GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Leeuwarden afdeling civiel recht zaaknummer gerechtshof 200.262.241/01 (zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 159716) beschikking van 25 februari 2020 inzake [verzoeker] , wonende op een bij het hof bekend adres, verzoeker in hoger beroep, verder te noemen: de vader, advocaat: mr. J. Keekstra te Alkmaar, en [verweerster] , wonende op een bij het hof bekend adres, verweerster in hoger beroep, verder te noemen: de moeder, advocaat: mr. J.D. Nijenhuis te Leeuwarden. 1Het geding in eerste aanleg Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikkingen van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, van 18 juli 2018, 23 januari 2019 en 3 april 2019, uitgesproken onder voormeld zaaknummer. 2Het geding in hoger beroep 2.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: - het beroepschrift met productie(s), ingekomen op 1 juli 2019; - het verweerschrift; - een journaalbericht van mr. Nijenhuis van 10 januari 2020 met productie(s). 2.2 De mondelinge behandeling heeft op 20 januari 2020 plaatsgevonden. De vader en de moeder zijn verschenen, bijgestaan door hun advocaten. Namens de raad voor de kinderbescherming (verder te noemen: de raad) is de heer [A] verschenen. Mr. Keekstra heeft pleitaantekeningen overgelegd. 3De feiten 3.1 Uit de inmiddels verbroken affectieve relatie tussen de ouders is [in] 2016 [de minderjarige] (verder te noemen: [de minderjarige] ) geboren, over wie de moeder het ouderlijk gezag uitoefent. De vader heeft [de minderjarige] erkend. [de minderjarige] woont bij de moeder. 3.2 De vader heeft de rechtbank bij verzoekschrift van 21 februari 2018 verzocht een omgangsregeling tussen hem en [de minderjarige] vast te stellen en een informatie- en consultatieverplichting op te leggen aan de moeder. 4De omvang van het geschil 4.1 Tussen partijen is in geschil de statusvoorlichting, de inhoud van de informatieregeling en de consultatieverplichting. 4.2 Bij de bestreden beschikking van 3 april 2019 is, uitvoerbaar bij voorraad, bepaald dat de moeder de vader eens per drie maanden via een derde schriftelijk per post op de hoogte dient te stellen omtrent gewichtige aangelegenheden met betrekking tot de persoon en het vermogen van [de minderjarige] , in die zin dat de moeder ten minste met betrekking tot de gezondheid en schoolvorderingen van [de minderjarige] informatie zal verstrekken, en is het meer of anders verzochte afgewezen. 4.3 De vader is met vijf grieven in hoger beroep gekomen van de bestreden beschikking. Deze grieven zien op de statusvoorlichting (ter voorbereiding op een omgangsregeling) en de informatie- en consultatieverplichting. De vader verzoekt het hof de bestreden beschikking (het hof begrijpt:) deels te vernietigen en opnieuw rechtdoende, uitvoerbaar bij voorraad, te bepalen dat: - ter voorbereiding op een omgangsregeling tussen de vader en [de minderjarige] gestart dient te worden met statusvoorlichting; - de moeder de vader (via een derde) eenmaal per kwartaal zal informeren omtrent de belangrijke aangelegenheden in het leven van [de minderjarige] , waaronder eveneens het verstrekken van een recente foto; - de moeder de vader direct over medische aangelegenheden dient te informeren, hem dient te raadplegen en zij hem de contactgegevens van de desbetreffende behandelaar dient te verstrekken zodat hij zich door deze kan laten informeren over de gezondheidssituatie van [de minderjarige] . 4.4 De moeder voert verweer en zij verzoekt het hof het verzoek van de vader in hoger beroep af te wijzen met bekrachtiging van de bestreden beschikking. 5De motivering van de beslissing Omgangsregeling/statusvoorlichting 5.1 In de kop van het beroepschrift van de vader is opgenomen: beroepschrift vaststelling omgangsregeling. Hoewel de vader in (het lichaam van) zijn beroepschrift grieven heeft gericht tegen het oordeel van de rechtbank dat een omgangsregeling op dit moment niet in het belang van [de minderjarige] is, is in het petitum geen verzoek tot vaststelling van een omgangsregeling opgenomen. Het hof zal dit onderdeel dan ook onbesproken laten. 5.2 Uit het beroepschrift en hetgeen ter zitting van het hof is besproken blijkt dat (ook) de vader, mede naar aanleiding van het advies van de raad zoals vastgelegd in het raadsrapport van 4 februari 2019, vindt dat de aanvankelijk door hem gevraagde omgangsregeling voor [de minderjarige] nu nog niet mogelijk is en dat een omgangsregeling dient te worden voorbereid door eerst te starten met statusvoorlichting. Ter zitting is gebleken dat de moeder hiertoe de eerste stappen heeft gezet. Ze heeft een doos met spullen en foto’s van de vader verzameld en [de minderjarige] aan de hand van prentenboeken (over de samenstelling van gezinnen) uitleg gegeven over haar afkomst. [de minderjarige] heeft ook een foto gezien van de vader, maar zij heeft geen concrete herinneringen aan de vader en weet zijn naam (nog) niet. De moeder heeft aangegeven hierbij professionele hulp (via [B] ) in te schakelen als dat nodig mocht zijn. Het hof gaat ervan uit dat de moeder het ingezette proces van statusvoorlichting op zorgvuldige wijze voortzet en [de minderjarige] zal ondersteunen in de vragen die zij heeft over wie haar biologische vader is en wat zijn plek is in haar leven. Dit is van belang voor haar ontwikkeling en vorming van haar eigen identiteit. Het hof zal dienovereenkomstig beslissen. Informatie- en consultatieverplichting 5.3 Op grond van artikel 1:377b van het Burgerlijk Wetboek (BW) is de ouder die met het gezag is belast gehouden de niet met het gezag belaste ouder op de hoogte te stellen over gewichtige aangelegenheden met betrekking tot de persoon en het vermogen van het kind en deze te raadplegen over daaromtrent te nemen beslissingen. De rechter kan op verzoek van een ouder een informatie- en consultatieplicht vaststellen. Het tweede lid van genoemd artikel bepaalt dat van het eerste lid kan worden afgeweken indien het belang van het kind dat vereist. 5.4 Met betrekking tot de in de bestreden beschikking vastgestelde informatieregeling stelt de vader dat de rechtbank ten onrechte zijn verzoek om ook een foto van [de minderjarige] bij te voegen heeft afgewezen, omdat de moeder bang is dat de vader hiervan misbruik zal maken door de foto’s op internet/social media te plaatsen, of (zo is ter zitting gebleken) onrust te zaaien door zijn intenties hiertoe te uiten dan wel de foto's te gebruiken om op zoek te gaan naar het woonadres van de moeder en [de minderjarige] . De vader stelt dat hij op geen enkele wijze de bedoeling heeft om zijn dochter schade toe te brengen en wijst er op dat ook de raad geen aanleiding ziet om de vader een foto van zijn dochter te onthouden. 5.5 Het hof overweegt dat nu de vader geen gezag over en/of omgang met [de minderjarige] heeft de informatieregeling de enige manier is voor de vader om informatie over zijn dochter te krijgen. Nu niet is uitgesloten dat de vader op enig moment wel contact zal (kunnen) hebben met [de minderjarige] is het van belang dat de vader, voor zover mogelijk en in het belang van [de minderjarige] , op de hoogte is van wat er speelt in haar leven en, zoals het hof kan zich voorstellen, ook van hoe zij er (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.