GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Leeuwarden afdeling civiel recht, handel zaaknummer gerechtshof 200.244.361/01 (zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 6760749 CV EXPL 18-2310) arrest van 12 mei 2020 in de zaak van [appellant] , wonende te [A] , appellant, in eerste aanleg: gedaagde, hierna: [appellant], advocaat: mr. P.C. Schutte, kantoorhoudend te Winschoten, tegen Bastiaan Accountants V.O.F., gevestigd te Groningen, geïntimeerde, in eerste aanleg: eiseres, hierna: Bastiaan Accountants, advocaat: mr. S.K. Tuithof, kantoorhoudend te Haarlem. 1Het verdere verloop van het geding in hoger beroep 1.1 Ten gevolge van de coronacrisis heeft met instemming van partijen de in het arrest van 23 april 2019 gelaste comparitie van partijen niet plaatsgehad, en hebben partijen het hof schriftelijke voortzetting van de behandeling gevraagd. Het hof heeft daarna bepaald dat arrest zal worden gewezen op basis van het procesdossier. 2Uitgangspunten en feiten 2.1 Dit geschil heeft betrekking op niet betaalde facturen voor werkzaamheden die Coöperatie Centraal Boekhoudkantoor Eendracht U.A. (de Eendracht) ten aanzien van de boekjaren 2012 tot en met 2017 voor [appellant] zegt te hebben verricht. Het gaat daarbij om de verwerking van administratie, het opstellen van jaarstukken en het doen van aangifte inkomstenbelasting. 2.2 Nadat de Eendracht op 15 augustus 2017 was gefailleerd, hebben de curatoren op 25 augustus dat jaar een activa-overeenkomst gesloten met Bastiaan Accountants. De debiteuren van de failliet waren bij deze verkoop inbegrepen (productie 5 bij memorie van antwoord). 2.3 De kantonrechter in de rechtbank Nood-Nederland, locatie Groningen, heeft op 24 april 2018 de vorderingen die Bastiaan Accountants tegen [appellant] heeft ingesteld ter zake van door hem onbetaald gelaten facturen van de Eendracht toegewezen, omdat die niet werden betwist en de vorderingen niet onrechtmatig of ongegrond voorkwamen. [appellant] is veroordeeld tot betaling van € 13.076,21, vermeerderd met de wettelijke rente over de hoofdsom (€ 10.584,24) vanaf de vervaldatum van de diverse facturen. 3Het oordeel van het hof De cessie van de vordering 3.1 [appellant] bestrijdt op twee gronden dat sprake is van een geldige cessie van de vorderingen die de Eendracht op hem pretendeerde: ten eerste kunnen deze vorderingen niet aan Bastiaan Accountants zijn gecedeerd, omdat ze al eerder aan [B] zijn overgedragen; ten tweede is volgens [appellant] geen sprake van een voor de cessie vereiste akte en mededeling aan hem van die cessie. 3.2 Wat het eerste verweer betreft: [appellant] heeft zich beroepen op een proces-verbaal dat op 20 juni 2017 is opgemaakt in een procedure tussen [B] en de Eendracht. Deze partijen zijn toen overeengekomen dat de Eendracht haar debiteurenbestand aan [B] ter hand zou stellen, waarna [B] (die door de Eendracht was ontslagen) een selectie zou maken van cliënten die naar hem waren overgestapt: "Indien de selectie van [B] door de Eendracht wordt goedgekeurd wordt [B] gemachtigd om de openstaande facturen ten behoeve van de Eendracht te innen (…)". Die afspraak valt volgens [appellant] op te vatten als een cessie. Dit verweer faalt bij gebrek aan afdoende onderbouwing. Kennelijk bedoelt [appellant] hier dat hij een van de cliënten is waar deze afspraak op ziet. Hij heeft echter niet aangevoerd dat een door [B] gemaakte selectie van crediteuren door de Eendracht is goedgekeurd, en dat de vorderingen op [appellant] in die selectie zijn opgenomen. Daarvan kan dan ook niet worden uitgegaan. Er kan daarom evenmin van worden uitgegaan dat [B] voorafgaand aan de cessie waar Bastiaan Accountants zich op beroept, gemachtigd was om openstaande facturen van de Eendracht op [appellant] te innen. 3.3 Ook het tweede verweer faalt: de overdracht van de openstaande vorderingen van de Eendracht aan Bastiaan Accountants blijkt uit een activa-overeenkomst van 25 augustus 2017, waarin door Bastiaan Accountants onder meer de debiteuren van de gefailleerde Eendracht van de curator worden overgenomen. De mededeling van die cessie aan debiteur [appellant] is vormvrij en kan door Bastiaan Accountants als cessionaris worden gedaan. Die mededeling kan geacht worden in deze procedure te zijn gedaan. Inhoudelijke behandeling van de diverse facturen 3.4 Partijen zijn het erover eens dat over de afspraken tussen hen niets op papier staat, dat het al jaren gebruik was dat de Eendracht de jaarcijfers opstelde en aangiften voor [appellant] verrichtte, en dat daarvoor maandelijks voorschotfacturen konden worden verzonden. Tegen deze achtergrond geldt het volgende. 2012 en 2013 3.5 De facturen over de boekjaren 2012 en 2013 van € 2.090,04 en € 2.299,- zijn niet inhoudelijk bestreden. 2014 3.6 Volgens [appellant] is de factuur over 2014 niet correct, en heeft hij ten aanzien van het opstellen van de stukken voor dit boekjaar veel nawerk gehad door foutieve correcties die de Eendracht bij de belastingdienst heeft ingediend. Met dit verweer kan [appellant] niet volstaan, omdat het daarvoor te vaag en te ongespecificeerd is. Volgens de Eendracht waren de correcties die hebben plaatsgehad bovendien het gevolg van onjuiste opgaven die [appellant] in eerste instantie zelf heeft gedaan, en was dus niet sprake van enige tekortkoming aan haar zijde, maar juist van gebrekkige informatievoorziening door [appellant] . Bij gebrek aan nadere onderbouwing van de kant van [appellant] (zoals overlegging van de herziene aangiften, uitleg over de verschillen met eerdere aangiften, correspondentie met de fiscus en informatie over opgelegde fiscale boetes) en van een relevant bewijsaanbod, moet het verweer daarop stranden. Het hof voegt daaraan toe dat eventuele tekortkomingen van de Eendracht op zichzelf nog niet aan de opeisbaarheid van haar vordering in de weg staan, en dat de gedeclareerde uren niet (gemotiveerd) zijn bestreden. Een tegenvordering is door [appellant] niet ingesteld. 2015 3.7 [appellant] heeft aangevoerd dat hij de Eendracht in februari 2017 al heeft meegedeeld dat zij geen werkzaamheden meer voor hem moest verrichten, omdat hij naar een andere adviseur was overstapt. De administratie, jaarrekeningen en aangiften voor 2015 waren toen volgens [appellant] nog niet opgemaakt. [appellant] betwist bovendien de hoogte van de vordering over 2015 (€ 1.621,40), omdat die 'bijzonder exuberant' is in vergelijking met de facturen over de daaraan voorafgaande jaren, en omdat hem geen duidelijke urenspecificatie zou zijn gegeven. Bastiaan Accountants zou ook hebben geweigerd de onderliggende bescheiden aan hem af te geven. De in 2015 betaalde voorschotten vordert [appellant] terug. 3.8 Het hof acht het aannemelijk dat [appellant] in april 2017 de opdracht voor het bijhouden van de verdere boekhouding voor de toekomst heeft ingetrokken. Dat impliceert echter nog niet dat daarmee een einde is gekomen aan de opdracht tot het afronden van de boekhouding over
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.