GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN zittingsplaats Leeuwarden Zaaknummer : Wahv 200.236.163/01 CJIB-nummer : 206801021 Uitspraak d.d. : 2 januari 2020 Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Midden-Nederland van 29 januari 2018, betreffende [betrokkene] (hierna: de betrokkene), wonende te [A] (Duitsland). De beslissing van de kantonrechter De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verloop van de procedure De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt. Beoordeling
- Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 124,- opgelegd ter zake van “overschrijding maximum snelheid op autosnelwegen, met 16 km/h”, welke gedraging zou zijn verricht op 17 april 2017 om 12:45 uur op de A2 trajectcontrole te Vinkeveen met het voertuig met het kenteken [YY-YY-0000] .
- De betrokkene voert aan dat hij ten tijde van de gedraging niet in bezit was van het voertuig. Het voertuig stond voor onderhoud bij een garagebedrijf. Bij zijn schrijven heeft hij rekening van het garagebedrijf bijgesloten. Het voertuig is tegen zijn wil gebruikt en hij heeft dit gebruik niet kunnen voorkomen.
- Ingevolge artikel 5 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (hierna: Wahv) wordt, indien is vastgesteld dat de gedraging heeft plaatsgevonden met of door middel van een motorrijtuig waarvoor een kenteken is opgegeven, en niet aanstonds is vastgesteld wie daarvan de bestuurder is, de administratieve sanctie opgelegd aan degene op wiens naam het kenteken ten tijde van de gedraging in het kentekenregister was ingeschreven. Daarom is het in beginsel niet van belang vast te stellen wie de feitelijke bestuurder van het motorrijtuig was.
- Artikel 8 van de Wahv bevat een drietal uitzonderingen op de uit artikel 5 van de Wahv voortvloeiende aansprakelijkheid, waaronder, voor zover hier van belang, de situatie waarin degene op wiens naam het kenteken in het kentekenregister is ingeschreven aannemelijk maakt dat tegen zijn wil door een ander van het motorrijtuig gebruik is gemaakt en hij dit gebruik redelijkerwijs niet heeft kunnen voorkomen.
- Uit het voorgaande volgt dat de betrokkene zich als kentekenhouder van het voertuig kan bevrijden van aansprakelijkheid voor gedragingen die met zijn voertuig zijn begaan, door met concrete feiten en omstandigheden aannemelijk te maken dat tegen zijn wil van het motorvoertuig gebruik is gemaakt en dat hij dat gebruik redelijkerwijs niet heeft kunnen voorkomen.
- Gelet op de omstandigheid dat de betrokkene het op zijn naam geregistreerde voertuig ter beschikking heeft gesteld aan het garagebedrijf en, naar het hof aanneemt, zijn sleutels daar ook heeft achtergelaten, zodat de overtreder van het voertuig gebruik kon maken, is niet aannemelijk geworden dat de betrokkene het gebruik van zijn voertuig redelijkerwijs niet heeft kunnen voorkomen. Dat de betrokkene geen uitdrukkelijke toestemming had verleend voor dit gebruik, maakt dit oordeel niet anders. De betrokkene komt dan ook geen beroep toe op de uitzondering van artikel 8 van de Wahv.
- Aangezien de gedraging ingevolge artikel 5 van de Wahv op kenteken is geregistreerd en de verklaring van de ambtenaar die de foto heeft uitgelezen verder niet is betwist, is het hof van oordeel dat de beschikking terecht aan de betrokkene, als kentekenhouder, is opgelegd.
- Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen. Beslissing Het gerechtshof: bevestigt de beslissing van de kantonrechter. Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Pranger als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.