GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN zittingsplaats Leeuwarden Zaaknummer : Wahv 200.259.067/01 CJIB-nummer : 220378226 Uitspraak d.d. : 1 mei 2020 Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Midden-Nederland van 18 maart 2019, betreffende [betrokkene] (hierna: de betrokkene), wonende te [A] . De beslissing van de kantonrechter De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verloop van de procedure De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend. De betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt. De beoordeling
- Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 211,- opgelegd ter zake van “overschrijding maximumsnelheid op autosnelwegen, met 24 km/h (verkeersbord A1)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 28 september 2018 om 15:55 uur op de Rijksweg A1 (links, hmp 18.0, borden bij 22.7) te Naarden met het voertuig met het kenteken [00-YYY-0] .
- De betrokkene voert aan dat de tijdelijke snelheidsbeperking niet geldig was voor de rijstrook waarop hij reed. Conform de Uitvoeringsvoorschriften BABW inzake verkeerstekens is een bord alleen geldig voor de rijstrook waaraan dit geplaatst is. Omdat er uitsluitend aan de rechterzijde van de weg een bord "100" was geplaatst, gold de snelheidsbeperking niet voor de tweede rijstrook, waarop hij reed. Daarom heeft hij geen overtreding begaan. De betrokkene merkt op dat de kantonrechter in haar beslissing heeft aangegeven dat een weggebruiker op de hoogte dient te zijn van de bepalingen van de RVV1990 / het BABW maar geeft tegelijkertijd aan dat de weggebruiker hieraan geen rechten kan ontlenen. Volgens de betrokkene is dit tegenstrijdig. Verder voert de betrokkene aan dat hij tijdens de zitting heeft gewezen op een fout in de beschikking. De bebording stond niet bij hmp 20.7 maar bij hmp 20.
- De kantonrechter is hieraan voorbij gegaan. Tot slot heeft de betrokkene foto's overgelegd, waaruit blijkt dat op verschillende toeritten de snelheidsbeperking alleen wordt aangegeven door plaatsing van een bord aan de rechterzijde van de weg.
- Met betrekking tot het verweer van de betrokkene dat de kantonrechter niet is ingegaan op zijn stelling dat de bebording niet stond bij hectometerpaal 20.7 maar bij 20.6, overweegt het hof dat op grond van artikel 13, tweede lid, van de Wahv de beslissing deugdelijk moet zijn gemotiveerd. Dit betekent echter niet dat altijd uitgebreid en expliciet op alle argumenten die in het beroepschrift en bij een zitting naar voren zijn gebracht, moet worden ingegaan. Wel moet de betrokkene in grote lijnen uit de beslissing kunnen opmaken waarom de aangevoerde bezwaren geen doel treffen. Naar het oordeel van het hof raakt de motivering van de kantonrechter de kern van het door de betrokkene gevoerde verweer, namelijk dat de snelheidsbeperking niet juist was weergegeven omdat de bebording niet correct was geplaatst, en kan de betrokkene uit de beslissing van de kantonrechter afleiden waarom zijn bezwaren geen doel treffen. Van een motiveringsgebrek is daarom geen sprake. Daarnaast is het hof niet gebleken van een (innerlijk) tegenstrijdige motivering van de kantonrechter.
- Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
- De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens: "De werkelijke snelheid stelde ik vast met behulp van een voor de meting getest, goedgekeurd en op de voorgeschreven wijze gebruikt snelheidsmeetmiddel. Gemeten (afgelezen) snelheid : 128 km per uur. Werkelijke (gecorrigeerde) snelheid : 124 km per uur. Toegestane snelheid : 100 km per uur. Overschrijding met : 24 km per uur."
- Verder bevat het dossier een foto van de gedraging. Hierop is het voertuig met het onder
- genoemde kenteken te zien. De gegevens in de databalk komen overeen met de gegevens in het zaakoverzicht. Daarnaast zijn door zowel de betrokkene als de advocaat-generaal uitdraaien van Google Maps Streetview toegestuurd. Op deze uitdraaien is onder meer te zien dat op de A1 te Naarden bij hectometerpaal 22.7 zowel aan de linker- als de rechterzijde van de weg een bord A1 "100" is geplaatst. Daarnaast blijkt dat bij hectometerpaal 22.6 aan de rechterzijde van de rijbaan eveneens een bord A1 "100" is geplaatst.
- De betrokkene heeft met betrekking tot de bebording met daarop de maximumsnelheid verwezen naar de Uitvoeringsvoorschriften BABW inzake verkeerstekens. In hoofdstuk II, paragraaf 2, van de Uitvoeringsvoorschriften BABW inzake verkeerstekens staat voor zover relevant het volgende: “10 Borden worden geplaatst aan de rechterzijde van de weg of boven een rijstrook indien het bord uitsluitend voor die rijstrook geldt, dan wel links van de weg indien het bord uitsluitend voor de linkerzijde geldt. Borden kunnen ook boven de rijbaan worden aangebracht. Ter hoogte van rechts geplaatste borden kunnen eveneens aan de linkerzijde van de weg of rijbaan worden geplaatst indien daaraan uit oogpunt van waarneembaarheid behoefte bestaat dan wel indien het bord tevens voor de linkerzijde geldt. 11 Bij gebruik op twee- of meerstrooks gedeelten van autosnelwegen en dubbelbaans autowegen worden de borden A1 en A4, C22, F 1 tot en met 4, J (alle), L5, L7 en L11 geplaatst aan beide zijden van de rijbaan waarop zij betrekking hebben.”
- Dat een aan de rechterzijde van de weg geplaatst bord enkel van toepassing is op de rechter rijstrook, berust op een onjuiste lezing door de betrokkene van de Uitvoeringsvoorschriften BABW inzake verkeerstekens. Alleen als een bord boven een rijstrook is geplaatst, wat hier niet het geval was, heeft dit bord slechts gelding voor die betreffende rijstrook. Indien een bord aan de rechterzijde van de weg is geplaatst, is dit bord geldig voor de gehele weg. Dat in artikel 11 van de Uitvoeringsvoorschriften BABW inzake verkeerstekens is bepaald dat bij gebruik op twee- of meerstrooks gedeelten van autosnelwegen bebording aan beide zijden van de rijbaan moeten worden geplaatst, kan de betrokkene niet baten. Het is vaste rechtspraak - zoals de kantonrechter terecht heeft overwogen - dat de Uitvoeringsvoorschriften BABW inzake verkeerstekens zich slechts richten tot de wegbeheerder en dat een individuele weggebruiker daaraan geen rechten kan ontlenen.
- Gelet op het voorgaande en in aanmerking genomen dat de betrokkene niet ontkent dat hij met een gecorrigeerde snelheid van 124 km per uur heeft gereden, is de sanctie naar het oordeel van het hof terecht opgelegd. Dit brengt mee dat de kantonrechter het beroep terecht ongegrond heeft verklaard. De beslissing van de kantonrechter zal dan ook worden bevestigd. De beslissing Het gerechtshof: bevestigt de beslissing van de kantonrechter. Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van Swart als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken. De griffier is buiten staat dit arrest te ondertekenen.