← Nederland

ECLI:NL:GHARL:2020:10784

Afdeling strafrecht Parketnummer: 21-003084-18 Uitspraak d.d.: 23 december 2020 TEGENSPRAAK Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland van 17 mei 2018 met parketnummer 18-920058-18 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1975, wonende te [woonplaats] , [woonadres] . Het hoger beroep De officier van justitie heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 28 juli 2020 en 10 december 2020 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot vernietiging van het vonnis, bewezenverklaring van het onder 1 primair en 2 primair tenlastegelegde en veroordeling ter zake van deze feiten tot een gevangenisstraf voor de duur van 55 dagen, met aftrek van voorarrest. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr. B.P.M. Canoy, naar voren is gebracht. Het vonnis waarvan beroep Verdachte is bij het hiervoor genoemde vonnis vrijgesproken van het onder 1 en 2 ten laste gelegde. Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing komt en daarom opnieuw rechtdoen. De tenlastelegging Aan verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in hoger beroep - tenlastegelegd dat: 1. primairhij op of omstreeks 22 februari 2018, te [plaats] in de gemeente [gemeente] , met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een (afgesloten) tuin bij een woning aan de [adres]

(169)heeft weggenomen een fiets, merk: Gazelle en/of een krat bier, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadelde partij1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;
  1. subsidiairhij op of omstreeks 22 februari 2018, te [plaats] in de gemeente [gemeente] , opzettelijk een krat bier en/of een fiets, merk: Gazelle), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadelde partij1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en welk(e) goed(eren) verdachte anders dan door misdrijf onder zich had, te weten als (een) gevonden voorwerp(en), wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;
  2. meer subsidiairhij op of omstreeks 22 februari 2018 te [plaats] in de gemeente [gemeente] een fiets (van het merk Gazelle) en/of een krat bier heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van voornoemde fiets wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;
  3. primairhij op of omstreeks 22 februari 2018, te [plaats] in de gemeente [gemeente] , met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een schuur/berging (na)bij een woning aan de [adres]
(70)heeft weggenomen drie, althans een aantal, gereedschapskoffer(s), inhoudende (onder meer) elektrisch gereedschap, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;
  1. subsidiairhij op of omstreeks 22 februari 2018, te [plaats] in de gemeente [gemeente] , opzettelijk drie, althans een aantal, gereedschapskoffer(s), inhoudende (onder meer) elektrisch gereedschap, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en welk(e) goed(eren) verdachte anders dan door misdrijf onder zich had, te weten als gevonden voorwerp(en), wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;
  2. meer subsidiairhij op of omstreeks 22 februari 2018 te [plaats] in de gemeente [gemeente] drie, althans een aantal, gereedschapskoffer(s), inhoudende (onder meer) elektrisch gereedschap heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van voornoemde fiets wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof; Het hof leest dat in het onder 1 meer subsidiair tenlastegelegde (regel 4) alleen ‘fiets’ is opgenomen. Het hof beschouwt dit – gelet op het onder 1 primair ten laste gelegde - als een kennelijke misslag en leest dit verbeterd als ‘fiets en krat bier’. Verder leest het hof het onder 2 meer subsidiair tenlastegelegde ‘fiets’ als een kennelijke misslag en zal dit – gelet op het onder 2 primair ten laste gelegde - verbeterd lezen als ‘gereedschapskoffer(s)’. De verdachte is hierdoor niet geschaad in de verdediging. Indien in de tenlastelegging overige taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is ook daardoor niet geschaad in de verdediging. Vrijspraak van diefstal en verduistering Het hof is met de rechtbank van oordeel dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is dat verdachte de onder 1 en 2 genoemde goederen heeft weggenomen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening. Verdachte wordt daarom van de onder 1 primair en 2 primair tenlastegelegde diefstallen vrijgesproken. Met betrekking tot het onder 1 subsidiair en 2 subsidiair tenlastegelegde, telkens verduistering van goederen, kan, gezien verdachtes op 3 mei 2018 ter zitting van de rechtbank afgelegde verklaring, niet wettig en overtuigend worden bewezen dat verdachte deze goederen anders dan door misdrijf onder zich had. Daarom wordt verdachte ook van deze feiten vrijgesproken. Ook kan ten aanzien van het 1 meer subsidiair ten laste gelegde, gezien verdachtes hiervoor genoemde verklaring in samenhang bezien met de overige bewijsmiddelen, niet wettig en overtuigend worden bewezen dat verdachte wist of redelijkerwijs kon vermoeden dat de fiets afkomstig was uit misdrijf. Verdachte zal daarom van dit onderdeel van de tenlastelegging worden vrijgesproken. Bewezenverklaring van heling Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel -ook in onderdelen- slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 meer subsidiair en 2 meer subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat: 1.meer subsidiairhij op 22 februari 2018 te [plaats] in de gemeente [gemeente] een krat bier heeft verworven, en voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van voornoemd krat bier redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof; 2.meer subsidiairhij op 22 februari 2018 te [plaats] in de gemeente [gemeente] drie gereedschapskoffer(s), inhoudende (onder meer) elektrisch gereedschap heeft verworven en voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van voornoemde gereedschapskoffers redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het door misdrijf verkregen goederen betroffen. Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het onder 1 meer subsidiair bewezenverklaarde levert op: schuldheling. Het onder 2 meer subsidiair bewezenverklaarde levert op: schuldheling. Strafbaarheid van de verdachte Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn. Oplegging van straf en/of maatregel De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. Verdachte heeft ter zitting van de rechtbank verklaard dat hij een drietal gereedschapskoffers en een krat bier heeft opgehaald, terwijl hij redelijkerwijs had moeten vermoeden dat deze gestolen waren door een ander. Hij heeft zich hiermee schuldig gemaakt aan schuldheling en een actieve bijdrage geleverd aan criminele activiteiten. Het hof heeft het verdachte betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie van 6 november 2020 in aanmerking genomen. Daaruit is gebleken dat verdachte herhaaldelijk ter zake van vermogensdelicten onherroepelijk tot een straf en/of maatregel is veroordeeld. Deze veroordelingen hebben verdachte er kennelijk niet van weerhouden om opnieuw strafbare feiten te plegen. Een forse onvoorwaardelijke gevangenisstraf is dan ook in beginsel passend en geboden. Het hof heeft echter eveneens in aanmerking genomen de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals deze door verdachte en zijn raadsman ter terechtzitting van het hof naar voren zijn gebracht. Verdachte is kennelijk bezig zijn leven een andere wending te geven en lijkt daarin ook enige voortgang te boeken, zo blijkt ook uit het reclasseringsrapport van 7 december
  3. Gelet op het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, is het hof van oordeel dat de door de advocaat-generaal gevorderde onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan het voorarrest een passende bestraffing is. Toepasselijke wettelijke voorschriften Het hof heeft gelet op de artikelen 57, 63 en 417bis van het Wetboek van Strafrecht. Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, 1 subsidiair, 2 primair en 2 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij. Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 meer subsidiair en 2 meer subsidiair tenlastegelegde heeft begaan. Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij. Verklaart het onder 1 meer subsidiair en 2 meer subsidiair bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar. Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 55 (vijfenvijftig) dagen. Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht. Aldus gewezen door mr. L.T. Wemes, voorzitter, mr. J. Hielkema en mr. F. van der Maden, raadsheren, in tegenwoordigheid van mr. J.R. Sotthewes-de Jonge, griffier, en op 23 december 2020 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.