Afdeling strafrecht Parketnummer: 21-005042-18 Uitspraak d.d.: 20 mei 2020 TEGENSPRAAK Promis Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland van 10 september 2018 met parketnummer 18-720276-18 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging, parketnummer 18-720391-17, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970, ingeschreven te [woonplaats] , [woonadres] . Het hoger beroep De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 8 mei 2020 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot bevestiging van het vonnis waarvan beroep. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr. J.J. de Vries, naar voren is gebracht. Het vonnis waarvan beroep De politierechter heeft de verdachte bij vonnis van 10 september 2018, waartegen het hoger beroep is gericht, veroordeeld ter zake van het tenlastegelegde tot een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden, met aftrek van het voorarrest. Daarnaast heeft de politierechter de vordering tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van 12 maart 2018 voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 30 dagen, parketnummer 18-720391-17, toegewezen. Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het hof tot een andere strafoplegging komt en daarom opnieuw rechtdoen. De tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 3 augustus 2018, te [plaats] , in de gemeente [plaats] , in of uit een (bedrijfs)pand, een aantal flessen (sterke) drank en/of een geldcassette (met inhoud), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan het bedrijf [bedrijf 1] en/of [bedrijf 2] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die/dat weg te nemen flessen drank en/of geldcassette (met inhoud) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming, zulks terwijl tijdens het plegen van voornoemd misdrijf nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een vroegere veroordeling van verdachte tot gevangenisstraf wegens een daaraan soortgelijk misdrijf in kracht van gewijsde is gegaan. Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Overweging met betrekking tot het bewijs Het hof is van oordeel dat het door en namens verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het tenlastegelegde wordt weersproken door de hierna vermelde bewijsmiddelen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen. Het hof overweegt daarbij in het bijzonder het volgende. Uit de aangifte van [aangever] namens [bedrijf 1] en [bedrijf 2] blijkt dat op vrijdag 3 augustus 2018 tussen 03:10 uur en 11:00 uur is ingebroken in het bedrijfspand van [bedrijf 1] aan de [adres] te [plaats] . Het glas van het raam naast de voordeur was kapot. Er zijn flessen sterke drank weggenomen, te weten een fles Dimple Golden Selection whisky, een fles Bacardi en een fles Johnny Walker Red Label whisky. Daarnaast was er schade aan de gokkasten en mistte uit één gokkast een zwarte cassette voor briefgeld. De geldcassette uit de gokkast was eigendom van [bedrijf 2] . Getuige [getuige 1] zag op vrijdag 3 augustus 2018 omstreeks 07:00 uur glas liggen voor het pand van [bedrijf 1] . Zij zag een man uit het pand naar buiten klimmen uit een raam dat kapot was. De man had een blauwe hoes om zijn elleboog. De man was licht getint, ongeveer 1.68 meter lang, had zwart krullend haar, was rond de 40 jaar oud, droeg een vies, grijs t-shirt, een spijkerbroek en zwarte schoenen. Wat de getuige verder opviel is dat de man een soort traantjes onder zijn ogen had getatoeëerd. Getuige [getuige 1] heeft een foto van de man gemaakt. Diezelfde dag, omstreeks 09:15 uur, kwam getuige [getuige 2] op het politiebureau. Hij vertelde aan verbalisant [verbalisant 1] dat verdachte in zijn huis, aan de [adres] te [plaats] , zat. Hij vertelde verder dat verdachte die nacht rond 05:00 uur aan [getuige 2] vroeg of hij een schroevendraaier voor hem had omdat hij deze nodig had om iets open te breken. Verdachte droeg toen een grijs t-shirt en een spijkerbroek. Verdachte is daarna weggegaan en rond 07:25 uur kwam hij terug met een zwart vierkant voorwerp dat leek op een geldkist. Verdachte zei tegen hem dat hij dacht dat hij de jackpot had. Verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] hebben verdachte diezelfde dag om 12:03 uur in de woning van [getuige 2] aangehouden. In het midden van de woonkamer lag een zwart metalen kistje. Op het kistje zat een sticker met de tekst " [naam bedrijf 2] ". Ook werd in de woning een blauw matje aangetroffen dat niet van [getuige 2] was. Tevens werden in de woning drie lege flessen drank aangetroffen van dezelfde merken als de gestolen flessen drank uit [bedrijf 1] . Verbalisant [verbalisant 1] zag dat verdachte tijdens zijn verhoor een lichtgrijs t-shirt droeg en een blauwgrijze spijkerbroek. De kleding kwam overeen met de kleding van de persoon op de door getuige [getuige 1] gemaakte foto. Verder kwam de lengte, huids- en haarkleur van verdachte overeen met het signalement opgegeven door getuige [getuige 1] . Verbalisant [verbalisant 1] zag verder dat verdachte meerdere verwondingen in zijn gezicht had, onder meer korstvorming onder zijn rechteroog. Verbalisant acht de kans groot dat getuige [getuige 1] de korstjes heeft aangezien voor getatoeëerde traantjes. Gelet op het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, is het hof van oordeel dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte degene is geweest die heeft ingebroken bij [bedrijf 1] en de buitgemaakte goederen heeft weggenomen. Verdachtes verklaring waarin hij ontkent de dader van de inbraak te zijn, acht het hof ongeloofwaardig. Uit het uittreksel Justitiële Documentatie van 6 april 2020 blijkt dat verdachte eerder, te weten op 12 maart 2018, door de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland onherroepelijk is veroordeeld wegens een inbraak tot een deels voorwaardelijke gevangenisstraf. Bewezenverklaring Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: hij op 3 augustus 2018, te [plaats] , uit een bedrijfspand, een aantal flessen sterke drank en een geldcassette, die toebehoorde aan het bedrijf [bedrijf 1] en/of [bedrijf 2] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak, zulks terwijl tijdens het plegen van voornoemd misdrijf nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een vroegere veroordeling van verdachte tot gevangenisstraf wegens een daaraan soortgelijk misdrijf in kracht van gewijsde is gegaan. Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde levert op: diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak, zulks terwijl tijdens het plegen van voornoemd misdrijf nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een vroegere veroordeling van verdachte tot gevangenisstraf wegens een daaraan soortgelijk delict in kracht van gewijsde is gegaan. Strafbaarheid van de verdachte Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn. Oplegging van straf en/of maatregel De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een bedrijfsinbraak waarbij hij flessen drank en een geldcassette uit een gokkast heeft weggenomen. Verdachte heeft door zijn handelen inbreuk gemaakt op de eigendomsrechten van het gedupeerde bedrijf en schade en overlast veroorzaakt. Het hof heeft acht geslagen op het de verdachte betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie van 6 april
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.