GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Arnhem afdeling civiel recht, handel zaaknummer gerechtshof 200.191.249 (zaaknummer rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, C/05/272997) arrest van 14 januari 2020 in de zaak van [appellant] , wonende te [woonplaats1] , appellant in het principaal hoger beroep, geïntimeerde in het incidenteel hoger beroep, in eerste aanleg: eiser, hierna: [appellant] , advocaat: mr. B. Oudenaarden, tegen: de publiekrechtelijke rechtspersoon Gemeente Brummen, zetelende te Brummen, geïntimeerde in het principaal hoger beroep, appellante in het incidenteel hoger beroep, in eerste aanleg: gedaagde, hierna: de Gemeente, advocaat: mr. R.D. Boesveld. 1Het verdere verloop van het geding in hoger beroep 1.1 Het hof neemt de inhoud van het tussenarrest van 1 oktober 2019 over. Hierbij is de Gemeente in de gelegenheid gesteld zich bij akte uit te laten over de juistheid van de door het hof voorgestelde schadebegroting aan de hand van de maximale invulling van de bouwmogelijkheden op het perceel zonder vrijstelling. Dat heeft de Gemeente vervolgens gedaan bij akte van 29 oktober 2019, waarbij zij zich aan dit uitgangspunt heeft gerefereerd. 1.2 Verder zijn partijen het er over eens dat de deskundige bij zijn taxaties moet uitgaan van het kadastraal perceel gemeente [naam1] , sectie C, nr.
- Dat perceel is groter dan het perceel destijds kadastraal bekend als nr. 3236 (de kadastrale percelen nrs. 3236, 3238 en 3466 zijn opgegaan in nr. 3468). Waar in het tussenarrest van 5 februari 2019 melding wordt gemaakt van ‘het perceel of het bouwperceel’ moet worden gelezen: het kadastraal perceel gemeente [naam1] , sectie C, nr.
- De aan de deskundige te stellen vragen zullen ook op dit perceel betrekking hebben. 1.3 Partijen hebben beide aangegeven geen bezwaar te hebben tegen de persoon van de te benoemen deskundige [naam2] , NVM makelaar/taxateur, verbonden aan Eggink Maalderink Garantiemakelaars). Tevens hebben zij geen bezwaren geuit tegen de hoogte van het voorschot (€ 2.420,- inclusief BTW) en hebben zij de door de deskundige gehanteerde algemene voorwaarden aanvaard. De kosten van het voorschot komen ten laste van [appellant] als eisende partij. 1.4 De aan de deskundige te stellen vragen luiden als volgt: 1.a wat is de onderhandse verkoopwaarde, vrij van huur en gebruik, van het perceel grond aan de [adres1] / [adres2] te [woonplaats1] , kadastraal bekend als gemeente [naam1] , sectie C, nummer 3468 (verder ook te noemen ‘het bouwperceel’) op de peildatum 25 april 2006, uitgaande van het ontbreken van de mogelijkheid een woning te bouwen? 1.b idem als in 1.a, maar dan uitgaande van de mogelijkheid een woning te bouwen met een maximale planologische invulling zonder vrijstelling van het bestemmingsplan? 2.a wat is de onderhandse verkoopwaarde, vrij van huur en gebruik van het bouwperceel op de peildatum 17 december 2009, uitgaande van het ontbreken van de mogelijkheid een woning te bouwen? 2.b idem als in 2.a, maar dan uitgaande van de mogelijkheid een woning te bouwen met een maximale planologische invulling zonder vrijstelling van het bestemmingsplan?
- geeft het onderzoek u nog aanleiding tot het maken van verdere opmerkingen? 1.5 Bij de beantwoording van deze vragen dient de deskundige rekening te houden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval, zoals blijkend uit het dossier en aangedragen door partijen. Voor zover de deskundige deze vragen niet kan beantwoorden vanwege een gebrek aan vaststaande feiten, dient hij dit bij de beantwoording te vermelden. 1.6 Het hof zal iedere verdere beslissing aanhouden. 2De beslissing Het hof, recht doende in hoger beroep: beveelt een onderzoek door een deskundige met betrekking tot de hiervoor in rechtsoverweging 1.4 geformuleerde vragen; benoemt tot deskundige: de heer [naam2] , NVM makelaar/taxateur, verbonden aan Eggink Maalderink Garantiemakelaars [naam2] @egginkmaalderink.nl bepaalt dat de deskundige op de voet van het bepaalde in artikel 198 Rv bij zijn onderzoek partijen (via hun advocaten) in de gelegenheid zal stellen opmerkingen te maken en verzoeken te doen en dat hij daarvan in zijn schriftelijk rapport melding zal maken waarbij van de inhoud van de gemaakte opmerkingen en gedane verzoeken moet blijken; bepaalt dat de deskundige een concept-deskundigenbericht aan partijen zal toesturen en partijen in de gelegenheid zal stellen op dat concept te reageren alvorens een definitief bericht uit te brengen. In het definitieve deskundigenbericht zal de deskundige de reacties van partijen op het concept bespreken; bepaalt dat partijen aan de deskundige het volledige procesdossier ter inzage zullen geven en beveelt partijen om aan de deskundige alle door deze gewenste inlichtingen te verstrekken; bepaalt dat de deskundige het door hem uit te brengen rapport (ondertekend en met redenen omkleed) ter griffie van dit hof (postbus 9030, 6800 EM Arnhem) zal indienen vóór 14 april
- bepaalt het voorschot van de kosten van de deskundige op € 2.420,- inclusief BTW; bepaalt dat [appellant] het voorschot dient te betalen, conform de nota met betaalinstructies die hij zal ontvangen van het Landelijke Dienstencentrum voor de Rechtspraak; bepaalt dat dit voorschot (in beginsel) binnen vier weken na dagtekening van de nota van het Landelijk Dienstencentrum moet zijn voldaan; bepaalt dat de deskundige niet met het onderzoek zal starten voordat de griffier heeft laten weten dat het voorschot is betaald; bepaalt dat de deskundige zich - door tussenkomst van de griffie - met vragen en opmerkingen kan wenden tot mr. A.A. van Rossum, die hierbij wordt benoemd tot raadsheer-commissaris; bepaalt dat de griffier een afschrift van dit arrest aan de deskundige zal verzenden; bepaalt dat de zaak zal worden verwezen naar de roldatum 12 mei 2020 voor memorie na deskundigenrapport, eerst aan de zijde van [appellant] ; houdt verder iedere beslissing aan. Dit arrest is gewezen door mrs. A.A. van Rossum, F.J. de Vries en L.A. de Vrey en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 14 januari 2020.