Afdeling strafrecht Parketnummer: 21-006225-18 Uitspraak d.d.: 9 maart 2020 TEGENSPRAAK Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Utrecht, van 14 november 2018 met parketnummer 16-705836-18 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1996, wonende te [woonplaats] . Het hoger beroep De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 11 juni 2019 en 24 februari 2020 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr. M.H.H. Meulemeesters, naar voren is gebracht. Het vonnis waarvan beroep De rechtbank heeft verdachte voor de onder 1 en 2 tenlastelegelegde diefstallen met geweld en bedreiging met geweld veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 14 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren en (bijzondere) voorwaarden, en een vrijheidsbeperkende maatregel voor de duur van twee jaren, inhoudende een locatie- en een contactverbod, die dadelijk uitvoerbaar is verklaard. Verder heeft de rechtbank de vordering van de benadeelde partij toegewezen tot een bedrag van € 3.082,34 met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Het hof komt tot een andere bewijsbeslissing, een andere strafoplegging en een andere beslissing op de vordering van de benadeelde partij. Om die redenen zal het hof het vonnis waarvan beroep vernietigen en opnieuw rechtdoen. De tenlastelegging Aan verdachte is tenlastegelegd dat: 1.hij op of omstreeks 15 april 2018 te Veenendaal, althans in het arrondissement Midden-Nederland een (mobiele) telefoon (iPhone S6) , in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [benadeelde] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [benadeelde] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken, en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door - die [benadeelde] op te wachten en/of - op de auto van die [benadeelde] af te lopen en/of - te trachten de telefoon van die [benadeelde] af te pakken en/of - met zijn, verdachtes, vingers (met kracht) aan de mondhoeken van die [benadeelde] te trekken en/of - die [benadeelde] te stompen/slaan en/of - achter die [benadeelde] aan te rennen en/of - de telefoon van die [benadeelde] (vanuit de auto) weg te nemen; 2.hij op of omstreeks 7 april 2018 te Veenendaal, althans in het arrondissement Midden-Nederland, een geldbedrag (van circa 1255 euro), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [benadeelde] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [benadeelde] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken, en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door - tegen die [benadeelde] te zeggen dat hij, verdachte, was gevraagd om die [benadeelde] te pakken en/of - een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, aan die [benadeelde] te tonen en/of - tegen die [benadeelde] te zeggen dat zijn neefjes weg moesten gaan omdat hij, verdachte, ze anders neer zou knallen en/of - een mes op/tegen de keel van die [benadeelde] te zetten/houden en/of - die [benadeelde] te fouilleren en/of het geld uit de broekzak(ken) van die [benadeelde] te pakken en/of - ( daarbij) tegen die [benadeelde] te zeggen dat hij, verdachte hem en zijn familie iets aan zou doen als iemand er achter zou komen wat er gebeurd was, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking. Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Overweging met betrekking tot het bewijs Verdachte bekent dat hij op 7 april 2018 geld uit de broekzak van aangever [benadeelde] heeft gepakt. Volgens verdachte heeft hij slechts een deel van dat geld, te weten 600 euro, weggenomen. Ook erkent verdachte dat hij de mobiele telefoon van aangever op 15 april 2018 heeft weggenomen. Verdachte betwist dat hij geweld heeft gepleegd of heeft gedreigd geweld te plegen, zoals onder 1 en 2 ten laste is gelegd. De raadsman heeft bepleit verdachte hiervan vrij te spreken. Het hof overweegt als volgt. Feit 1: diefstal van een mobiele telefoon op 15 april 2018 Uit de aangifte van [benadeelde] komt naar voren dat hij een geluidsopname maakte met zijn mobiele telefoon terwijl hij op de bestuurderstoel van de auto zat. Op dat moment stond verdachte tussen hem en de geopende bestuurdersportier in. Aangever probeerde te voorkomen dat verdachte zou merken dat hun gesprek werd opgenomen door zijn mobiele telefoon te vergrendelen en deze tussen zijn benen neer te leggen. Opeens hoorde aangever verdachte echter zeggen: "laat je telefoon eens zien, ben je aan het opnemen?" Vervolgens pakte aangever zijn mobiele telefoon die hij ontgrendelde en wegdraaide, zodat verdachte niet op het scherm kon kijken. Toen werd aangever aangevallen door verdachte. Verder heeft aangever verklaard dat zijn telefoon tijdens de aanval door verdachte in de auto achterbleef. Aangever rende weg en verdachte kwam achter hem aan. Op camerabeelden heeft verbalisant [verbalisant 1] gezien dat verdachte na de achtervolging van aangever terugliep in de richting van de geopende bestuurdersportier en dat hij vervolgens plaatsnam op de bestuurderstoel van de auto. Verdachte heeft verklaard dat hij de mobiele telefoon van aangever op dat moment uit de auto heeft weggenomen. Het hof stelt vast dat verdachte de telefoon van aangever uit de auto heeft weggenomen toen er geen sprake meer was van geweld of bedreiging met geweld. Het dossier bevat onvoldoende aanknopingspunten om vast te stellen dat verdachte voorafgaand aan de diefstal van de mobiele telefoon geweld heeft gepleegd of heeft gedreigd geweld te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken. Daarom is het hof van oordeel dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het geweld en de bedreiging met geweld zoals onder 1 ten laste is gelegd. Feit 2: diefstal van een geldbedrag op 7 april 2018 De aangifte van [benadeelde] houdt in dat hij een contant bedrag van € 1.255 bij zich had toen verdachte geld uit zijn rechterbroekzak pakte. Verdachte heeft ook verklaard dat hij geld uit een broekzak van aangever pakte. Volgens verdachte was aangever hem een bedrag van € 600 verschuldigd en gooide hij de rest van het geld voor aangever op de grond. Die verklaring van verdachte vindt enige steun in de getuigenverklaring van zijn toenmalige vriendin [getuige] . Zij heeft ter terechtzitting van de rechtbank verklaard dat er geld op de grond viel. De verklaring van verdachte over de hoogte van het door hem weggenomen bedrag kan niet zonder meer als onaannemelijk ter zijde worden gesteld op grond van de aangifte van [benadeelde] . Daarbij wordt mede in aanmerking genomen dat aangever eerder tegen verbalisant [verbalisant 2] heeft gezegd dat hij een wat lager geldbedrag dan € 1.255 bij zich had. Het hof heeft dan ook niet kunnen vaststellen welk bedrag verdachte exact heeft weggenomen. Daarom acht het hof bewezen dat verdachte een geldbedrag heeft gestolen. Naar het oordeel van het hof wordt de verklaring van aangever met betrekking tot het geweld en de bedreiging met geweld niet op alle punten voldoende ondersteund door bewijsmiddelen uit een andere bron. Het dossier bevat geen steun voor de verklaring van aangever dat verdachte hem met een mes heeft bedreigd. Aangever heeft voorts ook als enige verklaard dat hij een vuurwapen in de broekband van verdachte zag zitten. De verbale dreigementen aan het adres van aangever en zijn familie heeft hij ook als enige gehoord. Het hof zal verdachte wat betreft deze punten vrijspreken van het onder 2 tenlastegelegde. Het hof is van oordeel dat het door en namens verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het onder 2 tenlastegelegde voor het overige wordt weersproken door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen. Het hof overweegt daarbij in het bijzonder dat het volgende. Aangever heeft verklaard dat zijn neefjes verderop stonden toen verdachte tegen hem zei dat ze, de neefjes, moesten oprotten, omdat hij ze anders neer zou knallen. De neefjes van aangever zijn onder de nummers 147149 en 1475137 als getuigen gehoord. De getuige 147149 heeft verklaard dat verdachte in zijn richting liep en vlak bij hem stond toen hij hem iets hoorde zeggen in de trant van: "nu oprotten of ik schiet je door je kop". De getuige 1475137 heeft verklaard dat hij verdachte hoorde zeggen: "oprotten of ik knal jullie ook neer" of woorden van gelijke strekking. De getuige 1475137 heeft verder verklaard dat zijn neef, de getuige 147149, vervolgens ongeveer tien meter doorreed met de bus waarin zij zaten. De getuige 1475137 had vanaf de achterbank nog zicht op aangever en verdachte. Hij zag dat aangever zijn handen in de lucht stak en dat verdachte vervolgens in de zakken van aangever voelde en zijn kleding aftastte. Verdachte heeft zelf verklaard dat hij zijn hand in de broekzak van aangever deed om te kijken of hij geld bij zich had, wat het geval bleek te zijn, waarop verdachte een deel van het geld van hem afpakte. Het hof stelt vast dat verdachte verbaal heeft gedreigd met vuurwapengeweld om de neefjes van aangever weg te jagen. De neefjes bevonden zich na dit dreigement op een zodanige afstand van aangever dat zij hem niet meer konden helpen. Door dit dreigement kon aangever zich redelijkerwijs ook bedreigd voelen toen verdachte hem fouilleerde en het geld uit zijn broekzak pakte. Het fouilleren van aangever beschouwt het hof, in onderling verband bezien met het verbale dreigement van verdachte, als een gewelddadige handeling. Naar het oordeel van het hof heeft verdachte geweld en bedreiging met geweld gepleegd met het oogmerk om de diefstal van het geld voor te bereiden en gemakkelijk te maken. Bewezenverklaring Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel -ook in onderdelen- slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat: 1.hij op of omstreeks 15 april 2018 te Veenendaal, althans in het arrondissement Midden-Nederland een (mobiele) telefoon (iPhone S6) , in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [benadeelde] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [benadeelde] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken, en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door - die [benadeelde] op te wachten en/of - op de auto van die [benadeelde] af te lopen en/of - te trachten de telefoon van die [benadeelde] af te pakken en/of - met zijn, verdachtes, vingers (met kracht) aan de mondhoeken van die [benadeelde] te trekken en/of - die [benadeelde] te stompen/slaan en/of - achter die [benadeelde] aan te rennen en/of - de telefoon van die [benadeelde] (vanuit de auto) weg te nemen; 2.hij op of omstreeks 7 april 2018 te Veenendaal, althans in het arrondissement Midden-Nederland, een geldbedrag (van circa 1255 euro), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [benadeelde] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [benadeelde] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken, en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door - tegen die [benadeelde] te zeggen dat hij, verdachte, was gevraagd om die [benadeelde] te pakken en/of - een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, aan die [benadeelde] te tonen en/of - tegen die [benadeelde] te zeggen dat zijn neefjes weg moesten gaan omdat hij, verdachte, ze anders neer zou knallen en/of - een mes op/tegen de keel van die [benadeelde] te zetten/houden en/of - die [benadeelde] te fouilleren en/of het geld uit de broekzak(ken) van die [benadeelde] te pakken en/of - (daarbij) tegen die [benadeelde] te zeggen dat hij, verdachte hem en zijn familie iets aan zou doen als iemand er achter zou komen wat er gebeurd was, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking. Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het onder 1 bewezen verklaarde levert op: diefstal. Het onder 2 bewezen verklaarde levert op: diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken Strafbaarheid van de verdachte Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn. Oplegging van straf en/of maatregel De rechtbank heeft verdachte voor de onder 1 en 2 tenlastelegelegde diefstallen met geweld en bedreiging met geweld veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 14 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren en (bijzondere) voorwaarden, en een vrijheidsbeperkende maatregel voor de duur van twee jaren, inhoudende een locatie- en een contactverbod, die dadelijk uitvoerbaar is verklaard. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat verdachte voor dezelfde feiten wordt veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 228 dagen, zijnde het aantal dagen dat verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van zes maanden met een proeftijd van twee jaren zonder bijzondere voorwaarden. Voorts heeft de advocaat-generaal gevorderd dat de in eerste aanleg opgelegde vrijheidsbeperkende maatregel in hoger beroep opnieuw wordt opgelegd. De raadsman heeft zich aangesloten bij de vordering van de advocaat-generaal ten aanzien van de strafoplegging. De raadsman heeft bepleit geen vrijheidsbenemende maatregel aan verdachte op te leggen. De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. Het hof heeft bij de straftoemeting in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen -en vindt daarin de redenen die tot de keuze van een deels onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van de hierna aan te geven duur leiden. Verdachte heeft het slachtoffer van een geldbedrag beroofd. Ruim een week later heeft verdachte zich opnieuw bijzonder intimiderend en agressief gedragen in de richting van hetzelfde slachtoffer, waarop hij diens mobiele telefoon heeft gestolen. In het nadeel van verdachte weegt het hof mee dat hij blijkens het uittreksel justitiële documentatie van 27 januari 2020 al driemaal eerder onherroepelijk is veroordeeld voor gewelddadige vermogensdelicten. Bij vonnis van 3 september 2013 is verdachte voor dergelijke feiten veroordeeld tot een onvoorwaardelijke jeugddetentie en een voorwaardelijke maatregel tot plaatsing in jeugdinrichting (PIJ-maatregel) waarvan de tenuitvoerlegging is gelast bij beslissing van 20 december
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.