld, houdt artikel 10:122 BW in dat het OM de rechtbank kan verzoeken voor recht te verklaren dat het doel of de werkzaamheid van een corporatie die niet is een Nederlandse rechtspersoon, in strijd is met de openbare orde als bedoeld in art. 2:20 BW. Volgens artikel 10:117, aanhef en onder a, BW wordt onder ‘corporatie’ verstaan “een vennootschap, vereniging, coöperatie, onderlinge waarborgmaatschappij, stichting en ieder ander als zelfstandige eenheid of organisatie naar buiten optredend lichaam en samenwerkingsverband”. In het arrest in de Bandidos-zaak heeft de Hoge Raad over dit begrip samengevat het volgende overwogen. Uit de wetsgeschiedenis volgt dat het begrip ‘corporatie’ een ruim te interpreteren verzamelbegrip is voor die naar buiten tredende lichamen en samenwerkingsverbanden die door het recht als zodanig worden erkend. Niet is vereist dat sprake is van een rechtspersoon. Evenmin is vereist dat de bevoegdheid bestaat drager te zijn van rechten en verplichtingen, rechtshandelingen te verrichten of in rechte op te treden. Voldoende is dat als zelfstandige eenheid naar buiten wordt opgetreden, waarbij het niet behoeft te gaan om economische of bedrijfsmatige zelfstandigheid. Het enige criterium voor het zijn van een ‘corporatie’ is dat de corporatie als zelfstandige eenheid of organisatie naar buiten optreedt en dat het toepasselijke recht daar bepaalde gevolgen aan verbindt. Het beslissende criterium bestaat dus in het naar buiten als zelfstandige eenheid optreden, dat duidelijk het verschil met een zuiver contractuele samenwerking markeert. Als het OM een verzoek doet op de voet van artikel 10:122 BW, moet het stellen en zo nodig onderbouwen dat sprake is van een ‘corporatie’ in de zin van art. 10:117 aanhef en onder a BW. Welke eisen in dit verband kunnen worden gesteld aan de stelplicht van het OM en in hoeverre het OM zijn stellingen moet onderbouwen, hangt af van de omstandigheden van het geval. Met toewijzing van een verzoek op grond van artikel 10:122 BW staat vast dat het doel of de werkzaamheid van de corporatie in strijd is met de openbare orde als bedoeld in art. 2:20 BW. Deelname in Nederland aan de werkzaamheden van de corporatie is daarna strafbaar. De verklaring voor recht betekent daarom een ernstige inbreuk op grondrechten (de vrijheid van vereniging en vrijheid van meningsuiting), waaraan slechts in het uiterste geval mag worden toegekomen. Daarom moeten hoge eisen worden gesteld aan een verzoek op de voet van art. 10:122 BW en de motivering en onderbouwing daarvan: daaruit moet onder meer blijken dat sprake is van een corporatie zoals bedoeld in artikel 10:122 BW. 5.5. Het gaat er dus om of HAMC een wereldwijde, als zelfstandige organisatie naar buiten tredende motorclub is. Op grond van de volgende feiten en omstandigheden komt het hof tot de conclusie dat dit inderdaad het geval is. 5.6. In de eerste plaats staat vast dat er worldrules zijn die gelden voor alle Hells Angels ter wereld. Deze worldrules bestaan uit constitutional rules, admission rules, traditions, internet rules, voting rules en prohibitive rules (zoals in rov. 4.7 van de beschikking van de rechtbank verder beschreven). De regels gaan onder meer over de motorfiets die ieder lid en prospect moet hebben, stemrecht (het principe van one man, one vote), het dragen van patches (herkenningstekens), het beslechten/uitvechten van conflicten, ongewenst gedrag, wie zijn uitgesloten van lidmaatschap van de club, het verbod om tevens lid te zijn van een andere motorclub, de proeftijd van een jaar die geldt voor alle nieuwe leden, het vormen van charters, de procedure die moet worden gevolgd als een lid de club verlaat of wil overgaan naar een ander charter en het verbod om zaken te verkopen of dragen met de naam Hells Angels en/of het death head-logo zonder de vereiste licentie van HAM Corporation. De worldrules worden ook daadwerkelijk gehandhaafd. Zo zijn er boetes gesteld op diverse overtredingen van de worldrules, die ook daadwerkelijk worden opgelegd. Overtreding van sommige worldrules kan leiden tot tijdelijke of definitieve verwijdering uit de club.Dat de charters moeten controleren op de naleving van de wereldwijde regels en de boetes innen, zoals de Stichting c.s. aanvoeren, doet niet af aan het dwingende karakter van de clubregels die op wereldniveau worden bepaald. 5.7. In de tweede plaats zijn er worldmeetings, wereldwijde bijeenkomsten van de Hells Angels die twee keer per jaar worden gehouden. Alle landen waarin de Hells Angels zijn gevestigd, moeten daarbij zijn vertegenwoordigd. Daarnaast vinden er world runs plaats waarbij gezamenlijke activiteiten worden ondernomen. Waar en wanneer de world runs plaatsvinden en welk onderdeel de activiteiten organiseert, wordt tijdens de worldmeetings besproken. Alle charters zijn verplicht om aan deze evenementen deel te nemen, op straffe van een boete. 5.8. Op de worldmeetings worden verder clubzaken besproken die voor alle Hells Angels (wereldwijd) van belang zijn. Tijdens de worldmeetings worden ook voorstellen besproken voor de invoering van nieuwe of aanpassing of schrapping van bestaande worldrules. Zoals in de notulen van de worldmeeting in Italië in 2018 is vastgelegd, geldt het volgende besluitvormingsproces voor deze zogenoemde world rule motions: de motion wordt gepresenteerd tijdens een eerste worldmeeting, daarna wordt de motion bediscussieerd tijdens een tweede worldmeeting en ten slotte wordt over de motion gestemd en besloten (voted and tallied) bij een derde worldmeeting. De Stichting c.s. hebben betoogd dat de besluitvorming niet tijdens de worldmeeting plaatsvindt, maar dat alle leden een stem uitbrengen en dat deze stemmen via de charters worden verzameld. Ook als dat zo is, neemt dat niet weg dat de resultaten van de stemming wereldwijd worden vastgesteld. Daarmee wordt bindend vastgesteld dat een world rule motion is aangenomen of niet, wat wordt vastgelegd in de notulen van de worldmeeting. Blijkens notulen van worldmeetings die zich in het dossier bevinden, gaan world rule motions bijvoorbeeld over regels voor het dragen van herkenningstekens van andere landen/charters, de plaats waar bepaalde herkenningstekens op de kleding moeten worden gedragen en welke leden een bepaald onderscheidingsteken mogen dragen (zie voorbeelden in rov. 4.8 van de beschikking van de rechtbank). Deze voorbeelden illustreren dat over zaken die de onderlinge verhoudingen tussen de Hells Angels (charters) en/of het imago van de hele club raken op wereldwijd niveau wordt gesproken en beslist. Het standpunt van de Stichting c.s. dat de worldmeeting slechts een evenement is voor alle Hells Angels ter wereld waarvan verder geen gezag uitgaat, volgt het hof dus niet. Het is onmiskenbaar (ook) een wereldwijde, besluiten nemende vergadering waaraan alle Hells Angels zijn onderworpen. Uit de regelmatige vergaderingen en activiteiten op wereldniveau blijkt voorts dat er wereldwijd wordt samengewerkt door de Hells Angels uit de verschillende werelddelen en landen. 5.9. Uit de worldrules blijkt tevens van een wereldwijde organisatiestructuur. Zo is in de voting rules bepaald dat motions (to pass a rule of for request or approval) kunnen worden ingediend op drie forums: ‘Regional, National and World’. Uit de gedingstukken blijkt dat er naast worldmeetings bijvoorbeeld ook European meetings zijn waar motions worden ingebracht. Duidelijk is dat, voor zover het gaat om onderwerpen die voor alle Hells Angels van belang zijn, daarover uiteindelijk op wereldniveau moet worden beslist. Uit de voting rules kan dus worden afgeleid dat er een organisatie bestaat op wereldwijd niveau, regionaal niveau (per werelddeel) en nationaal niveau. De notulen van worldmeetings en European meetings die het OM heeft overgelegd, bevestigen dat op deze verschillende niveaus structureel wordt overlegd en over clubzaken wordt beslist. De charters zijn meestal binnen één land georganiseerd (en bevinden zich dan dus onder het nationale niveau) maar kunnen zich ook over meer dan één land uitstrekken. Dat laatste doet niet af aan het beeld van een wereldwijde organisatie die een geografische onderverdeling kent. 5.10. Uit dit alles blijkt dat er een organisatorisch verband van alle Hells Angels ter wereld bestaat. Dat er geen president of bestuur op mondiaal niveau is en dat er geen internationaal hoofdkantoor bestaat, doet daaraan onder deze omstandigheden niet af. Het hof onderkent daarbij dat de Hells Angels bottom up zijn georganiseerd, wat tot uitdrukking komt in het feit dat besluiten over alle relevante zaken worden genomen op basis van het principe one man, one vote. De charters hebben ook een zekere vorm van zelfstandigheid. Maar dat neemt niet weg dat zij een duidelijk gestructureerd geheel vormen op wereldschaal, waarbij alle Hells Angels lid zijn van één en dezelfde club. Het hof merkt daarbij nog op dat, zoals uit het voorgaande blijkt, op wereldniveau over wezenlijke zaken van de club - over regels die de identiteit van de Hells Angels betreffen en over concrete clubzaken die alle Hells Angels aangaan of die het lokale niveau overstijgen - wordt gesproken en beslist. 5.11. Verder treedt HAMC onmiskenbaar als zelfstandige organisatie naar buiten toe op. Allereerst blijkt dit uit de unieke uiterlijke kenmerken die alle Hells Angels gebruiken om te tonen dat zij lid van de Hells Angels zijn. Zo ziet de achterkant van de colors (zwarte mouwloze vesten) die elke Hells Angel draagt er in de kern hetzelfde uit: een toprocker met de naam Hells Angels (in rode letters op een wit vlak), het death head-logo met daarnaast de afkorting MC in het midden (in rode letters op een wit vlak) en een bottomrocker met een geografische naam (bijvoorbeeld Holland, in rode letters op een wit vlak). Iedereen die een persoon ziet met deze uiterlijke kenmerken weet dat hij te maken heeft met een lid van de Hells Angels. De Stichting c.s. hebben er weliswaar op gewezen dat ieder charter (in Nederland althans) een eigen death head logo gebruikt. Bij het zien van deze logo’s vallen echter vooral de overeenkomsten op (de typerende afbeelding van een doodshoofd met vleugels), veel meer dan de verschillen (diverse kleuren, varianten in vorm op detailniveau en toevoeging van een afkorting of symbool voor de locatie; zie bijlage 12 bij de brief van mr. Knoops van 31 augustus 2020 en het overzicht in zijn PowerPointpresentatie in hoger beroep). Dat op een siderocker (aan de voor-/zijkant van het vest) de naam van het charter staat, doet ook niet af aan het beeld van één club. Het geheel levert het beeld op dat men te maken heeft met een lid van een afdeling van de Hells Angels uit een bepaald land/gebied, en daarmee nog steeds eerst en vooral met een Hells Angel. Van belang is daarbij ook nog dat de charters en leden een licentieovereenkomst moeten sluiten met HAM Corporation om de naam en logo’s van de Hells Angels onder meer voor dit doel te mogen gebruiken. Zoals hiervoor al is vermeld, is dit ook vastgelegd in de worldrules. De charters regelen vervolgens zelf de productie en uitgifte van clubkleding, logo’s en onderscheidingstekens voor hun leden. Dat neemt niet weg dat het gebruiken van de clubkleding (met namen, logo’s en onderscheidingstekens) op deze manier strikt is gereguleerd op wereldniveau. Met dit alles is onmiskenbaar dat de Hells Angels zich presenteren als wereldwijde motorclub. 5.12. Daarnaast treedt HAMC naar buiten toe op via de website www.hells-angels.com. Deze website bevat informatie over Hells Angels MC World, met op de homepage de kenmerkende toprocker met de naam Hells Angels, het death head-logo en de bottomrocker met de geografische aanduiding World. Deze aanduiding blijft zichtbaar als andere pagina’s op de website worden bezocht. Verder bevat de website informatie over de verschillende geografische verbanden van ‘HAMC World’. De Stichting c.s. hebben weliswaar aangevoerd dat het OM niet heeft aangetoond dat deze website wordt beheerd door een wereldwijde organisatie van de Hells Angels, maar dat is hier niet doorslaggevend. Uit de internet rules (onderdeel van de worldrules) blijkt dat alle leden, prospects en hangarounds van de Hells Angels, waar ook ter wereld, moeten bijdragen in de kosten van de World Web Master. Vaststaat dat die bijdrage ook daadwerkelijk wordt betaald. Het OM heeft de webmaster inmiddels geïdentificeerd, te weten een zekere [naam2] , lid van de Hells Angels. De Stichting c.s. hebben dat niet betwist. Dat de webmaster de content van de website zelf mag bepalen, zoals de Stichting c.s. aanvoeren, heeft hooguit relatieve betekenis: het neemt in elk geval niet weg dat hij is gebonden aan de wereldwijd vastgestelde clubregels van de Hells Angels. Het is verder moeilijk voorstelbaar dat de Hells Angels deze website ongemoeid zouden laten als zij niet achter de inhoud ervan zouden staan. Dit alleen al vanwege de strenge regels voor het gebruik van hun naam en logo, die strikt worden gehandhaafd. Gelet op deze omstandigheden moet de website wel degelijk worden beschouwd als uiting van HAMC, waarmee zij naar buiten treedt als wereldwijde organisatie van de Hells Angels. 5.13. Recapitulerend betekent dit (
- a)dat er wereldwijd wordt samengewerkt tussen de Hells Angels uit alle werelddelen en landen waarin zij zijn gevestigd, (
- b)dat er een wereldwijde besluiten nemende vergadering bestaat waaraan alle Hells Angels zijn onderworpen, (
- c)dat de Hells Angels een wereldwijde organisatiestructuur kennen, (
- d)dat er worldrules zijn met bepalingen over de organisatie, toelating van leden, tradities, stemrecht en gedragsregels waaraan alle Hells Angels ter wereld zijn gebonden, (
- e)dat de Hells Angels zich met hun clubkleding, logo’s en onderscheidingstekens als wereldwijde motorclub presenteren en (
- f)dat er een door alle Hells Angels bekostigde, gemeenschappelijke website is waarop HAMC als wereldwijde organisatie van de Hells Angels naar buiten treedt. Op grond van deze omstandigheden, in onderling verband en samenhang bezien, deelt het hof het oordeel van de rechtbank dat HAMC bestaat en alle kenmerken heeft om haar als corporatie in de zin van artikel 10:117 BW aan te merken. Het gaat niet slechts om een losse verzameling van charters die dezelfde kenmerken hebben omdat zij nu eenmaal dezelfde oorsprong hebben, hetzelfde gedachtengoed aanhangen en dezelfde regels volgen, en die elkaar af en toe ontmoeten om gezamenlijke activiteiten te ondernemen en vrijblijvend te overleggen om tradities in stand te houden. Dat HAMC geen rechtspersoon is doet in dit verband verder niet ter zake. De bezwaren van de Stichting c.s. tegen dit oordeel worden dan ook verworpen. Bestaat HAMC Holland en is HAMC Holland een informele vereniging? 5.14. De volgende vraag is of HAMC Holland bestaat en is aan te merken als een informele vereniging, zoals het OM betoogt. De Stichting c.s. betwisten dat. Zij voeren aan dat, als de Hollandse (charters van
- de)Hells Angels onderling al een verband vormen, in elk geval geen sprake is van een informele vereniging omdat niet aan de vereisten daarvoor is voldaan. De rechtbank heeft geoordeeld dat er wel een informele vereniging HAMC Holland is. Dat oordeel bestrijden de Stichting c.s. in dit beroep. Het hof overweegt daarover het volgende. 5.15. Volgens artikel 2:26 lid 1 BW is de vereniging een rechtspersoon met leden die is gericht op een bepaald doel. Als de statuten van een vereniging zijn opgenomen in een notariële akte is sprake van een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid, ook wel een formele vereniging genoemd. Als een vereniging niet beschikt over statuten die in een notariële akte zijn opgenomen, is sprake van een vereniging met beperkte rechtsbevoegdheid, ook wel informele vereniging genoemd. Zoals de Hoge Raad heeft overwogen in het Bandidos-arrest, volgt uit artikel 2:26 lid 1 BW en de toelichting daarop dat voor het zijn van een informele vereniging is vereist dat er een zelfstandig lichaam is dat als zodanig deelneemt aan het rechtsverkeer, dat leden heeft en dat gericht is op een bepaald doel. Dit veronderstelt enig organisatorisch verband. Of daarvan in een concreet geval sprake is, hangt af van de omstandigheden van het geval. Dergelijke omstandigheden kunnen zijn dat er min of meer vaste regels of gebruiken zijn, dat een of meer leden coördinerende taken vervullen ten behoeve van het zelfstandige lichaam, dat er ledeninspraak is, dat gelden worden ingezameld of contributie wordt geheven, dat een bankrekening wordt aangehouden op naam van het zelfstandige lichaam of dat er een gemeenschappelijke kas is. Opmerking verdient nog dat uit de parlementaire geschiedenis blijkt dat aan het bestaan van een informele vereniging niet te zware eisen moeten worden gesteld. 5.16. Een informele vereniging kan dus vormvrij ontstaan. Nodig is alleen dat aan de hiervoor vermelde inhoudelijke criteria is voldaan, wat uit de omstandigheden van het geval moet blijken. Een specifieke oprichtingshandeling is niet vereist. Op grond van de volgende omstandigheden is het hof van oordeel dat HAMC Holland inderdaad als organisatorisch verband bestaat en voldoet aan de vereisten om haar als informele vereniging aan te merken. 5.17. Allereerst is van belang dat in de worldrules de wezenlijke clubzaken van de Hells Angels zijn geregeld. Zoals hiervoor al is overwogen, zijn alle leden van de Hells Angels hieraan gebonden. Uit de worldrules blijkt verder dat de Hells Angels zijn georganiseerd op wereldniveau, regionaal niveau en nationaal niveau. In deze structuur is HAMC Holland het nationale niveau, gevormd door de Hells Angels in Nederland. Op dit niveau zijn er ook onmiskenbaar vaste regels en gebruiken. Zo bestaan er HAMC Holland Richtlijnen (met versies voor members, prospects en hangarounds). Hierin zijn bepalingen opgenomen over allerlei clubzaken, variërend van regels over het toelaten van nieuwe leden (van hangaround tot prospect en van prospect tot member), het gebruik van de motorfiets, het verplicht dragen van colors, de aanwezigheid van leden en charters bij (Holland) meetings, het betalen van contributie aan de charters en de mogelijkheid om vrijstelling hiervan te krijgen, het nemen van beslissingen over eervol of oneervol ontslag (good or bad standing, met bijbehorende consequenties), sancties bij ongewenst gedrag, het overstappen naar een ander charter en het vormen van nieuwe charters in Nederland, tot stemregels. Op overtreding van diverse bepalingen zijn sancties gesteld (zoals inname van colors, uitstoting en boetes). Het standpunt van de Stichting c.s. dat het hierbij slechts gaat om richtlijnen en niet om bindende regels, volgt het hof niet. Sommige bepalingen hebben inderdaad meer het karakter van aanwijzingen of een gedragscode (zoals de bepalingen dat men bij het defect gaan van de motorfiets moet zorgen dat deze binnen een maand gerepareerd of in een vergevorderd stadium van reparatie is, dat men de motorfiets in goede staat van onderhoud moet houden, dat men de motorfiets klaar moet hebben en bij het begin van het seizoen - februari/maart - moet rijden), maar de meeste bepalingen zijn wel degelijk dwingend van aard, mede gelet op de sancties die zijn gesteld op het niet naleven ervan (zoals verplicht afmelden voor een meeting op straffe van een boete, zie rov. 5.19.). Dat de regels op charterniveau worden gehandhaafd, doet ook niet af aan het dwingende karakter van de regels die landelijk zijn vastgesteld. Zoals uit de HAMC Holland Richtlijnen verder blijkt, zijn er Holland meetings waarop over zaken op nationaal clubniveau wordt overlegd en beslist. Dat er gestemd wordt volgens het principe one man, one vote en de stemmen per charter worden verzameld, neemt ook niet weg dat er op deze manier wel besluiten worden genomen op landelijk niveau waaraan de Hells Angels in Nederland vervolgens zijn gebonden. Deze Holland meetings vinden ook daadwerkelijk regelmatig plaats, naast andere landelijke activiteiten. 5.18. Van een president of bestuur op nationaal niveau is geen sprake. Wel zijn er leden die coördinerende taken vervullen ten behoeve van de Hells Angels in Nederland. Zo is er een national secretary, die ledenlijsten beheert van de Nederlandse charters, informatie onder de charters verspreidt, als contactpunt fungeert voor communicatie met buitenlandse charters en bij stemmingen op nationaal, Europees en mondiaal niveau de stemmen verzamelt die de Nederlandse leden hebben uitgebracht. Ook is er een national treasurer, die ervoor zorgt dat de charter-overstijgende kosten (zoals kosten voor world- en euroruns, cadeaus, rouwkransen en -advertenties, begrafenissen in het buitenland en advocaatkosten) worden betaald en omgeslagen over de Nederlandse leden. Daarvoor houdt hij ook een administratie bij. De jaarlijkse licentievergoeding voor HAM Corporation en de bijdrage voor de world web master worden geïnd via de charters en verzameld door de national secretary of treasurer. 5.19. In de HAMC Holland Richtlijnen is opgenomen dat, als een member niet naar de meeting kan komen, hij zich moet afmelden op straffe van een boete. Daaruit volgt dat de leden in beginsel worden geacht aanwezig te zijn, en in elk geval ook aanwezig mogen zijn bij de Holland meetings. Bij stemmingen geldt, net als op wereldniveau, het beginsel van one man one vote. Ieder lid heeft dus een stem in de besluitvorming, ook op nationaal niveau. De HAMC Holland Richtlijnen bepalen daarbij dat voor besluiten een 2/3 meerderheid is vereist, behalve bij besluiten over toelating van nieuwe leden en prospect MC’s waarbij unanimiteit is vereist. Ledeninspraak is dus nadrukkelijk aanwezig, ook op nationaal niveau. 5.20. Zoals in de HAMC Holland Richtlijnen is bepaald, betalen de leden maandelijks contributie aan hun charter. Van de geldelijke bijdragen die de leden betalen aan de charters, wordt een deel betaald ten behoeve van HAMC Holland en gebruikt voor betalingen voor charter-overstijgende aangelegenheden (zie rov. 5.18). Voor dat doel worden ook gelden ingezameld via de charters. Indirect ontvangt HAMC Holland dus wel clubbijdragen van de Nederlandse HA-leden. 5.21. Niet is gebleken dat een bankrekening wordt aangehouden op naam van HAMC Holland. Wel worden gelden ingezameld van de Nederlandse Hells Angels voor het betalen van de charter-overstijgende kosten (zie ook wat dit betreft rov. 5.18). De Stichting c.s. hebben niet betwist dat dit verloopt via bankrekeningen die zijn gelieerd aan het charter waarvan de national treasurer lid is (charter North Coast) en contante betalingen. In die zin is wel sprake van een clubkas met gelden van HAMC Holland. 5.22. Verder is van belang dat de Nederlandse Hells Angels zich naar buiten toe als eenheid presenteren onder de naam Hells Angels MC Holland. Dat blijkt allereerst uit de uiterlijke kenmerken waarmee de Nederlandse leden zich in het openbaar vertonen. Zo staat op de achterkant van de colors die zij dragen in het groot ‘Hells Angels’ op de toprocker, ‘Holland’ op de bottomrocker en het death head logo met ‘MC’ daartussenin. De uitleg van de Stichting c.s. dat het in de biker scene gebruikelijk is dat onder het logo een landnaam wordt vermeld, zodat bij evenementen duidelijk is waar iedereen vandaan komt, neemt niet weg dat de Nederlandse leden zich op deze manier voor een ieder herkenbaar als eenheid presenteren. Het feit dat op een siderocker de naam van het charter staat waartoe het lid behoort, doet ook niet af aan het beeld dat het gaat om een lid van de Hells Angels, onderdeel Holland. De kleine verschillen tussen de charterlogo’s doen dat evenmin. De logo’s hebben alle dezelfde wezenlijke kenmerken, waardoor zij direct herkenbaar zijn als het symbool van de Hells Angels. Dat de clubkleding met deze varianten moet worden gezien als uiting van één organisatie, wordt ondersteund door het feit dat het gebruik ervan strikt is gereguleerd op het hoogste niveau (zie rov. 5.11). 5.23. Daarnaast wordt op websites van de Hells Angels gerefereerd aan HAMC Holland. Zo bevat de website www.hells-angels.com (van HAMC, zie rov. 5.12) een link naar het Nederlandse gedeelte van de club. Op de desbetreffende pagina staat informatie over de charters in Nederland, met daarnaast een afbeelding met het opschrift ‘Hells Angels’, het death head logo met ‘MC’ en het onderschrift ‘Holland - Est. 1978’. Daarnaast bestaat de website www.hellsangels.nl. Daarop is een kaart van Nederland afgebeeld met daarin het death head logo, waarop de Nederlandse charters zijn aangegeven. Bovenaan de pagina staat ‘Welcome to Holland’. Deze website bevat weer een link naar de website van HAMC en bevat ook links naar websites van Nederlandse charters. De Stichting c.s. hebben aangevoerd dat niet is aangetoond dat deze website wordt beheerd door HAMC Holland. Zij wijzen er daarbij op dat tegenwoordig iedereen vrij eenvoudig een website kan maken en online kan zetten en dat dit ook kan zonder toestemming van degene op wie de website betrekking heeft. Die betwisting volstaat hier echter niet. Het is immers onwaarschijnlijk dat zo maar een derde een website met de bedoelde informatie over de Hells Angels in Nederland opzet. Daarbij zou het voor de hand hebben gelegen dat tegen deze website was opgetreden als deze niet de instemming van de Hells Angels had gehad, zeker nu de beschermde naam en het logo van de Hells Angels erop worden gebruikt. Dat dit niet is gebeurd, wijst erop dat de website de goedkeuring heeft van de Hells Angels in Nederland. Het OM heeft tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep nog vermeld dat de website inmiddels niet meer is te raadplegen en dat de homepage zwart is gemaakt. Dat doet niet af aan de conclusie dat HAMC Holland tot voor kort op deze wijze naar buiten toe als eenheid werd gepresenteerd. 5.24. Voorts blijkt uit het dossier dat er betalingen en donaties worden gedaan uit naam van HAMC Holland en ook dat er wordt gefactureerd aan HAMC Holland. Dat dit een praktische achtergrond heeft, zoals de Stichting c.s. aanvoeren, mag zo zijn, maar wil niet zeggen dat deze omstandigheid geen betekenis heeft, zeker nu het gaat om een structurele praktijk. 5.25. Ten slotte bevestigen recente voorbeelden uit het dossier dat HAMC Holland als organisatorisch verband bestaat en voor de Nederlandse leden ook daadwerkelijk betekenis heeft. In een afgeluisterd telefoongesprek van 11 oktober 2017 spreken de president van charter Northcoast en de treasurer (die tevens national treasurer
- is)over een rouwadvertentie van ‘Holland’. In een telefoongesprek van 29 december 2017 spreekt een lid van charter Rotterdam met de sergeant at arms van charter Northcoast over de uitvaart van de dochter van een lid van Satudarah met wie hij bevriend is. Uit het gesprek blijkt dat hij toestemming nodig heeft van ‘Holland’ om deze uitvaart bij te wonen. Bij gesprekken in het clubhuis van charter Northcoast op 15 juni 2018 gaat het over de strategie die de charter moet volgen in verband met het verzoek van het OM tot verbodenverklaring van de Hells Angels in Nederland. Besproken wordt dat aan ‘Holland’ moet worden gevraagd of Holland het goed vindt dat charter Northcoast een second opinion vraagt aan de eigen advocaat (zie bijlage 28 onder 2.1.5, 2.1.6 en 2.1.8). Uit het tweede en derde voorbeeld blijkt ook dat het niet slechts om vrijblijvende afstemming gaat. 5.26. Op grond van deze feiten en omstandigheden, in onderling verband en samenhang bezien, concludeert het hof dat HAMC Holland een zelfstandige organisatie vormt van alle Hells Angels in Nederland, die ook als zodanig deelneemt aan het rechtsverkeer. Daarbij zijn de Nederlandse Hells Angels mede te beschouwen als lid van HAMC Holland. Het feit dat zij allen (kunnen) deelnemen aan de Holland meetings en activiteiten en een stem hebben bij besluiten op landelijk niveau, is daarvoor een belangrijke aanwijzing. Het lijdt verder geen twijfel dat HAMC Holland is gericht op een bepaald doel, namelijk het bevorderen van de activiteiten en de samenwerking van de Hells Angels in Nederland. Met de rechtbank is het hof daarom van oordeel dat HAMC Holland een informele vereniging is. De bezwaren van de Stichting c.s. tegen dit oordeel worden dus verworpen. Is de werkzaamheid van HAMC en/of HAMC Holland in strijd met de openbare orde? 5.27. De vraag is dan of de werkzaamheid van HAMC (Holland) in strijd is met de openbare orde, zoals het OM betoogt. De Stichting c.s. hebben dat betwist. In de kern gaat het daarbij om de vraag in hoeverre gedragingen van (individuele) Hells Angels kunnen worden toegerekend aan HAMC (Holland) en of op basis van het door het OM aangeleverde dossier kan worden vastgesteld dat sprake is van zodanige gedragingen van de Hells Angels dat de openbare orde in Nederland daardoor wordt bedreigd. De rechtbank heeft samengevat overwogen dat de geweldscultuur van HAMC een bijzondere omstandigheid is die maakt dat het plegen van geweld door Hells Angels in veel gevallen moet worden toegerekend aan HAMC, ook al heeft HAMC daaraan geen leiding gegeven of daarvoor doelbewust gelegenheid gegeven. Verder heeft de rechtbank geoordeeld dat het geweld vaak zo ernstig is en zorgt voor zoveel onrust in de samenleving dat inderdaad sprake is van een werkzaamheid in strijd met de openbare orde als bedoeld in artikel 2:20 BW. Dat oordeel bestrijden de Stichting c.s. uitvoerig in hoger beroep. 5.28. Bij de beoordeling hiervan stelt het hof het volgende voorop, onder verwijzing naar de rechtspraak van de Hoge Raad over dit onderwerp. 5.29. Bij de beantwoording van de vraag of de werkzaamheid van de rechtspersoon in strijd is met de openbare orde geldt als uitgangspunt dat de in artikel 8 van de Grondwet en artikel 11 van het EVRM gewaarborgde vrijheid van vereniging en vergadering een grondbeginsel is van de democratische rechtsstaat. Het verbieden van een rechtspersoon betekent een ernstige inbreuk op dit grondrecht, waaraan slechts in het uiterste geval mag worden toegekomen. Voor een verbodenverklaring moet het dan ook gaan om meer dan uit maatschappelijk oogpunt ongewenst gedrag. De verbodenverklaring moet worden gezien als een noodzakelijke maatregel om gedragingen te voorkomen die een daadwerkelijke en ernstige aantasting vormen van als wezenlijk ervaren beginselen van ons rechtsstelsel en die onze samenleving (kunnen) ontwrichten. Dit dwingt tot een terughoudende toepassing van de in artikel 2:20 BW neergelegde mogelijkheid tot het verbieden en ontbinden van rechtspersonen. Deze noodzaak tot terughoudendheid verzet zich tegen een ruime uitleg, die zou meebrengen dat aan een rechtspersoon gedragingen van derden als eigen 'werkzaamheid' worden toegerekend, alleen doordat de rechtspersoon daarvan of van de cultuur waarin die gedragingen plaatsvinden geen of onvoldoende afstand heeft genomen. Wanneer de rechtspersoon bij gedragingen van derden, zoals members of binnen- of buitenlandse zusterorganisaties, zelf niet rechtstreeks betrokken is in die zin dat het bestuur daaraan leiding heeft gegeven of daartoe doelbewust gelegenheid heeft gegeven, kunnen die gedragingen aan de rechtspersoon slechts als eigen 'werkzaamheid' worden toegerekend indien bijzondere feiten en omstandigheden daartoe grond geven. 5.30. Artikel 2:20 BW moet verder worden uitgelegd in het licht van de artikelen 7 en 8 Grondwet en 10 en 11 EVRM, die de fundamentele vrijheden van meningsuiting en van vereniging waarborgen. Die vrijheden zijn niet absoluut. De vrijheid van meningsuiting geldt volgens artikel 7 lid 1 van de Grondwet ‘behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet’. Volgens artikel 10 lid 2 EVRM kan de uitoefening daarvan worden onderworpen aan bepaalde beperkingen (
- i)die bij de wet zijn voorzien en (
- ii)die in een democratische samenleving noodzakelijk zijn (iii) in het belang van limitatief omschreven gronden, waaronder de bescherming van de gezondheid of de goede zeden of de bescherming van rechten en vrijheden van anderen. De uitoefening van de vrijheid van vereniging kan volgens artikel 8 Grondwet bij wet worden beperkt in het belang van de openbare orde, en volgens artikel 11 lid 2 EVRM onder dezelfde voorwaarden als gelden voor de vrijheid van meningsuiting. Daarbij wordt met openbare orde in artikel 2:20 BW hetzelfde bedoeld als met de goede zeden in artikel 10 lid 2 en 11 lid 2 EVRM. Gelet op de grote betekenis van de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van vereniging in een democratische samenleving moet de rechter terughoudendheid betrachten bij de beantwoording van de vraag of dergelijke beperkingen noodzakelijk zijn. Aan de hiervoor onder (
- i)vermelde voorwaarde is voldaan in het geval van het verbod en de ontbinding van een vereniging op de voet van artikel 2:20 BW, omdat de uitoefening van voormelde vrijheden wordt beperkt op grond van een uitdrukkelijke wetsbepaling die met voldoende precisie is geformuleerd, en voldoende basis biedt om willekeur te voorkomen. Bij de beoordeling of aan de hiervoor onder (
- ii)gestelde voorwaarde is voldaan, dient de rechter blijkens vaste rechtspraak van het EHRM na te gaan of de beperking van de onderhavige fundamentele vrijheid haar grond vindt in een pressing social need, of de inbreuk proportioneel is aan het daarmee nagestreefde wettige doel, en of de gehanteerde gronden ter zake dienend en toereikend zijn. In zijn beoordeling of aan deze eis is voldaan, moet de rechter onder meer de aard van de werkzaamheid van de vereniging betrekken, en ook de kennelijke bedoeling bij en de gevolgen van de desbetreffende uitingen en gedragingen. In dit verband is niet noodzakelijk dat de vereniging al daadwerkelijk een gevaar vormt voor de openbare orde. 5.31. Het OM heeft ter onderbouwing van haar standpunt verwezen naar de bijlagen bij het verzoekschrift en diverse updates, waarin talloze voorbeelden uit binnen- en buitenland worden gegeven van geweld en andere vormen van criminaliteit gepleegd door de Hells Angels. Het OM heeft daarbij aangevoerd dat sprake is van een afgedwongen zwijgplicht voor leden, intimidatie en geweld richting getuigen, overheidspersoneel en anderen ter voorkoming van effectief optreden tegen HAMC, verdere afscherming van de club, structurele criminaliteit gepleegd door (bestuurs-) leden en gefaciliteerd en gestimuleerd door de club, structureel geweld vanuit de club, het ontzeggen van de vrijheid van vereniging en vrijheid van persoonlijke levenssfeer aan buitenstaanders, een uittredingsbeleid waarbij leden niet vrij zijn de club (zonder consequenties) te verlaten en misleiding van buitenstaanders over de werkzaamheid van de club. Volgens het OM blijkt uit het geheel dat de gedragingen te plaatsen zijn in en voortkomen uit de subcultuur van wetteloosheid die wordt gecultiveerd vanuit de traditie van de zogenaamde 1%-MC’s. Volgens het OM blijkt hieruit dat de werkzaamheid van HAMC, waaronder ook de werkzaamheid van HAMC Holland moet worden verstaan, in strijd is met de openbare orde. 5.32. De Stichting c.s. hebben dit uitvoerig betwist. Zij voeren in de eerste plaats aan dat de cijfers die de grondslag vormen van de integrale aanpak van OMG’s (Outlaw Motorcycle Gangs), waar deze zaak uit voortkomt, sterk moeten worden gerelativeerd. In de tweede plaats betogen zij dat de overheid doelbewust bezig is om het maatschappelijke beeld van de Hells Angels te veranderen van een motorclub naar een criminele organisatie. Het beeld van de Hells Angels als bende of gang omdat relatief veel leden betrokken zouden zijn bij (ernstige) strafbare feiten, is volgens hen onzorgvuldig en niet onderbouwd. In de derde plaats voeren zij aan dat ten onrechte al het geweld wordt toegerekend aan alle rechtspersonen die op de verschillende niveaus bij de Hells Angels zouden bestaan. In de vierde plaats uiten zij kritiek op het door het OM aangevoerde bewijsmateriaal: volgens hen is sprake van een structurele onevenwichtigheid tussen de belanghebbenden en het OM, is de kwaliteit en betrouwbaarheid van de door het OM gebruikte bronnen onvoldoende en is niet voldaan aan de uit artikel 21 Rv voortvloeiende eis van volledigheid en waarheidsgetrouwheid. Met dat laatste doelen zij erop dat veel in de bijlagen genoemde buitenlandse rechtspraak niet te traceren is en dat veel andere bronnen bestaan uit persberichten en informatie uit politiesystemen die voor hen niet is te verifiëren. Verder voeren zij aan dat de politieonderzoeken maar zeer beperkt resultaat hebben opgeleverd, dat er ook maar een beperkt aantal rechterlijke uitspraken tegen de Hells Angels in Nederland is gedaan (voor zover zij konden nagaan 9 strafrechtelijke veroordelingen, die deels nog niet onherroepelijk zijn, en één bestuurszaak over intrekking van een vergunning in de afgelopen 21 jaar) en dat het aantal buitenlandse incidenten dat in de bijlagen is genoemd niets zegt, omdat het gaat om in totaal 719 incidenten in de afgelopen 60 jaar, in 34 van 63 landen waarin de Hells Angels actief zijn, waarbij meer dan de helft van de bronnen daarover niet toegankelijk is voor hen. Ook bestrijden zij de stellingen van het OM over het bestaan van een geweldscultuur. 5.33. Het hof gaat niet in op de algemene kritiek van de Stichting c.s. op het OMG-beleid en op de rapportages die in dat kader zijn uitgebracht. Het debat over de achtergrond en ontwikkeling in de betekenis van de begrippen ‘outlaw motorcycle club’ en ‘1%-motorclub’ laat het hof ook onbesproken. Het hof stelt alleen vast dat motorclubs met deze aanduiding zich nadrukkelijk plaatsen buiten de maatschappelijke orde en zich presenteren als clubs met eigen regels, waarbij vrijgevochtenheid, eergevoel en broederschap (onderling respect binnen de club, hulp en steun met alle middelen tegen buitenstaanders) centraal staan. Dat is waar de begrippen ‘outlaw’ en ‘1%’ (tegenover 99% brave burgers) tegenwoordig in elk geval voor staan. En dat is ook waarmee deze motorclubs, ook de Hells Angels, zich identificeren. 5.34. Voor het hof is bepalend of op grond van de gedingstukken en het verhandelde ter zitting kan worden vastgesteld dat sprake is van zodanig ernstige en structurele, aan HAMC en HAMC Holland toe te rekenen gedragingen, dat deze een daadwerkelijke en ernstige aantasting vormen van als wezenlijk ervaren beginselen van ons rechtsstelsel en die onze samenleving ontwrichten of kunnen ontwrichten. De bewijslast ten aanzien van de feiten en omstandigheden die tot deze conclusie kunnen leiden, rust op het OM. Dat volgt uit de regels van het bewijsrecht, die op grond van artikel 284 Rv van overeenkomstige toepassing zijn in deze verzoekschriftprocedure (in dit geval: artikel 150 Rv). Op grond van artikel 152 Rv mag het OM zich daarbij in beginsel op alle bewijsmiddelen beroepen. Voor zover de door het OM aan de hand van de overgelegde bijlagen gestelde feiten niet of onvoldoende zijn betwist, moet het hof die feiten op grond van artikel 149 Rv als vaststaand aannemen. Naar het oordeel van het hof zijn er voldoende feiten en omstandigheden komen vast te staan die de conclusie rechtvaardigen dat de werkzaamheid van HAMC en HAMC Holland in strijd is met de openbare orde. Het hof acht verder aannemelijk gemaakt dat een verbod van deze organisaties in Nederland om die reden noodzakelijk is. Het hof licht dat hierna toe. 5.35. Het hof kent weinig betekenis toe aan de reeks persberichten over allerlei incidenten verspreid over de wereld, waarbij naar verluid Hells Angels betrokken zouden zijn, zonder dat duidelijk is waarop dat is gebaseerd en wat de feiten precies zijn. Wel van betekenis zijn de bronnen die concrete gegevens bevatten over incidenten met leden van de Hells Angels en over de cultuur van de Hells Angels die daarbij een rol speelt. De Stichting c.s. - en in elk geval HAMC en HAMC Holland - moeten in staat worden geacht daarop gemotiveerd te kunnen reageren, ook als het gaat om berichtgeving uit de pers, informatie uit politiesystemen die niet is vastgelegd in processen-verbaal die in deze procedure zijn overgelegd of (buitenlandse) rechterlijke uitspraken die de Stichting c.s. niet hebben kunnen traceren. Ondanks alles wat de Stichting c.s. daartegen hebben ingebracht, rijst uit deze bronnen het beeld op van een veelheid aan geweldsincidenten en andere vormen van criminaliteit waarbij de Hells Angels zijn betrokken, op allerlei plaatsen ter wereld en ook in Nederland. Ook blijkt daaruit van structurele intimidatie, zowel binnen de club als tegenover rivaliserende motorclubs en derden, en van structureel verzet tegen overheidsoptreden. En ook is daaruit af te leiden dat dit een structurele situatie is, die is ingebed in een cultuur van geweld. 5.36. Het hof gaat eerst in op de bedoelde cultuur. Onbetwist is dat leden van de Hells Angels het ‘1%’ teken op hun colors dragen en ook dat dit in tatoeages en op websites en social-media uitingen van de Hells Angels wordt gebruikt (ook het ‘1%-teken in combinatie met het death head logo en ‘HAMC’). De Stichting c.s. voeren weliswaar aan dat er geen bewijsmiddel is waaruit blijkt dat dit ‘veel’ gebeurt, maar een gemotiveerde betwisting dat dit het geval is, is dat nog niet. Ontegenzeggelijk wordt hiermee uitgedragen dat men behoort tot een club die zich niet conformeert aan de burgermaatschappij en zijn eigen regels volgt. Er zijn geen aanwijzingen dat de club zich daarvan werkelijk heeft gedistantieerd. 5.37. Verder vormen de Hells Angels een sterk gesloten club die overheidsgezag zoveel mogelijk buiten de deur houdt. Dat blijkt al direct uit de worldrule over wie zijn uitgesloten van het lidmaatschap: ‘No undesirables in the club. For example: No snitches, junkies, cops or ex-cops, etc. Membership shall be limited to men who are not and have never chosen to belong to, or worked with any law enforcement agency nor authority which has the power of arrest or incarceration.’ Hieruit spreekt duidelijk wie vooral geen lid mogen zijn van de club: verraders, agenten en ex-agenten en personen die werken of hebben gewerkt voor andere handhavingsinstanties of die daarmee samenwerken. Daarbij is duidelijk dat deze regel geldt voor alle leden, en niet alleen bij de toelating van een nieuw lid. Waar de club wordt gevormd door de leden, is dat een belangrijk uitgangspunt. Het behoort onmiskenbaar tot het geheel van normen, waarden, tradities en regels - en dus tot de cultuur - van de club. Het dossier bevat verder veel voorbeelden van verzet en geweld van Hells Angels tegen de politie, of dreiging daarmee (bijlage 10 onder 2.1, bijlage 26 onder 10.2.6 en 10.2.7, en bijlage 32 onder 10.2.1). Wat daarin is vermeld, is door de Stichting c.s. niet (voldoende gemotiveerd) betwist. Daaruit blijkt ook in de praktijk van een structureel vijandige houding van de Hells Angels tegenover de politie. 5.38. De geslotenheid van de club wordt versterkt door het bestaan van een zwijgplicht en een feitelijk verbod om mee te werken met het overheidsgezag. De Stichting c.s. betwisten dat weliswaar, maar er zijn voldoende voorbeelden in het dossier waaruit dat blijkt (bijlage 4, hoofdstuk 4 en 5, bijlage 28 onder 1.1.3), die niet of onvoldoende gemotiveerd zijn weersproken. Slogans zoals ‘Omerta’ (wandschildering in het clubhuis van de Hells Angels in Haarlem), ‘Be careful of what you say on this phone’, ‘What you hear in this room stays in this room’, ‘Silence is golden, duct tape is silver’, ‘Three can keep a secret if two are dead’ en ‘We don’t call 911’ (stickers verkrijgbaar via diverse buitenlandse websites van de Hells Angels) illustreren dat van de Hells Angels strikte geheimhouding wordt verwacht. De zwijgplicht die geldt voor de Hells Angels kan niet worden gelijkgesteld met het zwijgrecht dat verdachten hebben in een strafproces. Zoals de naam al zegt, is dat een recht en geen plicht; een ieder moet de vrijheid hebben om er wel of geen gebruik van te maken. Dat er voorbeelden zijn waarbij leden van een charter wel een verklaring bij de politie hebben gegeven of als getuige zijn opgetreden bij een strafproces, doet aan het voorgaande ook niet af. Het gaat daarbij om uitzonderlijke gevallen, wat de Stichting c.s. niet hebben betwist. Er zijn meerdere voorbeelden waaruit valt af te leiden dat geen verklaringen worden afgelegd omdat dit tot ernstige repercussies kan leiden (zie bijvoorbeeld bijlage 4, onder 4.2.7, bijlage 26 onder 2.1.1). Verder blijkt uit diverse bronnen de toepassing van bad standing beleid dat gepaard gaat met geweld (zie bijvoorbeeld bijlage 26 onder 8.2.1, bijlage 28 onder 3.2.3 en 7.2.1 en bijlage 32 onder 4.2.1). 5.39. Zoals hiervoor is besproken, staan de Hells Angels niet onder een centraal bestuur. Wel zijn zij onderworpen aan de regels die centraal zijn vastgesteld en de besluiten die op bovenlokaal niveau worden genomen. De charters kennen verder wel een hiërarchische structuur, met vaste rangen en functies en bijbehorende onderscheidingstekens. Er zijn niet alleen bestuursfuncties, er is ook de militair aandoende functie van sergeant at arms. Volgens de clubregels is deze verantwoordelijk voor de discipline in de charter; hij moet zorgen dat clubregels worden nageleefd en opdrachten van de president worden uitgevoerd. Verder bestaat er een vorm van hiërarchie tussen Hells Angels charters en supportclubs en tussen leden (full members) en kandidaat-leden (prospects en hangarounds). In deze opzichten is wel sprake van een duidelijke hiërarchie bij de Hells Angels en hun aanhangers, die gehoorzaamheid afdwingt in de onderlinge verhoudingen. 5.40. Met het logo (een doodshoofd met vleugels) en vaste motto’s (zoals AFFA (‘Angels Forever, Forever Angels’), FTW (‘Fuck the World’) en ACAB (‘All Cops Are Bastards’)) dragen de Hells Angels verder een sterke interne loyaliteit, geldingsdrang, een vijandige houding naar de buitenwereld en een affiniteit met geweld uit. In veel aan de Hells Angels gerelateerde merchandise wordt geweld ook verheerlijkt. Dit soort uitingen is op zichzelf geen reden voor een verbod. Maar zij zijn wel kenmerkend voor de cultuur van de Hells Angels waaruit de feitelijke gedragingen voortkomen die aanleiding geven voor het verbod. 5.41. Daar komt bij dat er gebruiken zijn die erop wijzen dat het plegen van geweld en andere criminaliteit normaal wordt gevonden en wordt geaccepteerd door de Hells Angels. Zo zijn er defence funds en jail funds en worden er wereldwijd BHC (Big House Crew)-lijsten bijgehouden van leden die vastzitten. Daarbij worden andere leden via nieuwsbrieven opgeroepen hen moreel en financieel te steunen. Typerend is een worldmotion uit 2010, die bij de national secretary van HAMC Holland is aangetroffen, met deze inhoud: ‘Brothers in jail shall be treated with respect and we shall do everything we can to make the inmates situation as good as it can be. Remember brothers, it can be you sitting there tomorrow.’ Een fonds voor juridische bijstand van lotgenoten en financiële steun voor gedetineerden hoeft op zichzelf geen vragen op te roepen, maar wat hier opvalt is dat strafvervolging en detentie worden voorgesteld als normaal ‘bedrijfsrisico’ dat elk lid van de Hells Angels kan overkomen. Een uitleg waarom dat zo is ontbreekt, anders dan dat de Hells Angels kennelijk activiteiten die serieuze strafrechtelijke consequenties kunnen hebben erbij vinden horen. Dat in Nederland geen fonds voor juridische bijstand bestaat en dat het hoogst uitzonderlijk is dat alle Hells Angels charters financieel bijdragen voor een strafrechtelijk proces van een lid, zoals de Stichting c.s. aanvoeren, doet aan het voorgaande niet af. 5.42. De Stichting c.s. hebben er in dit verband nog op gewezen dat drie leden van de Haarlemse Hells Angels charter zijn geroyeerd, voordat het onderhavige verzoekschrift is ingediend, en dat zij ook niet financieel zijn ondersteund tijdens hun vervolging/detentie. Het OM heeft echter aangevoerd dat deze leden al lange tijd strafbare feiten pleegden voordat de royering plaatsvond en dat HAMC (Holland) daar niets tegen heeft gedaan. Ook is aangevoerd dat deze leden op een BHC-lijst hebben gestaan en dat zij zijn geroyeerd omdat zij hun maatschap misbruikten en niet omdat het plegen van strafbare feiten werd afgekeurd. Zoals het OM heeft vermeld, ging het bij één van hen om bezit van onder meer een raketwerper, zware mishandeling met voorbedachten rade, mishandeling, afpersing, brandstichting en bedreiging. De Stichting c.s. zijn daarop verder niet ingegaan. In het licht daarvan doet het uiteindelijke royement van deze drie leden geen afbreuk aan het beeld dat het plegen van dit soort feiten wordt geaccepteerd (zolang het niet schadelijk is voor de club zelf). 5.43. Van belang is verder dat er eretekens zijn waarmee geweld wordt gestimuleerd en verheerlijkt. Dit betreft in de eerste plaats de Filthy Few-patch. Het hof acht aannemelijk dat deze patch werd of wordt uitgereikt aan Hells Angels die een moord (of zwaar geweld) hebben gepleegd voor de club. Dit volgt uit diverse verklaringen van (voormalige) Hells Angels en een rechterlijke uitspraak, zoals vermeld in rov. 4.37 van de beschikking van de rechtbank. Het standpunt van de Stichting c.s. dat er vraagtekens zijn te plaatsen bij de betrouwbaarheid van deze verklaringen, gezien de beweerdelijke zwijgplicht die binnen HAMC zou bestaan, kan het hof niet volgen. Dat er een zwijgplicht bestaat, wil immers niet zeggen dat leden die deze plicht doorbreken wellicht niet de waarheid spreken. Dat deze voorbeelden dateren uit 2003-2013 en betrekking hebben op het buitenland, neemt de betekenis ervan voor deze zaak ook niet weg. De affidavit van mr. Caplan (raadsman van de Hells Angels in de Verenigde Staten) en de beschrijving van [naam3] (voormalig president van Hells Angels charter Minneapolis), waarop de Stichting c.s. zich beroepen, vindt het hof onvoldoende om aan de genoemde betekenis van deze patch te twijfelen. Mr. Caplan verklaart dat met filthy few ‘the hardest partyers’ worden bedoeld (degenen die bij een evenement het eerst aankomen en het laatst weggaan), wat zou teruggaan op een evenement in 1966 waarbij dit voor het eerst is gebruikt. Wat er van de gestelde oorsprong ook zij, dit doet niet af aan de verklaringen over de betekenis die de patch met deze naam volgens meerdere (voormalige) Hells Angels heeft gekregen. [naam3] schrijft in zijn boek (met de veelzeggende naam ‘Breaking the code’): ‘I saw a ton of Filthy Few patches. It seemed as if everyone was wearing one. Same with Outlaws and their lightening bolts. And I would wonder where the bodies were. It just didn’t add up. It turns out the patches are mostly flash. A lot of the guys get theirs just by asking for them.’ Uit het citaat blijkt dat volgens de schrijver de patch wel degelijk betekent dat de drager iemand zou hebben vermoord. Alleen zegt hij erbij dat dit bij de dragers in werkelijkheid waarschijnlijk meestal niet zo is. Zijn conclusie is dat de patches voornamelijk voor de show zijn. De stelling van de Stichting c.s. dat de patch vrijelijk verkrijgbaar is via internet en wordt uitgedeeld bij allerlei evenement, duidt daar ook op. Maar ook als dat zo is, neemt dat niet weg dat een teken dat staat voor het plegen van moord wordt gebruikt als statussymbool. En het neemt ook niet weg dat dit ereteken in sommige gevallen wel reële betekenis heeft. 5.44. In de tweede plaats gaat het om de Dequiallo-patch. Het hof acht aannemelijk dat deze patch wordt verdiend voor het plegen van verzet/geweld tegen de politie of andere overheidsdiensten (op de gronden als vermeld in rov. 4.38 van de beschikking van de rechtbank). Voor dat oordeel is redengevend dat er diverse voorbeelden zijn waarbij is geconstateerd dat Hells Angels die politieambtenaren (ernstig) hadden beledigd of bedreigd korte tijd later de Dequiallo-patch op hun colors droegen, en dat uit een afgeluisterd telefoongesprek tussen twee leden van de Haarlemse Hells Angels-charter duidelijk deze betekenis naar voren komt (‘Als ik aangehouden word, dan ga ik voor dequiallo, dat weet je hé?). De opmerking van de Stichting c.s. dat deze leden de intentie en doelen van de Hells Angels niet hadden begrepen, wat hun een royering heeft opgeleverd, is onvoldoende om de betekenis aan het gesprek te ontnemen. Daar komt bij dat de Stichting c.s. de door hen verdedigde uitleg - dat deze patch symbool zou staan voor het overkomen en overwinnen van tegenslag in het leven - ook in hoger beroep op geen enkele manier hebben onderbouwd. 5.45. In de derde plaats bestaat de Death head Purple Heart Pin en -oorkonde. Deze wordt door charters uitgereikt aan Hells Angels die gewond zijn geraakt bij aan de club gerelateerd geweld. Op de oorkonde staat: ‘Any member who has earned the Deathhead Purple Heart has given his blood, in the Defence and Honor of the Hells Angels Motorcycle Club, and shall forever be revered by his fellow members’. Het hoeft daarbij niet alleen te gaan om Hells Angels die slachtoffer zijn geworden van geweld tegen de club, zoals de verklaring van mr. Caplan inhoudt, maar kan volgens de tekst ook zeer wel betrekking hebben op leden die actief zijn opgetreden ter bescherming van (de eer van) de club en daarbij gewond zijn geraakt. De strekking is in elk geval dat degenen die de club met hun eigen bloed hebben verdedigd daarvoor speciaal moeten worden geëerd. Geweld staat ook hierbij centraal. 5.46. Vervolgens is van groot belang de verhouding van de Hells Angels met andere motorclubs. Feit is dat er sterke vijandigheden bestaan met sommige rivaliserende motorclubs, die regelmatig leiden tot gewelddadigheden. Of dit komt omdat de Hells Angels zich profileren als eerste, grootste en machtigste 1%-motorclub waar andere clubs naar moeten luisteren, wat andere motorclubs niet accepteren - zoals de rechtbank heeft aangenomen, maar wat de Stichting c.s. bestrijden -, is daarbij niet cruciaal. Waar het om gaat is dat de Hells Angels niet tolereren dat (leden van) andere motorclubs zich in hun territorium begeven, wat blijkt uit vele voorbeelden in het dossier. Gebeurt dat wel, dan ontstaat er een conflict. En ook om andere redenen kunnen er vechtpartijen tussen deze clubs ontstaan, zoals de Stichting c.s. zelf opmerken. Hoe dan ook gaat dit gepaard met ernstig geweld, soms met dodelijke afloop. 5.47. In rov. 4.40 van de beschikking van de rechtbank zijn vijf voorbeelden daarvan genoemd, te weten:a. een zware mishandeling in 2013 in Denemarken van een 16-jarige jongen die zich tegenover een clubhuis van de Hells Angels bevond en die werd aangezien voor een lid van Bandidos MC; b. het in brand steken van een café in Kerkrade dat regelmatig werd bezocht door leden van de Bandidos in 2015 door een lid van een supportclub van de Hells Angels; de uitbater en zijn gezin konden ternauwernood van de dood worden gered;c. een massale vecht- en schietpartij op 7 april 2016 in een Van der Valk-hotel in Rotterdam tussen Hells Angels en leden van Mongols MC, te midden van hotelgasten en personeel; d. een gewelddadige confrontatie op 25 juni 2016 op een drukke straat in Leipzig, Duitsland, tussen Hells Angels in colors en leden van United Tribunes in colors, waarbij een Hells Angel een lid van United Tribunes doodschoot; e. een massale vechtpartij op 20 augustus 2017 op straat bij een café in Ottawa, Canada, tussen Hells Angels in colors en leden van Outlaws MC in colors, waarbij de leden van beide clubs vuurwapens, messen en boksbeugels bij zich hadden. Over de incidenten op 7 april 2016, 25 juni 2016 hebben de Stichting c.s. aangevoerd dat deze niet in verband staan met ‘de houding van HAMC ten opzichte van andere motorclubs’ of met langdurige oorlogen. Het ontgaat het hof echter wat de relevantie daarvan is. Niet ter discussie staat dat het telkens ging om gewelddadige confrontaties tussen de Hells Angels en leden van andere motorclubs, voor de ogen van het publiek. Over het incident op 7 april 2016 hebben de Stichting c.s. nog aangevoerd dat de aanwezige Hells Angels niet in colors waren en dat deze personen door de rechtbank zijn vrijgesproken van het in vereniging plegen van geweld. Zij hebben echter niet (gemotiveerd) betwist wat het OM daarover heeft gesteld, kort gezegd dat het ging om een afspraak op neutraal terrein tussen leden van beide clubs waarbij de Hells Angels met een vooropgezet plan geweld hebben gebruikt. De Stichting c.s. hebben ook niet betwist dat drie leden van de Hells Angels in verband met dit incident zijn veroordeeld wegens openlijke geweldpleging. Al met al illustreren deze incidenten dat de rivaliteit tussen de Hells Angels en andere motorclubs leidt tot ernstige incidenten, met massaal geweld dat ook plaatsvindt te midden van het publiek. 5.48. Het dossier bevat verder diverse voorbeelden van gevallen waarin ex-leden, slachtoffers en getuigen geen verklaring durven af te leggen over incidenten waarbij de Hells Angels zijn betrokken. Ook zijn er voorbeelden waaruit blijkt dat de Hells Angels daadwerkelijk intimideren met het doel te voorkomen dat er aangifte wordt gedaan of verklaringen worden afgelegd (zie bijvoorbeeld bijlage 10 en bijlage 26 onder 11.2.1). Het gaat hierbij dus om beduidend meer dan het voorbeeld dat in rov. 4.35 van het vonnis van de rechtbank is genoemd. Op grond daarvan is de conclusie gerechtvaardigd dat door de intimiderende uitstraling en intimiderend optreden van de Hells Angels justitieel optreden wordt bemoeilijkt, zo niet onmogelijk wordt gemaakt. 5.49. Aan de hiervoor genoemde voorbeelden kan op basis van de stukken nog het volgende worden toegevoegd over ernstige incidenten met de Hells Angels in buurland Duitsland en in Nederland. Bijlage 26 vermeldt onder 8.1.12 de veroordeling van acht Hells Angels van charter Berlijn voor de moord op een aanhanger van Bandidos MC in 2014. Dezelfde bijlage bevat onder 14.1.2 en 14.1.3 een reeks voorbeelden van ernstig geweld en andere criminaliteit (waaronder grootschalig wapenbezit) door de Hells Angels Köln en Bonn in de periode 2012-2019. Bijlage 32 vermeldt onder 10.2.3 de veroordeling van een lid van Hells Angels charter Rotterdam voor een (in colors uitgevoerde) moord en bezit van een semi-automatisch pistool in 2018. Dat deze uitspraak nog niet onherroepelijk is, betekent niet dat daaraan in dit kader geen betekenis kan worden gehecht. Dat het gaat om de gedraging van één persoon, die is geschorst in afwachting van de uitkomst van de strafzaak, neemt ook niet weg dat dit past in de reeks voorbeelden van ernstig geweld door leden van de Hells Angels. 5.50. Uit het voorgaande blijkt dat over een langere periode veelvuldig (soms zeer ernstige) geweldsincidenten en andere vormen van criminaliteit (waaronder wapenbezit) hebben plaatsgevonden waarbij leden van de Hells Angels zijn betrokken, verspreid over de wereld en ook in Nederland. Het gaat daarbij om een structurele situatie, die niet los kan worden gezien van de cultuur van geweld die bij de Hells Angels bestaat. Een belangrijke factor is het gewelddadige imago, waarvan de leden gebruik maken en dat zij als het nodig is ook consequent waar maken. Daarbij wordt dat geweld op verschillende manieren aangemoedigd en verheerlijkt. Een andere factor is de rivaliteit met andere motorclubs, die regelmatig leidt tot machtsstrijd en bijbehorende geweldsconfrontaties. Deze conflicten worden daarbij meer dan eens uitgevochten te midden van het publiek op straat. Het bad standing-beleid leidt ertoe dat leden zich moeilijk kunnen losmaken van de club en gaat eveneens gepaard met geweld en dreiging met geweld. Intimidatie van (ex-)leden, slachtoffers en getuigen zorgt er verder voor dat justitieel optreden sterk wordt bemoeilijkt. 5.51. Het hof onderkent dat niet alle charters en leden deze feiten plegen en dat in een deel van de landen waarin de Hells Angels zijn gevestigd dit soort incidenten niet voorkomt (althans dat daarvan in dit dossier niet is gebleken). Dat neemt echter niet weg dat onder de hiervoor genoemde omstandigheden de club als geheel - en wat betreft de gedragingen in Nederland mede het Hollandse onderdeel - wel daarvoor verantwoordelijk moet worden gehouden. Gelet op deze bijzondere feiten en omstandigheden moeten de wereldwijde gedragingen van de Hells Angels waar het hier om gaat worden toegerekend aan HAMC en de gedragingen van de Hells Angels in Nederland mede aan HAMC Holland. Dit ook al zijn HAMC en HAMC Holland zelf niet rechtstreeks betrokken bij deze gedragingen, in die zin dat een bestuur daaraan leiding heeft gegeven of daartoe doelbewust gelegenheid heeft gegeven. 5.52. De hiervoor beschreven gedragingen vormen een daadwerkelijke aantasting van als wezenlijk ervaren beginselen van ons rechtsstelsel, zoals het recht op vrijheid van vereniging (waaronder de vrijheid voor anderen om een vereniging op te richten en de vrijheid om het lidmaatschap van een vereniging te beëindigen) en veiligheid en het beginsel van lichamelijke integriteit van personen. Deze gedragingen, begaan binnen de sfeer en cultuur zoals hiervoor omschreven, ontwrichten onze samenleving of kunnen deze ontwrichten en kunnen niet worden geduld. De verbodenverklaring is een noodzakelijke maatregel om die gedragingen te voorkomen en de gezondheid en rechten en vrijheden van anderen te beschermen. De gewelddadige aard van deze activiteiten van HAMC en HAMC Holland en de schadelijke gevolgen daarvan voor de gezondheid en veiligheid van anderen is daarbij doorslaggevend. Zoals het OM heeft toegelicht, wordt al langer strafrechtelijk en bestuursrechtelijk opgetreden tegen de Hells Angels, maar is dat niet voldoende gebleken om deze schadelijke activiteiten een halt toe te roepen. Niet gebleken is dat er nog andere, minder vergaande maatregelen mogelijk zijn om het gevaar dat daarvan uitgaat voor de openbare orde in te dammen. Aan de eisen van proportionaliteit, subsidiariteit en relevantie is daarmee voldaan. Dit leidt tot de conclusie dat de werkzaamheid van HAMC en HAMC Holland in strijd is met de openbare orde en dat een verbod van deze organisaties is gerechtvaardigd. De positie van HAM Corporation 5.53. De rechtbank heeft geoordeeld dat HAM Corporation als een onderdeel van HAMC moet worden gezien. Onder meer tegen dat oordeel keert HAM Corporation zich met haar beroep. De Stichting c.s. sluiten zich daarbij aan. Daarover overweegt het hof het volgende. 5.54. HAM Corporation is een Amerikaanse rechtspersoon die in 1970 is opgericht. Volgens de statuten (gewijzigd in 1984) is haar doelstelling ‘to exercise legitimate control over the use of, and licensing for, the various trade, service and collective membership marks utilized by various independant motorcycle chapters organized under the laws of various states and/or foreign countries’. Kort gezegd omvat dit het beheer en de bescherming van de intellectuele eigendomsrechten van de Hells Angels. Bij statutenwijziging in 2008 is bepaald dat HAM Corporation geen leden heeft. 5.55. HAM Corporation is eigenaar van de naam Hells Angels en een aantal logo’s, zoals het death head-logo, en andere beeldmerken van de Hells Angels. HAM Corporation heeft een board of directors, met zeven bestuursleden. Op grond van het toepasselijke Californische recht worden nieuwe bestuurders gekozen door het bestaande bestuur. Zij worden gekozen op advies van de Amerikaanse leden van de Hells Angels, na advies van het bestuur van HAM Corporation. Bestuursleden kunnen ook alleen door het bestuur uit hun functie worden gezet. Als daarvan sprake is, worden de leden van de Hells Angels daarover wel geïnformeerd. In elk land wordt een lid van de Hells Angels aangewezen als vertegenwoordiger die verantwoordelijk is voor het onderzoek naar inbreuken in het desbetreffende land. Als een mogelijke inbreuk wordt vastgesteld, moet deze persoon HAM Corporation hiervan op de hoogte stellen. Het bestuur beslist, op advies van de juridische adviseurs van HAM Corporation, welk intellectueel eigendomsrecht kan worden beschermd, waar registratie van intellectuele eigendomsrechten wordt aangevraagd en voor welk type goederen of diensten. Het bestuur houdt zich bezig met het verkrijgen van nieuwe intellectuele eigendomsrechten en het onderhouden en bijwerken van bestaande registraties. Het bestuur besluit ook tegen welke inbreuken wordt opgetreden en welke stappen daarbij worden ondernomen. HAM Corporation richt zich daarbij ook op het opsporen en aanpakken van structurele inbreukplegers. Beslissingen over het al dan niet ondernemen van juridische stappen tegen inbreuken worden niet voorgelegd aan charters of leden van de Hells Angels. HAM Corporation geeft wel updates over haar activiteiten aan de Hells Angels. Verder sluit HAM Corporation licentieovereenkomsten met de charters en leden, die hen het recht geven om het intellectueel eigendom onder strikte voorwaarden te gebruiken. Tijdens worldmeetings van de Hells Angels rapporteert HAM Corporation ten slotte over haar activiteiten. 5.56. Blijkens het voorgaande houdt HAM Corporation zich bezig met het registreren en onderhouden van intellectuele eigendomsrechten van de Hells Angels, het verlenen van licenties voor het gebruik van deze rechten en het optreden tegen inbreuken op deze rechten. Duidelijk is dat zij deze activiteiten uiteindelijk verricht ten dienste van de Hells Angels. Zoals uit het voorgaande blijkt, is haar organisatie ook nauw verweven met de Hells Angels (het bestuur van HAM Corporation bestaat uit leden van de Hells Angels, benoemd op advies van de Hells Angels, en rapporteert aan de wereldwijde vergadering van de Hells Angels). Dat wil echter niet zeggen dat HAM Corporation voor de toepassing van artikel 10:122 BW moet worden beschouwd als onderdeel van HAMC. HAM Corporation is immers zelf een (buitenlandse) vennootschap en zij treedt ook als zelfstandige organisatie naar buiten toe op. Dat zij onlosmakelijk is verbonden met de Hells Angels, maakt dat niet anders. Dat betekent dat zij zelf een corporatie is in de zin van artikel 10:117 BW. Een verklaring voor recht als bedoeld in artikel 10:122 BW kan ten opzichte van haar dan ook alleen worden uitgesproken als, naar aanleiding van een tegen haar gericht verzoek, wordt vastgesteld dat haar werkzaamheid in strijd is met de openbare orde. Een andere opvatting zou niet stroken met het uitgangspunt dat, omdat toewijzing van een verzoek op grond van artikel 10:122 BW leidt tot een ernstige inbreuk op de vrijheid van vereniging en vrijheid van meningsuiting, hoge eisen moeten worden gesteld aan de motivering en onderbouwing van zo’n verzoek, ook waar het gaat om de vraag of sprake is van een corporatie zoals bedoeld in dit artikel. Een andere uitleg zou zich ook niet verdragen met het uit artikel 6 EVRM voortvloeiende recht van een rechtspersoon om zich in rechte te kunnen verdedigen tegen een verzoek van het OM dat mede tot gevolg kan hebben dat haar eigen activiteit wordt verboden in Nederland. 5.57. Het voorgaande wordt niet anders als juist zou zijn dat HAM Corporation in gerechtelijke procedures optreedt ten behoeve van HAMC en HAMC daarbij presenteert als overkoepelend geheel van leden en charters wereldwijd, zoals het OM heeft gesteld. Dat maakt immers nog niet dat HAM Corporation zelf geen corporatie is en/of dat zij moet worden gezien als een orgaan van HAMC. Het OM heeft bovendien niet aannemelijk gemaakt dat HAM Corporation deze positie inneemt. Uit de juridische procedures waarnaar het OM in dit verband verwijst, kan dit onvoldoende worden afgeleid. In de uitspraak in de strafzaak R. v. Lindsay