← Nederland

ECLI:NL:GHARL:2020:1583

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Arnhem afdeling civiel recht zaaknummer gerechtshof 200.263.497 (zaaknummer rechtbank Midden-Nederland 472230) beschikking van 25 februari 2020 inzake [verzoeker] , wonende te [woonplaats] ,verzoeker in hoger beroep, verder te noemen: de man, advocaat: mr. C.A.H. Boom te Utrecht, en de gemeente Utrecht, zetelend te Utrecht, verweerster in hoger beroep, verder te noemen: de gemeente, gemachtigde: de heer P.R. Kuus te Utrecht. 1Het geding in eerste aanleg Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, van 20 mei 2019, uitgesproken onder voormeld zaaknummer. 2Het geding in hoger beroep 2.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: - het beroepschrift met producties, ingekomen op 31 juli 2019; - het verweerschrift; - een journaalbericht van mr. Boom van 27 januari 2020 met producties; - een journaalbericht van mr. Boom van 28 januari 2020 met producties. 2.2 De mondelinge behandeling heeft op 4 februari 2020 plaatsgevonden. Aanwezig waren: - de man, bijgestaan door zijn advocaat; - de heer P.R. Kuus namens de gemeente. 2.3 Ter mondelinge behandeling heeft de advocaat van de man met toestemming van de heer Kuus een loonspecificatie van de man van december 2019 overgelegd. 3De feiten 3.1 De man en [A.] (hierna: de vrouw) zijn de ouders van: - [kind 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2010 te [geboorteplaats 1] , - [kind 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2013 te [geboorteplaats 1] , - [kind 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2017 te [geboorteplaats 1] , en - [kind 4] , geboren op [geboortedatum 4] 2018 te [geboorteplaats 2] , verder te noemen: de kinderen. 3.2 De gemeente verleent met ingang van 5 december 2013 verleent een bijstandsuitkering aan de vrouw, ook voor de verzorging en opvoeding van de kinderen, naar de norm voor een alleenstaande ouder. 3.3 De gemeente heeft besloten de verstrekte bijstand op de man te verhalen tot de grens van zijn onderhoudsplicht aan de vrouw en de kinderen. Die grens heeft de gemeente bij brief van 7 november 2017 ambtshalve vastgesteld op € 986,- per maand met ingang van 1 juli

  1. De gemeente had de man gevraagd nog (nadere) gegevens over zijn financiële situatie te verstrekken, maar dat heeft de man niet gedaan. De gemeente heeft daarom het genomen besluit op 7 november 2017 aan de man verzonden. Nadat de man aan de gemeente alsnog inlichtingen over zijn financiële situatie had verstrekt heeft de gemeente in haar besluit van 17 januari 2018 de verhaalsbijdrage gewijzigd vastgesteld op € 114,- per maand. 3.4 De man is niet tot betaling overgegaan. De gemeente heeft daarom op 10 december 2018 besloten tot verhaal in rechte en op diezelfde datum bij de rechtbank een verzoek tot vaststelling van een verhaalsbijdrage ingediend dat kort gezegd erop neerkomt dat de man met ingang van 1 juli 2017 € 114,- per maand aan de gemeente moet betalen t . 4De omvang van het geschil 4.1 In geschil is het verhaal door de gemeente op de man van de aan de vrouw verstrekte bijstand. De rechtbank heeft in de bestreden beschikking bepaald dat: - de man voor de kosten van bijstand een bedrag is verschuldigd van € 114,- per maand Met ingang van 1 juli 2018; - de man met ingang van de eerste van de maand volgend op de datum van deze beschikking ter zake van nog te maken kosten van bijstand een verhaalsbijdrage van € 114,- per maand aan de gemeente Utrecht moet betalen zolang de bijstandverlening mede ten behoeve van de minderjarige kinderen voortduurt; - de man ter zake van de al gemaakte kosten van bijstand gedurende de periode van 1 juli 2018 tot de eerste van de maand volgend op de datum van deze beschikking een bedrag van € 57,- per maand aan de gemeente moet betalen, tot de achterstand in de betalingen geheel zijn voldaan; - de man, indien hij in gebreke blijft het vastgestelde bedrag te voldoen, terstond de dan resterende hoofdsom ineens aan de gemeente verschuldigd is, en - de vordering gelet op de bepaling van artikel 58 lid 5 Participatiewet juncto 62i Participatiewet, wordt verhoogd met de op de invordering betrekking hebbende kosten, indien de man in gebreke mocht blijven om het verschuldigde tijdig te voldoen. 4.2 De man is met twee grieven in hoger beroep gekomen van de bestreden beschikking. De man verzoekt het hof - voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad - de bestreden beschikking te vernietigen en de verzoeken van de gemeente alsnog af te wijzen. 4.3 De gemeente voert verweer en verzoekt het hof het verzoek van de man af te wijzen en de bestreden beschikking te bekrachtigen. 5De motivering van de beslissing 5.1 Tijdens de mondelinge behandeling zijn de man en de gemeente het volgende overeengekomen: - de man zal aan de gemeente met ingang van 1 januari 2020 € 63,- per maand aan verhaalsbijdrage betalen met betrekking tot kosten van bijstand voor de vrouw en de kinderen; - de gemeente verleent de man kwijtschelding voor de verschuldigde verhaalsbijdragen over de periode van 1 juli 2018 tot en met 31 december
  2. 5.2 Het hof leidt uit de tussen partijen bereikte overeenstemming af dat de man de gronden van zijn hoger beroep niet langer handhaaft. Het hof zal beslissen zoals partijen zijn overeengekomen. 6De beslissing Het hof, beschikkende in hoger beroep: vernietigt de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, van 20 mei 2019, en opnieuw beschikkende: bepaalt dat de man met ingang van 1 januari 2020 en voor de toekomst telkens bij vooruitbetaling aan de gemeente € 63,- per maand zal voldoen als bijdrage in de kosten die de gemeente heeft in verband met de aan [A.] mede ten behoeve van de minderjarige kinderen van de man en [A.] verstrekte bijstandsuitkering; bepaalt dat de man de verschuldigde verhaalsbijdragen over de periode van 1 juli 2018 tot en met 31 december 2019 niet aan de gemeente hoeft terug te betalen. Deze beschikking is gegeven door mrs. A. Smeeïng-van Hees, M.H.F. van Vugt en L. Hamer, bijgestaan door mr. J.M. van Gastel-Goudswaard als griffier, en is op 25 februari 2020 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.