← Nederland

ECLI:NL:GHARL:2020:2723

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN zittingsplaats Leeuwarden Zaaknummer : Wahv 200.239.957/01 CJIB-nummer : 191031225 Uitspraak d.d. : 2 april 2020 Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam van 29 maart 2018, betreffende [betrokkene] C.V. (hierna: de betrokkene), wonende te [A] . De gemachtigde van de betrokkene is A. van Velsen, kantoorhoudende te Amsterdam. De beslissing van de kantonrechter De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen door de kantonrechter. Het verloop van de procedure De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding. De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt. Beoordeling

  1. De gemachtigde voert in hoger beroep aan dat de kantonrechter het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie ten onrechte ongegrond heeft verklaard, nu de officier van justitie prematuur uitspraak heeft gedaan. De gemachtigde voert hiertoe aan dat de officier van justitie niet (eerst) het onderliggende dossier (compleet) aan de betrokkene heeft overgelegd of ter inzage heeft gegeven.
  2. Het is vaste rechtspraak van het hof dat de officier van justitie, op grond van artikel 7:18, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), in de fase van het administratief beroep op verzoek van de indiener van het beroepschrift gehouden is de op de zaak betrekking hebbende stukken te verstrekken.
  3. Een redelijke uitleg van artikel 7:18, vierde lid, Awb, brengt mee dat de officier van justitie nieuwe of aanvullende op de zaak betrekking hebbende stukken waarover hij kan beschikken bij de beslissing op het beroep, moet toezenden aan de indiener van het beroepschrift als om de stukken is verzocht.
  4. Het hof stelt vast dat de gemachtigde in de fase van het administratief beroep de officier van justitie onder andere heeft verzocht om een op een proces-verbaal gelijkend document waaruit blijkt hoe de gedraging is waargenomen. Voort blijkt uit het dossier dat de officier van justitie op 11 januari 2016 een -als op de zaak betrekking hebbend stuk te beschouwen- aanvullend proces-verbaal met bijlagen heeft ontvangen, dat op 6 januari 2016 is opgemaakt en ondertekend door de ambtenaar die de sanctie heeft opgelegd. Niet blijkt dat dit aanvullend proces-verbaal, voorafgaand aan de beslissing op het administratief beroep, aan de gemachtigde is toegezonden. De officier van justitie heeft dus niet aan de informatieplicht voldaan.
  5. Dit brengt mee dat de kantonrechter de beslissing van de officier van justitie niet in stand had mogen laten. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter en -met gegrondverklaring van het beroep daartegen- de beslissing van de officier van justitie vernietigen.
  6. Tegen de inleidende beschikking zijn geen bezwaren meer aangevoerd. Het beroep tegen de inleidende beschikking wordt daarom ongegrond verklaard.
  7. Omdat de inleidende beschikking niet wordt vernietigd, is er geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding (vgl. het arrest van het hof van 1 mei 2019, gepubliceerd op rechtspraak.nl met vindplaats ECLI:NL:GHARL:2019:3197). Beslissing Het gerechtshof: vernietigt de beslissing van de kantonrechter; verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond; vernietigt de beslissing van de officier van justitie; verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond. wijst het verzoek om vergoeding van kosten af. Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Arntz als griffier en op een openbare zitting uitgesproken. De griffier is buiten staat dit arrest te ondertekenen.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.