GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Arnhem afdeling civiel recht, handel zaaknummer gerechtshof 200.231.291 (zaaknummer rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, 428869) arrest van 10 maart 2020 in de zaak van de besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid 1 De La Rambelje B.V. en 2 Multirisk Diensten B.V., voorheen handelend onder de naam: Multi Risk Verzekeringen B.V., gevestigd te Zaandam, gemeente Zaanstad, respectievelijk Katwijk, appellanten, in eerste aanleg: eiseressen, hierna tezamen: De La Rambelje c.s. en afzonderlijk: De La Rambelje en Multirisk Diensten of MRV, advocaat: mr. J.W.L. Vader, tegen: [geïntimeerde] Vries, wonende te [A] , geïntimeerde, in eerste aanleg: gedaagde, hierna: [geïntimeerde] , advocaat: mr. M.J. Elkhuizen. 1Het verdere verloop van het geding in hoger beroep 1.1 Het hof neemt de inhoud van het tussenarrest van 9 juli 2019 hier over. Daarbij is een comparitie van partijen gelast. Conform de appeldagvaarding vermeldt het tussenarrest Multi Risk Verzekeringen B.V. als een der appellanten. Dat was, aldus ook de memorie van grieven sub 17, de oude (handels-)naam van Multirisk Diensten B.V., een der eiseressen volgens het eindvonnis. [geïntimeerde] heeft dit blijkens zijn memorie van antwoord, speciaal onder 2.3, ook zo begrepen en erkend. Daarom wordt appellante sub 2 in dit arrest aangeduid als: Multirisk Diensten B.V., voorheen handelend onder de naam: Multi Risk Verzekeringen B.V. 1.2 Het verdere verloop blijkt uit hetgeen is voorgevallen op de comparitie van partijen van 20 november 2019. Daarbij heeft de advocaat van De La Rambelje c.s. (de op voorhand bij rolbericht van 1 november 2019 toegezonden) akte verzocht van hun reactie op het bezwaar van [geïntimeerde] tegen de voorgenomen eiswijziging en hebben de advocaten de zaak verder toegelicht conform de door hen overgelegde spreekaantekeningen. Desgevraagd heeft mr. S.R. van der Boom, tevens advocaat van De La Rambelje c.s., namens hen uiteengezet dat een toewijzing van hun vordering op grond van artikel 843a Rv c.q. artikel 22 Rv eerst zou moeten leiden tot een tussenarrest in plaats van een onmiddellijk eindarrest, zoals hen aanvankelijk eerst voor ogen stond. Aan het eind van de zitting hebben de advocaten om een aanhouding verzocht voor schikkingsonderhandelingen. 1.3 Bij brief van 9 december 2019 heeft mr. Van der Boom namens De La Rambelje c.s. bericht dat partijen niet tot een vergelijk in der minne zijn gekomen en daarom arrest gevraagd. Partijen hadden de stukken al voor de comparitie aan het hof overgelegd. Vervolgens heeft het hof arrest bepaald. 2De vaststaande feiten Het hof gaat in hoger beroep uit van de feiten zoals beschreven in rov. 2.1 tot en met 2.7 van het eindvonnis van 2 augustus 2017 (verder ook: het eindvonnis). 3. Het geschil, de beslissing van de rechtbank, de grieven en de eisvermeerdering in hoger beroep 3.1 Deze zaak gaat over de afwikkeling van verzekeringsprovisies in verband met een aandelenoverdracht. Bij overdrachtsakte van 15 juli 2008 heeft verkoper Multirisk & Management Groep B.V. (MRMG, later Bricks & Capital B.V. ) al haar aandelen in Multirisk Diensten (eerder Multi Risk Verzekeringen B.V.) voor € 350.000 verkocht en overgedragen aan koper De La Rambelje. Multirisk Diensten zou als assurantietussenpersoon een bij haar door MRMG in te brengen assurantieportefeuille beheren. [geïntimeerde] was middellijk bestuurder van MRMG en Multirisk Diensten. 3.2 Partijen hebben geschil gekregen over de afwikkeling van de provisies onder de overdrachtsakte. Deze akte houdt onder meer in: “ UITGANGSPUNTEN OVERNAME De koopprijs voor de aandelen is bepaald op basis van doorlopende provisie ten bedrage van (…) (€ 129.009,07). Over het terugboekrisico van de in het verleden afgesloten lijfrente-, kapitaal-, en begrafenis-, en hypotheekprovisie wordt afgesproken dat wanneer er een hoger bedrag dan (…) (€ 10.000,00) aan terugboekverplichtingen ontstaat, dit meerdere door de verkoper wordt gedragen, waarvoor de comparant sub 1 ( [geïntimeerde] , hof), in privé verklaart garant te staan. Het staat verkoper vrij behoudpogingen te ondernemen. (BELASTING)CLAIMS (…) DOORSCHUIVEN DOORLOPENDE PROVISIE Verkoper en de comparant in privé ( [geïntimeerde] , hof) dragen zorg voor een zodanige overdracht van zaken dat de maatschappijen waar de vennootschap (Multirisk Diensten, hof) en verkoper zaken mee doen geen schade berokkenen aan de door de vennootschap gedreven onderneming. Dat betekent in ieder geval dat het doorschuiven van de doorlopende provisie van verkoper naar de vennootschap geschied(t, hof) zonder dat verzekeringsmaatschappijen bezwaar maken of op andere wijze belemmeringen opwerpen door bijvoorbeeld het intrekken van het agentschap. BEGELEIDEN OVERNAME De comparant sub 1 in privé zal voor maximaal een periode van zes maanden aanblijven als feitelijk leider voor de Autoriteit Financiële Markten en tevens ter beschikking staan van koper om deze, na onderling overleg, gedurende voormelde periode bij te staan voor maximaal één bezoek per lopende cliënt. Koper zal zich inspannen om zo spoedig mogelijk een nieuwe feitelijk leider voor de Autoriteit Financiële Markten aan te stellen. De daaraan verbonden kosten worden geacht in de koopprijs te zijn begrepen.” 3.3 Op grond hiervan hebben De La Rambelje c.s. bij de rechtbank schadevergoeding van [geïntimeerde] gevorderd in verband met in het algemeen de provisieverplichtingen en meer speciaal [geïntimeerde] ’ garantieverplichting ten aanzien van het terugboekrisico en zijn zorgverplichting ten aanzien van de doorschuifverplichting. In haar eindvonnis (zie vooral rov. 4.11 – 4.16) heeft de rechtbank al het gevorderde afgewezen met veroordeling van De La Rambelje c.s. in de proceskosten. Daartegen richten De La Rambelje c.s. hun hoger beroep (met zeven grieven). 3.4 In hun memorie van grieven hebben De La Rambelje c.s. verder hun vorderingen zo gewijzigd dat deze op basis van het door hen daarbij (als productie 48) overgelegde accountantsrapport ertoe strekken dat het hof bij arrest, uitvoerbaar bij voorraad, het eindvonnis zal vernietigen en opnieuw recht doende, [geïntimeerde] zal veroordelen primair (wegens nakoming): I tot betaling van af te dragen c.q. door te storten provisievergoedingen over de periode 15 juli 2008 tot en met heden (memorie van grieven d.d. 24 april 2018, hof) ad € 50.119,08, subsidiair een door het hof te bepalen bedrag; II mede op de voet van het bepaalde in artikel 843a Rv en 22 Rv, om, op straffe van verbeurte van een dwangsom, een volledig en sluitend provisieoverzicht in het geding te brengen c.q. over te leggen, onderbouwd met de afrekeningen van de respectievelijke verzekeraars, teneinde De La Rambelje c.s. en het hof in staat te stellen en om de exacte omvang van de hiervoor bedoelde provisievergoedingen vast te stellen; III in het verlengde van II, aan De La Rambelje c.s. te betalen de af te dragen c.q. door te storten provisievergoedingen over de periode 15 juli 2008 tot en met heden, overeenkomstig de vaststelling onder sub II, onder aftrek van de vastgestelde vergoedingen onder sub I en voor zover en in het geval dat deze vergoedingen (sub I versus sub II) hetzelfde c.q. gelijk aan elkaar zijn, subsidiair een door het hof te bepalen bedrag; IV in het geval [geïntimeerde] nalaat en in gebreke blijft de overzichten te verstrekken, zoals gevorderd onder sub II, om aan De La Rambelje c.s. te betalen de door de accountant van De La Rambelje c.s. geschatte minimale provisiegelden ter grootte van € 185.404,22, althans € 134.036,62, subsidiair een door het hof vast te stellen bedrag; subsidiair: (wegens schadevergoeding): V tot betaling van een schadevergoeding als onder I; VI tot verstrekking van een provisieoverzicht als onder II ter vaststelling van schadevergoeding; VII tot betaling van schadevergoeding als onder III; VIII tot betaling van schadevergoeding als onder IV; primair en subsidiair: met IX rente, X buitengerechtelijke incassokosten van € 6.775, althans een door het hof vast te stellen bedrag, en XI proceskosten. 3.5 Ter comparitie in hoger beroep heeft het hof het bezwaar van [geïntimeerde] tegen deze, niet in de aanhef van de memorie van grieven aangekondigde, eiswijziging verworpen. Dit wordt hierbij (nader) gemotiveerd als volgt. Aan [geïntimeerde] kan worden toegegeven dat de memorie van grieven ten onrechte niet in de kop vermeldt dat zij uitloopt op een eiswijziging, maar dit had redelijkerwijs snel aan het slot ervan kunnen worden ontdekt en bovendien zou een door [geïntimeerde] dan opgeworpen bezwaar in een incident niet tot een andere beslissing hebben geleid. Anders dan [geïntimeerde] aanvoert, treden De La Rambelje c.s. niet buiten de grenzen van de rechtsstrijd in hoger beroep aangezien die grenzen pas worden getrokken door de memorie van grieven. De eiswijziging komt in wezen alleen maar neer op een grondslagvermeerdering in de vorm van nakomingsvorderingen die identiek zijn aan de, nu subsidiair voorgestelde, schadevergoedingsvorderingen. Anders dan [geïntimeerde] aanvoert, valt dit in redelijkheid niet aan te merken als een volledig nieuwe procedure of een onaanvaardbare uitbreiding van het partijdebat, laat staan een totaal nieuwe zaak, ook al vorderden De La Rambelje c.s. in eerste aanleg bewust en uitdrukkelijk geen nakoming. Dit wordt niet anders doordat inmiddels tussen partijen meerdere vonnissen zijn gewezen die in kracht van gewijsde zijn gegaan en in dit hoger beroep misschien wel (zie verderop) gezag van gewijsde hebben. Blijkens zijn memorie van antwoord heeft [geïntimeerde] bovendien voldoende inhoudelijk verweer kunnen voeren en ook daadwerkelijk gevoerd (in zijn memorie van antwoord op bladzijden 1 - 27 en 33 - 53). Verlies van een instantie is inherent aan het wettelijk stelsel dat op een in hoger beroep gewijzigde eis slechts door het hof als feitelijke instantie recht wordt gedaan; dat is op zichzelf onvoldoende om het verzet te laten slagen. Dat [geïntimeerde] onredelijk in zijn verweerpositie dreigt te worden geschaad, is ook niet aannemelijk. Evenmin wordt het geding door de eiswijziging onredelijk vertraagd. Een en ander leidt niet tot strijd met de goede procesorde, zodat de wijziging van eis toelaatbaar is. 4De motivering van de beslissing in hoger beroep de verplichtingen van [geïntimeerde] 4.1 Volgens de overdrachtsakte verklaarde [geïntimeerde] er in privé garant voor te staan dat terugboekverplichtingen boven € 10.000 door de verkoper MRMG werden gedragen en droeg hij, [geïntimeerde] , naast verkoper MRMG zorg voor de overdracht van zaken, waaronder in ieder geval het doorschuiven van de doorlopende provisie van verkoper naar de vennootschap MRV zonder dat verzekeringsmaatschappijen problemen zouden opwerpen. Hieruit vloeit naar het oordeel van het hof in ieder geval onmiskenbaar de verplichting van [geïntimeerde] voort om feitelijk aan hem of aan door hem beheerste vennootschappen betaalde c.q. tegoed geboekte, maar aan MRV toekomende provisies aan deze laatste door te betalen. Anders dan [geïntimeerde] aanvoert, is het in zo’n situatie onvoldoende om enkel de aanspraken op deze provisies “door te schuiven”. Het zou immers onbegrijpelijk zijn dat wel de aanspraak overgedragen zou moeten worden maar dat in de tussentijd feitelijk door [geïntimeerde] ontvangen provisies door hem behouden zouden mogen worden. Jegens wie deze verplichtingen bestonden, zal in een later stadium worden beoordeeld. 4.2 Op de comparitie in hoger beroep hebben De La Rambelje c.s. nog aangevoerd dat [geïntimeerde] bestuurdersaansprakelijk is. Maar hiertegen heeft [geïntimeerde] terecht aangevoerd dat deze uitbreiding van de grondslag in strijd komt met de twee conclusie regel, zodat die grondslag buiten beschouwing blijft. Heeft koper De La Rambelje eigenlijk niets (wezenlijks) van het gekochte ontvangen? 4.3 In het gewijsde vonnis van 31 juli 2013 (productie 4 bij akte van De La Rambelje c.s. ) heeft de rechtbank Amsterdam op vordering van MRMG en [geïntimeerde] op grond van artikel 6:60 BW in reconventie: -onder 3.5 aan De La Rambelje c.s. geboden: a. om binnen vier weken na betekening van dat vonnis per aangetekende brief aan MRMG en [geïntimeerde] mee te delen aan welke persoon (het restant van) de verzekeringsportefeuille kon worden overgedragen; b. te bewerkstelligen dat deze persoon, voor zover nodig, binnen één week na een daartoe strekkend verzoek van MRMG en [geïntimeerde] zijn of haar medewerking aan de overdracht zou verlenen; c. te bewerkstelligen dat de betrokken verzekeraars en verzekeringnemers van deze overname schriftelijk op de hoogte werden gesteld; en -voorts onder 3.6 bepaald dat MRMG en [geïntimeerde] van hun verplichting tot levering van (het restant van) de verzekeringsportefeuille zouden zijn bevrijd, indien aan een of meer van deze geboden niet werd voldaan. Dit vonnis is zeer ingrijpend geweest voor de rechtsverhouding tussen partijen. De La Rambelje c.s. klagen er wel over dat De La Rambelje voor de door haar betaalde koopprijs van € 350.000 weinig of niets heeft gekregen, maar dat is een gevolg van dit ingrijpende vonnis, waartegen zij niet hebben geappelleerd en waaraan zij, naar verderop zal blijken, ook niet hebben voldaan. Dit vonnis heeft nog steeds effect en uiteraard en onweersproken ook gezag van gewijsde tussen partijen in de huidige procedure. gevolgen van het vonnis van 31 juli 2013; begrenzing in tijd 4.4 Pas voor het eerst ter comparitie in hoger beroep hebben De La Rambelje c.s. zich uitgelaten over de eerder door [geïntimeerde] opgeworpen kwestie dat niet aan deze geboden is voldaan. Hierover oordeelt het hof als volgt. Na een eerdere vergeefse poging in september/oktober 2012 (productie 3 bij memorie van antwoord) hebben De La Rambelje c.s. na de betekening op 4 november 2013 van het vonnis van 31 juli 2013 opnieuw bij aangetekende brief van 26 november 2013 aan Bricks & Capital B.V. (MRMG) verzocht om de (resterende) verzekeringsportefeuille aan Bonal (Holding B.V.) over te dragen (productie 37 van De La Rambelje c.s. ). Naar De La Rambelje c.s. onvoldoende gemotiveerd hebben weersproken, kon deze overdracht opnieuw niet plaatsvinden omdat Bonal nog steeds geen agentschap had bij Allianz. Aldus hebben zij een voorstel gedaan dat niet voor verwezenlijking vatbaar was. Ook ten aanzien van de andere verzekeraars dan Allianz hebben De La Rambelje c.s., in het licht van de door [geïntimeerde] aangedragen correspondentie (in productie 3 bij memorie van antwoord), onvoldoende gemotiveerd betwist dat zij niet aan de verplichtingen onder het vonnis van 31 juli 2013 hebben voldaan. Al met al is gesteld noch gebleken dat De La Rambelje c.s. op andere wijze binnen de termijn aan het gebod sub a. hebben voldaan, zodat MRMG en [geïntimeerde] niet aan het gebod onder b. toekwamen noch daaraan konden voldoen. Dit betekent dat MRMG van haar verplichting tot levering van (het restant van) de verzekeringsportefeuille is bevrijd vier weken na de betekening van 4 november 2013, dus per 3 december 2013. Dit geldt dan in zoverre eveneens voor de volgens de leveringsakte daarop voortbouwende, als bijkomend geformuleerde, accessoire verplichtingen van [geïntimeerde] in verband met het terugboekrisico en met het doorschuiven van de doorlopende provisie. begrenzing in omvang (los van het vonnis van 31 juli 2013) 4.5 Daarnaast zijn de verplichtingen van MRMG en de daarop afgestemde garantie- en zorgverplichting van [geïntimeerde] in verband met de provisies in omvang afgebakend door de aan de overdrachtsakte gehechte bijlage, waarin de aanspraken op de doorlopende provisie zijn opgenomen die deel uitmaken van de portefeuille in de overgedragen vennootschap Multirisk Diensten. Voor zover [geïntimeerde] het verweer voert dat bepaalde posten uit die bijlage (van familie en/of vrienden) aan hem zouden zijn gebleven, verdraagt dit, niet nader geadstrueerde, verweer zich niet met die bijlage en treft het geen doel. Het gaat dus om de provisies die binnen de beide grenzen zijn teruggeboekt en/of hadden moeten worden doorgeschoven. verjaring en stuiting? 4.6 Tegen het beroep [geïntimeerde] op verjaring ex artikel 3:307 lid 1 BW van de nakomingsvordering tot doorbetaling van door [geïntimeerde] ontvangen provisies hebben De La Rambelje c.s. wat betreft de verjaring zelf geen verweer gevoerd maar zich uitsluitend beroepen op stuiting door de brief van 26 november 2013 aan MRMG ter attentie van [geïntimeerde] . Anders dan [geïntimeerde] meent, vermeldt die brief dat De La Rambelje c.s. “duidelijk en ondubbelzinnig al hun rechten voorbehouden ter zake de verbintenissen voortvloeiende uit de (…) koopovereenkomst van de aandelen (…)”. Deze ruime omschrijving werd, naar (MRMG
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.