← Nederland

ECLI:NL:GHARL:2020:384

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN zittingsplaats Leeuwarden Zaaknummer : Wahv 200.224.983/01 CJIB-nummer : 199014030 Uitspraak d.d. : 16 januari 2020 Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam van 23 augustus 2017, betreffende [betrokkene] (hierna: de betrokkene), wonende te [A] . De gemachtigde van de betrokkene is [B] , kantoorhoudende te [C] . De beslissing van de kantonrechter De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard, met verbetering van gronden. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen door de kantonrechter. Het verloop van de procedure De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding. De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt. Beoordeling

  1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 209,- voor: “overschrijding van de maximum snelheid binnen bebouwde kom, met 22 km/h”. Deze gedraging zou zijn verricht op 19 juni 2016 om 20.56 uur op de Capelseweg in Capelle aan de IJssel met het voertuig met het kenteken [00-YY-YY] .
  2. De gemachtigde voert onder meer aan dat in deze zaak, anders dan de kantonrechter in zijn beslissing heeft overwogen, uit niets blijkt dat de gedraging is vastgesteld met behulp van lusdetectie. Ter zitting kon (de zittingsvertegenwoordiger van) de officier van justitie geen duidelijkheid verschaffen omtrent het meetmiddel. De gemachtigde kon zich om die reden niet adequaat verdedigen. Bij deze stand van zaken komen de beslissing van de kantonrechter en de inleidende beschikking voor vernietiging in aanmerking, aldus de gemachtigde.
  3. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens: “De werkelijke snelheid stelde ik vast m.b.v. een voor de meting getest, geijkt en op de voorgeschreven wijze gebruikt snelheidsmeetmiddel. (…) De overtreding werd geautomatiseerd vastgelegd door middel van goedgekeurde radarapparatuur welke is gemonteerd in een flitspaal.”
  4. Het dossier bevat voorts twee foto's van de gedraging. Daarop is te zien dat het voertuig met bovenvermeld kenteken ter plaatse rijdt. De gedragingsgegevens die zijn vermeld in de databalk bovenaan de foto's komen overeen met de gedragingsgegevens zoals die zijn opgenomen in de inleidende beschikking. Voorts is aan de onderzijde van de foto’s respectievelijk vermeld, voor zover van belang: Datum: 19-06-2016 20:56:29 CEST Datum: 19-06-2016 20:56:29 CEST Fotonummer: A Fotonummer: B Intervaltijd: 0,000 s Intervaltijd: 0,201 s Lusafstand 250 cm Lusafstand 250 cm
  5. Uit de gegevens bij de foto’s leidt het hof af dat, in tegenstelling tot hetgeen hieromtrent in het zaakoverzicht is vermeld, de snelheid is gemeten door middel van lusdetectie.
  6. Het hof stelt op grond van het voorgaande vast dat het zaakoverzicht niet de voor de sanctieoplegging relevante gegevens bevat dan wel dat in het zaakoverzicht niet de gegevens zijn opgenomen die de ambtenaar voor de oplegging van de sanctie heeft gebruikt. Nu het zaakoverzicht de basis is voor de opgelegde sanctie kan de inleidende beschikking niet in stand blijven en zal het hof beslissen als hierna vermeld.
  7. Gegeven deze beslissing ziet het hof aanleiding tot het toekennen van een proceskostenvergoeding. Aan het indienen van een hoger beroepschrift, een beroepschrift en (naar aanleiding van de tussenbeslissing van de kantonrechter in reactie op door de officier van justitie verstrekte informatie) als dupliek te duiden aanvullend beroepschrift dienen in totaal 2,5 punten te worden toegekend. De waarde per punt bedraagt € 525,- en gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 656,
  8. Beslissing Het gerechtshof: vernietigt de beslissing van de kantonrechter; verklaart het beroep gegrond; vernietigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de beschikking waarbij onder CJIB-nummer 199014030 de administratieve sanctie is opgelegd; bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal aan hem wordt gerestitueerd; veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene, ter hoogte van € 656,
  9. Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Pullens als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.